Unizo, Angela Merkel, IPA, Lonen, Index, Gezondheidsindex, Koopkracht, Prijsindex, Afgevlakte index, Spilindex, Negatieve indexaanpassing, Bruto-indexering, Netto-indexering -

De index… Welke index?

donderdag 24 februari 2011 12:05

De automatische indexering van de lonen is een redelijk uniek, Belgisch systeem. Recent gaan verschillende stemmen op die dit principe in vraag stellen. Zo voorzag het IPA in een ‘studie over de index’ en stelde Merkel recent voor om de index in België af te voeren. Maar waarover gaat het hier? Wat is de index en hoe wordt die in de praktijk gebracht?
 

1. Prijsindex, afgevlakte index, gezondheidsindex: what’s in a name?

Ten eerste is er de prijsindex. Aan de hand van de ‘Huishoudbudgetenquête’ worden de prijsevoluties van een korf van producten gemeten, gewogen en samengevoegd tot wat men de prijsindexnoemt. De prijsindex meet dus de levensduurte. De korf van producten en hun gewicht worden om de 2 jaar geactualiseerd, nieuwe producten worden ingevoerd en producten die uit de markt verdwenen zijn (zoals VHS videocassettes) worden uit de korf verwijderd.

Ten tweede is er de gezondheidsindex. Om verschillende redenen heeft de wetgever beslist een aantal producten buiten beschouwing te laten. ‘Ongezonde’ producten zoals tabak en alcohol worden niet meegenomen in deze index, net zoals producten waarvan de prijzen vaak sterk schommelen zoals benzine etc [1].

De gezondheidsindex werd in 1993 ingevoerd in de nasleep van het Globaal Plan. Het is dus duidelijk dat, ondanks de naam, de gezondheidsindex niet enkel tot doel heeft de consumptie van ongezonde producten te ontraden door ze niet op te nemen in de index.

De hoofddoelstelling was de vertraging van de loonsaanpassingen in de hoop de concurrentiekracht van de Belgische bedrijven te verhogen, ten koste van de koopkracht van de mensen. Op de website van het planbureau is dit ook duidelijk te zien, de gezondheidsindex ligt structureel onder de gewone, afgevlakte prijsindex.

Ten derde spreken we over de afgevlakte index. Deze index meet het gemiddelde van de laatste 4 maanden. Als we verder over de aanpassing aan ‘de index’ spreken, gaat het over de aanpassing aan de ‘afgevlakte gezondheidsindex’. Omdat de afgevlakte index het gemiddelde neemt van de laatste maanden en er, doorgaans, een continue prijsstijging is, loopt de afgevlakte index steeds achter op de evolutie van de gezondheidsindex.

2. Verschillende sectoren, verschillende systemen

Hoe de lonen praktisch gekoppeld zijn aan de evolutie van de index verschilt van sector tot sector. We moeten de publieke en de private sector duidelijk onderscheiden. Voor de publieke sector bestaat er een wet die regelt dat de lonen aangepast worden aan de index. Voor de private sector bestaat er geen dergelijke wet en wordt de organisatie overgelaten aan de sectoren of de individuele bedrijven.

In de privé bestaat er dus geen enkele wettelijke basis voor de automatische indexering. Het zijn de sociale partners die in de verschillende paritaire comités overeenkomen over, of ze, en hoe ze de indexering van de lonen praktisch gaan organiseren.

Hieruit volgt ten eerste dat er in zo’n 29 (van de ongeveer 113) paritaire comités geen enkele sprake is van een indexering van de lonen [2]. Ten tweede gebruiken vele sectoren verschillende systemen om de lonen aan de index te koppelen. We onderscheiden twee categorieën: ofwel kiezen de sectoren voor een periodieke aanpassing ofwel voor een aanpassing op basis van de spilindex.

Bij het gebruik van de spilindex worden de lonen aangepast als de index een bepaalde stijging heeft gekend, de spil. Meestal wordt hiervoor 2% als maatstaf gebruikt, de lonen worden dus aangepast eenmaal de index met 2% gestegen is. In sommige sectoren worden ook kleinere percentages gebruikt. Elke maand wordt gekeken of de gezondheidsindex de spil heeft bereikt/overschreden, indien zo worden de lonen de volgende maand aangepast.

Andere sectoren gebruiken vaste data waarop de lonen aangepast worden aan de gezondheidsindex. De tijdspanne die tussen twee aanpassingen ligt wordt bepaald in de sectorale cao’s. Zo zijn er verschillende sectoren die jaarlijks hun index aanpassen (zoals de bedienden in de metaal, de voeding en de vastgoed), anderen doen het zesmaandelijks (bedienden in de confectie, arbeiders bouw & industrie) en nog andere sectoren opteren voor andere termijnen.

De indexering van de overheidswedden en sociale uitkeringen zijn wel bij wet geregeld en gebruiken de spilindex van 2%.

Met de deflatie van 2009 in het achterhoofd was de kwestie van de negatieve indexaanpassing pijnlijk actueel. Het loon wordt aangepast aan de index en de logica gebiedt dus dat in het geval van deflatie, de lonen naar beneden worden aangepast. Hoewel vele sectoren deze regel niet toegepast hebben, zijn er toch veel voorbeelden waar de lonen effectief naar beneden zijn bijgesteld [3].

3. Bruto-Indexering of Netto-Indexering

Recentelijk stellen werkgeversorganisaties zoals UNIZO voor om de index te hervormen. Om zowel de koopkracht als de concurrentiekracht te vrijwaren stellen ze voor om voortaan ‘netto-indexeringen’ in te voeren. De werkgever zou hierbij niet het bruto loon moeten aanpassen aan de indexering, maar enkel het netto-loon. Dit betekent dat de kost voor de werkgever daalt maar de koopkracht van de werknemer behouden blijft.

Het grote slachtoffer van deze constructie is de sociale zekerheid en de schatkist. Bij een bruto-indexering (een normale indexering zeg maar) wordt het bruto loon aangepast en worden dus belastingen en RSZ-bijdrages betaald op basis van het nieuwe, aangepaste loon.

4. Conclusie

Onder de noemer van ‘De Index’ valt dus een waaier aan praktijken waarbij de evolutie van de lonen gelinkt worden aan de evolutie van de prijzen. Afhankelijk van de invloed en macht van de vakorganisatie in een bepaalde sector, zal een werknemer sneller of trager gecompenseerd worden voor een koopkrachtverlies als gevolg van de inflatie.

Elke aanpassing van het indexsysteem heeft gevolgen voor vele partijen. De werkgevers kijken naar de kosten en het concurrentievermogen, de werknemers naar de koopkracht, de regering naar de fiscale inkomsten en de sociale zekerheid naar de RSZ-bijdrages.

Stan De Spiegelaere

Deze tekst is eerder gepubliceerd op www.poliargus.be

[1] Hier kan men de lijst van uitgesloten producten bekijken.

[2] Omdat de wettelijke minimumlonen wel aangepast worden aan de spilindex zullen de werknemers uit deze sectoren die aan het minimumloon werken wel een indexering van hun lonen kennen.

[3] In dit document kan men een overzicht vinden met de recente indexaanpassingen (ook negatieve).

dagelijkse newsletter

take down
the paywall
steun ons nu!