De superwinsten en markprijzen in de visdistributie

De superwinsten en markprijzen in de visdistributie

donderdag 15 augustus 2013 17:34

Het is gemeengoed om te veronderstellen dat een slinkend aanbod en een constante vraag resulteert in een algemene prijsstijging van visconsumptie. Hoewel het verhaal aan de aanbodszijde klopt door het effect van algemene overbevissing, blijkt de prijszetting niet bepaald te worden door een eenvoudig verschoven aanbodcurve. De bekomen prijzen van visveilingen en deze gevonden in detailhandel en horeca blijken vermeerderd te zijn met factor  2,5 tot factor 900, afhankelijk van de soort vis.

Vergelijking tussen productieprijzen en marktprijzen

De term “productieprijs” is enigszins problematisch, omdat in de vishandel aan aanbodszijde niet kan gewerkt worden met een model van constante kosten. Vis kan niet volgens gestandaardiseerde manier worden gereproduceerd. Bij een dalende aanbodscurve zal de visser minder visopbrengst hebben in een bepaalde tijdseenheid of op een bepaalde oppervlakte. Enigszins kan de “zoekkosten” worden gereduceerd door meer efficiënte vaartuigen in te zetten, maar op lange termijn blijkt dit weer noodlottig te zijn voor de reproductie van het visbestand. Geconcludeerd kan worden dat de “productieprijzen” zullen stijgen, maar de vraag resteert hoe deze worden doorgerekend in de marktprijzen. Het personeel van het visserijbedrijf NV Irina’s & Co heeft in Heist en Zeebrugge bij de lokale detailhandel een korte enquête gehouden voor enkele vissoorten met wisselende prijsklassen:

Tong: factor 2,5 (absolute cijfers: 10,67 €/kg => 27€/kg)

Pladijs: factor 13,75 (absolute cijfers: 0,40 €/kg => 5,50 €/kg)

Rog: factor 900 (absolute cijfers: 0,02 €/kg => 2,76€)

Hoewel de factors worden beïnvloed door de inherente kwaliteit van de vis, is de formatie van marktprijzen opzienbarend. Blijkbaar is de prijstransformatie tijdens de distributie en verwerking tot de uiteindelijke klant exponentieel te noemen. Om de analyse te vereenvoudigen, wordt uitgegaan van een gelijkstelling van “productieprijs” aan veilingprijs in de vismijnen. De winstmarge van de kleine visserijbedrijven zijn in de factorberekening marginaal te noemen.

Spelers, superwinsten en prijsformatie

Volgende spelers zijn belangrijk in de distributie van de vis:

  1. Enkele grote visdistributiebedrijven. Deze bepalen in grote mate de initiële veilingprijs door de schaalgrootte betreffende aankoop. Door deze positie, gesterkt door vaste contracten met enkele belangrijke spelers in de groothandel, hebben andere spelers geen zeg in de prijsformatie. Met andere woorden, deze visdistributiebedrijven zijn absolute price-makers, waarbij de controle over distributienetwerken zorgen voor een hoge en stabiele markup (verschil tussen aankoop en doorverkoop). De visserijbedrijven, veelal kleine ondernemingen, zijn absolute price-taker. Tevens hebben distributiebedrijven zeer voorspelbare vaste kosten (naar alle waarschijnlijkheid dalend). Hier wordt voor het grootste deel factor-verschil gemaakt door wat superwinsten kan genoemd worden. Zij kunnen de kosten ook drukken door scherpe contracten te onderhandelen met vaste partners in de transportwereld. Opnieuw is zij hier voornamelijk een price-maker.
  2. Groothandel en grote supermarktketens. Groothandelsbedrijven zijn de intermediaire speler in het distributienetwerk. Deze groothandel kan zich focussen op uitsluitend vishandel, maar evengoed is vishandel louter een klein deel van haar activiteiten. De grote supermarktketens hebben enigszins meer speelruimte om het winstvolume te vergroten doordat onderlinge prijscompetitie voor dit product relatief beperkt is. Tegelijkertijd is de market power van de supermarktketens veelal groot in het onderhandelen van vaste prijstransacties. Deze spelers zijn dan ook relatieve price-makers. 
  3. Horeca, detailhandel en consumenten. Dit zijn, mits enkele uitzonderingen in bepaalde niches, price-takers en hebben veelal een constante en voorspelbare vraagcurve. De detailhandel kan de marges enigszins vergroten doordat zij ook kan steunen op extra-economische factoren zoals een vast klantenbestand en het idee van ambachtelijkheid.

De grote verschillen in de prijsvorming worden dus gemaakt bij de visdistributeurs, groothandel en supermarktketens. Alle kostenfactoren in acht genomen, wordt de prijs bepaald door oneven market power, wat resulteert in superwinsten. De grote verliezers zijn de initiële producenten en de uiteindelijke consumenten.

De onderliggende perverse logica van deze superwinsten maakt dat de vissers zich nog meer zullen richten naar technologische technieken gebaseerd op efficiëntie per tijdseenheid/oppervlakte en output, wat het visbestand alleen maar meer schade zal toebrengen. De zeg van de consument is hierin quasi nihil, tenzij een aanzienlijk segment beslist een boycot uit te voeren. Dit lijkt onwaarschijnlijk. Alleen een externe ingreep door overheidsmaatregelen kan de visserij beter beschermen en de gevoerde strategie van superwinsten bestrijden. Voer voor beleidsdiscussie.

dagelijkse newsletter

take down
the paywall
steun ons nu!