De Top 100 Aller Tijden

De Top 100 Aller Tijden

vrijdag 28 november 2014 20:06

Interne Keuken (Radio 1, 22 november)

Op
zaterdagmiddag nodigen Koen Fillet en Sven Speybrouck op Radio 1 een viertal
gasten uit die hebben nagedacht over wetenschap, geschiedenis en samenleving.
Doorgaans voldoende reden voor mij om een andere zender op te zoeken, maar toch
blijf ik luisteren, al schakelt mijn brein gaandeweg automatisch over op
horen, want veel van wat verteld wordt, gaat mijn petje ver te boven. 

Heel af
en toe kan ik wél volgen, zoals vorige zaterdag toen Serge Simonart kwam
vertellen over Nick Drake, toch een van mijn all time favorites. Simonart
heeft het talent om te kunnen liegen dat hij het zelf gelooft, maar dat neemt
niet weg dat hij boeiend kan vertellen. De vraag van Koen Fillet wannéér hij
Nick Drake ontdekt had, ontweek hij heel subtiel en er staken ook wel wat
ongerijmdheden in zijn betoog. Zo verklaarde hij de commerciële flop die ‘Five
Leaves Left’ was, Drakes eerste elpee uit 1969, door te wijzen op Drakes
afkomst, de Britse upper-middleclass, die niet overeenstemde met de geest van
de rock-‘n-roll, een genre dat in de jaren zestig voorbehouden was voor de
arbeidersklasse. Ook zou er in die tijd geen markt geweest zijn voor
akoestische muziek met een gevoelige inslag, want alles moest lawaaierig en
elektrisch zijn en het liefst gedrenkt in een cocktail van alcohol en drugs.
Sta me toe dit klinkklare onzin te vinden, want er zijn voorbeelden genoeg die
dat tegenspreken. Is het nu zo moeilijk om toe te geven dat Nick Drake gewoon
dikke pech heeft gehad dat zijn elpees niet opgemerkt werden, zoals er, nu nog
steeds, veel prachtige muziek niet ontdekt wordt?  Mijn platenkast zit vol briljante elpees en
cd’s waarvan er wereldwijd misschien nog geen duizend stuks verkocht werden. 

Simonart
had het ook over de eerste optredens van Nick Drake die plaatsvonden in
luidruchtige cafés waar zuipende tooghangers het luistergenot van de
concertgangers verstoorden. Was Drake dan een uitzondering op de regel? Ik heb
in mijn leven honderden concertjes in deze omstandigheden meegemaakt. Heel
vervelend, maar of dergelijke omstandigheden de doorbraak van een artiest
hypothekeren? Daar geloof ik niets van.

Koen
Fillet zei ook iets merkwaardigs: ‘Drakes drie platen verkochten zéér slecht
toen ze uitkwamen en nu staan ze alle drie in lijstjes met de top honderd aller
tijden.’ Nu heb ik eens enkele van die lijstjes geraadpleegd, zoals bijvoorbeeld
 de ‘Album Top 100 Aller Tijden’ (New Link) van Veronica, de ‘Top 100 Aller
Tijden’ (New Link) van Muziekkrant Oor en de ‘Album 100’ (New Link) van Studio Brussel: geen Nick Drake te bekennen, al geef ik toe dat ze er wel in zouden mogen thuishoren.

Serge
Simonart deed alsof hij kind aan huis was geweest bij de Drakes of in elk geval
dat hij alles wist van wat de ouders van Nick hadden meegemaakt nadat hun in
1974 overleden zoon in de jaren tachtig doorbrak. Hij had Gabrielle ontmoet, de
vier jaar oudere zus, een klassiek geschoolde actrice die wel eens in
feuilletons als ‘The Inspector Lynley Mysteries’ en ‘Poirot’ opduikt, maar zijn
moeder, Molly, was helaas al gestorven toen hij eind jaren negentig naar
Tanworth-in-Arden trok om meer over de zoon te weten te komen. 

“Het zal
ongetwijfeld wel niet bescheiden klinken”, zei Simonart toen hij het over zijn
ontmoeting met Gabrielle Drake had.  Over haar
zei hij dat Nick Drake geen betere ambassadrice had kunnen wensen dan zij,
waarbij ik me dan afvraag hoe het dan komt dat de zanger tijdens zijn leven
haast volslagen onbekend gebleven is. 

Toen hij
het over Molly Drake had, die hij nooit ontmoet had, maar van wie hij wist dat
ze een uitermate lieve, zachte, liefdevolle vrouw was, kreeg hij zo’n krop in
de keel dat hij bijna niet meer uit zijn woorden geraakte. Vreemd, heel vreemd.

In
‘Interne Keuken’ kletsen wel meer experts over hun onderwerpen alsof ze er deel
van uitmaken. Soms is dat misschien ook zo, maar als ik de zoveelste professor een
toon hoor aanslaan alsof hij of zij kind aan huis was bij wetenschappers,
kunstenaars, staatshoofden of politici die al eeuwen geleden overleden zijn, dan haak ik af. Als zelfs
het leven van Julien Schoenaerts al moeilijk te reconstrueren blijkt, mogen we
toch wat meer zout leggen op biografieën van de afgestorvenen altegader.

‘Interne Keuken’ wordt naar verluidt
uitgezonden vanuit de keuken van Sven Speybrouck. Ik neem aan dat daar wel een
zoutvaatje te vinden is?

Klara Top 100 (Klara, 22 en 23 november)

Over de
‘Top 100 Aller Tijden’ gesproken: ik ben benieuwd welke muziek bovenaan het
lijstje zou staan indien men geen rekening hield met genres. Mij maakt het niet
uit of muziek rock genoemd wordt, of jazz, of pop, of klassiek. Zou Deep Purple
in zo’n lijst voorkomen?  Miles Davis? Jacques
Brel
?

Afgelopen
weekend zond Klara een top honderd aller tijden uit voor de klassieke muziek. Drie
nog levende componisten behaalden een plaatsje in die lijst: Andrew Lloyd
Webber
, die tientallen populaire musicals schreef, maar ook één requiem, dat
net de top twintig niet haalde; John Williams, vooral bekend door zijn filmmuziek,
eindigde op 23 met het thema uit ‘Schindler’s List’; Arvo Pärt ten slotte kreeg
twee noteringen: ‘Stabat Mater’ op 66  en
‘Spiegel im Spiegel’ op 4.  Binnenkort
brengt Cobra.be een Boeken Top 50 Aller Tijden. Benieuwd of er ook zo weinig
nog levende auteurs in zullen voorkomen.

Hitparades
zijn leuk, noch min noch meer. Uit deze top honderd valt af te leiden dat de Klaraluisteraars
vooral houden van ernstige klassieke muziek. Opvallend is bijvoorbeeld dat een
immens populaire componist als Johann Strauss er niet in voorkomt. J.S. Bach staat
er twaalf keer in. Negentien muziekstukken zijn religieus getint. Drie Stabat
Maters
passeerden de revue. Geen spoor van John Cage, Karlheinz Stockhausen of
andere componisten die algemeen beschouwd worden als de invloedrijkste uit de
tweede helft van de twintigste eeuw. Slechts drie Belgen haalden de lijst: Lodewijk
Mortelmans, Peter Benoît
en August De Boeck. Ook benieuwd of zo weinig Belgen
de Boeken Top 50 van Cobra.be zullen halen.

De Klara
Top 100 werd uitgezonden vanuit het Radiohuis in Leuven. In het laatste deel van
de marathon smeekte presentator Mark Janssens het Leuvense publiek om een
gebakje te komen brengen en naar de finale toe zelfs champagne. Gebak en
champagne: volstrekt compatibel met beschaafde radio. Ik maak me sterk dat hij
’s ochtends – toen ik nog niet luisterde – om een glaasje sherry gesmeekt
heeft. 

Hij las
ook Facebook- en Twitterberichten voor van luisteraars die ‘kippenvel in het
kwadraat’ kregen  of die de uitzending
beluisterden ‘tussen de gele koolzaadvelden waar een late vlinder opvloog’. Er
waren ook veel muzikanten die deze lijst maar niks vonden, wat andere
luisteraars dan weer aanzette om verontwaardigd ‘Get a life!’ te antwoorden.
Ook in het verre buitenland luisterden ze mee, vertrouwde Janssens ons toe, in
Wenen en Chicago bijvoorbeeld, vanwaar ze hun tweets verstuurden. Misjoe
Verleyen
van Knack zei telefonisch dat Gabriël Faurés ‘Requiem’ haar de
troostende gedachte ingaf dat het na de dood misschien toch niet afgelopen is
met ons.  Iemand mailde: ‘O Pergolesi, ik
hou zo van u.’ Pergolisi zélf was niet bereikbaar voor commentaar.

In de
top drie stonden twee liederen uit de Mattheuspassie van Bach. Dat vond ik een
beetje vreemd omdat de andere werken van lange adem, zoals ‘De toverfluit’ van
Mozart als geheel beschouwd werden. Er werd niet gekozen voor de ouverture,
‘Der Vogelfänger bin ich ja’, ‘O zittre nicht, mein lieber Sohn’of ‘Der Hölle Rache
kocht in meinem Herzen’, maar voor  ‘De
toverfluit’. 

Hitparades
en andere (eindejaars)lijstjes kunnen ook nuttig zijn: voor mensen die ervan
uitgaan dat hun smaak overeenkomt met die van het grote publiek of van
zogenaamde experts. Eén iets is zeker: alles wordt na verloop van tijd
mainstream, ook klassieke muziek. 

De Tijdloze Week (Studio Brussel – 24 tot 28 november)

Nóg
lijstjes. Afgelopen week draaide Studio Brussel alleen plaatjes die de zender
als ‘klassiekers’ bestempelde, teneinde de luisteraars te helpen om een
persoonlijke top drie samen te stellen en die op te sturen. Op de laatste dag
van het jaar, die – onder voorbehoud, je weet maar nooit – op 31 december valt,
zendt Studio Brussel dan de Tijdloze 100 uit, het eindresultaat van alle
inzendingen samen.

De
jongerenzender peilt al sinds 1987 naar de populairste tijdloze popsongs. In
dat jaar stond ‘Child in Time’ van Deep Purple op nummer één en dat is door de
jaren heen zo gebleven, al is er altijd wel een hevige strijd geweest met
‘Angie’ van The Rolling Stones of met ‘Smells Like Teen Spirit’ van Nirvana. In
veel buitenlandse All Time Charts staat ‘Child in Time’ ook hoog genoteerd.
Vreemd dat men er vrijwel nooit op wijst dat de song, althans de intro ervan,
veel gelijkenissen vertoont met ‘Bombay Calling’  (New Link) van It’s A Beautiful Day, een
song uit 1969. ‘Deep Purple in Rock’, waarop ‘Child in time’ staat, werd een
jaar later uitgebracht.  

Hoe zou
het toch komen dat de rockmuziek sinds 1987, en bij uitbreiding sinds 1973,
toen de song voor de eerste keer bovenaan stond in de Top 100 Aller Tijden van
Radio Veronica, geen populairder nummer dan ‘Child in Time’ voortgebracht
heeft?  Vermoedelijk zullen veel
rockmuzikanten op eindejaarsdag ook tweeten dat ze de eindlijst maar niks
vinden en zullen de luisteraars dan ‘Get a life!’ antwoorden.  Get a life? Dat is wat ik nu ga doen.

(sj)

dagelijkse newsletter

take down
the paywall
steun ons nu!