De kracht van Congo: de andere kant van de Afrikaanse olifant
Congo, Beeldvorming, Stereotiepen, Joseph Kabila -

De kracht van Congo: de andere kant van de Afrikaanse olifant

maandag 8 november 2010 18:52

Begin juli ging ik met enkele Belgen op solidariteitsreis naar Kinshasa. We werden er bijzonder warm onthaald door Etoile du Sud. Een basisorganisatie van strijdvaardige Kinois, die in de armenwijken van Masina (één van de vele deelgemeenten van de stad) de bevolking probeert te organiseren rond gezondheidszorg en empowerment.

Het was enkele dagen na de festiviteiten van vijftig jaar onafhankelijkheid. Sindsdien is Congo niet meer uit het nieuws geweest. Wat daarbij vaak opvalt, is de eenzijdigheid waarmee over het land bericht wordt: een kapot land gerund door corrupte leiders, een hopeloos geval. Wij mochten drie weken lang een heel andere realiteit ervaren. Eén van ´gewone Congolezen´ die er keihard voor willen gaan. En een jonge president Kabila die, voor het eerst in vijftig jaar, echt iets doet bewegen in het land.

Waarom blijven we hier dan toch vooral negatieve berichten horen? Waar halen Belgische beleidsmakers – die er amper in slagen ons eigen prutslandje op de rails te krijgen – de pretentie vandaan om Congo met de vinger te wijzen? Een land dat tachtig keer groter is en waar de problemen minstens zo complex zijn? Nog steeds paternalisme? Of spelen er grotere, economische belangen mee?…

Een kapot land…

Het moet gezegd: veel van de stereotypen kloppen. Het gaat niet goed met Congo. En wij hebben dan nog alleen de hoofdstad gezien. Meer dan 70% van de mensen moet rondkomen met 1 tot 2 dollar per dag. Een grote groep heeft geen vaste job, en overleeft met eigen handeltjes. De levensverwachting is 52 jaar, de gemiddelde leeftijd 16.

De basisvoorzieningen zijn rampzalig. In de gammele publieke schooltjes zitten kinderen met zestig in een klas gedrumd. Als hun ouders het schoolgeld kunnen betalen, tenminste. Er zijn ziekenhuizen in de wijken, maar ook die zijn vaak niet toegankelijk voor de arme bevolking. Er is een schrijnend gebrek aan dokters.

Veel dokters emigreren naar landen waar ze een beter loon krijgen, en wie over blijft, werkt vooral voor rijke patiënten. We spraken met een dokter uit de armenwijk, die alleen verantwoordelijk is voor 30.000 patiënten. Een andere dokter kreeg een zone buiten Kinshasa toegewezen. Een gebied van 200 kilometer met 600.000 patiënten. Veel van die mensen zullen nooit van hun leven de dokter zien, en kunnen enkel hopen dat ze niet ziek worden. In de stad is stromend water en elektriciteit.

Maar de druk op de waterleidingen is enkel om twee uur ´s nachts voldoende, dus je moet opstaan om een reserve voor de volgende dag aan te leggen. En de elektriciteit valt om de haverklap uit. Omdat de stad te snel gegroeid is en er te veel huizen aangesloten zijn op te weinig (verouderde) transformatoren, die voortdurend oververhit geraken.

Als je meer naar de buitenwijken gaat, valt ook die luxe weg. Hier wonen mensen met twaalf in betonnen hokjes van zes vierkante meter, zonder basisvoorzieningen. Geen betonwegen meer hier, maar zandwegeltjes waar je letterlijk op het vuil loopt. Als je geld hebt om schoenen te kopen is dat niet erg, maar veel kinderen lopen hier blootsvoets. Met allerlei ziektes tot gevolg.

De armoede dwingt de meeste mensen tot allerlei creatieve oplossingen. Wat wij corruptie noemen, is hier een overlevingsstrategie. Van proffen die enkel examens willen afnemen als hun studenten hun dure syllabussen kopen: een noodzakelijke aanvulling op hun schraal loon. Of die sowieso onvoldoendes geven, in de hoop dat studenten wel zullen terugkomen en onder tafel iets zullen regelen.

Over politieagenten die mensen voortdurend lastig vallen. En dan beginnen discussiëren over de juiste papieren, maar stoppen met moeilijk doen als je hen wat geld toestopt. Tot een mentaliteit die hier algemeen is, waar niets voor niets wordt gedaan maar iedereen wat hij heeft en kan probeert ten gelde te maken.

… maar mensen met ambitie

De verhalen kloppen dus. Maar ze worden hier eenzijdig gepresenteerd. Er wordt zo weinig stilgestaan bij het waarom van deze achterstand. Het land is, onder Belgisch koloniaal bewind, jarenlang uitgezogen. De weinige investeringen die er toen werden gedaan, verpieterden tijdens de dertig jaar dictatuur van Mobutu. Die zijn ding kon doen met steun van het westen.

Toen nam de oude Kabila de macht over. Hij wou Congo terug aan de Congolezen geven en het land herop bouwen. Het kleine jaar dat hij aan de macht was, bracht ook echt verandering: alle Congolezen die we spraken, spreken er nog vol lof over.

Maar hij was een gevaar voor de westerse belangen. Die steunden een jarenlange oorlog tegen hem, die het land ook totaal verwoestte. Kabila werd vermoord en vervangen door zijn zoon. Pas in 2003 kwam de vrede een beetje terug, en pas sinds 2006 slaagt de jonge Joseph Kabila er in om het land terug op de rails te krijgen. Congo komt dus uit een decennialange periode van oorlog en uitbuiting, vaak gesteund door het westen. Logisch dat het land achtergesteld is.

Er wordt door het westen ook weinig marge gelaten om het land op te bouwen. Tijdens de dictatuur van Mobutu werd een gigantische schuld opgebouwd. Geld dat hem door het westen werd geleend om grootse projecten op te zetten (zoals de bouw van de Inga-stuwdam).

De bevolking werd er uiteindelijk geen haar beter van: door corruptie en wanbeheer verdween het meeste geld in de zakken van de Mobutu-elite, en de stuwdam werkte nooit meer dan 30% van zijn capaciteit. Maar de westerse bedrijven die de bouwwerken mochten uitvoeren, vaarden er wel bij. Het westen bleef Mobutu ook geld toestoppen, zelfs toen ze zagen dat hij de leningen nooit zou terugbetalen, omdat ze hem nodig hadden als pion in de Koude Oorlog. Gevolg: het land zit nu met een overheidsschuld van 14 miljard dollar, waar de gewone

Congolees nooit iets van gezien heeft, maar die hij wel mee moet afbetalen. Een vijfde van het overheidsbudget gaat naar afbetaling van de schulden. Congo moet uiteindelijk gerund worden met een budget kleiner dan dat van de stad Antwerpen.    

De achterstelling heeft dus een geschiedenis en een context, die vaak niet verteld wordt. En, ook vaak onderbelicht: er waait sinds kort een nieuwe wind. Ten eerste bij de bevolking zelf. De Congolezen willen duidelijk niet bij de pakken blijven zitten. Dat merk je aan de jongeren en studenten die we spraken. Die enorm gemotiveerd zijn om hun geschiedenis beter te begrijpen, én hun land eigenhandig terug op te bouwen.

Maar ook aan de basisbewegingen die steeds meer opkomen, en die de ´gewone Congolezen´ willen organiseren. Onze gastheer Etoile du Sud is daar een mooi voorbeeld van. Ze richten in tal van wijken buurtcomités op. Waar burgers in hun eigen wijk het heft weer in handen nemen. Vanuit de filosofie dat, als je iets wil veranderen, je niet moet wachten op de Belgen of de overheid, maar het vooral zélf moet doen.

De comités zetten projecten op: van een vrijwillige dokterspermanentie, over eigen huisvuilophaling (zie foto) , tot het gemeenschappelijk aankopen van materiaal om de wijk en de kleine landbouwproductie te verbeteren.

En er is ook het politieke werk. Dat was jarenlang verboden, of onmogelijk door de oorlog. Dus mensen zijn niet politiek geschoold. Politieke partijen hebben hier ook geen programma, enkel een bekende kop.

Mensen stemmen vooral uit tribalisme (kiezen voor de kandidaat uit je eigen clan, in de veronderstelling dat die wel het best voor jou zal zorgen) of uit de buik (wie de meeste cola en t-shirts uitdeelt, krijgt hier de meeste stemmen). In discussiegroepen worden wijkbewoners wél politiek gevormd: om na te denken over het land, principes als democratie, en hoe Congo er weer bovenop te krijgen.

De nieuwe wind zit ook in het plan van de jonge Kabila. Die heeft een ambitieus programma voor het land. Hij wil werk maken van vijf ´werven´: infrastructuurwerken, onderwijs en gezondheid, water en elektriciteit, huisvesting en tewerkstelling. Overal in de stad zie je affiches, die het ´ontwaken van de olifant Congo´, als bloeiend hart van Afrika, propageren.

Maar het is meer dan propaganda. Dat zagen de Congolezen zelf ook. In januari waren ze nog aan het morren: dat er van de beloftes wel niks in huis zou komen en dat nieuwe wegen de honger niet verdrijven. Maar toen bij het onafhankelijkheidsfeest in juni een groot deel van de geplande infrastructuurwerken klaar was, moesten ze toch toegeven dat er echt iets aan het bewegen is. De grote werken beperken zich ook niet enkel tot de hoofdstad.

Er komen steeds meer wegen tussen de Congolese grootsteden. Waar een rit naar familie elders in het land vroeger zes dagen duurde, kan je dat nu in één dag doen. Door de wegen kunnen landbouwers hun producten gemakkelijker vervoeren en verhandelen.

En dat kan dan weer ontwikkeling in de andere steden brengen, wat de vlucht van veel mensen naar de hoofdstad kan afremmen. Naast wegen worden er ook steeds meer ziekenhuizen en scholen gebouwd, en staan verschillende welzijnsprojecten in de steiger. En dat is echt wel heel lang geleden in het arme Congo.

De jonge Kabila realiseert dit vooral met hulp van de Chinezen. In een reeks ingenieuze contracten sloot hij interessante deals. Chinese bedrijven krijgen mijnconcessies, waarmee ze koper en andere grondstoffen mogen komen ontginnen (waar China, als bloeiende economie, veel nood aan heeft). In ruil financieren ze de infrastructuurwerken.

De hele operatie wordt gerund door een joint venture, waar de Congolese overheid deel van uitmaakt. Eens de infrastructuurwerken zijn betaald, zal een deel van de winst van de grondstofontginning terugvloeien naar de Congolese staatskas. Uiteraard zitten de Chinezen daar vooral uit eigenbelang. En ja, de arbeidsomstandigheden waarmee ze Congolezen tewerk stellen, is niet steeds je dat. Maar het is beter dan wat de Libanezen en Indiërs daar doen.

En de infrastructuurwerken geven werk aan duizenden Congolezen, die voordien amper konden overleven. De win-win-filosofie van de contracten breekt ook volledig met de vroegere gang van zaken, toen westerse multinationals ongestraft het land konden uitzuigen, en de gewone Congolees daar geen haar beter van werd.   

De figuur van Joseph Kabila is omstreden, maar ook dat ligt genuanceerd. Toen we in Kinshasa waren, was Floribert Chebaya net vermoord. Deze Stem van de Stemlozen had, als mensenrechtenactivist, een pijnlijk rapport klaarliggen over de betrokkenheid van Kabila in een moordpartij. Toen hij zelf vermoord werd, wees iedereen dan ook direct naar de Kabila-entourage. Korter geleden stierf Armand Tungulu.

Deze Kabila-opposant uit België had het aangedurfd om een steen naar de presidentiële wagen te gooien. Toen hij later werd opgepakt en in verdachte omstandigheden stierf in de cel, was Kabila ook weer verdachte nummer één. Maar de discussies zijn pittig. Zo verdedigen heel wat Congolezen ook de stelling dat Chebaya vermoord is door de oppositie, in een poging om Kabila – een paar dagen voor de onafhankelijkheidsviering – in een slecht daglicht te stellen.

En er zijn ook Congolezen die een strakke veiligheidsdienst en gerichte terreur verdedigen. Kabila heeft het niet makkelijk: hij staat vrij geïsoleerd met zijn plannen voor verandering, de rijke oppositie is groot, zelfs in zijn eigen parlement. Naast de overheidszenders zijn er meer dan veertig commerciële televisiekanalen. Waaronder kanalen van de oppositie, die dagelijks lastercampagnes kunnen voeren. Congolese leiders die écht iets wilden veranderen, werden in het verleden steevast afgemaakt. Van Lumumba over Mulele tot de oude Kabila. Vaak met steun van het westen. Als de jonge Kabila echt iets wil veranderen, doet hij er dus best aan zich zo veel mogelijk te beschermen…

Nu nog onafhankelijkheid

Een mens vraagt zich af waarom dat complexe, veelzijdige verhaal zo weinig verteld wordt. En hier komen de grote economische belangen in het spel. Er is iets erg interessants aan het gebeuren in Congo. De Chinese grootmacht neemt duidelijk de handel over. En daar kan het westen niet mee lachen. Toen de grote Chinese contracten werden afgesloten, dreigde het westen de beloofde kwijtschelding van de overheidsschuld niet te laten doorgaan.

Toen Congo toch met de Chinezen verder ging, werd snel een kwijtschelding van 8 miljard dollar beloofd, in de hoop het land toch nog te vriend te houden. Vandaag wordt ook die kwijtschelding genuanceerd. Ze kan enkel doorgaan als Congo transparant is over haar contracten met de Chinezen, én als ze iets aan de corruptie doet in haar overheidsapparaat. Corruptie die jarenlang werd georganiseerd én onderhouden door het westen zelf.

De beeldvorming over Congo, die we hier dagelijks krijgen, heeft daar veel mee te maken. Toen de jonge Kabila een hoop contracten van westerse mijnmultinationals herriep, en een groot deel van hen buiten zette, was hij plots een ´corrupte, incompetente leider´. Toen hij interessante deals sloot met de Chinezen, oreerden ze hier over een ´nieuw Chinees kolonialisme´. Het westen begrijpt dat ze het rijke Congo aan het verliezen zijn, dat Congo hen niet meer nodig heeft. En dat doet pijn. Een eenzijdig negatief beeld ophangen van een corrupt, incompetent regime, moet helpen om de macht te behouden. Maar het zal de realiteit van een land, dat eigenhandig beslist er weer bovenop te komen in échte onafhankelijkheid, niet kunnen tegen houden.

De solidariteitsreis naar Kinshasa was een initiatief van de Belgische NGO intal. Meer info over Congo-activiteiten én achtergrond op www.intal.be.

dagelijkse newsletter

take down
the paywall
steun ons nu!