De Dienst Nationale Recherche en de Vervolging van Joke Kaviaar en de No-Borderbeweging in Nederland
Nederland, Onderzoek, Rechtszaak, Joke kaviaar, Analyze, Gulkana, Dienst Nationale Recherche, Ideologische misdaad, Politieke vervolging -

De Dienst Nationale Recherche en de Vervolging van Joke Kaviaar en de No-Borderbeweging in Nederland

maandag 7 januari 2013 13:43

door: Roelof (roelof <aapie> riseup (punt) net)

Aan de vervolging van Joke Kaviaar voor vermeende “opruiing” tegen het “openbaar gezag” ging een langdurig onderzoek vooraf. Toen Joke op 13 september 2011 thuis werd gearresteerd en enkele dagen in volledige beperkingen werd opgesloten was dit onderzoek al in volle gang. Reeds een half jaar lang (vanaf 14 maart 2011) vond onder leiding van Officier van Justitie Guus Schram, belast met het onderzoek naar “asielgerelateerd extremisme”, door de Dienst Nationale Recherche (DNR), een onderzoek plaats met de naam “Gulkana”. Bijna twee jaar later zal het onderzoek dan nu toch, op 8 januari 2013, tot een rechtszaak leiden. Bij het onderzoek, en het optreden van de DNR, kunnen echter vele vraagtekens worden gezet. Waarom bijvoorbeeld een afdeling met de Orwelliaans aandoende naam Unit Contra Terrorisme en Activisme (UCTA) een dergelijk langdurig en uitgebreid onderzoek zou uitvoeren naar een betrekkelijk simpele verdenking van opruiing is op zijn minst raadselachtig.

Deze bijdrage aan de discussie, gestart door Steungroep 13 September voorafgaande aan de rechtszaak van Joke Kaviaar, heeft als eerste doel meer achtergrondinformatie te geven over de politieke aspecten en achtergronden van de zaak. De tekst zal proberen om de discussie over de rechtszaak en de vervolging verder te brengen dan tot nu toe is gedaan in de openbare media, met simpele “oneliners” en het woord-voor-woord overnemen van spaarzame persverklaringen en mededelingen van het Openbaar Ministerie.

Een korte blik op de geschiedenis van de DNR zal laten zien dat het vervolgen van activisten en het inzetten van vergaande opsporingsmiddelen de DNR niet vreemd is. Het tweede doel van het artikel is dan ook de mysterieuze sfeer omtrent de UCTA weg te nemen, en meer informatie te geven over de UCTA als onderdeel van de DNR, en diens rol bij het in de gaten houden en registreren van activisme, waaronder het onderzoek naar Joke Kaviaar. Er zal hierbij gebruik gemaakt worden van het aan de steungroep beschikbaar gemaakte, onvolledige, strafdossier en ook andere openbare documenten als beleidsdocumenten van het OM en DNR zullen worden geraadpleegd.

De DNR als klaploper van het “Recht”

De Dienst Nationale Recherche, kortweg DNR, is de opsporingsdienst van deKoninklijke Landelijke Politie Dienst (KLPD), en wordt in de volksmond ook wel deNederlandse FBI genoemd. De DNR is de voortzetting van de eerdere kernteams die na een geruchtmakende IRT-affaire werden ontbonden. Tot de opheffing van hetInterregionaal Recherche Team (IRT) Noord-Holland / Utrecht in december 1993 werden buiten medeweten van het Openbaar Ministerie (OM) grote containerladingen drugs Nederland binnen gesmokkeld door het IRT. Zo hoopte de recherche destijds door te dringen tot de Nederlandse drugsmaffia. Ironisch genoeg werden hiermee juist enkele drugssmokkelaars groot gemaakt, die ook behoorlijke invloed (lees: corruptie) verwierven binnen het politieapparaat. Na een grootscheeps parlementair onderzoek door Commissie-Van Traa (1994-1996) werd het politieapparaat gereorganiseerd en werden bijzondere opsporingsmiddelen als observatie, infiltratie, pseudokoop, en het afluisteren van telecommunicatie aan strengere regels gebonden. Met de Wet Bijzondere Opsporingsbevoegdheden (BOB, 2000) dient het gebruik van dergelijke opsporingsmethoden eerst goedgekeurd te worden door het OM. In ieder politieonderzoek dient een BOB-document te beschrijven welke bevoegdheden gebruikt zijn tijdens het onderzoek en op welke basis deze zijn ingezet, alsook tegen wie. Maar ook hier blijkt dat, precies tegen het ideaal van de BOB dat er verantwoording kan worden afgelegd, het OM en DNR wederom dezelfde scoringsdrang aan de dag leggen die allereerst kon leiden tot de IRT-affaire. Zo wordt vaak ontlastende informatie achtergehouden en wordt ook met bevoegdheden geknoeid, zoals we zullen zien.

De DNR houdt zich net als haar voorgangers bezig met de bestrijding van zware criminaliteit en werkt hiervoor samen met buitenlandse politiediensten en soms met deAlgemene Inlichtingen- en Veiligheidsdienst (AIVD). Als opsporingsdienst is de DNR vooral geïnteresseerd in het netwerk van een persoon en minder in het individu zelf. De DNR vertoont hiermee veel gelijkenissen met de AIVD, met als belangrijk verschil dat de DNR alleen bevoegd is tot het verzamelen van informatie in betrekking totstrafbare feiten. Ook dienen opsporingsmiddelen zo beperkt mogelijk ingezet te worden en dienen gebruikte middelen in verhouding te staan tot het vermoedelijk gepleegde strafbare feit. Een onderzoek wordt geleid door een Officier van Justitie (OvJ) en dient op termijn te leiden tot een rechtszaak. Idealiter wordt alle onderzoeksinformatie met enige relevantie voor de rechtszaak in een zogenaamd strafdossier opgenomen, waar ook de verdediging over zal beschikken. Ook zal er in de rechtszaak door de Officier van Justitie (OvJ) verantwoording moeten worden afgelegd voor de gebruikte opsporingsmiddelen. Juist op dit punt van rekenschap afleggen gaat het wel eens mis met de DNR.

Dat de DNR ook de naam van “Nederlandse FBI” niet echt waar maakt (of juist wel, afhankelijk van je mening over de Amerikaanse opsporingsdienst) blijkt bijvoorbeeld als je de kranten erop naslaat. De DNR komt vooral in het nieuws vanwege de vele “uitglijders” en het stelselmatig overtreden van de wet. Het meer recentelijk illegaal inbreken op buitenlandse computers door de DNR is illustratief voor deze manier van werken. Volgens Wilbert Paulissen, diensthoofd van de Nationale Recherche, die daarom onlangs de Big Brother Awards in ontvangst mocht nemen, wordt er naast het inbreken op computers ook in “enkele gevallen” gebruik gemaakt van spionagesoftware, zogenaamde spyware, zoals dat in Duitsland met de Bundestrojanertot enorme ophef leidde en door de rechter als “onconstitutioneel” veroordeeld werd. In Duitsland bleek dat de Bundestrojaner, ook wel “R2D2” of “0zapftis” geheten, in gebruik was door de Bundeskriminalamt (BKA), de Duitse equivalent van de DNR, en veel meer kon dan volgens de wet was vastgelegd voor “legale interceptie”. De Bundestrojaner gebruikt dezelfde spyware als gebruikt wordt door de DNR; dit wordt door Winfried Seibert, advocaat en woordvoerder van het Duitse bedrijf DigiTaskbevestigd. In de Deutsche Welle van 11 oktober 2011 verklaard hij dat DigiTask de trojansoftware aan onder andere de Nederlandse overheid heeft verkocht. Ook volgens minister van Veiligheid en Justitie, Opstelten, wordt “dergelijke software” door de Unit Landelijke Interceptie van het (KLPD) gebruikt “waarmee ten behoeve van opsporingsdiensten toegang kan worden verkregen tot die computer en/of gegevens daarvan kunnen worden overgenomen.” Dat de software veel meer dan simpele intercepties blijkt uit onderzoek door de Duitse Chaos Computer Club, dat ook de spyware als eerste op het spoor kwam. Volgens dit bevat de software onder andere een keylogger, waarmee toetsaanslagen en dus paswoorden kunnen worden geregistreerd, kan het screenshots van je beeldscherm maken, zodat precies kan worden nagegaan wat iemand op haar/zijn computer doet, neemt het Skype-gesprekken en chatsessies op en kan het op afstand de microfoon en webcam bedienen, en ook email-correspondentie kopiëren. Terwijl dergelijke software een zeer grote inbreuk op iemands privacy en privéleven maakt weigert Opstelten duidelijkheid te gegeven over overeenkomstige software. Tweede Kamervragen door bijvoorbeeld Sharon Gesthuizen (SP) en Arjan El Fassed (Groenlinks), alsook Gerard Schouw en Magda Berndse (beiden D66), en ook WOB (Wet Openbaarheid van Bestuur) verzoeken door de digitale privacyorganisatie Bits Of Freedom, bekend van de Nederlandse Big Brother Awards, krijgen nul op rekest. Dat er niet veel van de politiek verwacht kan blijkt ook wel uit de zure toon waarop het woord privacy door veel politici wordt uitgesproken. Dat er hierbij sprake is van een autoritaire tendens valt niet te ontkennen. Zo is privacy voor Fred Teeven, huidig staatssecretaris van Veiligheid en Justitie en oud-Officier van Justitie, een “academische discussie” waar hij zich verder geen zorgen over maakt, en is privacy ook volgens CDA fractievoorzitter Maxime Verhagen een “juridisch heilig huisje” dat best mag worden gesloopt. Net zo verklaren ook de politiële bestuurders, als Bernard Welten, hoofdcommissaris van regio Amsterdam-Amstelland, zonder schroom dat rechten niet voor verdachten gelden. Weltens uitspraak dat “het recht tegenwoordig als schuilplaats voor het kwaad [wordt] gebruikt” en zijn instemming met “wie de wet overtreedt, verspeelt zijn rechten”, zoals hem als vraag werd gesteld in 2003 op een symposium over strafrecht, sluit hier ook op aan.

Een ander voorbeeld van het zonder moeite overtreden van de wet door de DNR en het OM, en het verexcuseren hiervan door de politiek, komt naar voren in de vele “dwalingen” in rechtszaken waar informatie door het OM op onwettige wijze verkregen blijkt te zijn, in strijd met de rechten van verdachten of advocaten, of waar (ontlastende) informatie gewoonweg wordt achtergehouden. Hierbij valt te denken aan de Hells Angels zaak, het zogenaamde project Passage onderzoek, uit 2007 waar “per ongeluk” een uitgetypt tapbericht in het zaakdossier terecht kwam. Door de oplettende advocaat Nico Meijering kwam aan het licht dat de DNR gesprekken tussen verdachten en advocaten systematisch had afgeluisterd, in overtreding van het verschoningsrecht. Opmerkelijk genoeg was Guus Schram, die ook het grootste gedeelte van het Gulkana onderzoek naar Joke leidde, recentelijk overgenomen door G. Visser, ook actief als Officier van Justitie bij de Hells Angels zaak. Schram zag niets verkeerds aan de gang van zaken en deed het af als “incident” en ook Fred Teeven, huidige staatssecretaris van Veiligheid en Justitie, sprak van “incidenten”. Desgelijks was ook de aangespannen civiele rechtszaak tegen het onrechtmatig handelen van DNR en OM volgens Teeven niet de taak van een rechter, omdat de “richtlijnen” van het OM al waren aangescherpt. De rechter dacht hier gelukkig anders over en verklaarde het OM onontvankelijk.

Soortgelijke gevallen hebben zich volgens een verontrustend onderzoek van Zembla van 31 januari 2010 veel vaker voorgedaan en zijn dus zeker geen “incident” te noemen. De laatste 10 jaar zijn door het OM minstens 23 keer geheimhoudersgesprekken niet gewist en is 15 keer aantoonbaar belangrijke informatie achtergehouden. In een reactie op het Zembla onderzoek zegt H. Brouwer, voorzitter van het College van procureurs-generaal, dat dergelijke “fouten” wel degelijk gevolgen hebben voor de “foute officieren”, zoals Zembla ze noemt, maar wil niet meer kwijt dan dat “[e]r een disciplinaire maatregel opgelegd [wordt]”. Verdere uitleg over wat een “disciplinaire maatregel” inhoudt wil Brouwer niet geven, hij “zie[t] niet in wat de toegevoegde waarde is om uit te leggen wat die maatregel precies inhoudt.” Volgens Zembla echter “blijkt dat alle officieren die één (of meerdere keren) in de fout zijn gegaan nog in functie zijn of zelfs promotie hebben gemaakt.” Een ernstig probleem ligt dus zowel bij het optreden van de DNR, als bij individuele OvJ’s, het OM en politici die het allen bijster weinig interesseert of politie en Justitie zich wel aan de wet houden.

Dat vooral het achterhouden van informatie door de DNR en het OM een terugkerend probleem is blijkt bijvoorbeeld ook uit de Deventer moordzaak waar belangrijke ontlastende verklaringen door het OM werden achtergehouden en waar de rechter moest oordelen op gebrekkige, onvolledige informatie, waarbij het optreden van de DNR en het OM zo rooskleurig mogelijk was geschetst. Een ander recenter voorbeeld is de uitspraak van de Hoge Raad die op 15 december 2012 die besloot dat het arrest van het gerechtshof in Den Bosch inzake de Zes van Breda moet worden vernietigd en de rechtszaak helemaal opnieuw moet. Ook hier bleek dat politie (DNR) en justitie (OM) “enkele voor de verdachten ontlastende verklaringen uit het [justitie]dossier [hadden] weggelaten.” Dit zou wellicht kunnen betekenen dat zes personen jarenlang (tot 10 jaar) ten onrechte in de cel hebben gezeten. Het probleem ligt alweer in de opmerkelijke manier waarop een bijzonder partijdig orgaan als het OM, dat enkel gericht is op het veroordeeld krijgen van een verdachte, de essentiële taak verricht van het selecteren van onderzoeksinformatie waarop een rechtszaak gebaseerd zal zijn. Aansluitend aan het gebrek aan sancties en zelfs promoveren voor OvJ’s die de wet overtreden, zoals Zembla al berichte, komen dergelijke eufemistisch genoemde “rechterlijke dwalingen” ook nog vaker voor dan tot nu toe wordt aangenomen, zo bepleit advocaat Geert-Jan Knoops in het Algemeen Dagblad van 24 december jl,

Op dezelfde wijze worden ook aan het illegaal inbreken op computers voor de DNR geen consequenties verbonden. De DNR kan ongestoord haar gang blijven gaan. Het inbreken op computers van verdachten wordt door Lodewijk van Zwieten, Officier van Justitie voor “cybercrime en interceptie”, zonder schaamte in de Volkskrant verdedigd met de woorden dat inbreken dan wel is “verboden”, maar voor de opsporing van cybercrime toch echt “onvermijdelijk”. Ook Minister Opstelten reageerde instemmend en beloofde aan de DNR plechtig onderzoek te zullen verrichten over hoe de wet zou moeten worden veranderd om het inbreken op computers alsnog wettelijk mogelijk te maken. Niet “of” het optreden wel gewenst was, was de vraag en of een wetswijziging wel nodig was, maar al direct – zonder verdere discussie – vroeg de minister zich af “hoe” het onwettige optreden van de DNR achteraf nog legaal kon worden gemaakt.

Wat deze voorbeelden laten zien is dat er niet alleen sprake is van machtsmisbruik door de DNR zelf, maar dat ook de overheid faalt dergelijke instanties aan banden te leggen. Zeker zo alarmerend is ook het gebrek aan respons vanuit de samenleving zelf. Zo zijn ook de verschillende reacties vanuit de samenleving in Duitsland en in Nederland met betrekking tot het gebruik van spionagesoftware door de DNR opmerkelijk. In Duitsland gingen duizenden mensen de straat op, in Nederland geen. Van echt grootschalige protesten over het inperken van burgerrechten is in Nederland echter weinig te merken. De DNR heeft dus zo goed als vrij spel om naar eigen goeddunken te handelen, waarbij de wet geen obstakel vormt. Het enige obstakel (tot het chagrijn van DNR en politiek) dat soms wordt opgeworpen is door obstinate rechters die voet bij stuk durven te houden, ondanks de grote druk van de rechtse law-and-order politici. Meer fundamentele kritiek komt er alleen van de paar volhoudende bloggers en journalisten die de weg naar de WOB (Wet Openbaarheid en Bestuur) goed weten te vinden, als bijvoorbeeld Rejo Zenger, Brenno de Winter, Roger Vleugels, weblog Sargasso, en het activistische Artikel-140 collectief, en ook vanuit organisaties als eerdergenoemde Bits of Freedom en het al langer bestaande politie- en inlichtingen onderzoeksbureau Buro Janssen & Jansen. Maar ook het doen van dergelijk onderzoek naar schendingen van privacy en rechten wordt steeds moeilijker doordat de WOB stelselmatig wordt uitgekleed door oud-Minister Donner en opvolgers; bovendien groeien de uitzonderingsgronden en beperkingen die aan de WOB worden gelegd gestaag.

Met deze geschiedenis van optreden van het DNR in het achterhoofd moge het dan ook duidelijk zijn dat de zorgen die Steungroep 13 September plaatst bij het “buitensporige” Gulkana onderzoek en het mogelijk “politiek show- en proefproces”, zoals ook in het persbericht van 27 december te lezen valt, niet uit de lucht komen vallen.

DNR jaagt op dierenrechtenactivisten: De BPRC-zaak

Een eerder “politiek show- en proefproces” speelde in 2004 in een strafzaak tegen enkele dierenrechtenactivisten. Begin dat jaar was in opdracht van het College van procureurs-generaal, het vijf-koppige bestuur van het Openbaar Ministerie (OM), onderzoek naar dierenrechtenactivisme al geprioriteerd als onderzoeken van “nationaal belang”, en was er een nationale Officier van Justitie voor “dierenrechten extremisme” aangesteld. De zaak uit 2004 vertoont veel gelijkenissen met de huidige zaak van Joke en het is daarom wellicht nuttig om bij deze zaak stil te staan.

In april 2004 vond er een symbolische onhekkingsactie plaats bij proefdiercentrum BPRC in Rijswijk. ‘s Nachts werd enkele meters hekwerk verwijderd als protest tegen dierproeven die in Nederland jaarlijks aan 700.000 dieren het leven kosten. De politie wist van de actie en filmde alles met infrarood camera’s. Bij terugkomst van de actie werden alle 8 actievoerders door de gereedstaande politie en recherche gearresteerd. De gearresteerde activisten werden, net als Joke, meerdere dagen in volledige beperkingen vastgehouden en werden verschillende keren verhoord door de recherche, waarbij ze geïntimideerd werden met lange straffen die zouden volgen. Hierbij werd hen medegedeeld dat ze het als dierenrechtenactivist wel eens moeilijk zouden kunnen krijgen met de aankomende terrorismewetgeving. Tegelijkertijd vonden er op verschillende adressen in Nederland huiszoekingen plaats waarbij rechercheurs van de DNR in kogelvrije vesten naar binnen stormden, achter schilderijen en boeken keken, en allerlei papierwerk en computers meenamen voor onderzoek. Vanaf het begin was duidelijk dat het de politie om meer te doen was dan de onthekkingsactie waarvoor de activisten waren gearresteerd. De arrestatie maakte deel uit van een grootschalige politieoperatie, waarbij de dierenrechtenbeweging in zijn geheel werd onderzocht vanwege de succesvolle en, voor Nederlandse begrippen, behoorlijk massale protestacties die op dat moment tegen het BPRC plaatsvonden. Tijdens de rechtszaak en hoger beroep die volgde werd duidelijk dat de DNR en AIVD in nauwe samenwerking voor, tijdens en na de actie telefoons hadden afgeluisterd, en mensen zelfs meer dan een maand hadden gevolgd. Zo kon een verdachte woord voor woord teruglezen waar hij het met zijn vriendin in de kroeg over had gehad en werd zelfs een zwempartij in een meertje minutieus, tot op de kleur van de onderbroeken, gerapporteerd. Verder bleek dat het dossier, naast allerlei compleet irrelevante informatie, volstond met allerlei verdachtmakingen en aannames, puur op basis van devermeende “ideologische motieven” van de verdachten. In deze lijn drong Hofaanklaagster Plugge tijdens de rechtszaak aan op verzwaring van de tenlastelegging “openbare geweldpleging” tegen een hek, omdat de actie “doelbewust was gepland vanuit een ideologie en dergelijke radicale acties door dierenactivisten ontwrichtend zijn voor de democratie”. Hoe het symbolisch een gat knippen in een hek ontwrichtend zou zijn voor de democratie werd door

dagelijkse newsletter

take down
the paywall
steun ons nu!