De community ruimte is een vrije online ruimte (blog) waar vrijwilligers en organisaties hun opinies kunnen publiceren. De standpunten vermeld in deze community reflecteren niet noodzakelijk de redactionele lijn van DeWereldMorgen.be. De verantwoordelijkheid over de inhoud ligt bij de auteur.

De mens als middel voor een doel.

donderdag 2 september 2021 05:57
Spread the love

Günther Anders en de slachtoffers van de industrie.

De mens als middel voor een doel, daartoe gebracht door zijn afhankelijkheid van de techniek. Het is een van de centrale ideeën in het werk van Günther Anders en volgens de filosoof ook datgene wat Auschwitz en de atoombom mogelijk heeft gemaakt. Onder het motto: we kunnen het, we hebben het, laten we het dus maar gebruiken.

Eenzelfde denkwijze zou eveneens kunnen opgaan voor de huidige situatie met betrekking tot ‘vaccinatie’. We hebben een ‘vaccin’, laten we het nu dus maar gebruiken.

Het is een veel gehoorde mantra in onze samenleving, ook onder linkse intelligentsia. Meer zelfs, men kiest er ongegeneerd voor massale vaccinatie ondanks rationeel en wetenschappelijk in te brengen tegenkantingen zoals daar onder andere zijn:
– er bestaat een goedkope en effectieve alternatieve behandeling (o.a. met Ivermectine),
– het risico op sterfte (IFR 0,25%[1]) rechtvaardigt, in vergelijking met andere aandoeningen, geenszins dwangmatige of vrijheid berovende maatregelen,
– de onvolledige/gebrekkige werking van het product, laat staan de nog ongekende risico’s die het gebruik met zich meebrengt.
Een achterliggende gedachte is tevens dat men dit wil koppelen aan de strijd voor het opheffen van het patentrecht.

Het is hier echter niet de bedoeling dieper in te gaan op de medische aspecten waarvan het laatste woord zeker nog niet is gezegd. Aan de hand van de ideeën van Günther Anders[2] (1902 – 1992) wil ik dieper ingaan op de denkwijzen en meer bepaald de foute aannames die hierbij worden gehanteerd. Het betreft de invloed van de techniek (en de wetenschap) op het denken en handelen.

Het lijkt immers alsof in de ‘strijd tegen corona’ alle middelen gerechtvaardigd zijn om het doel te bereiken. Wat het doel juist is, is afhankelijk van het moment en de spreker de ene keer het vernietigen van het virus en de andere keer het bereiken van groepsimmuniteit, tot en met dus het opheffen van het patentrecht op de productie van de ‘corona-vaccins’. Soms is het een combinatie van enkele, soms een combinatie van allen. Allen zijn het uiteraard illusies. Het zijn futiele pogingen van de mens om grip te krijgen op datgene waarop geen grip te krijgen is. Op zich zou dit geen erg moeten betekenen. De mens heeft altijd getracht grip te krijgen op de dingen en de fenomenen die hij op zijn weg tegenkomt. Het is echter de fanatieke wijze waarop de huidige situatie wordt aangepakt waarvoor we op onze hoede moeten zijn.

In het geval van het opheffen van het patentrecht gaat men bijvoorbeeld voorbij aan de intrinsieke werking van de kapitalistische marktideologie. Men denkt en gelooft dat de huidige ‘pandemie’ een revolutionaire omwenteling zal teweegbrengen die de sterkhouder van het kapitalisme, namelijk het eigendomsrecht (waaronder ook het intellectueel eigendomsrecht), zal omverwerpen. Daarvoor rekent men in de eerste plaats op het kapitalisme zelf, waar de periodieke crisissen op zeker moment inderdaad ook steeds geleid hebben tot vernietiging van eigendom (zowel van producten als productiemiddelen). Het geloof is dus dat het patentrecht zal of kan worden opgegeven vanwege de crisis. Desnoods slechts tijdelijk. Zodat, andersom gezien, door het opgeven van het patentrecht de crisis kan worden afgewend. Tussen haakjes, ik laat hier buiten beschouwing dat de oproep voor het opheffen van dat patentrecht enkel de ‘coronavaccins’ betreft en niet alle patentrechten.

Mensen die deze theorie genegen zijn, vergeten echter te leren van de geschiedenis, waar de kapitalistische crisissen steeds weer hebben geleid tot nieuwe en meer versterkte of uitgebreidere vormen van datzelfde kapitalisme. Maar, meer fundamenteel, ziet men niet dat met de wijziging van de eigendomsrechten nog niet de gevolgen zijn veranderd van de techniek en de industrie op de arbeidsplek en de arbeider zelf.

Honger, onderdrukking en armoede waren de eerste resultaten van de industrialisering voor hen die later arbeiders of proletariërs zouden heten. De vooruitgang was niet hun vooruitgang, het gewin aan productiekrachten betekende verlies voor hen. De georganiseerde arbeidersbeweging heeft de voorzichtige Kantiaanse idee van ‘het voortschrijden van de mensheid tot iets beters’ al te snel en gemakkelijk in technische vooruitgang getransformeerd. Zij heeft de ontplooiing van de productiekrachten verbonden met de hoop op revolutie, de vroege opstand van de vertwijfelde machinebestormers[3] als achterlijk en boers veroordeeld en de idee van het universele belang van de machine gecultiveerd. Op zijn laatst sedert de eeuwwisseling gaat de arbeidersbeweging, ondanks wat voor ogen is, uit van de geschiedenisfilosofische overtuiging dat elke nieuwe stap in het proces van industrialisering een verdere stap in de richting van het socialisme is, ook al gaat dat soms met hoge kosten gepaard: de industrialisering zou heimelijk voor het socialisme werken![4]

En zo zijn we bij de kern van de zaak beland.

Het geloof in de techniek als reddingsmiddel en socialiseringsmiddel voor de mens.

Centraal in Anders’ filosofie is de vaststelling dat de koppeling van de mens aan de technologie een omgekeerd effect heeft op diens Zijn of bestaan. Waar de technologie oorspronkelijk een middel was voor een extern doel (ontlasting van het lichaam, verbetering van de levenskwaliteit,..) verwordt de mens met de intrede van de Industriële Revolutie, zelf het middel voor een doel waarop hij noch overzicht noch controle heeft. Zijn afhankelijkheid van de techniek maakt hem tot onderdeel van het productieproces. Anders gezegd: de mens die aan een machine op het juiste moment op het juiste knopje moet drukken of er de juiste handeling moet stellen, is evengoed onderdeel van diezelfde machine en dus evengoed een productiemiddel.

In Günther Anders’ roman, De catacombe van Molussië[5], wordt een aangrijpend maar verhelderend stuk verteld over de kapitalist Bamba die een slavenhandelaar overtuigd zijn waren aan sterk gereduceerde prijs te verkopen omwille van het feit dat hij telkens slechts een deel van de slaaf nodig heeft om zijn machines te bedienen; de ene keer een voet, de andere keer een arm, afhankelijk van de machine. Maar de slaven, aldus Bamba, zijn voor de rest vrij te beschikken..
Dat laatste is uiteraard sarcasme, een vorm van newspeak. Die vrijheid is een illusie. Want de omkering van middel en doel gebeurt ook op het vlak van de tijdsbesteding:

De vakbondsstrategie van arbeidstijdverkorting teert op de theoretische ontkoppeling van arbeid en vrijheid, doordat ze poogt de autonomie die in het werk niet te vinden is, na het werk te realiseren. Het perspectief van de vrijheid verschrompelt daarbij tot het handzame formaat van ‘vrije tijd’ = arbeidsloze tijd. De prijs die daarvoor betaald moet worden, is dat de arbeid aan de wet van de noodzaak onderworpen blijft. (…) De vraag is natuurlijk of de vrijheid, die in de arbeid wordt opgegeven, nu wel te vinden is in de ‘vrije’ tijd? En of zulke ‘vrije’ tijd dan als compensatie en als valse troost voor de vrijheidsloze arbeidstijd noodzakelijk wordt?[6]

Hier valt tussen haakjes op te merken dat Anders de benaming of het voorkomen van het proletariaat niet laat afhangen van de geringere of hogere levensstandaard van de huidige arbeiders. Voor Anders wordt dat bepaald door hun mate van vrijheid en die is, gelet op het bovenstaande, ook vandaag nog zo gering, dat de vraag of arbeiders nog proletariërs genoemd kunnen worden, volmondig met “ja” moet worden beantwoord.

De mens als middel voor een doel, daartoe gebracht door zijn afhankelijkheid van de techniek. Het is een van de centrale ideeën in het werk van Günther Anders en volgens hem ook datgene wat Auschwitz en de atoombom mogelijk heeft gemaakt. Want arbeid maakt vrij.. van geweten!

Techniek en arbeid onder technische voorwaarden (functionaliteit, rationalisering,..) leidt immers tot een van moraal verstoken handelen, een on-moraal, een ‘schuldloos schuldig’ zijn.. Het is de pretext voor oorlogsmisdaden. Van Adolf Eichmann die niet naliet aan te stippen dat hij louter bureaucratisch werk verrichtte, tot Claude Eatherly die met Enola Gay hoog boven Hiroshima het bommenluik opent, voor Anders zijn deze voorbeelden onweerlegbare bewijzen van zijn filosofie. Die (in het kort) hierop neerkomt: de techniek bepaalt uiteindelijk de mens. Techniek bevrijdt niet. Ze dicteert en zal uiteindelijk leiden naar een wereld waarin de mens overbodig wordt.. (Die Antiquiertheit des Menschen).


De epidemie van de overproductie.

Natuurlijk is een kapitalist, zoals hierboven karikaturaal geschetst, socialist noch communist, maar een overeenkomst is wel te vinden in hun onvoorwaardelijke geloof in de techniek. Die techniek is voor Anders echter verre van neutraal en al zeker niet democratisch.

Op grond van haar organisatieprincipe is immers een zekere neiging tot het totalitaire ingebakken. De tendens in de richting van het totalitaire ziet Anders in de metamorfose van de werkelijkheid tot onderdeel van het apparaat. Anders spreekt zelfs met een term ontleent aan de Nazi-ideologie, over een ‘volksgemeenschap van de apparaten’. Want wat in het technische domein het machineonderdeel is, is in het totalitaire politieke systeem het gemobiliseerde lid. Een element dat te midden van miljoenen anderen een bepaalde functie uitoefent en daarmee bijdraagt aan het functioneren van het totale systeem.

Of onze zelfverklaarde ‘oorlog tegen het virus’ nu een totale mobilisatie inhoudt of als solidaristisch principe wordt verkocht, is voorlopig nog even niet belangrijk. Het idee dat we een ‘vaccin’ hebben en we het nu dus maar moeten gebruiken, maakt dat de mens een middel wordt om een doel (groepsimmuniteit) te bereiken. Dit lijkt te gebeuren ongeacht de imperfecties of opmerkingen die ik aan het begin van deze tekst reeds naar voren bracht en ongeacht de eenvoudige vaststelling dat de vaccinatiestrategie enkel de marktaandelen van de producenten de hoogte in jagen. Zonder dus op het terrein een noemenswaardige medische verbetering teweeg te brengen, laat staan een ‘sociale’ winst te boeken. Meer zelfs, onder de huidige situatie groeien niet enkel de bestaande klassenverschillen exponentieel verder, er lijkt zelfs een ongeziene maatschappelijke polarisering plaats te vinden.

In mijn opinie heerst ter linkerzijde dan ook een ziekelijke perversie wanneer men enerzijds dit laatste niet ter harte neemt en anderzijds denkt de ‘pandemie’ te kunnen uitbuiten zonder het fundamentele aspect van de techniek, namelijk dat ze doel en middelen omdraait, aan te raken of op te lossen.

De onwil (of is het onkunde?) van linkse intelligentsia om dit te erkennen ligt misschien verborgen in het Communistische Manifest, waarin bijna reikhalzend wordt uitgekeken naar de mogelijkheden die de techniek zou kunnen betekenen voor de proletarische revolutie.

Wie vandaag immers het Manifest leest, in het bijzonder hoofdstuk 1: Bourgeois en proletariërs, kan niet enkel omheen de venijnige haat jegens de burgerij die erin wordt tentoongespreid, maar tevens de onderhuidse jaloezie opmerken over de verwezenlijkingen van die klasse en de rijkdommen die ze heeft vergaard. Het enige probleem, lijkt men daar te stellen, is dat die rijkdom gestolen goed is en dat ze om dat ongedaan te maken, de productiemiddelen dan maar in eigen handen willen/moeten krijgen. Kortom, communisten willen een revolutie om de macht te veroveren net zoals in vroegere tijden een revolutie de klasse van de burgerij aan de macht heeft gebracht.

Onder onze ogen voltrekt zich een dergelijke beweging. De burgerlijke productie- en verkeersverhoudingen, de moderne burgerlijke eigendomsverhoudingen, de moderne burgerlijke maatschappij, die zulke ontzaglijke productie- en verkeersmiddelen tevoorschijn getoverd heeft, gelijkt op de heksenmeester die de onderaardse machten, door hem zelf opgeroepen, niet meer kan beheersen. Sinds tientallen jaren is de geschiedenis van de industrie en de handel nog slechts de geschiedenis van de opstand van de moderne productiekrachten tegen de moderne productieverhoudingen, tegen de eigendomsverhoudingen, die de bestaansvoorwaarde zijn van de burgerij en van haar heerschappij. Het volstaat de handelscrisissen te vermelden, die in hun periodieke terugkeer steeds dreigender het bestaan van de hele burgerlijke maatschappij in gevaar brengen. In deze handelscrisissen wordt geregeld een groot deel van de voortgebrachte producten, maar ook van de reeds tot stand gebrachte productiemiddelen vernietigd.[7]

Tot dusver een citaat uit het Communistisch Manifest. Om maar te zeggen dat Marx en Engels zeer accuraat de kapitalistische crisis(sen) hebben beschreven. Maar daar meteen op volgend is zowaar zelfs sprake van een epidemie! Namelijk de epidemie van de overproductie. We lezen even verder:

In de crisissen breekt een maatschappelijke epidemie uit, die voor alle vroegere periodes iets onzinnigs zou hebben gebleken – de epidemie van de overproductie. De maatschappij ziet zich plotseling in een toestand van tijdelijke barbaarsheid teruggebracht. Een hongersnood, een algemene verdelgingsoorlog schijnen haar levensmiddelen te hebben afgesneden, de industrie en de handel schijnen vernietigd, en waarom? Omdat zij teveel beschaving, te veel levensmiddelen, te veel industrie, te veel handel bezit. De productiekrachten die tot haar beschikking staan dienen niet meer tot bevordering van de burgerlijke beschaving en van de burgerlijke eigendomsverhoudingen.”[8]

Voor ons is hier niet alleen belangrijk dat de huidige ‘gezondheidscrisis’ eveneens volgens de voorgeschreven analyse van Marx en Engels lijkt te gaan verlopen, maar ook dat de nakende vernietiging van productiemiddelen inhoudt dat dat inclusief de mens betreft! Want wanneer de mens het product is van de techniek, of beter, wanneer de mens in navolging van de ideeën van Anders, zelf een productiemiddel is geworden, dan slaat die overproductie eveneens op de mens waaraan dus een teveel is gekomen en waarop – logischerwijze – de vernietiging moet volgen.

Hoe die vernietiging te werk zal gaan is echter koffiedik kijken. Is ‘het vaccin’ zoals door sommigen wordt beweerd, een bio-wapen dat massasterfte onder de bevolking zal teweegbrengen? Slaat ‘de vernietiging van de productiemiddelen’ op een massale economische instorting met massaontslagen en massawerkloosheid tot gevolg? Of slaat de vernietiging enkel op de burgerlijke moraal en haar culturele instellingen, zoals hier en daar reeds aantoonbaar? In elk geval is er ook vandaag sprake van massavorming en een verregaande maatschappelijke polarisering die de ontwikkeling naar een revolutionaire en explosieve situatie mogelijk maakt. Een situatie die zich in de vorige eeuw eveneens (en tot tweemaal toe) heeft voorgedaan.

Kan deze evolutie een halt worden toegebracht of van richting worden veranderd? Kan het met andere woorden vredevol en socialer? Kan het menselijker en zorgzamer?? Het zijn vragen waarop elk sociaal voelend mens zich maar eens ernstig moet over bezinnen alvorens de (eigen) moraal op de helling te zetten om ‘de andere’ een hak te kunnen zetten.

 

Het zelfbewuste proletariaat?

Marx mag dan al de kapitalistische crisis accuraat beschreven hebben, de idee dat de proletarische ellende haar tegendeel zal oproepen en erin zal omslaan, op een hoger niveau zelfs zal doen verdwijnen, was utopisch. En dat heeft niets te maken met de al of niet organisatorische kwaliteiten van zijn volgelingen.

“Marx zag in het rationaliseringsproces en de automatisering een heimelijke bondgenoot van het proletariaat. Günther Anders, analyseert 130 jaar later de feitelijke ontwikkeling en constateert aan de kant van de subjecten van deze ontwikkeling, de arbeiders: passiviteit, onderwaardering van de aanwezige bekwaamheden en angst. Angst voor de alomtegenwoordige mogelijkheid aan de kant te worden gezet. Sinds de arbeid tot het rijk van de noodzaak behoort, de productiearbeid door machines, robots en automaten wordt verricht, sinds de doelgerichte lichamelijke arbeid door sport als surrogaat is vervangen, ligt volgens Anders, de compensatiehypothese meer voor de hand”[9]:

 

Morgen zal de vrije tijd niet meer als het eigenlijke leven gelden, maar als de tijdbrij waar niet door heen te komen is en die stuk geslagen moet worden… Aan dit lot zullen ook de bevoorrechten die wel nog mogen werken niet ontkomen. Ook zij zullen beroofd worden van de mogelijkheid om de begeerte en de lust om te werken te bevredigen; ze zullen zich immers tevreden moeten stellen met de rol van ‘bewakers/herders van automaten, kortom met werkzaamheden die zich van nietsdoen slechts daardoor onderscheiden dat ze betaald worden…”[10]

Het valt te noteren dat Anders’ ideeën dateren van lang voordat er sprake was van burn-outs en bullshit jobs[11]. En dat wat ons wacht zowel in socialistisch georganiseerde landen als in kapitalistisch georganiseerde landen gerealiseerd wordt juist omwille van de invloed en de gevolgen die de techniek heeft op de mens. Omdat de techniek op een zeker moment met de mens aan de haal gaat.

Tijd dus voor Anders…

 

Epiloog

De wereld die geldt als een uit te buiten mijn.

Het geloof in de techniek is vandaag dus ook eenvoudig door te trekken naar het geloof in de werking van de huidige ‘vaccins’, die uiteraard boven elke verdenking worden gesteld. Een vaccin is immers een vaccin. Günther Anders zou hierin een bewijs hebben gezien van de ontkoppeling van het oorspronkelijke product naar het surrogaat, de objectivering die omslaat in het vervangbare, de vervluchtiging: men kan zich niet meer voorstellen wat men maakt want het uiterlijk verraadt niets (meer) van het gebruik. Elke vloeistof kan derhalve (terecht) een vaccin worden genoemd, als het maar middels een spuit in het lichaam wordt geïnjecteerd.

Hun loutere functionaliteit, maakt hen verder niet enkel vervangbaar maar ook bestemd tot vernietiging. En doordat de taak van de huidige wetenschap niet meer bestaat in het geheime, verborgen wezen of de verborgen wetmatigheid te ontdekken, maar om hun verborgen bruikbaarheid te ontdekken, wordt de wereld herleid tot een uit te buiten mijn.

Daarin kunnen we zonder twijfel eveneens de ecologische uitdagingen herkennen die ons wachten, omdat de teloorgang van biodiversiteit het gevolg is van het feit dat natuurlijke dingen geen andere betekenis meer krijgen dan die van grondstof voor onze artefacten. We zouden dit gemakshalve aan het roofzuchtige kapitalisme kunnen toeschrijven, maar uiteraard heeft ook dat meer te maken met hoe we ons verhouden tot de techniek en welke gevolgen die techniek op ons Zijn en handelen heeft.

Anders pleitte dan ook voor een moraal van de techniek of in elk geval om meer morele fantasie. Dat we ons zouden kunnen inbeelden wat de morele gevolgen zijn van ons denken en handelen. Zowel voor onszelf (het individu) als voor de andere (het collectief, de samenleving, de mensheid), omdat op die wereld uiteindelijk ook de mens als natuurlijke grondstof kan worden gezien…

 

 

[1] https://www.who.int/bulletin/online_first/BLT.20.265892.pdf

[2] https://en.wikipedia.org/wiki/G%C3%BCnther_Anders

[3] https://nl.wikipedia.org/wiki/Luddisme

[4] van Dijk, P., Günther Anders, Antropologie in het tijdperk van de techniek, 1998, Uitgeverij Damon (p.74)

[5] Anders, G., De catacombe van Molussië, 2007 (Ned. vert.), Lemniscaat, Rotterdam

[6] Idem, van Dijk, (p. 74)

[7] Marx, K., Engels, F., Het Communistisch Manifest, 1998, Marxistische studies (IMAST vzw.), p. 111

[8] Idem, Marx, Engels (1998). p. 111

[9] Idem, Van Dijk, p. 76

[10] Anders, Günther, Die Antiquiertheit des Menschen, vol II
https://libcom.org/files/ObsolescenceofManVol%20IIGunther%20Anders.pdf

[11] Graeber, D, Bullshit jobs, Over zinloos werk, waarom het toeneemt en hoe we het kunnen bestrijden, 2018 (Ned. Vert.), Business Contact

Creative Commons

dagelijkse newsletter

take down
the paywall
steun ons nu!