De vele mogelijkheden van overstapparkings

De vele mogelijkheden van overstapparkings

vrijdag 2 januari 2015 14:42




Onze steden zijn compact, dichtbevolkt en groeiende. Door
deze kenmerken levert het weren van de auto er heel wat welkome tot
noodzakelijke ruimte op, ruimte die gebruikt kan worden voor een degelijke
inrichting van tramnetten, voor bredere voetpaden en afgescheiden fietswegen, voor
groen en speelruimte. Bovendien is deze manier van werken het beste directe middel
tegen het teveel aan stikstof in onze steden en kan het als katalysator voor een
mobiliteitsomslag de luchtvervuiling in het geheel serieus aanpakken.

Een cruciale schakel om tot deze autoluwe steden te komen, zijn
overstapparkings aan de rand van de stad, waar men de auto zonder zorgen kan achterlaten
en met vlotgaande tram- of metrolijnen en op veilige fietspaden de stad kan
inrijden. Deze Park and Ride-zones rondom de stad zijn bij uitstek passend in
het verkavelde Vlaanderen, waar mensen verspreid en versnipperd wonen, waardoor
de auto-afhankelijkheid groot is en waardoor het voor velen (te) moeilijk is om
met het openbaar vervoer naar de stad te rijden.

Parkeerbeleid

De sleutel om deze P&R’s goed te laten draaien, ligt bij
een sturend stelsel van parkeertarieven: het parkeren in de stad moet (een
stuk) duurder zijn dan het parkeren op deze randparkings en de tram-, metro-
en/of fietsrit samen. De weg via deze P&R’s moet voor bezoekers en
pendelaars de meest voordelige zijn. Gratis binnenstedelijke parkeerterreinen
zoals de Gedempte Zuiderdokken in Antwerpen werken het goed functioneren van
Park and Ride’s dan ook ronduit tegen.

Ook de ligging en inrichting zijn van belang. Een kwaliteitsvolle
infrastructuur moet de overstap zo vlot als mogelijk maken, en ook voldoende
openbare toiletten en eventueel eet- en drankgelegenheden kunnen deze randparkings
aantrekkelijk maken. Kleine parkeerterreinen of -gebouwen kunnen zich aan de
stadsring bevinden, maar de grotere liggen veel beter verderaf, langs de grote
invalswegen, zodat deze overstapparkings ook voor een ontlasting van de (vaak
oververzadigde) stadsring kunnen zorgen en zodat invalswegen kunnen overgaan in
minder drukke en meer groene stadsboulevards (zonder autoviaducten).

En misschien zijn deze P&R’s ook een uitgelezen plaats
om volop laadpalen voor elektrische wagens te plaatsen? Pendelaars en bezoekers
kunnen hier hun wagen dan enkele uren tot de hele werkdag laten opladen,
hetgeen zowel een schoner wagenpark als de autoluwe stad in de hand werkt.

Ruimte

Vanaf dat deze randparkings goed functioneren, kunnen bovengrondse
parkings in de binnenstad in groene ruimte veranderen. Elke stadsbewoner die
vlakbij zo’n parking woont, weet dat deze grijze plaatsen vandaag al die rol
vervullen. Vanaf dat er wat minder auto’s zijn, beginnen kinderen er te spelen
en rennen honden er even zonder leiband rond. Maar dan zonder het groen en de
zuurstof die echte parken en stadstuinen bieden, en met de gifgassen en het ander
weinig fraaie afval dat parkeerders hier vaak achteloos achterlaten.

Dankzij goed draaiende P&R’s kan meer ruimte en minder
auto’s in de stad dus veel beter realiteit worden. Als er twee zaken zijn die de
aantrekkelijkheid van onze steden als woonplaats ook nog structureel
ondermijnen, dan zijn het wel het gebrek aan groen en de verkeersdrukte. Zeker
voor gezinnen met kinderen zijn wellicht net deze gebreken vaak doorslaggevend
om toch maar buiten de stad te gaan wonen. Het is door het meest ruimte-innemende
en belastende (luchtvervuiling, verkeersdrukte) vervoermiddel te weren dat een
stad hier gericht op de lange termijn en integraal aan kan werken. Het is door
de auto in de stad ondergeschikt te maken dat er ruimte vrijkomt voor een
degelijk openbaar vervoer, voor brede fietspaden en veilige voetpaden, voor
groen en speelruimte.

Woonkeuze

Met een sterk uitgebouwd en helder netwerk van openbaar
vervoer en fiets- en voetgangersvoorzieningen geraken iedereen, ook gezinnen
met kinderen, overal in de stad zonder auto. En dankzij een samengaand beleid
dat de verspreiding van buurtwinkels stimuleert, kunnen stadsbewoners te voet
hun boodschappen doen en is de wagen ook voor het vervoer van goederen steeds
minder van doen (dit vraagt waarschijnlijk meerdere boodschappenrondes per
week, maar in totaal neemt het wellicht niet eens meer tijd in beslag dan
wekelijks de auto te gaan volladen en daarna nog kilometers over de wegen te
rijden, en met zekerheid is het zowel voor de stadsbewoner zelf als voor de
hele samenleving veel gezonder).

Tegelijk is deze manier van werken een structurele oplossing
voor alle lasten van het verspreide en versnipperde wonen in Vlaanderen. Het
autoluw en gezonder maken van onze steden, en hen daardoor veel aantrekkelijker
als woonplaats maken, biedt een fundamenteel antwoord op de hoge milieukosten
door de wijdverspreide grondinname, op het onder water lopen van vele gebieden
doordat natuurlijke overstromingsgebieden versteend werden, op de mobiliteitsknopen,
op de luchtvervuiling en verkeersonveiligheid als gevolg daarvan, op de
inefficiënte en daardoor heel dure nutsvoorzieningen, …

Door alle vervoermiddelen in de stad als gelijk te
beschouwen hypothekeer je al deze baten. En dreig je een propvolle stad te
krijgen, met verkeershinder, te veel stikstof en een blijvend gebrek aan groen
als gevolg. Eén vervoermiddel ondergeschikt maken en hierdoor mensen die gezondere,
autoluwe stad als woonplaats kunnen aanbieden is echt wel de betere, toekomstgerichte manier van werken. Zeker doordat de woonkeuze veel fundamenteler is dan de verplaatsingskeuze.

Op mensenmaat

De stad is ook de juiste plaats voor een leven met weinig tot geen autogebruik (in
de Vlaamse verkavelingsgemeenten is dit moeilijk doenbaar). Onze steden zijn met
hun fijnmazige stratenpatronen en hun meerderheid aan smalle straten bovendien
niet gemaakt voor de auto, en al evenmin voor de luchtvervuiling die hier veel
minder goed weg kan dan in de bredere straten en lanen van de grotere steden in
het buitenland.

De auto in de stad ondergeschikt maken is een helder
principe. Met als cruciale schakel, zeker in het verkavelde Vlaanderen, goed
gelegen en functionerende overstapparkings aan de rand van de stad ligt de
autoluwe stad binnen handbereik. Dit kan ons terug de omgeving bieden waarin we
ook altijd al gewoond hebben, namelijk: een habitat waarin we niet zo nodig op
een eigen voertuig moeten rekenen om ons te verplaatsen, waarin belastende voertuigen
zoals auto’s gewoon weer werktuigen zijn voor bepaald werk, waarin mensen van
alle leeftijden met behulp van hun voeten (en publiek transport) overal
geraken, waarin kinderen dus niet meer voor alles en nog wat met de auto moeten
worden begeleid en waarin ouderen voor alles wat ze nodig hebben zelf nog
terecht kunnen in hun buurt. Kortom: waarin we geen slaaf van de auto meer
zijn. Na die enkele decennia van autodominantie wordt het stilaan weer tijd om
in steden op maat van de mens te gaan leven.

dagelijkse newsletter

take down
the paywall
steun ons nu!