De Moderne Slavernij onder onze ogen die we niet willen zien
Clandestiene arbeidsmigratie, mensen zonder papieren -

De Moderne Slavernij onder onze ogen die we niet willen zien

zondag 9 januari 2011 17:53

Organisatie voor Clandestiene Arbeidsmigranten in  Brussel OR.C.A.

De Organisatie voor Clandestiene Arbeidsmigranten ontstond eind 2003 en is operationeel sinds 2005. Ze is gecreëerd door een groep mensen die werkten aan de basisrechten van mensen zonder wettig verblijf. Zij zagen dat sociale organisaties zich wel bezighielden met noden van mensen zonder papieren, maar dat hun arbeidssituatie in veel gevallen zelfs niet werd besproken. Nochtans waren er heel wat aanwijzingen dat deze mensen meestal (zwart) werkten, ze hadden immers geen andere bron van inkomsten. Het was ook duidelijk dat deze werknemers op grote schaal geconfronteerd werden met misbruik. Zij publiceerden een inspiratieboek voor het organiseren van mensen zonder papieren: “Arbeidsrechten hebben geen grenzen”. Dit  is ook te koop in hard copy voor 15 €. In 2008 vonden al 256 clandestiene werknemers de weg naar OR.C.A., in 2009 al 311. Het cijfer stijgt dus nog elk jaar. Uit het onderzoek van OR.C.A. blijkt dat clandestiene werknemers in heel diverse sectoren werken, maar het leeuwendeel werkt in de bouw (22,8%), huishoudens (15,6%), horeca (7,2%) en schoonmaak (5,4%). Dit toenemend aantal al of niet clandestiene arbeidsmigranten maakt de globalisering met de dag zichtbaarder. Dit is een tendens die niet valt om te keren (OR.C.A., 2010), alleen beseffen de meeste politici dit nog niet. Ze steken hun kop in het zand. Uit het onderzoek van OR.C.A. bleken in volgorde van aantallen de meest voorkomende problemen die de clandestiene arbeidsmigranten tegenkomen te zijn: het verkrijgen van arbeidskaart B om legaal te werken, iets waar we binnen Hand in Hand dus ook regelmatig mee geconfronteerd worden, dan volgen loondiefstal en arbeidsongevallen. De angst aangegeven te worden staat dikwijls noodzakelijke medische hulp in de weg. Gevolg blijvende verminkingen en/of aanslepende gezondheidsklachten. De volgende in deze triestige rei is onrechtmatig ontslag. Bij het minste verzet van clandestiene arbeiders dreigen de patroons met afdanken of ze gaan DVZ eens tippen… Als clandestiene arbeiders hun rechten willen doen gelden, lopen ze dus weer het risico uitgewezen te worden (OR.C.A., 2010). Lange asielprocedures, een ondoordringbare regularisatiebureaucratie en mensenhandel kunnen extra problemen opleveren, maar daarover kunnen we het nu niet hebben, we concentreren ons op de specifieke problemen van de clandestiene arbeid. De clandestiene werkers worden uitgeperst, gediscrimineerd en uitgesloten uit het sociaal leven, terwijl een sector als de Vleessnijderijen niet meer zonder deze (clandestiene) werkers kan draaien. Die lekkere biefstuk in de G.B. is meer dan waarschijnlijk versneden door een illegale werker. Tine Danckaers schreef er in de MO van Augustus 2010 reeds een alarmerend artikel over: “Sans-papiers in de uitverkoop: Twee halen, één betalen” [youtube=http://www.youtube.com/watch?v=VURs-rsi_KQ&feature=player_embedded#!] Deze studiedag was dus zeer welkom. Hij bestond uit 3 workshops en een debat achteraf. De workshops: 1) Eerste Hulp Bij Schending Arbeidsrechten Eerstelijns hulpverleners komen steeds vaker in contact met mensen zonder papieren. Hun informele tewerkstelling en de precaire arbeidssituaties die daar soms uit voortvloeien, blijven echter vaak onbesproken. Met dit nieuw stappenplan ondersteunt OR.C.A. de hulpverleners in deze belangrijke materie. Het is voorlopig enkel in hard-copy beschikbaar. 2) Werknemers zonder papieren en hun arbeidsrechten: een juridische handleiding Wat moet u doen om te vermijden dat uw klacht een slag in het water wordt? Zijn er extra hindernissen voor mensen zonder papieren? En wie betaalt de kosten als u ‘naar de rechtbank stapt’? Deze exclusieve juridische handleiding maakt duidelijk hoe werknemers zonder papieren hun rechten juridisch kunnen afdwingen. Ook deze rechtengids kregen we mee in hard copy. 3) Inspiratie voor het organiseren van werknemers zonder papieren Welke acties kunt u ondernemen met werknemers zonder papieren? Welke voorbeelden vinden we in het buitenland? Syndicale activiteiten dus. Het debat achteraf met Tine Danckaerts (MO), Anton Van Asssche (UNIZO), Philippe Vanden Broeck (Adviseur Toezicht Sociale Wetten), Jean-Fraçois Marcours (ABVV-FGTB), Jan Knockaert (OR.C.A.) was interessant maar te divers samengesteld, om tot een gezamenlijk standpunt te komen. Toch werd de eis van een ‘veilig loket’ voor Mensen Zonder Papieren en clandestiene werkers, door iedereen ondersteund. Dit is iets wat Hand in Hand ook vraagt op het niveau van de Stad Gent. Het probleem in Gent is sowieso nog groter. Er is noch geen enkel veilig lokket voor mensen zonder papieren van de verschillende organisaties, noch een veilig lokket van de overheid. In Brussel heeft OR.C.A. wel al een eigen veilig loket, er zijn er nog.  Hiervan zou in Gent in feite met hoogdringendheid werk moeten van gemaakt worden. Een opgemerkte tussenkomst uit de zaal was deze van Pol Pataer, die een aparte vakbondscentrale eiste voor clandestiene werkers. Dit laat ons dromen, maar of het snel realiseerbaar is, betwijfel ik. Het zal moeten afgedwongen worden door actie, zoals het altijd al gegaan is bij de verovering van sociale rechten en dat beseffen ook de mensen in de vakbond. Ik had voor de derde workshop gekozen omdat dit ook mijn werkterrein wordt binnen Hand in Hand, en die werkwinkel ga ik nu wat uitvoeriger bespreken. Deze workshop vertok van de werking in Ierland. In het grootste deel van dit artikel bespreek ik de werking van het Ierse MRCI rond clandestiene werknemers. Dit was de workshop die ik bijwoonde. Het is een van de positieve voorbeelden, maar er zijn er ook andere. Een aantal zijn besproken in de al vermelde brochure van OR.C.A.: “Arbeidsrechten hebben geen grenzen”. Trouwens een bespreking van de MRCI ervaringen vind je er ook van p. 85 tot p. 87. Andere praktijken komen nog aan bod. Aan ons om de voor onze situatie hier in België de meest geschikte aanpak te kiezen voor de gezamenlijke actie.

Van individuele actie naar groepsactie

Paula Quirke van het Migrant Rights Centre Ireland legde uit hoe MRCI  clandestiene migranten organiseren en laten actievoeren voor hun rechten. De vakbond wordt erbij betrokken… en zo wordt de actiebasis steviger. Ze zijn al zes jaar bezig met dit project en ondertussen zit er al een vakbondsleider in de raad van bestuur van de MRCI. Hier moet wel bij gezegd worden dat MRCI ‘funding’ krijgt en dat ze 15 mensen op hun payroll hebben, maar daarvan zijn er wel maar 3 voltijdse werkers en twee stagiairs die specifiek rond clandestiene arbeidsmigranten werken. En ze werken natuurlijk in Dublin, een stad van ong. een miljoen inwoners. In het land van de ‘Celtic Tiger’. Sociale verandering is hun doelstelling. De problemen waar de arbeidsmigranten mee geconfronteerd worden zijn uitsluiting, excessieve uitbuiting,  marginalisering en discriminatie. Helen Lowry, coördinator van de clandestiene werking stelt:

“Dit is een uitdaging voor het basis werk. Zeker als het bewust wil zijn, actief en specifiek gericht is op het tot stand brengen van sociale veranderingen ten gunste van de meest gemarginaliseerden of uitgestotenen in de maatschappij. En als het de sociale, politieke en economische oorzaken van de marginalisering wil aanpakken.” (Helen Lowry, 2010, mijn vertaling uit het Engels)

De focus is dus sociale verandering en het aanpakken van de oorzaken. Zij stellen dat het belangrijkste is dat we een klik in ons brein maken van individuele problemen naar collectieve belangen. Het komt er op aan individuele problemen van en bij de arbeidsmigranten om te zetten naarcollectieve problemen en zo naar collectieve actie. Binnen MRCI staat dit centraal. Het is ook een uitgangspunt bij de acties rond ‘work permits’, onze arbeidskaarten, ‘bridging visa’.  Werknemers die om een of andere reden hun verblijfsstatus waren kwijtgeraakt, verwierven door die actie ze een speciale verblijfsvergunning die hen opnieuw de kans geeft om legaal werk en een legaal verblijf te vinden. Dit lijken op het eerste zicht individuele problemen, maar velen werden er mee geconfronteerd en konden er dan ook samen voor strijden. Dikwijls zijn bij ons arbeidsmigranten- en vluchtelingen organisaties zo overladen door het werk, dat er nauwelijks tijd kan genomen worden om even stil te staan bij de aanpak, tijd om te evalueren en te systematiseren. Toch moeten we die collectieve aanpak altijd in ons achterhoofd hebben, vind ik. Van de resultaten van 170 jaar syndicale strijd in Europa moet ik hier waarschijnlijk niemand overtuigen. Als we er nu niets aan doen is die lange strijd voor de Mensen Zonder Papieren voor niets geweest. Voor hen is het nog 1840. De vigerende arbeidswetgeving, waar alle Belgische arbeiders een beroep kunnen op doen, bestaat niet voor de irreguliere werkers. In de rechtbank kunnen ze zelden of nooit hun gelijk halen als het gaat over werk gerelateerde problemen. De wetten moeten veranderen. Een goed begin zou de ratificatie zijn van de ‘Conventie van de Rechten van Migranten en hun Families’ (resolutie 45/158 van de UNO goedgekeurd op 18 December 1990). Het zal wel geen toeval zijn dat deze conventie nog door geen enkel rijk Europees land is geratificeerd, maar wel bvb door Albanië, Bosnië & Herzegovina en Turkije. En dan maar lullen over vrije maningsuiting en mensenrechten. Het verhaal van de splinter en de balk dus.

Werking met Clandestiene arbeidsmigranten binnen MRCI

Voor ik  de werking van MRCI met clandestiene werknemers uiteenzet, hier de principes waarop ze gebaseerd is: 1)    Participatie 2)    ‘Empowerment’ 3)    Collectieve actie 4)    Sociale rechtvaardigheid 5)    Gelijkheid en antidiscriminatie

Ruimte voor participatie creëren

Dikwijls begrijpen we niet hoe machteloos clandestiene arbeidmigranten zich voelen. Alles wordt boven hun hoofden beslist. De regularisatie is ongelofelijk ingewikkeld. Allerlei instanties sturen hen documenten die ze maar half begrijpen. Ze hebben geen toegang tot die kritische informatie die beslissend kan zijn voor de rest van hun leven. Hun advocaat is de enige informatiebron en achter elke hoek loert de repressie, de uitzetting. Daarom is participatie in het proces zo enorm belangrijk. Het draagt bij tot de langzame opbouw van zelfvertrouwen, het geeft hen de middelen om zelfstandig te handelen en voor hun belangen op te komen. De ondermijning van het zelfvertrouwen is trouwens een belangrijk aspect van de uitbuiting. Allerlei firma’s van dubieus allooi, maar ook grote maar frauderende bedrijven, spelen daar als aasgieren op in en zorgen er zelf voor dat de angst regeert en het zelfvertrouwen zo laag mogelijk blijft. Zelfredzaamheid is meestal geen probleem bij Mensen Zonder Papieren… migranten zijn overlevers, hoe zouden ze hier anders geraakt zijn? Ze hebben ook hun trots. Maar hoe overleven zij? Aanslepende armoede en het gebrek aan een perspectief ondermijnen het zelfvertrouwen. Ze zijn naar hier gekomen vol hoop op een beter leven, maar hadden niet verwacht dat ze zo zouden gediscrimineerd worden, ze kwamen om te werken, maar ze krijgen alleen klotejobs. Ze voelen zich hier niet thuis, want elk sociaal contact verloopt moeizaam en hun cultureel leven hangt meestal aan flarden. Dat is wat uitsluiting en precaire arbeid met zich meebrengt en het is belangrijk dit te begrijpen. Als tegengif stelt MRCI participatie voor. In de MRCI kreeg de participatie gestalte in creatieve collectieve ruimtes waarvoor ze de naam ‘Migrant Forums’ gebruikten. Dit waren informele ontmoetingen, op zondagnamiddag, want in de week wordt er gewerkt. Daar konden ze hun individuele problemen bespreken, onder elkaar, met de mensen van de MRCI. Daar leerden ze samenwerken. Daar konden hun problemen geanalyseerd worden. De MRCI ondersteunde tijdens die analyse een vertaling van individuele problemen naar collectieve problemen. De focus verschoof van het individu naar de groep. Zo ontstonden groepen rond bepaalde problemen die gemeenschappelijk waren. Zo hadden velen het probleem dat ze ondertussen wel een betere werkplek gevonden hadden, maar hun ‘work permit’ was gebonden aan een welbepaalde werkgever, en daaraan zaten ze vast. Daaruit werd dan een actiegroep gevormd rond ‘the right to change employer’. De forums werden tweemaandelijks bijeengeroepen, maar men ging er ook creatief mee om. Zo greep men feestdagen als ‘de internationale dag van de migrant’ of de ‘internationale vrouwendag’ aan om een klein feestje te bouwen, waar iedereen op zijn gemak met elkaar kon omgaan. Er werden ook weekends georganiseerd met overnachting.

Actiegroepen ontwikkelen, leiderschap ontwikkelen

Er ontstonden al gouw kerngroepen van Mensen Zonder Papieren die zelf het heft in handen wilden nemen. Ze namen ook verantwoordelijkheden op, ze gaven leiding. Binnen MRCI ontstonden zo 3 groepen: ‘The Domestic Workers Action Group’ (DWAG), ‘the Restuarant Workers Action Group’ (RWAG) en de Agricultural Workers Association (AGWA), allemaal met hun eigen specifieke problemen. Door case-onderzoek kwam men er achter dat de kans op excessieve uitbuiting op de werkplek heel groot was. Miserabele lonen slechte arbeidsomstandigheden. De tendens bestaat om dit werk zoveel mogelijk aan het oog van de maatschappij te onttrekken, met als gevolg nog verder isolement.

Over de jaren heen hebben migranten zich in de verschillend groepen en via collectieve actie ontwikkeld als verantwoordelijke leiders. Binnen de MRCI werden ook cursussen gegeven om de nodige vaardigheden voor dat leiderschap te ontwikkelen. Drie groepen van telkens ongeveer twintig arbeidsmigranten volgden die cursussen. Daarbij kwamen onderwerpen aan bod als omgaan met de media, campagne voeren, basiswerk en kritische analyse. Het laatste van dergelijke programma’s waar arbeidsmigranten binnen MRCI aan deelnamen was ‘Community Work in a Changing Ireland.

Het delen van de macht, bewustmaking en opvolging

Door samen te komen en verhalen uit te wisselen gaan migranten activisten zich ook vragen stellen over de oorzaken van de problemen die ze ontmoetten. Ze leren een praktische en een maatschappij analyse maken vanuit hun eigen ervaringen. Als de ‘Domestic  Workers’ de sociale inspectie uitnodigden in de privéwoningen waar ze zich moesten uitsloven, als de Horeca-werkers campagne voerden tegen te lage lonen… werden ze ook bewust van de noodzaak van sociale veranderingen. Engagement stelt ook ethische problemen die moeten opgelost worden, die moeten uitgepraat worden. Al deze processen moeten de nodige evaluatie-momenten bevatten. Op die manier leiden ze naar meer bewustwording en gedeelde macht in de praktijk.

Collectieve Actie voor Verandering als proces

In die praktijk krijgen arbeidmigranten begrip van de noodzaak tot protesteren, zich te verzetten. Ze leren de techniek van directe actie gebruiken. Ze leren organiseren en campagne voeren. Ze nemen contact met andere organisaties met de vakbond. Ze sluiten bondgenootschappen af. Ze leren hoe ze eisen kunnen afdwingen. MRCI ziet campagnes en acties dan ook als het belangrijkste vehikel naar sociale veranderingen. De rol van MRCI is die van partner van de actiegroepen van clandestiene arbeidsmigranten. MRCI doet lobbywerk  bij de overheden, neemt deel aan de organisatie en planning van campagnes en helpt mee zoeken naar de sterke en zwakke punten, schouder aan schouder. Collectieve actie wordt zo een proces dat doordacht is, bewust maakt en kritische participatie vooropstelt. Een actie op zichzelf politiseert niet, probleem opgelost en vergeten, maar een volgehouden campagne werkt ontvoogdend of ‘empowering’ zoals ze in het Engels zeggen.


Bronnen:

DANCKAERS, TINE (2010) “Sans-papiers in de uitverkoop: Twee halen, één betalen”, MO, Augustus 2010, on line http://www.mo.be/artikel/sans-papiers-de-uitverkoop-twee-halen-een-betalen LOWRY, HELEN (2010) “Community work with migrant workers in a diverse and complex Ireland”, The Irish Journal of Community Work, Issue 2, December, 2010, on line, http://www.irishcommunitywork.com/publication/issue-2/ OR.C.A. (2009) “Abeidsrechten Hebben Geen Grenzen, Inspiratieboek voor het organiseren van werknemers zonder papieren”, Samenstelling: Sabine Craenen, Brussel, 2009 – www.orcasite.be, on line http://www.orcasite.be/userfiles/file/definitieve versie_bewerkt.pdf, hard copy prijs 15 €. OR.C.A. (2010) “Eerste Hulp Bij Schendingen van de Arbeidsrechten van Clandestiene Werknemers”, Samenstelling Sabine Craenen en Jan Knockaert, OR.C.A. vzw, hard copy prijs 3 €. Info info@orcasite.be

dagelijkse newsletter

take down
the paywall
steun ons nu!