De ondergrondsen

De ondergrondsen

zondag 23 juni 2019 15:05

Op het andere rijvak recht tegenover ons huis stopte dagelijks rond drie uur de staatsbus – zoals de rode bussen van de Nationale Maatschappij van Buurtspoorwegen werden genoemd.  Wanneer de mijnwerkers klaar waren met hun ochtendpost werden ze naar huis gebracht. Dat gebeurde of met bussen van de mijn of met staatsbussen, en dat laatste was bij ons het geval. De bus maakte een grote ronde langs de dorpen en voor de deur was een van de laatste haltes.

En ik stond daar dus voor het huis te kijken wanneer de bus arriveerde. De bus met de slapende mensen. De openvallende monden van slapende mensen, sommigen met hun hoofd tegen de trillende vensters.  De zwijgzame mond van wie plots wakker werd.  Niemand keek naar buiten. Niemand sprak.

Sommigen stappen uit.

Zij lopen voorover, met geloken ogen, met gesloten blik, ze lijken gebroken.

Zij komen van elders, uit een wereld vol duisternis, uit een heart of darkness.

Zij zijn uitgeput.

Zij hebben iets bijzonders meegemaakt

Zij dragen een geheim.

Zij komen van een andere kant.

Zij zijn omgeven door stilte.

Mijn sprakeloosheid

Ze namen hun fietsen die ze tegen de zijgevel en zelfs tot in onze achtertuin hadden achtergelaten, en ze zeiden geen woord, en ze vertrokken onmiddellijk en traag op hun fiets naar huis.

Dit was geen film, dit was werkelijkheid, dit was overweldigend.

Zij waren naamloos, anoniem en dat zíj degenen waren die me op andere dagen aanspraken met “Ken je me niet? Ik stap van de bus af, en mijn fiets staat bij je ouders tegen de gevel” kon ik niet vatten. Het was simpelweg zo dat ik deze mensen die nu grapjes maakten, eenvoudigweg niet herkende. Het drong nauwelijks tot me door.

’s Nachts traden de mijnwerkers op als zombies in mijn dromen.

Mijn beeld dat mijnwerkers stille mensen zijn, vindt zijn oorsprong in het veelvuldig kijken naar de scènes aan de bushalte.

Creative Commons

dagelijkse newsletter

take down
the paywall
steun ons nu!