De toekomst start vandaag

De toekomst start vandaag

dinsdag 30 december 2014 21:27

Over een bepaalde
tijd, vermoedelijk nog in het leven van de meeste lezers van dit artikel, zal
ons economisch systeem een compleet andere vorm aangenomen hebben ten opzichte
van het huidige. Dat is onafwendbaar en hoeft niemand te verbazen. Maar moesten
we effectief een blik in die toekomst kunnen werpen, zou dat mogelijk een heel
bevreemdend gevoel geven. Het kan ook niet anders dan dat er over honderd, of zelfs vijftig, jaar met gefronste wenkbrauwen teruggekeken wordt naar het begin van
de 21ste eeuw.

Je weet wel, die
periode waar de kloof tussen de allerrijksten en de rest van de bevolking bleef
aanzwellen, tot onhoudbare proporties. Toen iedereen nog verplicht werd te
werken en één op tien mensen daardoor mentaal instortte. Toen cultuur, sociale
cohesie en respect steeds verder te zoeken waren, naargelang de strijd om de
laatste jobs heviger woedde.

Blijven we onze
overheid steunen in het nemen van kleine, vaak onpopulaire aanpassingen aan het
systeem, totdat we in chaos verzinken? Laten we het systeem eerst crashen
vooraleer een nieuwe richting uit te slaan? Of stappen we er nu al collectief bewust
uit en kiezen we radicaal voor een nieuw, rechtvaardig alternatief?

Onderaan deze tekst
stel ik u opnieuw deze vraag, en hopelijk beantwoordt u die dan, net zoals ik,
met een daadkrachtig “De toekomst start vandaag!”

Realistische
verwachtingen

 A sense of
entitlement… Ik heb het altijd een vreemde uitdrukking uit de Engelse taal gevonden.
Niet om de betekenis per se, maar vooral om de bijklank.  De uitdrukking wordt bijna altijd pejoratief
gebruikt, meestal wanneer iemand valselijk gelooft ergens recht op te hebben. Ergens in de evolutie
van de Engelse taal is het woord voor “geloven recht te hebben op”,
omgevormd tot zijn tegengestelde, namelijk 
“in de illusie leven dat men recht heeft op”. De term is zelfs in de
psychologie gebruikt om een symptoom van een narcistische persoonlijkheidsstoornis
aan te duiden.  Mensen die hier aan
leiden hebben vaak in hun verleden frustratie en tegenslag gekend. Daardoor
hebben ze een onrealistisch gevoel ontwikkeld recht te hebben op allerlei
zaken,  die ze van anderen eisen als
levenslange vergoeding voor de speling van het lot in hun verleden. Maar begint
die definitie niet stilaan op een groot deel van de bevolking van toepassing te
zijn?

De rijkere klasse gelooft
dat zij recht heeft op hun fortuin en privileges, ze hebben er tenslotte hard
genoeg voor gewerkt. Of geërfd. Wie minder heeft, moet maar harder werken en
heeft anders dikke pech. De laagste klasse is er van overtuigd dat zij recht
heeft op meer, waarom zouden zij creperen terwijl de grote mannen hun sigaren
aansteken met biljetten van honderd euro? En de middenklasse is ervan overtuigd
dat alles is zoals het hoort, zolang zij hun status quo maar kunnen bewaren
moet er niet te veel nagedacht worden.

Maar wie heeft er nu
eigenlijk gelijk en wie is de narcist? Wie bepaalt er wat realistisch is, en
wat niet, als het aankomt op de rechten waar elke mens op mag rekenen? De
maatschappij? De overheid? Eén of andere god? De geschiedenis? Wanneer spreken
we over een universeel recht, en wanneer over een “false sense of
entitlement”?  

Recht op leven, of
plicht tot werken? 

Eindeloze debatten
werden reeds gevoerd over het recht op vrijheid van meningsuiting, recht op
zelfbeschikking (meerbepaald euthanasie), 
recht op privacy,  recht op een
menswaardig bestaan. Vaak leiden deze vrij logische rechten tot discussie,
omdat het recht van de ene persoon, een onrecht kan betekenen voor een
ander. Echt ingewikkeld wordt het echter pas, wanneer “plichten” ook
hun intrede doen in het verhaal en wanneer dan blijkt dat sommige plichten
tegenstrijdig zijn met bepaalde rechten. Bijvoorbeeld het recht op privacy, een
hot topic in het Internet-tijdperk waarin we nu leven. Enerzijds legt de
overheid praktijken aan banden die onze privacy bedreigen, zodat onze
persoonlijke gegevens beschermd worden tegen hen die er profijt uit trachten te
slaan, want privacy is een recht. Maar anderzijds verwacht diezelfde overheid
dat we jaarlijks onze belastingbrief invullen, dat we hen van onze
gezinstoestand op de hoogte houden, dat we toestemming vragen alvorens onze
eigen woning te verbouwen, …

Ik wil zeker niet
beweren dat bovenstaande voorbeelden verwerpelijk zijn, ik zie het nut er
natuurlijk ook van in. Maar het is toch de moeite om even stil te staan bij hoe
snel een recht op iets, kan transformeren in een plicht tot het
tegenovergestelde, wanneer die rechten en plichten door eenzelfde orgaan
geregeld worden.

Uit de Universele verklaring van de
rechten van de mens (art 23.1) :
Een ieder heeft recht op arbeid, op vrije keuze van beroep, op
rechtvaardige en gunstige
arbeidsvoorwaarden en op bescherming tegen werkloosheid.

Heeft elke mens het
recht om te werken en zo in zijn basisbehoeften te voorzien? Of heeft hij de
plicht om te werken, om zo niet een last te zijn voor anderen? Waar ligt de
grens tussen recht en plicht in onze huidige maatschappij?  Recht op werk en de plicht tot werk zijn nog
met elkaar te combineren. Maar het recht op de vrije beroepskeuze, op de
rechtvaardige voorwaarden en vooral het recht op de bescherming tegen
werkloosheid zijn vandaag voor veel mensen ver te zoeken. De plicht tot
productiviteit heeft prioriteit gekregen over het recht.

Zij die reeds veel hebben,
hebben ook veel meer opties en keuzes. Zij hebben het recht te werken, maar wanneer ze financiële zekerheid hebben,
vervalt hun plicht om te werken. En
van een plicht om dan op een andere manier bij te dragen aan de maatschappij , niet via arbeid maar via belasting, willen de meeste al
zeker niet horen.

Zij die echter zo goed als niets
hebben, hebben zo goed als geen keuze. Aangezien niemand nog in een hut in de
natuur in zijn eigen onderhoud kan voorzien, worden zij verplicht te werken. Zonder
oog voor hun talenten en wensen, er is geen ruimte voor kieskeurigheid. Voor
hen is het recht op werk een vermomde plicht, het is werken of verkommeren. Maar dat laatste dan
liefst niet op straat, want dat is tegen de wet.

“Deprived of meaningful work, men and women lose their reason for existence; they go stark, raving mad.” Fyodor Dostojevski

Wat is het verschil met
slavernij? In het oude Rome werden slaven vrij goed verzorgd, ze kregen kost en
inwoon bij hun meesters. Ze moesten enkel werken voor die meesters en
gehoorzamen. Wat is het verschil tussen zo’n slaaf en iemand die vandaag met
weinig kwalificaties op de arbeidsmarkt terecht komt? Zij krijgen ook net
genoeg voor kost en woonst en de arbeid die verricht wordt, komt de reeds rijke
ondernemers ten goede. Wie niet mee wil draaien in dit systeem, verdoemd
zichzelf tot paria…

(A)sociaal

Onze maatschappij
geeft graag de indruk bezorgd te zijn om haar burgers. We zijn niet allemaal
socialisten, maar zijn toch grotendeels allemaal bezorgd om het sociale aspect
van onze maatschappij en de levenskwaliteit van haar burgers, al was het maar uit eigenbelang. En daarom
vertrouwen we de overheid de taak toe om ons van sociale zekerheid te voorzien,
een sociaal vangnet. Maar in de praktijk kan dat woord, “sociaal”,
beter vervangen worden door “financieel”. De laatste  eeuw ligt de nadruk bij die overheid op het
economische aspect, en niet op het sociale.

Want die overheid is er
niet in geïnteresseerd of haar burgers gelukkig en gezond zijn, maar enkel of
zij productieve arbeidskrachten kunnen zijn. En dit creëert een vicieuze
cirkel. Voor elke burger die uitvalt op de arbeidsmarkt, moet er een andere
harder werken om de eerste van een opvangnet te voorzien. En wanneer die tweede
uitvalt omdat er te veel van hem verwacht wordt, zijn er weer twee nieuwe nodig
die harder werken om de eerste twee op te vangen. Dit is geen sociaal systeem,
eerder een asociaal systeem, want wanneer één persoon zijn baan verliest en
hierdoor ongemak ervaart, creëert dit systeem extra ongemak voor een tweede
persoon. De overheid lost niets op, ze vermenigvuldigt de ellende.  We stevenen stilaan af op een kantelpunt,
waar de druk op de mensen die nog kunnen werken zo groot wordt, dat ook zij
moeten afhaken.  En het systeem dat de
overheid hanteert om al die ellende te herverdelen, kost zelf ook nog eens
handenvol geld, geld dat eigenlijk niet gemist kan worden.  

Dweilen met de
kraan open

De pensioenleeftijd
verhogen…
Werkloosheidsuitkeringen
inperken en aan strengere voorwaarden onderwerpen…
Extra belastingen
introduceren en de bestaande verhogen…

Het zijn allemaal
oplossingen die getuigen van kortetermijndenken. De druk op de ketel stijgt,
maar niemand denkt er aan om die druk weg te nemen. Allerlei ventielen en
buizenconstructies worden aan die ketel toegevoegd om te zorgen dat hij toch
maar verder blijft draaien. Maar bij elk nieuw onderdeel dat toegevoegd wordt,
boet de ketel ook in aan integriteit. Er ontsnapt stoom uit allerlei kieren en slecht
uitgevoerde lasnaden en tegelijkertijd blijft de druk maar toenemen. Niemand
denkt eraan om de temperatuur een paar graden lager in te stellen.

Blijven we dweilen met
de kraan open en houden we krampachtig vast aan een falend systeem, dat we
vruchteloos met kleine aanpassingen proberen te redden van een onafwendbare
crash? Of kiezen we ervoor om bereid te zijn het systeem van de grond af aan
opnieuw op te bouwen en na te denken over wat er fundamenteel anders kan?




Een eerste realiteit
die we onder ogen moeten zien, is dat de wereld een volledig andere plek is dan
tot, pakweg, het begin van de twintigste eeuw. Het leven van iemand uit het
jaar  818 AD zag er niet zo heel anders
uit dan dat van iemand uit 1657 AD, behalve dan dat hij onderdaan was van een
andere machthebber. Plaats iemand uit 1872 in onze huidige samenleving en hij
loopt waarschijnlijk gillend weg. Bewijs dat onze expansie lichtjes uit de hand
gelopen is, biedt onder- staande grafiek. De wereldbevolking is enorm
geëxpandeerd tegenover honderd jaar geleden, maar om de een of andere reden
willen we toch nog vasthouden aan socio-economische idealen die al een eeuw oud
zijn.

Het oude denken

Tijd voor een korte
terugblik op de laatste eeuwen. Tijdens de Industriële Revolutie was er een
grote verschuiving van kapitaal. De rijken uit de bovenklasse, die al veel van
de productie en handel in handen hadden, werden door de opgedreven productie
nog rijker. Kleine ondernemers uit de middenklasse sprongen mee op de trein en
promoveerden zichzelf zo naar de bovenklasse. Door de creatie van jobs groeide
ook de middenklasse aan, meer mensen verdienden genoeg om zichzelf van een
comfortabel bestaan te voorzien. Maar de arbeidersklasse en de armen bleven ter
plekke trappelen, hun levensomstandigheden verbeterden niet mee. Er werd meer
rijkdom gecreëerd, maar deze laagste klasse kon hier niet mee van genieten.




In het begin van de twintigste eeuw kwam hier
een einde aan, de arbeidersklasse verwierf rechten en de inkomenskloof tussen
arm en rijk werd terug kleiner. Nu konden alle lagen van de bevolking genieten
van de economische groei. Rond 1980 zien we hierin echter terug een ommekeer.
De bovenklasse vergroot haar rijkdom, terwijl de middenklasse en lagere klasse
hun inkomen niet zien stijgen. En deze trend zet zich voort tot op de dag van
vandaag. En de oplossing die voorgesteld wordt is nog meer creëren, de economie nog laten aanzwellen, zodat de laagste inkomens stijgen. Maar dat resulteert enkel in een nog grotere inkomenskloof, de laagste lonen stijgen een beetje, de hoogste zwellen verder buiten alle proportie aan.

Uit onderzoek blijkt
dat zulke cycli, waarin de kloof tussen arm en rijk afwisselend krimpt en
groeit, voorkomen doorheen heel de geschiedenis. 
(lees voor meer informatie dit
artikel van Peter Turchin, http://aeon.co/magazine/society/peter-turchin-wealth-poverty/)

Het breekpunt

Hoewel de laatste
tweehonderd jaar het groeien en krimpen van de inkomenskloof tussen arm en rijk
zich meestal zonder overdreven geweld afspeelde, was dit in de geschiedenis niet altijd het geval. In het oude Rome
kwam er ook een moment dat de slaven zich bevrijdden van het juk van de
decadent rijke Romeinen, op minder zachtaardige manier. Zo ook de periode van
abolitionisme, waarin de afschaffing van slavernij op vele plaatsen gepaard
ging met burgeroorlogen en revoluties. Recenter zijn er ook
legio voorbeelden van landen in Oost-Europa en het Midden-Oosten waar armoede
en ongelijkheid een bepalende factor was in revoluties van de grote massa’s
tegen de enkele machthebbers en het systeem van ongelijkheid. Als de geschiedenis
ons één ding leert, is het dus wel dat als een systeem een bevolkingsgroep
ongelijk behandelt, het slechts een kwestie van tijd is vooraleer die groep in
het verzet zal gaan, met of zonder geweld.

In Europa gaat het al
een tijdje vrij goed, de gemiddelde inwoner heeft weinig te klagen. De bevolking blijft
kalm, want uiteindelijk slagen de meeste mensen er nog wel in zichzelf te
voorzien van een aanvaardbare levensstandaard. Maar men ziet de
ongelijkheid wel tussen de massa en de superrijken, tussen zij die werken om te
overleven en zij die met hun geërfd vermogen steeds meer geld maken voor
zichzelf. En de gemiddelde Europeaan is ontevreden wanneer hij dit ziet, want
het gaat bergaf en de inkomenskloof stijgt terug. Een ongenoegen leeft bij de
bevolking, maar zij hebben er nog wel, misschien wat naïef, vertrouwen in dat
economische problemen tijdelijk zijn. Dat, mits zij voor de juiste partijen
stemmen, er nog wel voldoende aan het systeem gesleuteld kan worden en dat
alles goed komt. En met wat hulp van de media, is er voldoende afleiding voorzien
voor het ongenoegen. Brood en spelen, weet u wel.

Maar wat we niet mogen
vergeten is dat sinds de industrialisering, en recenter de opkomst van computers
en automatiserings- processen, er in feite steeds minder jobs nodig zijn om de
economie draaiende te houden en iedereen te voorzien in zijn basisbehoeften en
zelfs luxe. Dus kunnen we ons afvragen of het volgende breekpunt in de cyclus
nog wel over arbeidsplaatsen en loon zal gaan. Wanneer de werkloosheid stijgt –
niet omdat de economie in elkaar stort, maar omdat de behoefte aan menselijke
arbeid enorm afneemt – en al het geld naar een kleine groep investeerders en
bedrijfsleiders stroomt, blijft de massa dit dan als een kudde makke schapen
aanvaarden? Of komt er een opstand, niet tegen politieke onderdrukking, maar
tegen economische ongelijkheid? Willen we als maatschappij het zo ver laten
komen, of handelen we tijdig om dit doemscenario te vermijden?

Nieuwe ideologieën

Terug naar onze
overheid en de druk op de ketel. De polarisatie sinds de laatste verkiezingen,  doorheen heel Europa, maakt pijnlijk duidelijk
dat de overheden, en in hun verlengde ook de maatschappij, krampachtig
evenwichtsoefeningen uitvoert. Ze proberen een balans te vinden tussen
belastingen, besparingen en sociale zekerheid. Maar tegelijkertijd willen ze
het kapitaal niet wegjagen. Een scenario dat gedoemd is te mislukken, zolang ze
vasthouden aan het traditionele denken uit de laatste eeuw.

Meer jobs creëren in een economie die minder
arbeid vraagt. 
Meer belastingen heffen op een bevolkingsgroep die gezamenlijk minder inkomen genereert. 
Meer betalen aan ziekte-uitkeringen voor een groep die het niet meer aankan
en dus ook minder bijdraagt aan de
economie en tevens meer uitgeven om die groep terug te activeren. 
Minder uitgeven aan onderwijs, gezondheid en cultuur in een samenleving die
daar dringend meer behoefte aan
heeft.

Eigenlijk kan het
probleem heel eenvoudig herleid worden tot één vraag.

Is er genoeg voor iedereen? 
Genoeg water, voedsel,
energie en basismiddelen om elke persoon te onderhouden? Zijn er genoeg
materialen om in infrastructuur voor de gemeenschap te voorzien, zoals  woningen en vervoer?

“The primary purpose of the capital tax is not to finance the social
state but to regulate capitalism. The goal is first to stop the
indefinite increase in inequality of wealth, and second to impose
effective regulation on the financial and banking system in order to
avoid crises.”
Thomas Piketty

De vraag “Is er genoeg geld?” is in wezen
zinloos en niet van belang. Geld is in het leven geroepen om de verdeling van
goederen en diensten te regelen, niet om ze te creëren. Als een overheid er
niet in slaagt om haar begroting op orde te stellen, is het probleem niet
zozeer dat er niet genoeg geld is. Het onderliggende probleem, de essentie van
de zaak, is dat ze er in feite niet in slaagt om de middelen van de gemeenschap
op correcte manier te verdelen. Toen we enkele jaren geleden de
“financiële crisis” meemaakten, heeft er niemand lege winkelrekken
opgemerkt. Er werd nog steeds genoeg geproduceerd voor iedereen, alleen waren
sommige mensen armer geworden en anderen rijker. Via belastinggeld werden
banken gered van het faillissement. De maatschappij werd armer en de banken nog
rijker dan ze al waren. Er is nooit sprake van een tekort, enkel van een
verschuiving. En het wordt hoog tijd dat er een verschuiving in de andere
richting in gang gezet wordt.

Een onvoorwaardelijk basisinkomen lijkt al een eerste
voorwaarde om onszelf veilig te stellen voor de komende veranderingen. 
Vermogensbelasting is een tweede punt waar duidelijkheid over
moet komen. Het is onaanvaardbaar dat mensen in armoede leven, terwijl
bedrijven en kapitaalkrachtige personen fortuinen geparkeerd hebben staan in
vastgoed, aandelen of bankrekeningen. Om terug te komen op het begin van dit
artikel : is het realistisch om te geloven dat iemand recht heeft op enorme
fortuinen die een normaal mens zelfs nooit zou kunnen uitgeven in één
mensenleven? Het geld op deze mensen of bedrijven hun bankrekening is altijd
verworven door de hulp van werknemers en klanten, van de maatschappij en het
staat daar niets te doen. Het zorgt er enkel en alleen voor dat goederen niet
meer gelijk verdeeld kunnen worden.
En als derde punt, een open
en transparante directe democratie.
Daarin moeten burgers geen vertegenwoordigers verkiezen die hun belangen
verdedigen, maar kan elke burger direct zijn mening of stem laten gelden bij
wetsvoorstellen. Dit is de enige manier om ervoor te zorgen dat de belangen van
de maatschappij gediend worden en niet de belangen van hen die de bevolking
moeten vertegenwoordigen, maar tegelijkertijd ook persoonlijk voordeel uit tegengestelde
belangen kunnen halen.

Blijven we de overheid
steunen in het nemen van kleine, vaak onpopulaire aanpassingen aan het systeem,
totdat we in chaos verzinken? Of stappen we er collectief uit en kiezen we
radicaal voor een nieuw, rechtvaardig alternatief?

Dat was de vraag uit
de inleiding van dit stuk. Het is aan u, de lezer, om er mee voor te zorgen dat
we gezamenlijk tijdig een nieuwe weg inslaan.

De toekomst start
vandaag!

dagelijkse newsletter

take down
the paywall
steun ons nu!