De slimste collega’s ter wereld

De slimste collega’s ter wereld

vrijdag 19 december 2014 11:05

Vanmorgen kwam ik binnen op kantoor en het begon, zoals zo vaak, met een krantenkop. Op het
bureau van een collega lag de krant open met als voorpaginanieuws “Adil El Arbi
wint de slimste mens!”. Op zich trok de kop mijn aandacht niet echt, ik ben
namelijk geen slimste mens aanhanger. Wat mijn aandacht trok waren de twee
collega’s die het nodig vonden om hierover hun bemerkingen te maken. “Doorgestoken
kaart! Alles om aan hun quota’s te geraken! Hoe kan nu zo iemand slimste mens
zijn!” Deze twee collega’s waren het onderling over eens dat het een
aanfluiting was. Het zette mij weer aan het denken. Moet ik hier op ingaan? Wat
brengt het mij op? Heeft de heer El Arbi er iets aan als ik hier iets van zeg? Heeft
de Marokkaanse gemeenschap hier in Antwerpen er iets aan als ik mij bemoei in
een discussie waar ik geen actieve deelnemer van was? Ik weet dat deze twee
mannen de braafste wezens zijn die men zich zou kunnen bedenken. Geen vlieg
doen ze kwaad. Daarom de droefenis in mijn ogen als ik mensen zoals hen zo hoor
spreken.  

Leven in de dualiteit waarin ik mij de laatste jaren
constant weet te bevinden is niet fijn om te beseffen. In hoeverre compromitteer
ik mijn eigen geweten om mijn leven te vergemakkelijken? Waarom heb ik te lang
gedrag en uitspraken van goede mensen rondom mij weten te vergoelijken in de
wetenschap dat deze linea recta tegen mijn gericht zijn, zij het
onrechtstreeks. Waarom heb ik leren aanvaarden waarom mensen mij pas voor vol
aanzien als ze enkele woorden met mij hebben gewisseld?

Net zoals in mijn vorige bijdrage moet ik in de eerste
plaats kijken naar mijzelf. Ik leef graag een comfortabel leven. Daar is an
sich niets mis mee.  Ik en mijn vriendin
zijn aan het timmeren aan de weg zoals zovele leeftijdsgenoten dat doen. Elk op
hun manier. Timmeren aan de weg staat ook gelijk aan vasthouden aan dat kleine
beetje dat je tot dan toe hebt weten te vergaren. Je bouwt op en tracht de
risico’s tot een minimum te herleiden. In de praktijk heeft dit tot gevolg dat
je je op het werk een professionele houding  aanmeet. Dit om je job zekerheid niet in
gevaar te brengen.

Het verwarren van een professionele houding met het negeren
van je eigen geweten is de grootste fout die ik mij heb aangedaan. Het is een
luxe om te leven volgens je geweten maar als die even vaak als de mijne op de
proef gesteld werd, is de vraag noodzakelijk of je hier geen verandering in
moet brengen. Had ik van het begin af aan duidelijk geweest over hoe ik denk
over zaken zoals gelijkheid, etnische verschillen, nepotisme en discriminatie, had
ik mij dan nu niet in vraag moeten stellen. Nu loop ik achter op de feiten en
lijkt het proces tot verandering onomkeerbaar.

Maar wat te doen? Het minzaam knikken en stilzwijgen lukt me
moeilijker en moeilijker. En zo zou het ook niet mogen zijn. Laat ik het los en
confronteer ik hen met mijn gevoel? Laat ik hen de twee bijdrages voor ‘De Wereldmorgen’
lezen? Geef ik het op en zoek ik ander werk? Zal het op een ander beter zijn? Ik
betwijfel dit ten zeerste. Zoals eerder beschreven zijn dit allemaal stuk voor
stuk brave mensen die niets slecht in de zin hebben. Zij lijken me allemaal product
van een samenleving dat hen van jongs af aan programmeerde om met angst te
leven. Angst voor al wat niet lijkt op henzelf. Angst die zich vertaalt in
harde, repressieve taal. Moet ik het dan maar zo laten? Op die vraag moet ik
het antwoord schuldig blijven.

Deze verzuchtingen verbleken in het niets bij grote
wereldproblemen. Zaken waarbij de kleine problemen in een westerse samenleving
weinig bestaansrecht lijken te hebben. Maar dat wil niet zeggen dat ze niet
reëel zijn. Ze zijn echt en ze verdwijnen niet zomaar. Het speelt zich af in
een kantoor, een voetbalploeg, een café, een festival, een jeugdbeweging. Het speelt
zich af in de plekken die we frequent bezoeken, bij de mensen waarbij we ons
thuis voelen.

Maar voor nu wens ik me deze kleine ongemakken niet aan te
trekken. Het is bijna kerstmis en dat is een tijd om de warmte van familie en
vrienden op te zoeken. Zonder vraagtekens en zonder schroom. Weldra klinken  ik en mijn collega’s  op een fijne kerst en een voorspoedig
nieuwjaar. ieder van hen gaat mij deze voorspoed toewensen. Net zoals ik het
hen, gemeend, toewens. Grote voornemens en actieve burgerzin laat ik rusten tot
het begin van het nieuwe jaar. Ik hoop dat iedereen deze tijd kan aanwenden om
hetzelfde te doen als ik.

Fijne kerst!

Joris

dagelijkse newsletter

take down
the paywall
steun ons nu!