De Talennota Smet

De Talennota Smet

donderdag 25 augustus 2011 10:50

De Talennota Smet is een lijvig document: 42 bladzijden. Je wandelt in een bos maar je ontwaart de bomen niet zo goed meer (- waarmee ik een uitdrukking van “Le grand guignol” parafraseer bij mijn Eerste commentaar…, 11 augustus).

Hier een poging van kritische reconstructie. Wat volgt is niet het officiële Foyer-standpunt (_ dit volgt later, en hiervoor wordt tijd genomen), maar deze keer heb ik de nota dus wel zelf uitvoerig gelezen. Ik lees de nota met situaties als de Brusselse volksbuurten voor ogen en vermoed dat mijn bevindingen grotendeels ook wel opgaan voor Gent en Antwerpen, zij het dat in dit laatste geval het Turks verhoudingsgewijze misschien minder aanwezig is, ten voordele van het Arabisch.

Algemene bedenkingen:

(a) Wat soms te lezen staat, engageert mensen en instanties die zich buiten het onderwijsveld bevinden, bijvoorbeeld de integratie- en de inburgeringssector (waarvan minister Bourgeois zonet bepaald heeft dat bv te Brussel de VGC de regierol heeft).

(b) Van enkele voorstellen zal voorspelbaar nooit iets terecht komen. Voorbeeld: het opnemen van de taal van een EU-land of van een BRIC-land op niveau secundair onderwijs (los van het Frans, Engels, Duits, Italiaans of Spaans), tja, de nota geeft zich zelfs de moeite alle EU talen op te noemen (Maltees, enzovoort). (Turkije wordt noch als Europees land noch als mogelijk BRIC land gezien. Een echt goede inschatting lijkt me dit niet te zijn en evenmin is dit een positief signaal naar de Turkse gemeenschap in ons land.). 

Indrukken die bijblijven:

Indruk na eerste lezing: rond de tafel hebben experten gezeten die van grote overzichtsplannen houden. Of hun expertise met scholen in volkse buurten even ver reikt, durf ik betwijfelen. Ik vermoed dat een of ander academicus mee aan tafel gezeten heeft – want ik herken sommige uitdrukkingen – maar men is daarbij op de administratie onderwijs wel héél selectief geweest en weinig respectvol voor het academisch pluralisme.).

Een voorbeeld nu van wat me van weinig concrete terreinkennis lijkt te getuigen: de integratie van anderstalige nieuwkomers in het lager onderwijs. Voorstel van beslissing van de minister: vier weken taalbad, waarna testing, zo nodig nog eens vier weken taalbad, en dan opname van de leerling in de klas.

Oké waar het om één leerling gaat, al zou zelfs dit al onrealistisch kunnen zijn. Maar wat als het om zes, zeven leerlingen tegelijk gaat? Vier à acht weken is gewoon te kort. Storend is de idee dat indien de kinderen niet kunnen  volgen, ze maar ‘verplicht’ lessen moeten volgen buiten de lesuren. Wie organiseert dit? Moeten de ouders – meestal kansarmen – betalen? Voorspelbaar: een toename te Brussel van de doorverwijzingen naar het Franstalig onderwijs, “in het belang van het kind”.

Vooruitzichten:

(1) Wat zal niet goed werken?  De opname van het Italiaans, Spaans, Turks of Arabisch voor kinderen enkel en alleen op het niveau van het kleuteronderwijs. Immers, geen enkele ambassade zal daarvoor tussenkomen als er geen vervolg is in het lager onderwijs.

De Italiaanse ambassade voorziet zelfs geen leerkrachten voor het kleuteronderwijs. Bovendien is het systeem via ambassadepersoneel in het verleden geen goede optie gebleken. Blijft dus enkel over: het toevallig vinden van een allochtone kleuterjuf, zoals sommige kleuterjuffen nu al in West-Vlaanderen in het West-Vlaams bezig zijn in hun klasjes.

Heeft een aanbrengen van Turks of Spaans op kleuterniveau zin, als er geen verlengstuk is in het lager onderwijs? Onze ervaring is dat wanneer je meerdere talen in een leerproces betrekt, juist lange termijn denken belangrijk is. De voorgestelde maatregel heeft als gevolg dat een zinvolle omgang met thuistaal op korte termijn ook in het kleuteronderwijs zal doodbloeden. Of is dit hetgene wat men eigenlijk bedoelde?

Want zie, juist in het lager onderwijs, mogen de allochtone thuistalen volgens de ministeriële nota niet gebruikt worden, zelfs niet in de context van taalinitiatie. Aangenomen dat taalinitiatie bedoeld is voor kinderen die een taal helemaal nog niet kennen, dan nog is het jammer dat in een school als KA Etterbeek (Brussel), waar nogal wat Italiaanse kinderen school lopen, de niet-Italiaanse kinderen geen taalinitiatie in het Italiaans mogen krijgen, maar bijvoorbeeld wel in het Duits.

Of op Sint-Jan Berchmans  (Brussel), waar nogal wat Latino en Spaanse kinderen zijn, daar zullen weerom niet-Spaanstalige kinderen wel taalinitiatie mogen krijgen in het Duits maar niet in het Spaans. Dat daarmee de kans op een positieve onderlinge interculturele waardering verkeken wordt, ontgaat de opstellers van de nota helemaal. Men had zulke taalinitiatie nochtans perfect kunnen verzoenen met een OETC “light” voor de betrokken Spaans- en Italiaanstalige kinderen.

(2) En dan het lot dat de Turkse taal beschoren is. Dat is, binnen het leerplichtonderwijs, voor buiten de uren, na eventueel in het kleuteronderwijs wat Turks gekregen te hebben, en mits betaling. Bijkomende voorwaarde: de kinderen mogen geen achterstand hebben in het Nederlands. Het is dus niet echt voor GOK kinderen. Achterliggende gedachte: een allochtone thuistaal blijkt hoe dan, in de ogen van de meeste betrokkenen bij het opstellen van de nota, een rem te zijn bij het aanleren van het Nederlands. 

(3) Wat mag je verwachten dat zal gebeuren te Brussel? Voor Turks komen de kinderen terecht in de moskeeën, voor Spaans in het verenigingsleven of in de kerken, zoals in de jaren ’70, en zoals nu al het geval is met de Arabische lessen. Jonge anderstalige nieuwkomers worden zoveel mogelijk afgevoerd naar het Franstalig onderwijs.

Sterkte en zwakte:

Frans en Engels doen hun intrede als instructietalen (= CLIL) en niet alleen als vaktalen in het secundair onderwijs. Veel Duits CLIL aanbod zal er niet zijn. In het lager onderwijs zal niets veranderen. Dat Engels en Frans een belangrijker plaats krijgen in ons onderwijs, is een stap vooruit. Maar het zal heel veel tijd vergen vooraleer het niveau hier echt goed wordt.

De rest van de nota is echter zowel vanuit Europees als vanuit intercultureel perspectief bijzonder betreurenswaardig. Je kan op vlak van interculturalisme en thuistaal niet als innovatief voorstellen, wat reeds in de jaren ’70 voorbijgestreefd was. Ik ben benieuwd welke de vooruitzichten zijn voor Gent, een stad waar traditioneel op boeiende wijze met onderwijs omgegaan wordt, maar die nu dus ook met het tekort aan terrein-ervaring van een onderwijsminister geconfronteerd wordt.

Conclusie.

Positief in de nota is de aandacht voor meertaligheid, talensensibilisering en taalportfolio. Maar enkel deze CLIL voorstanders die het Engels of het Frans als instructietaal in het secundair onderwijs promoten (- wie doet dit met het Duits?), zullen de nota verdedigbaar vinden. Andere CLIL voorstanders, zoals de medewerkers op Foyer, die een ruimer aanbod en vooral een bijzondere aandacht voor de intrinsieke capaciteiten van de zogenaamde zwakkere leerlingen verhoopten, en eigenlijk diegenen zijn die jarenlang de meertaligheid op het terrein waargemaakt hebben, zitten in zak en as omwille van de vele gemiste kansen. Ze zullen niet de enigen zijn die zwaar ontgoocheld zijn.

Dit is een talen-nota geschreven op maat van middenklasse gezinnen en die vermoedelijk ook danig evident zal ogen in kringen van bepaalde ondernemers. Alhoewel ik hier niet zou willen veralgemenen, want daar leeft soms meer realisme en openheid dan men denkt. Je voelt dit middenklasse-denken zo met je vingertopppen aan: hier waren mensen aan het schrijven die weinig empathie hebben voor wat in volksbuurten leeft aan positief cultureel kapitaal. Het is hun wereld niet.

Mijn kritische reconstructie is wat verwarrend? Sorry, maar de talen-nota zelf is ook allesbehalve zeer duidelijk in haar opbouw..

dagelijkse newsletter

take down
the paywall
steun ons nu!