De koolstoftaks, een nieuw geloof ?

De koolstoftaks, een nieuw geloof ?

zaterdag 4 november 2017 18:06
Spread the love

De koolstoftaks heeft tegenwoordig veel apostels. In haar recensie van het boek van Shi-Ling Hsu, The Case for a Carbon Tax -annex pleidooi voor de taks, nam Brigitte Van Gerven haar pelgrimstaf weer op om ons te tonen hoe heilzaam dit marktinstrument wel zou zijn in de strijd tegen de klimaatcrisis. U moet wel niet teveel vragen hebben bij het kapitalisme, dat als onderliggend economisch systeem toch de hoofdoorzaak is van de ecologische en sociale crisis. Want daarover, rept haar stuk met geen woord…

 Maar wat zegt de koolstoftaks geloofsbelijdenis precies en waarom kloppen de kern postulaten niet ? In het artikel van mevrouw Van Gerven wordt de koolstoftax vergeleken met andere beleidsinstrumenten, waaronder directe regulering, die veelal fout geschetst wordt, zodat het geprefereerd instrument, de koolstoftaks, steeds als beste uit de test zou kunnen komen. Zo zou de koolstoftaks volgens de economische theorie de goedkoopste (lees: efficiëntste) manier zijn om een maximale emissiereductie te bereiken. Wat de economische theorie ons zeker leert is dat de CO2-taks een intrinsiek ondoeltreffend instrument is wanneer het erop aankomt een welbepaald vitaal doel te bereiken. Inderdaad, kenmerkend voor een CO2-taks is dat het bedrag van de taks door de beleidsmaker wordt bepaald, maar dat de omvang van de bereikte uitstoot-vermindering door de markt “beslist” wordt. Of er al dan niet reducties komen, vloeit dus voort uit de grillige marktwerking. Men bepaalt een prijs per ton CO2 en begint dan maar snel te bidden, want een maximale emissiereductie is niet noodzakelijkerwijze een voldoende emissiereductie. En inzake het klimaat is het enige relevante, de hoeveelheid CO2 en andere broeikasgassen in de atmosfeer. Zo weten we dat om 66 % kans te hebben om een opwarming van 1,5 °C te vermijden, er een koolstofbudget overblijft van 205 Gt (Bron: Klimaat Coalitie, Brochure Fossielvrije banken in de strijd tegen de koolstof zeepbel, p. 5). Met andere woorden, de gehele mensheid mag nu niet meer dan 205 Gt CO2 uitstoten. That’s it ! Wie is er nu zo gevaarlijk roekeloos dat hij/zij het respecteren van dit carbonbudget in handen wil laten van het spel van russische roulette dat de markt is ? Zelf de UNEP en de WTO, vergissen zich niet wanneer ze op pagina 18 van hun Trade and Climate Change Report 2009 concluderen: A carbon tax may therefore be more appropriate than an emission trading scheme, especially when there is no particular risk of passing a critical threshold level for emissions. On the other hand, an emission trading scheme may be preferable in situations where greater environmental certainty is needed, a typical case being when the concentration of greenhouse gases in the atmosphere in the longer term is in danger of passing a certain threshold beyond which the likelihood of unwanted environmental consequences increases to unacceptable levels. In such a case, stabilization of emissions below this threshold concentration is essential. Dus alleen al op puur   beleidstechnische basis dient de koolstoftaks te worden uitgesloten. Maar wat hebben we dan wel nodig om de grootst mogelijke garantie te krijgen om binnen het CO2-budget te blijven als de koolstoftaks hiervoor geenszins deugt ?

 De overheid dient komaf te maken met het totaal inefficiënt Europees ETS-systeem. In de plaats daarvan moeten verplichte en linaire emissie reducties van minstens 8 % per jaar komen voor alle sectoren van de economie volgens een dwingende agenda. Dit betekent concreet dat elk bedrijf zijn aankoopbudget van fossiele brandstoffen 8 % lager moet houden dan in zijn boekhouding van het jaar voordien en zo verder, van jaar op jaar. Dit geeft veel meer zekerheid aan bedrijven dan een koolstoftaks waarvan de resultaten alle kanten uit kunnen gaan. Bedrijven weten hiermee precies wat hen de komende tien jaar te wachten staat en zullen dan ook niet voor het laaghangend fruit gaan door te investeren in randoplossingen. Zij zullen rationeel voor de beste technologische alternatieven voor fossiele brandstoffen en voor energie efficiëntie moeten opteren. Daar waar lineaire reducties moeilijker te implementeren zijn (openbaar vervoer, verwarming,..), dient de overheid investeringsplannen uit te werken teneinde structurele collectieve alternatieven te organiseren. Maar voor Van Gerven is het net een voordeel dat “een koolstoftaks (lees hier: de markt) geen voorkeur heeft voor een bepaalde sector,” daar waar “regulering en subsidies een geldstroom veroorzaken naar bepaalde industrieën, waardoor er in deze industrieën teveel kapitaal wordt opgebouwd.” En hier duikt dat neoliberaal idee, dat de markt wel beter weet welke de beste oplossingen zijn voor het menselijk en natuurlijk welzijn, weer op. Volstaat het niet om uit uw raam te kijken om te zien wat de invisible hand met onze mooie planeet gedaan heeft ? Het is niet aan de markt met als hoofdactoren, op winst beluste ondernemers, om te bepalen waar de mensheid naartoe gaat. Het is de taak van de democratische overheid om, steunend op de “best science“, erover te waken dat aan de behoeften van de bevolking wordt voldaan op rechtvaardige wijze en binnen de biofysische grenzen van de planeet, a fortiori wanneer de window of opportunity om een catastrofe af te wenden, niet langer dan een tiental jaar open blijft.

 En toch gaat het economisch liberaal deuntje verder: “Overheden moeten echter niet proberen om specifieke problemen op te lossen. Ze moeten de juiste condities creëren waarin het probleem opgelost geraakt (…)” en “Een stabiel prijssignaal is nodig om een business case voor innovatie te kunnen maken.” De prijs is nochtans slechts één van de elementen die tot de aankoopbeslissing van een goed of dienst leiden. Consumenten laten zich ook leiden door criteria als de gepercipieerde garantie van veiligheid (SUV’s) of hygiëne van een product, de plaats van productie (made in Germany), het vertrouwen in een merk, de aanwezigheid van een label, de status die men door een aankoop verwerft (conspicuous consumption), het gebrek aan alternatieven of aan propere alternatieven waarvan de prijzen niet te ver liggen van “vuile” producten. Inderdaad indien een product ondanks de prijsstijging ten gevolge van de koolstoftaks goedkoper blijft dan het bio of eco alternatief, dan zullen de kleine en middelgrote inkomens niet van het ene op het andere overstappen.

Een andere factor die meespeelt, is die van de prijselasticiteit. Sommige goederen hebben een sterke elasticiteit: wanneer de prijs stijgt, zakt de vraag naar die goederen aanzienlijk; andere hebben een starre elasticiteit: prijsstijgingen hebben slechts een geringe invloed op de vraag. Dit is in het bijzonder het geval van basisgoederen en -diensten: voeding, transport, een dak boven het hoofd. Ook indien prijzen stijgen ten gevolge van het doorrekenen van de koolstoftaks in de verkoopprijs, zijn de mensen toch verplicht om zich te voeden, te verplaatsen, te huisvesten. Met “gevangen” consumenten heeft de producent quasi geen behoefte om in nieuwe propere technologieën te investeren en zo zakt de uitstoot niet of minder dan nodig.

Al die elementen kunnen het effect van een prijsstijging ten gevolge van de koolstoftaks neutraliseren en ervoor zorgen dat de consumenten dezelfde producten blijven kopen ongeacht of ze duurder en meer vervuilend zijn.

Bovendien zijn rijkere mensen minder of helemaal niet gevoelig voor prijsstijgingen ten gevolge van de CO2-taks. De relatieve impact op hun inkomen is beperkt en zij kunnen dus verder op dezelfde wijze blijven consumeren. Hierdoor hebben producenten opnieuw geen nood aan investeringen in CO2 zuiniger technologieën.

 Ander voordeel van de koolstoftaks volgens Van Gerven, de taks zou perfect verenigbaar zijn met andere beleidsinstrumenten, ook op andere beleidsniveaus. Het is al moeilijk om het effect van een koolstoftaks op zich te meten, maar in een mix met andere instrumenten is de precieze impact van de koolstoftaks al helemaal onmogelijk te isoleren. Het wordt daarentegen wel makkelijker om te beweren dat hij werkt. Verplichtende emissiereducties kunnen en dienen trouwens ook met andere instrumenten gekoppeld te worden, zoals sensibilisatie tot spaarzaamheid, planmatige en grootschalige overheidsinvesteringen,…

 Tevens zou “een koolstoftaks effect hebben op grote en kleine verbruikers, waardoor iedereen op zijn gebied naar low-carbon oplossingen gaat zoeken.” En in perfecte Newspeak stijl voegt mevrouw Van Gerven toe: “Hsu vermeldt het niet in zijn boek, maar ik vind de intrinsieke rechtvaardigheid van een koolstoftaks ook een belangrijk argument.” Oorlog is vrede en intrinsiek onrechtvaardig wordt intrinsiek rechtvaardig.

 De koolstoftaks is inderdaad sociaal onrechtvaardig omdat de minder begoeden het hardst geraakt worden door de algemene prijsstijging die eruit voortvloeit.

De armsten vallen op veel vlakken uit de boot door gebrek aan betaalbare alternatieven, gebrek aan kennis, gebrek aan een krachtige politieke vertegenwoordiging, enz. Laat staan dat ze de tijd en de middelen zouden hebben om “naar low-carbon oplossingen (te) gaan zoeken” in hun dagelijkse strijd om de eindjes aan elkaar te knopen. Laten we niet vergeten dat 20,6% van de Belgische bevolking in 2015 aangaf moeilijk tot zeer moeilijk rond te komen. Anderzijds toont een studie die in 2010 door François Lenglart werd gerealiseerd, aan dat een arbeider 5 ton CO2 per jaar produceert en een kaderlid 8,1. De economisten, Lucas Chancel en Thomas Piketty hebben een studie gepubliceerd die aantoont dat op wereldvlak de 10% meest vervuilende individuen (nl. de midden en hogere klassen van de geïndustrialiseerde landen en de hogere klassen van de opkomende landen) 50 % van de broeikasgassen uitstoten, terwijl de 50% minst vervuilenden slechts 10%. Waarom wil men toch een beleidsinstrument kiezen die de mensen die het minst vervuilen en de minste actieruimte hebben, de volle laag geeft?

Bovendien wordt door de koolstoftaks de facto aan de rijksten het recht toegekend om zich een deel van de biocapaciteit toe te eigenen die de minderbedeelden toekomt, gewoonweg omdat zij de middelen ertoe hebben. Dankzij hun koopkracht, kunnen zij meer CO2 uitstoten dan waar ze recht op hebben. Dit is een fundamenteel onrecht dat elke humanist zou moeten doen steigeren, ook de vrijemarkt-minnaars.

 Door zijn aard is de koolstoftaks niet anders dan de BTW. De socialistische vakbond ABVV zegt het volgende over deze belasting op de toegevoegde waarde: de BTW is een belasting op consumptie en is voor iedereen gelijk. Een btw-verhoging (bijvoorbeeld op elektriciteit) is onrechtvaardig – zeker als die dient om onvoorwaardelijke steun te geven aan bedrijven – omdat die de lagere inkomensgroepen harder treft. Zij geven immers een groter stuk van hun maandelijks inkomen uit aan onmisbare goederen, bijvoorbeeld voeding, elektriciteit, verwarming,…

 Een bedrag van 21 in plaats van 6 euro aan btw op elke 100 euro snijdt er bij de doorsnee werknemer harder in dan bij een topmanager met een maandloon van 20.000 euro.” 

 Idem dito voor de koolstoftaks, waar de kilo CO2 dezelfde prijs heeft voor de arme stakker die zijn slecht geïsoleerd huurhuis probeert te verwarmen als voor de eigenaar van een 4×4 Porsche Cayenne.

 Doch naast deze inherente sociale onrechtvaardigheid is de koolstoftaks ook ecologisch onrechtvaardig, hetgeen hem ook moreel verwerpelijk maakt als beleidsinstrument. Via de aankoop van een recht om te vervuilen, privatiseert men de atmosfeer, die nochtans een gemeenschappelijk goed is en aan alle levende wezens toebehoort. In het geval van de koolstoftaks wordt het lot van dit gemeenschappelijk goed tegen betaling van uitgestoten CO2, aan private belangen toegewezen die er verder een koolstofstort van maken. Zouden de Standing Rock indianen er ook maar één minuut aan denken om, in hun strijd tegen het lekken van aardolie, beroep te doen op een heffing voor elke ton smurrie die in de Missouri belandt? Onder voorwendsel dat dit de firma, die de pijpleiding aanlegt, moet aanzetten om te investeren in betere technologieën ? Uiteraard niet !

Als deze absurde redenering niet opgaat voor een belangrijke stroom die miljoenen mensen van water voorziet, waarom zou die dan opgaan voor de atmosfeer en het klimaat?

Wanneer iets sacraal is, wanneer iets eindeloos waardevol, broos en onschendbaar is, zoals de grote evenwichten van de planeet, dan legaliseert men de beschadiging of zelfs de vernietiging ervan tegen betaling toch niet.

Wat men ook denkt over de geglobaliseerde kapitalistische economie, sommige dingen zijn geen waren. We zijn het erover eens dat dat het geval is van de menselijke persoon. Het zou dan ook niet in ons opkomen om tegen de slavernij te vechten door verhandelbare quota’s op te leggen of de mensenhandel te belasten, hoe zwaar ook, om de praktijk te ontraden.

 Tenslotte opent men met de koolstoftaks de deur voor andere pogingen tot privatisering van het wereld-ecosysteem door de aankoop van ecologische “aflaten”. Want waarom zou men glyfosaat, een gevaar voor mens en milieu, proberen te verbieden, terwijl men genoegen zou kunnen nemen met het heffen van een taks erop. Hetzelfde voor de neonicotinoïden die ervan beschuldigd worden o.a. bijenkolonies te decimeren. En waarom geen Becquerel-taks op de verspreiding van radioactiviteit door kerncentrales? Kwestie van het marktfalen te corrigeren.

In dit stadium is er geen enkele reden meer om CO2 afkomstig van fossiele brandstoffen anders te behandelen dan asbest, DDT of enige andere zeer gevaarlijke polluent.

 Kortom, de koolstoftaks is niet aangepast aan het imperatief om het koolstofbudget te respecteren en is zowel sociaal als ecologisch onethisch. Is het dan relevant dat “de koolstoftaks het gemakkelijkste te administreren van alle beleidsinstrumenten zou zijn” of ” dat hij “de overheid niets kost, behalve de administratieve overhead”, stellingen die trouwens ernstig betwijfeld kunnen worden indien de invoering ervan gepaard zou gaan met begeleidende maatregelen om de armsten toch niet al te zeer te treffen.

 Brigitte Van Gerven geeft nog mee dat bij politici en de gewone bevolking (waar moet dat uit blijken ?) de inzichten over de koolstotaks gelukkig lijken te veranderen en dat een koolstoftaks een grotere kans heeft om te worden geaccepteerd dan een wereldwijde cap-and-trade. Hierbij verwoordt zij alvast het perspectief van de multinationals en andere grote vervuilers. Die laatsten hebben hun voorliefde voor de koolstoftaks al duidelijk uitgesproken. Tijdens de VN-klimaattop in Lima, riepen meer dan 1.000 bedrijven op voor een koolstoftaks. Met reuze-multinationals als Nestlé, Unilever en Nokia. Zelfs de grote Europese oliebedrijven zijn vragende partij. Shell, BP, Statoil, Total en Eni tekenden samen een brief waarin ze de wereldleiders officieel opriepen een prijs te kleven op koolstof (DS, 23 november 2015). Liever een koolstoftaks waar ze door gelobby de prijs van CO2 zo laag mogelijk gaan trachten te houden om vervolgens de kost ervan door te schuiven op de bevolking, dan dwingende en gefaseerde emissiereducties. Maar daar is Brigitte Van Gerven zich gelukkig van bewust: “Net zoals bij het cap-and-trade systeem zullen bedrijven proberen om de koolstoftaks naar hun hand te zetten, om uitzonderingen te verkrijgen, om compensaties te krijgen, om de wetgeving uit te hollen. Dit is echter geen reden om de koolstoftaks te verwerpen.” Wel beste mevrouw Van Gerven, als dat geen reden is om de koolstoftaks te verwerpen, wat dan met het feit dat hij onethisch is en intrinsiek ondoeltreffend, dus gevaarlijk ?

Gaëtan Dubois

dagelijkse newsletter

take down
the paywall
steun ons nu!