De stommiteit van de statutaire stop

De stommiteit van de statutaire stop

dinsdag 3 oktober 2017 15:59




Wat doen 18 jaar zonder statutaire aanwervingen met een openbare dienst – de casus VRT

Het zomerakkoord van de regering Michel wil een einde maken aan de aanwerving van statutaire ambtenaren, behalve in het geval van enkele “gezagsfuncties”. Voor de rest zou enkel nog gewerkt worden met contractuelen en zelfs met precaire statuten zoals uitzendarbeid. In de praktijk komen daar nog (schijn)zelfstandigen en onderaannemers bij. Het vast benoemd ambtenarenkorps zou op die manier op termijn uitdoven. Dit is exact het mechanisme dat op de VRT al bijna twintig jaar in voege is. Door sommigen wordt de VRT op die manier beschouwd als het labo van de regering op het vlak van tewerkstelling.

De ACOD-VRT heeft haar ervaringen van achttien jaar statutaire stop gebundeld in dit dossier, als proefdieren uit het experiment die hun eigen verslag schrijven. Achttien jaar heeft achttien vaststellingen opgeleverd, die met meer voorbeelden kunnen worden gestaafd dan er in dit dossier plaats voor was. Onze conclusie bij die achttien vaststellingen is dat de afschaffing voor de statutaire benoeming geleid heeft tot vier negatieve effecten: slecht voor de samenleving, slecht voor de openbare diensten, slecht voor alle werknemers in de openbare diensten en slecht voor alle arbeiders en bedienden, ook buiten de openbare dienst.

Achttien vaststellingen bij de statutaire stop

vaststelling één: het invoeren van de statutaire stop was gebaseerd op leugens

Twintig jaar geleden was het argument om niet langer statutaire krachten aan te werven grotendeels als volgt: statutairen zouden uitgebluste regelneven zijn waar je weinig tot niks mee kan aanvangen. Talrijke diensten werkten nadien nog 10, 15 jaar en tot nu toe met een gemengde ploeg van statutaire en contractuele collega’s. Ondanks de verschillen in loon en werkzekerheid is het voor de meeste werknemers een raadsel of hun collega statutair of contractueel is. Met andere woorden: niemand ziet het verschil. Iedereen werkt en werkte even gemotiveerd voor de openbare omroep.

Vaststelling twee: de onafhankelijkheid van de werknemer is ondermijnd – de geloofwaardigheid van de openbare omroep gedaald

Het statuut van de ambtenaar is ingevoerd om de ambtenaar onafhankelijk van politieke en commerciële beïnvloeding hun werk voor de gemeenschap te laten doen. Voor de VRT is dat in de eerste plaats cruciaal voor de journalisten. Toen statutair journalist Maurice De Wilde indertijd straffe interviews maakte voor zijn reeks over de collaboratie, viel de politie binnen op de BRT om beslag te leggen op de uitzendbanden. Het was de toenmalig administrateur-generaal die dat verhinderde en een proces verbaal aan de broek kreeg. Hoe anders gaat het nu: onlangs kreeg een contractueel journalist de heersende politiek over zich heen door een interview met een zelfverklaard Syriëstrijder en werd hij bovendien door de toenmalige hoofdredactie publiek teruggefloten. Redactie en redactieraad hebben een lange strijd moeten voeren om het gedrag van de leiding te corrigeren.

Maar ook misbruiken die in alle openbare diensten kunnen plaatsvinden (persoonlijke verrijking, vriendjespolitiek bij bestellingen) kunnen in een contractuele omgeving veel moeilijker aangeklaagd worden. Ondanks deontologische codes, integriteitscharters en sterke vakbonden, stelt een individuele contractueel zich nog altijd bloot aan sancties als die gaat klokkenluiden.

Vaststelling drie: het statuut zorgt voor kalmte en zekerheid en geeft mensen de kans te groeien in de job

De meeste mensen moeten werken voor de kost en willen ook werken om bij te dragen tot de samenleving. De arbeidersbeweging heeft er meer dan 100 jaar voor gestreden om dat werk in menswaardige omstandigheden te doen. Het ambtenarenstatuut is één van die menswaardige statuten. Een ambtenaar draagt bij tot de samenleving zonder dat hij voortdurend moet vrezen voor ontslag en aanslagen op zijn persoonlijke en professionele integriteit. Nu is de tewerkstelling op VRT veranderd in een wirwar aan statuten, waarin ook de overblijvende statutairen geen zekerheid meer hebben.

Vaststelling vier: statutaire aanwerving is eerlijker en duidelijker

Vroeger waren op de VRT serieuze vergelijkende examens, waar iedereen aan kon meedoen. Elke burger met de juiste diplomavereisten had een eerlijke kans op een job bij de openbare omroep. Na een stage werd men vast benoemd. Nu wordt dikwijls gerekruteerd in een kleine vijver en doet vriendjespolitiek zijn intrede. In naam is de norm op VRT het contract van onbepaalde duur, in de praktijk zijn er almaar meer contracten van bepaalde duur (driemaal, viermaal na elkaar), uitzendarbeid (eventueel afgewisseld met periodes van contract of geen werk) en valse zelfstandigen.

Vaststelling vijf: statutaire lonen verdwijnen als referentie

De statutaire loonbarema’s zorgen voor zekerheid van toekomstige verdiensten – na de statutaire stop hebben de lonen van de contractuelen ook de barema’s verlaten, wat tot lagere lonen, onzekerheid en willekeur heeft geleid. In andere openbare diensten hebben de contractuelen wel nog barema’s, maar ook daar is dit scenario niet ondenkbaar en een volgende stap in de deregulering van de arbeid. Daartegenover staat dat ook de statutairen nadelen ondervonden van het naast elkaar bestaan van twee stelsels – zo misliepen statutairen promoties omdat ze “te duur” waren (in vergelijking met contractuelen).

Vasstelling ZES: gegarandeerde gendergelijkheid kalft af

Bovendien worden binnen het statuut mannen en vrouwen gegarandeerd gelijk behandeld – in de hele maatschappij zien we de daaraan tegengestelde mechanismen van discriminatie.

Vaststelling zeven: de statutaire stop leidde tot spanningen tussen collega’s

Het naast elkaar laten bestaan van verschillende statuten is een typisch voorbeeld van het verdeel-en-heers-mechanisme. Het is uiteraard niet aangenaam om te weten dat een collega die exact hetzelfde werk uitvoert als jezelf andere rechten en andere loon- en arbeidsvoorwaarden heeft. Dit heeft tot spanningen geleid en tot het tegen elkaar opzetten van de verschillende groepen.

Vaststelling acht: statutaire collega’s zijn loyaler tegenover de werkgever en zorgen voor een beter kennisbehoud

Een dikwijls vastgesteld mechanisme is dat iemand de stiel leert in de openbare dienst om dan voor betere voorwaarden te kiezen op de privémarkt. Uiteraard is dat legitiem, maar door het statuut kan de overheid de goeie werkkrachten langer aan zich binden.

Investeren in mensen zorgt voor het behoud van de kennis van het vak en voor een grotere continuïteit van de openbare dienst.

Vaststelling negen: contractuele collega’s genieten later van een lager pensioen

Het ambtenarenpensioen is in België het enige op leefbaar niveau. Een contractueel pensioen bedraagt na een gelijkaardige loopbaan, dus met even grote inspanning van de collega, ongeveer de helft van een ambtenarenpensioen. Zelfs het aanvullend pensioenfonds van de VRT voor contractuelen rijdt dit verschil niet dicht.

Vaststelling Tien: extra kosten voor de overheid door minder actieve statutairen

Het principe van de sociale zekerheid en van de pensioenen is dat een deel van het loon van de actieven wordt gebruikt om de pensioenen te betalen. Zolang de statutairen het gros uitmaakten van het actief en van het gepensioneerd deel van het VRT-personeel was er geen probleem om de pensioenen te betalen vanuit VRT-middelen (via een pensioenfonds). Nu echter de meerderheid van de VRT-werknemers bijdraagt aan de pensioenen via de bijdragen aan de werknemers-RSZ, moeten er extra middelen gezocht worden om die statutaire pensioenen te betalen. Die middelen zijn gevonden, maar kosten de gemeenschap wel bakken geld. De statutaire tewerkstelling behouden als norm had die extra-kosten vermeden.

Vaststelling elf: Hoe kleiner de groep statutairen, hoe meer hun rechten worden ondermijnd

Toen de contractuele tewerkstelling de norm werd, zijn de rechten van de statutairen goed beschermd. Dit in tegenstelling tot dezelfde operatie bij andere openbare diensten, waar men zelfs voor de kleinste promotie zijn statuut moest opgeven. Hoe kleiner echter de “restgroep” hoe meer aan de rechten wordt geraakt – niet verwonderlijk vanuit syndicaal oogpunt: de kleinere aantallen hebben het draagvlak voor het statuut ondermijnd. Ook worden nu – in een “eindfase” van de statutaire tewerkstelling op de VRT – toch statutairen met allerlei methodes aan de deur gezet. Twintig jaar geleden was dit ondenkbaar.

Vaststelling twaalf: privileges door auto’s en loonsverhoging bij vedetten

Op zeker ogenblik werd de vedetten-status ingevoerd bij journalisten, hoewel dit in het redactiestatuut en de deontologische code verboden was. De zogenaamde topjournalisten heeft men dan hogere lonen en een bedrijfswagen aangeboden. Dit was een fundamentele inbreuk op de bedrijfscultuur om de gemeenschap te dienen. Later is dat ook toegepast op hogere statutaire lonen binnen de rest van het personeel: zij konden zich verbeteren door contractueel te worden met een hoger loon. De redelijke en aanvaardbare loonspanning binnen de statutaire barema’s werden zo losgelaten voor de privélogica: de armen armer, de rijken rijker.

Vaststelling dertien: slechtere kwaliteit leidinggevenden

Zonder enig wetenschappelijk argument werd beslist in de omvormingsdecreten van de BRT naar de VRT, NV van publiek recht dat een 50-tal managers geen statutair konden zijn. Dit leidde tot talrijke wantoestanden. Bovendien begon een eindeloze import van onbekwame leidinggevenden, dikwijls gebuisd in privébedrijven via vriendjespolitiek de organisatie binnen. Op zeker moment was het waterhoofd zo groot dat de overheid moest ingrijpen en een crisismanager naar de VRT stuurde; het hele directiecomité werd opgekuist en de crisismanager leidde met drie ex-statutaire directeurs de VRT. Van de contractuele instroom was niemand van voldoende kwaliteit om te blijven.

Vaststelling veertien: privatisering en samenwerken met de privé

Er is geen enkele aantoonbare reden dat statutaire werknemers minder goed samenwerken met privépartners, het tegendeel wordt in verschillende openbare diensten bewezen. Bovendien hebben de statutaire ambtenaren betere tools in handen om al overheidsdienst de klant te blijven en de privéfirma de leverancier.

In recentere tijden zijn pogingen om ganse diensten te privatiseren makkelijker gebleken wanneer het hele personeel al contractueel was. De volledige werkzekerheid gaat er op die manier op achteruit.

Vaststelling vijftien: Open deur voor slechtere loon- en Werkomstandigheden in de rest van de audiovisuele sector

Bij de opstart van de private TV-zenders en het begin van de productiehuizen in de jaren ’90 was de VRT de norm qua loon, werkomstandigheden en –reglementen. Doordat deze met de statutaire stop verslechterd zijn op de VRT, is ook de ruimte gecreëerd om die in de private sector te verlagen.

Vaststelling Zestien: extra werk voor de vakbond

Als vakbond op de VRT moeten we nu op de hoogte zijn van alle aanwezige statuten: vast benoemd, contractueel (on)bepaalde duur, uitzendkracht, schijnzelfstandige, … om al deze collega’s correct te kunnen bijstaan. Bovendien zijn we verantwoordelijk voor de eensgezindheid onder al die statuten. Door de vrijemarkt- en managerlogica in te voeren op het hoogste niveau, zijn het bovendien vooral het personeel en de vakbonden die de omroep als openbare instelling moeten verdedigen. Een sterke en bewuste vakbondswerking kan dit wel allemaal bolwerken, maar het is niet altijd langer mogelijk om in de diepte te werken.

Vaststelling zeventien: minder collectieve sociale bescherming

Door het uitdoven van het statuut, maar niet het overnemen van de cao’s en vakbondsrechten uit de privé is de VRT qua sociale bescherming in een schemerzone terechtgekomen. Dit zien we het scherpst bij de uitzendkrachten op de VRT.

Vaststelling Achttien: controle door sociale inspectie is onmogelijk

Normaal zou je verwachten dat een overheidsinstelling als eerste de sociale wetgeving zou respecteren. Het zijn tenslotte hun eigen wetten. Zolang ambtenaren de dienst uitmaakten, was dat de logica zelf. Door de import van managers en andere leidinggevenden uit de privé verdween ook het respect voor de sociale wetgeving en rechten van de werknemers. De sociale inspectie kan echter niet optreden omdat ze enkel bevoegd zijn voor de echte privébedrijven.

Conclusie

Elk van de bovenstaande achttien vaststellingen kunnen we indelen in vier categorieën:

  1. De statutaire stop is slecht voor de samenleving: minder goeie dienstverlening & minder onafhankelijkheid van de openbare dienst.
  2. De statutaire stop is slecht voor de openbare diensten: de interne tegenstellingen zorgen voor inefficiëntie en slechtere organisatie.
  3. De statutaire stop is slecht voor alle werknemers in de openbare diensten: contractuelen kunnen niet langer genieten van een beter statuut, waardoor de norm verlaagt en ook de statutairen slechter af zijn.
  4. De statutaire stop is slecht voor alle andere werknemers: de rechten van statutaire ambtenaren zijn altijd een referentie geweest voor de rest van de arbeidsmarkt. De ongelijkheid tussen de verschillende statuten is een sterk argument om de rechten van bedienden, arbeiders en ook werkzoekenden te verbeteren. Het raken aan de rechten van elk van deze statuten zorgt voor een race to the bottom waarin elke werkende mens slechter af is.

Het is ongetwijfeld zo dat de statutaire benoeming onder vuur ligt in de publieke opinie. Het effect van decennialange propaganda en het door het slijk halen van het imago van de vast benoemde ambtenaar kan niet zomaar in korte tijd worden omgekeerd. Met dit dossier probeert ACOD-VRT een juist beeld te scheppen van hoe het raken aan de vaste benoeming niet een beslissing is waar andere groepen in een organisatie beter van worden. An injury to one is an injury to all.

Voor ACOD-VRT, Wies Descheemaeker, +32 486 78 73 79.

dagelijkse newsletter

take down
the paywall
steun ons nu!