De Rechtvaardige Rechters: ‘Toe, zeg het maar, ik zal niet boos zijn …’ (deel 7)

maandag 31 augustus 2015 22:34

Soms moet een mens al eens een zijsprong maken om tot het ultieme licht aan het einde van de spreekwoordelijke tunnel te komen. En naar waar kan je dan beter een zijsprong maken dan naar het sterfbed van Arsène Goedertier, naast hetwelke zijn vriend en advocaat Georges De Vos gehurkt zat om Goedertiers laatste woorden te kunnen verstaan. Laatste woorden die ik hier niet ga herhalen, daar ze gemeengoed zijn. De ‘bekentenis’ van Arsène Goedertier aan zijn vriend en advocaat Georges De Vos is en blijft een sleutelmoment in dit mysterie. Zonder de verklaringen van de advocaat over Goedertiers laatste woorden en het daarna vinden van tal van bezwarende documenten bij hem thuis, zou de naam Goedertier in deze zaak misschien nooit gevallen zijn. Het relaas over het gesprek tussen Goedertier en De Vos is enkel afkomstig van deze laatste. Het blijft dus lopen op een dunne koord: een stervende zegt iets tegen één iemand en is er achteraf niet meer om die ene iemand tegen te spreken. Bovendien blaast hij zijn laatste adem uit net voor hij de bergplaats van de Rechtvaardige Rechters wil onthullen. Al bij al lijkt het wel een goedkope B-film!

Men kan zich terecht de vraag stellen of Georges De Vos de waarheid sprak. Heeft hij de laatste woorden van Goedertier correct en volledig weergegeven? Zou het kunnen dat de Wetterse wisselagent wél de bergplaats van het paneel bekend maakte of legde hij misschien helemaal geen ‘bekentenissen’ af betreffende de diefstal? Allemaal vragen die misschien voor altijd onbeantwoord zullen blijven.

Doorheen de jaren is men er altijd vanuit gegaan dat Arsène Goedertier op zijn sterfbed één ding voor ogen had: de restitutie van De Rechtvaardige Rechters. Als dit effectief zo was, dan is de inhoud van zijn laatste woorden op zijn minst opmerkelijk te noemen. Hij verwijst naar een dossier in een schuif, zonder meer. Een bundeltje documenten waar al menig speurder en amateur-speurder zijn tanden heeft op stuk gebeten en dat nog steeds niet geleid heeft tot het vinden van het gestolen paneel.
Als Goedertier de restitutie wilde, dan had hij toch gewoon aan De Vos de bergplaats kunnen onthullen. Deze had het paneel aan het bisdom kunnen terugbezorgen en zeggen dat hij het gevonden had na een tip van een klant. Gebonden door het beroepsgeheim, moest De Vos diens naam immers niet bekend maken.
Dat het zo niet gegaan is, pleit volgens mij niet in het voordeel van ‘onze vriend’ De Vos! Wat ook met een korreltje zout dient genomen te worden, is de verklaring van De Vos in verband met het binnenkomen en wegsturen van pater Libertus Bornauw, de geestelijke die bij Goedertier werd geroepen om de laatste sacramenten toe te dienen. Arsène Goedertier was immers stervende en iemand die zijn einde nabij is, kan nog slechts zachtjes praten. De Vos moest zelfs, zo zei hij zelf, knielen en zijn oor naar de mond van Goedertier brengen om te kunnen verstaan wat deze te vertellen had. Als De Vos dan beweerde dat Goedertier de pater pertinent had gevraagd om buiten te gaan, dan kan men dat ten zeerste in twijfel trekken. Of het moest zijn dat de stervende plots een serieuze opflakkering had.

Misschien was het wel de advocaat zelf die pater Libertus Bornauw wandelen stuurde om de enige ‘bevoorrechte’ getuige te kunnen zijn van Goedertiers laatste woorden. Of, nog beter, wist hij van de betrokkenheid van Goedertier, onder welke vorm dan ook, bij de diefstal en wilde hij niet dat anderen dingen zouden horen die niet voor hun oren bestemd waren.

De eerste woorden die Georges De Vos sprak nadat Goedertier overleden was, doen ook menig wenkbrauw fronsen. Leden van het gezin Vanden Durpel, in wiens huis Arsène de geest gaf, zouden achteraf verklaren dat hij het volgende zei: “ Arsène was een fantast tot op het einde. Hij vertelde mij dat hij wist waar het Lam Gods zich bevindt.” Stel dat Goedertier in alle vertrouwen tegen zijn goede vriend en raadsman zou gezegd hebben meer te weten over de diefstal, dan is deze uitspraak op zijn minst vreemd te noemen. Waarom zou De Vos aan de grote klok hangen dat Goedertier meer wist over de diefstal van de eeuw? Bovendien was De Vos ook gebonden door het beroepsgeheim! Het lijkt dat Georges De Vos nogal snel was in het naar buiten brengen van Goedertiers laatste woorden. Ook Julienne Minne, de vrouw van Goedertier, zou achteraf verklaren dat De Vos haar al de avond van het overlijden ‘vaag’ had gesproken over de ‘bekentenissen’ van haar man.

Ware het niet logischer geweest dat de advocaat eerst rustig de zaken zou overdenken om dan gericht aktie te ondernemen?  Het was vooral doen en dan pas denken …

Mag men door al het voorgaande de rol van Georges De Vos in heel dit verhaal in vraag gaan stellen? Of kan men door een zeer kritische kijk op de gebeurtenissen van die bewuste zondag 25 november 1934, aan de schuld van Arsène Goedertier gaan twijfelen? Op beide vragen kan men volgens mij zonder blozen positief antwoorden.
En wat dan met die documenten die bij Goedertier thuis gevonden werden? Wel, het ‘plaatsen’ van bewijsmateriaal is al eeuwen de beste manier om iemand de zwarte piet toe te schuiven! Het zou trouwens een zeer slechte zet geweest zijn om zulk een bezwarend materiaal thuis te bewaren. Getypte brieven tot daar aan toe, maar dan nog. Maar een zelfgeschreven brief zo te rapen leggen, betekent zoveel als een schuldbekentenis. Iemand die dergelijke afpersing op touw zet, is ook slim genoeg om met zulke zaken rekening te houden. Het handschrift van die veertiende niet verstuurde brief is immers al langer een discussiepunt. De vrouw van Arsène Goedertier verklaarde ooit dat het niet het handschrift van haar man was. De bediende van Goedertier beweerde dan weer het tegenovergestelde.

Wanneer je andere door Goedertier geschreven documenten naast de veertiende brief legt, merk je dat er overeenkomsten, maar ook verschillen zijn. Genoeg stof tot discussie dus…

Tenslotte wil ik nog even het volgende meegeven, dat aantoont welke onduidelijkheden en tegenstrijdigheden er bestaan omtrent het overlijden van Arsène Goedertier. Iemand getuigde ooit dat Goedertier nog levend van Dendermonde naar Wetteren was gevoerd en dat hij dus niet bij zijn schoonbroer overleden was, maar in zijn eigen huis. In deze context valt ook een opmerkelijke verklaring te noteren van de meid van de familie Goedertier. Zij zei ooit dat ze Arsène die zondagnamiddag thuis nog eten had voorgezet, enkele uren dus nadat hij zogezegd de pijp aan Maarten gaf!
Deze twee laatste getuigenissen kan men eveneens in verband brengen met de overlijdensakte van Goedertier. Deze werd in Wetteren opgesteld, terwijl dit normaal in Dendermonde moest gebeuren aangezien Arsène Goedertier daar overleden was.
Dit alles maakt deze zaak alleen nog maar mysterieuzer …

Stay tuned !

dagelijkse newsletter

take down
the paywall
steun ons nu!