De relatitiveit van groot en klein in de landbouw

De relatitiveit van groot en klein in de landbouw

woensdag 30 maart 2011 08:21

Een tijdje geleden schreef ik onderstaand artikeltje dat ook terug te vinden is op de site van voedselteams www.voedselteams.be Tegelijkertijd moet ik vaststellen dat ik meer dieren heb dan mijn ouders ooit hebben gehad. Mijn bedrijfsoppervlakte is meer dan het dubbele van die van mijn pa. Eerlijkheidshalve moet ik zeggen dat ik vleesrunderen hou, mijn ouders hadden melkkoeien. Mij pa bewerkte alle gronden intensief, terwijl ik ook heel extensieve natuurgraslanden heb. Maar de vergelijking is er. Mijn ouders werkten beiden voltijds op hun bedrijf. Ze leefden weleenswaar zuinig, maar lieten hun drie kinderen hogere studies doen. Uit mijn bedrijf komt een halftijds inkomen. Tijden veranderen.

Jos

“Ik heb een kleinschalig bedrijf. Voor mij is dat een bewuste keuze. Ik probeer mijn bedrijf op een professionele manier te runnen, gekoppeld aan een aantal basisregels: Ik streef naar een arbeidsinkomen voor mezelf, gekoppeld aan een zo laag mogelijk kapitaalsrisico. Ik streef ernaar een afgewerkt product op de markt te zetten en geen primaire grondstof. Met creatieve technieken probeer ik de arbeid vlot en aangenaam te organiseren. Schaalnadelen worden niet noodzakelijk weggewerkt door opschaling, maar door samenwerking en creativiteit.
Ik ben van mening dat kleinschalige bedrijven een plaats hebben in het economisch landbouwweefsel van Vlaanderen. Een kleinschalig bedrijf kan meer zijn dan een bedrijf dat de wedloop naar groot groter grootst heeft gestaakt. Kleinschalig heeft een negatieve betekenis die overal is binnen geslopen. In Landgenoten van de herfst 2010 (Een tijdschrift uitgegeven door VILT) las ik het volgende: “… Achter die romantisch klinkende naam schuilt geen kleinschalige onderneming, maar een goed uitgebouwde melkveehouderij, zo wordt al snel duidelijk…”  De zin bestaat uit twee delen en met de ‘maar’ in het midden houdt dit een duidelijke tegenstelling in. Op die manier wordt duidelijk dat een kleinschalig bedrijf een niet goed uitgebouwde onderneming is. Waarschijnlijk is het onbewust zo geschreven, maar het staat er toch maar weer. (De hoofdredacteur van Landgenoten bood ondertussen haar oprechte excuses aan en bevestigde dat het onbewust gebeurde. In het tijdschrift is immers ook plaats voor andere en kritische meningen. Anderzijds bevestigt het alleen maar mijn stelling. De rush naar groot is zo sterk dat iedereen zich erdoor laat vangen.)
Om te besluiten nog een denkertje. We zien dat met het huidige landbouwbeleid de prijzen van de landbouwproducten erg kunnen schommelen. We zien ook steeds meer megabedrijven, uiteraard opgericht met mega extern kapitaal. Als de prijzen mega zakken, zoals ze dat de laatste jaren zo mega graag doen, kunnen er ook mega verliezen gemaakt worden. Zullen de externe investeerders dan mega compassie hebben als de bedrijfsleider komt vertellen dat het neerleggen van de boeken zijn levenswerk zal vernietigen?”
 

dagelijkse newsletter

take down
the paywall
steun ons nu!