De reportages over Tibet op TV1 in het ‘Journaal’, in ‘Ter Zake’ en in de Zevende Dag’ (week 6-13/9).
Tibet -

De reportages over Tibet op TV1 in het ‘Journaal’, in ‘Ter Zake’ en in de Zevende Dag’ (week 6-13/9).

dinsdag 12 oktober 2010 13:04

De China-correspondent van de VRT in Peking, Tom Vandeweghe, mocht mee op een persreis van één week naar Tibet, gesponsord en begeleid door de Chinese overheid. Daar waar zijn doen en laten in de rest van China vrij onbeperkt toegelaten wordt, is dit niet het geval voor de regio Tibet. Daar mogen buitenlandse journalisten niet vrij binnen, enkel via groepjes, die door de overheid omkaderd worden en een vast bezoekenprogramma moeten volgen. Men kan dit goed of slecht vinden, feit is dat de Chinese overheid de regels bepaalt en niet de journalisten. De Chinese overheid heeft daar haar redenen voor: in het internationale mediagebeuren is China nog een heel zwakke speler. Rond de kwestie Tibet volgt de grote meerderheid van de internationale pers eerder de anti-Chinese stellingen van de dalai-lama, die met zijn gesponsord wereldnetwerk een veel krachtiger mediaspeler is dan de Chinese overheid. Dat de journalisten dalai-lama-gezind zijn blijkt dan wanneer deze laatste in het Westen op tournee is of wanneer er rellen zijn in Tibet. Voor China is de dalai lama een politieke figuur – geen religieuze – die op etnische basis “Groot-Tibet” (tweemaal het huidige Tibet, vijf maal Frankrijk) wil losweken van China – om China te verzwakken – en het in de Westerse invloedssfeer wil brengen. Zijn hoofdsponsor is de Amerikaanse staat. De Chinese overheid beseft goed dat een aangewakkerd nationalisme het land kan doen uiteenspatten en dat niemand daar baat zou bij hebben. China telt 54 etnische groepen. Er bestaat grote autonomie voor gebieden waar een bepaalde bevolkingsgroep in de meerderheid is, op economisch, sociaal en cultureel vlak. Toch zijn cultuurverschillen en verschillen in bevolkingsgroepen niet zomaar binnen enkele generaties tot harmonieus samenleven te brengen. Vooral wanneer er politieke spelers zijn, die met grote middelen het separatisme prediken. Wij, Belgen, moeten niet naar Tibet gaan om dat te weten.

Vergeten we niet dat de huidige dalai lama de opperbevelhebber was – vanuit Indië – van een gewapende onafhankelijkheidsstrijd voor Tibet, van 1959 tot 1972. In het Indiase leger is er nog steeds een Tibetaanse eenheid, bemand door Tibetaanse vluchtelingen en waarover de dalai lama zijn zeg heeft (bv Indië laat die eenheid optreden in Kasjmir tegen de moslimrebellen. Daar moest de dalai lama zijn zegen over geven, wat hij ook letterlijk gedaan heeft[1]). Binnen de Tibetaanse gemeenschap in Indië[2] is de grootste politieke groep (TYC)[3] nog steeds openlijk voorstander van geweld voor onafhankelijkheid. Deze organisatie krijgt werkingsfondsen van het bureau van de dalai lama. In de onderhandelingen tussen Peking en de dalai lama vraagt China dat deze laatste TYC niet meer zou steunen, maar dat weigert hij in naam van de ‘vrijheid van opinie en actie’. In die omstandigheden is de dalai lama niet meer welkom in China en zeker niet in Tibet, noch als persoon, noch als beeltenis om bij te bidden.

Tegenover de internationale pers, die al van buitenaf stevig meestookt met dit Tibetaans separatisme, staat China zeer argwanend. China wenst van geen kanten het oplossen van etnische tegenstellingen te bemoeilijken door ondermeer de ‘vijandige’ internationale pers er vrij te laten rondlopen. Tijdens zijn bezoeken en ontmoetingen neemt de VRT-correspondent constant het woord “dalai lama” in de mond. Het is te begrijpen dat hij zich ergert aan de beperking van zijn bewegingsvrijheid, maar aan de andere zijde (die van China) zou ik ook geërgerd zijn. Met zoiets komt men dus geen stap verder. Dat is ‘kat en muis’ journalistiek, een beetje sensatie, weinig duidend.

Maar naast het laten kennen van zijn ‘ergernis’ geeft hij ook informatie. Ja, toch… Zowat de volledige lijst van gekende kritieken op het Chinees beleid in Tibet. Ter plaatse zijn wel enkele illustrerende beelden te vinden, soms begeleid door enkele trefzinnen. De uitzendingen lijken dus meer op een geïllustreerde ‘boodschap’, dan op ‘informatie’. Bovendien is die vrij gelijklopend met wat het Tibetaans separatisme verkondigt. Dat is jammer, want die kenden we al. Wie ongeïnformeerd naar de uitzendingen keek, kan alleen maar de Han Chinezen in Tibet hatelijk vinden. Dat sluit aan bij wat de dalai-lama vertelt: “de Han-Chinezen buiten!” (En dan nog uit “Groot-Tibet”, dat zijn er bijna 10 miljoen!).

Enkele passages:

“Ze (de Han) nemen ons werk af” (hij toont ‘twee’ Han-Chinezen, die hem zeggen dat er in Lhasa wel iets te verdienen valt. Geen cijfers of zoiets). Het is wel waar dat de gemiddelde Tibetaan een opleidingsachterstand heeft ten opzichte van de gemiddelde Han Chinees. Daar zijn agrarische verklaringen voor.

 

“de muren hebben oren, overal luistert iemand mee, de mensen kunnen hier niet zeggen wat ze willen” (mijn ervaring: ik heb gewone open gesprekken gehad. De journalist is op zoek gegaan naar iemand die iets zegt over ‘vrijheid en democratie’. Hij vond een 18-jarige student.)

“geen religieuze vrijheid” (ja: geen foto’s, noch geschriften, nog CD’s van de dalai lama en geen vermenging van religie en politiek, godsdienst niet gebruiken als wapen om het separatisme te prediken en te organiseren. Voor de rest is het godsdienstig leven volkomen vrij. Eén ding nog: de hogere geestelijke ambten, die gekozen worden in de kloostergemeenschappen, moeten door de lokale en nationale overheid bekrachtigd worden. Dat is zo sinds de 13e eeuw, nog iets vroeger dan de 18e eeuw, wat de journalist aanstipt en er mee lacht omdat het al zo’n oude wet is.)

“massale instroom van Han-Chinezen” (slechts 7% van de bevolking is Han Chinees, dat is nog geen kwart miljoen. Er zijn percentsgewijs meer Afrikanen in Frankrijk.)

“massale militaire aanwezigheid” (ja, Lhasa staat onder militaire controle, buiten de hoofdstad: weinig of niets. De overheid wil verdere rassenrellen vermijden. De hoogste concentratie Han-Chinezen – 30% – betreft de hoofdstad. En er zijn problemen, uiteraard. In 2008 en in 2009 verbleef ik in Lhasa, vrij, en langere tijd dan een begeleide persreis. Ik moest niet “voorbij de militaire post doorglippen” zoals de reporter stelt. Indien er niets gebeurt, doen zij niets, zij staan er gewoon. Ik zag ook geen identiteitscontroles noch huiszoekingen, nadien in Brussel wel.)

“De natuurlijke rijkdommen van Tibet gaan naar China.” Tot nu is dit al 50 jaar omgekeerd, de centrale Chinese staat subsidieert Tibet. Bovendien zijn de inkomsten geregionaliseerd – ja, bij ons nog niet – en niet zoals de reporter suggereert: dat de winsten van een bronwaterfabriek wegvloeien uit Tibet. De Tibetaanse overheid is deels mede-eigenaar en de belastingen op de winst blijven in Tibet. In de nabije toekomst wordt Tibet wel belangrijk voor koper- en ijzererts. Maar ook hier: de mijnen zullen ‘gemeenschappelijk’ zijn, via lokale en centrale investeringen, zoals het nu al het geval is met de grote chroomontginning.

“Herders worden in nieuwe grijze woondorpen ondergebracht, traditie in ruil voor comfort.” Op een ander moment zegt de reporter dat er overbegrazing is op de grasvelden en dat er woestijnvorming dreigt. Deze teveel grazende veehouders moeten dan toch iets anders aangeboden krijgen, of niet?

In de “Zevende Dag” had de journalist het over “een reservaat waar Tibetanen traditionele dansen tonen”. Het woordje “reservaat” wekt onderhuids de vergelijking op met een bijna uitgeroeid indianenpark!

Onderweg tussen Lhasa en Xigaze (de tweede grootste stad in Tibet) zegt de reporter niets over de fel zichtbare bebossingsprojecten, en dit op 4000m. Hij heeft het echter over “Tibet verzandt” en schuift daarbij de ‘Chinese’ industrialisatie als één van de redenen naar voor. Eén derde van het Tibetaanse grondgebied is als natuurzone bestempeld, daar komt niet de minste industrie binnen. Hij heeft het ook over de Ganges, die in de toekomst zou kunnen stagneren omdat hij geen water meer krijgt uit de “Tibetaanse watertoren”. Dat is een geografische misvatting – ook gretig verspreid door de omgeving van de dalai lama – want de Ganges betrekt zijn water niet uit Tibet, wel van de zuidflank van de Himalaya in Indië.

“De Tibetaanse cultuur staat onder zware druk.” Ja, inderdaad, Chinese schlagers en Harry Potter in de cinemazalen. Ik kan het niet terugschroeven naar een ‘authentiek’ afgezonderd wereldje. Er zijn ook enkele honderdduizenden Westerse toeristen per jaar en hun aantal stijgt. Ik vind wel dat wiskunde in het Tibetaans moet onderwezen worden, waar dit nu nog dikwijls in het Chinees is.

De laatste zin van het dagboek van de reporter: “Misschien was de bloedige opstand in 2008 nog maar het voorspel van wat vroeg of laat echt komen gaat.” Ik hoop dat niet. Ik hoop dat de nationale Chinese overheid en de lokale Tibetaanse overheid (toch bestaande uit 80% Tibetanen! Dat zei de reporter ook niet) een weg zullen vinden om reële spanningen te verminderen.

  

[1] Nog niet heel lang geleden. 31 juli 2001, website pacific news service.

[2] 120.000 mensen in het totaal (tegenover 6 miljoen Tibetanen in China).

[3] Tibetan Youth Congress, zie hun beginselverklaring. Ook in interviews met de opeenvolgende voorzitters.

dagelijkse newsletter

take down
the paywall
steun ons nu!