De Rechtvaardige Rechters: het slotakkoord.

zondag 27 september 2015 17:26

De voorbij weken heb ik getracht om de geïnteresseerde en aandachtige lezer mee te nemen op een reis, noem het gerust een expeditie, doorheen het oerwoud dat het mysterie rond de diefstal van de Rechtvaardige Rechters zonder schroom mag genoemd worden. Maar, zo dacht ik alleszins, enkel in een écht oerwoud liggen slangen, vogelspinnen en ander ongedierte op de loer om in een fractie van een seconde in iemands nek te vallen. Heb ik me daar even vergist! Vanaf het ogenblik dat het min of meer duidelijk was welk pad ik gekozen had om uit het bos te geraken, werd ik belaagd langs alle mogelijke kanten en vanuit de meest verwachte, doch ook meest onverwachte windrichtingen. Ik werd gesaboteerd, bedreigd (het begrip bedreiging bestaat in vele gedaanten), gedwarsboomd, bespot en voor een complete idioot uitgescholden. Nu, ik moet me niet al te veel een Calimero gaan voelen, want anderen gingen mij voor en waren hetzelfde lot beschoren. Maar sta me toe toch even , heel even maar, door te bomen. In 2009 schreef ik een boek over de diefstal van De Rechtvaardige Rechters, en laten we ook Sint-Jan toch maar niet vergeten, dat gepubliceerd werd door een Gentse uitgeverij. Een dik jaar geleden begon ik te spelen met de idee over een vervolg op dit boek en bovendien achtte ik het nuttig om mijn 2009-schrijfsel opnieuw in omloop te brengen. De spreekwoordelijke boot werd echter merkwaardig genoeg door de genoemde uitgeverij afgehouden. Wat bleek nu (niets meer of minder dan het lot bezorgde me deze informatie): de zus van een van de twee manspersonen naar wie de uitgeverij waarvan sprake is genoemd, en door wie ze werd opgericht, is de partner van een telg uit dé eerbare familie. Noem me gerust paranoia of al te vlotjes gelovend in complottheorieën, anderen gingen u voor, maar het is een vaststaand feit. Of is het eerder een aanwijzing …?

En op die manier zijn we gekomen waar we moeten zijn, op een reisbestemming waar het volgens velen te warm is, maar waar ze elk jaar toch weer naar terugkeren. Het moet daar dan toch best meevallen, niet? Al sinds het prille begin van de zaak wordt er gefluisterd, de ene keer al wat luider dan de andere, dat er een ‘eerbare familie’ betrokken was / is. Sinds enkele jaren, maar eigenlijk ook al een pak eerder, kreeg de naam van die familie vastere vorm. Plots doken overal ‘klokkenluiders’ op die elk op hun manier een vermanende (soms meer dan één) vinger uitstaken in één welbepaalde richting. Ook de échte speurders sprongen mee op de kar en er werden, dat wordt alleszins beweerd, zowaar huiszoekingen uitgevoerd en mensen ondervraagd. Het bleek tot nu toe een storm in een glas water te zijn, want de wervelwind lijkt wat te zijn gaan liggen en we varen weer in kalmere zeeën. Of is dat alleen maar schijn? Ik kan me niet van de indruk ontdoen, noem het een soort van intuïtie, dat er achter de gerechtelijke schermen meer gebeurt dan wat men ons voorhoudt. Is het een zekere stilte voor de storm? Met al de informatie die de voorbije jaren door de voornoemde klokkenluiders in de groep gegooid werd, moeten de speurders toch aan de slag kunnen. Torenhoge aanwijzingen, vermoedens of zelfs vaststaande feiten (als die er al zijn) die wijzen in de richting van criminele feiten zoals daar zijn (ik zeg zomaar iets) heling, witwassen en / of diefstal, die zouden kunnen gepleegd zijn geweest door bepaalde personen, daar moet men toch iets mee kunnen doen. Bestaan onderzoekstechnieken zoals bijvoorbeeld het aftappen van telefoons, kraken van e-mails en het gebruik maken van informanten dan alleen maar in de sensationele Amerikaanse krimifeuilletons? Het lijkt wel zo, want als je rotsvast gelooft in de schuld van iemand (en dat doe ik!), dan kun je alleen maar besluiten dat bovenstaande ‘modus operandi’ vroeg of laat tot resultaat moet leiden. Of vergissen we ons dan echt zo erg …?

Tenslotte vind ik dat het bisdom Gent / de kerkfabriek van Sint-Baafs in dit alles een verwarrende, ja zelfs dubieuze rol spelen. Ook zij zijn goed en wel op de hoogte van de recente gebeurtenissen in deze mysterieuze zaak. Ook zij weten goed en wel welke namen er de laatste jaren genoemd worden. En ook zij zullen niet anders kunnen dan beamen dat het een puzzel betreft waarvan de duizenden stukjes stilaan in elkaar beginnen te vallen. Toch roeren zij zich niet, alleszins niet zoals je dat zou verwachten van een partij die zichzelf altijd eigenaar heeft beschouwd van een (gestolen) kunststuk waarvan het eigendomsrecht allesbehalve een onbeschreven blad is. In feite is dit volgens mij het ideale moment om zich te profileren en zich (als dit juridisch überhaupt mogelijk is) in deze zaak burgerlijke partij te stellen, desnoods tegen onbekenden. Op die manier houdt men de druk op de ketel van het gerechtelijke onderzoek én zegt men bovendien: ‘Men heeft iets van ons gestolen en we zijn boos!’ Dat gebeurt echter vooralsnog niet en dat doet uiteraard menig wenkbrauw fronsen. Was er dan echt destijds een ‘homme d’église’ betrokken, zoals gefluisterd werd in de Gentse straten eind jaren ’30, en willen het bisdom Gent / de kerkfabriek van Sint-Baafs dit stinkende potje gesloten houden of (en het is zeer moeilijk om dit echt voor mogelijk te houden) willen genoemde partijen het mysterie liever in leven houden omdat de zaak voor de nodige ‘publiciteit’ zorgt? We hebben er het raden naar …

Afsluiten wil ik doen met de wijze woorden die iemand ooit sprak: ‘Restitutie van De Rechtvaardige Rechters is toch niet moeilijk. Zet ze ’s nachts gewoon aan de garage van de bisschop en klaar is kees!’ Ook de procureur deed haar duit in het zakje door te stellen dat de ‘daders’ niet zullen vervolgd worden, want restitutie is de enige doelstelling. Wat de eerste woorden betreft, ligt het echter niet zo voor de hand. De naam van de zogezegd eerbare familie is al beklad door de vele vingers die in hun richting wezen en restitutie op de voorgestelde wijze zal daar niets aan veranderen, integendeel! Wat de uitspraak van de procureur betreft, daar wees ik in het verleden al op het loerende gevaar. Haar woorden doen me denken aan een tandarts met een spuitje in de hand die zegt: ‘Wees niet bang, je zult er niets van voelen.’ Mijn laatste woorden aan zij die zich hopelijk aangesproken voelen, zijn de volgende: ‘Toe, zeg het maar, ik zal niet boos zijn …’

dagelijkse newsletter

take down
the paywall
steun ons nu!