De Dictator van Kuumbistan

De Dictator van Kuumbistan

woensdag 13 december 2017 09:16



Straatkind in Bakanjaville in (Lubumbashi, DRC)

 

 

 

 

 

 Willemjan is nu 5 jaar bezig met SubsaharaAfrika, tijd om eens het één en het ander recht te zetten en zijn verhaal te doen. Hij ontwikkelde zich na zijn studies geneeskunde tot fotograaf en journalist voor het middenveld en werd sociale media manager voor het Vlaams-Afrikaans Huis.

 

Koken in het appartement onder dat van de dictator

 

In 2013 besloot ik in de Matongé, de Afrikaanse wijk in Elsene, te gaan wonen, er was echter heel veel vooraf gegaan. Het verhaal begon eigenlijk allemaal in 2006. Toen kreeg ik de kans om naar Gabon te gaan.

Gabon is niet de meest vanzelfsprekende bestemming voor toerisme. Er waren op dat moment maar 3500 toeristen per jaar en je had een uitnodiging nodig van iemand ter plaatse. Het was dan ook nooit mijn doel om naar Gabon te gaan. Toch in Augustus 2008 kreeg mijn moeder een uitnodiging om daarnaartoe te gaan en zij nam mijn broers en ik mee.

De uitnodiging kwam van Siat, een Belgisch Agro-business bedrijf in West-Afrika. Het is een familiebedrijf geleid door de familie Vandebeeck, dat zijn vrienden van mijn moeder en mijn zus is bevriend met de dochters.

We kregen de kans de kans om de afdeling in Gabon te bezoeken. We vertrokken er met Royal Air Maroc naar daar. Op de luchthaven werden we echter tegen gehouden en moesten we een ‘matabich’ betalen, ofwel moesten we de douaniers omkopen, wat ‘common practice’ is in Gabon.

Tijdens dat verblijf bezochten we verschillende plantages, suikerrietfabrieken en veeboerderijen. De familie Vandebeeck had deze gekocht tijdens de privatiseringsgolf onderleiding van het IMF in de jaren ‘90. Deze bedrijven waren in heel slechte staat door jaren van mismanagement en corruptie van de overheid. Daar leerde ik over spookwerknemers of werknemers die op een loonlijst staan, maar nog nooit zijn komen opdagen. De familie Vandebeeck probeerde de economie van het land ingang te trekken door deze te saneren en weer op te kalefateren.

Gabon is één van rijkste landen van Afrika omwille van olie voorraden, dit geld werd in de jaren ’80 geïnvesteerd in projecten van de wereldbank van de hoogste kwaliteit in de sectoren van veeteelt, agro-business, toerisme…

Toen we met het privé-vliegtuig van Vandebeeck naar een plantage vlogen was er een ziekenhuis op de landingsbaan, daar werkte een Cubaan, deze werkten in Gabon in uitwisseling voor petroleum voor Cuba.

We zagen de meest verlaten plaatsen van deze wereld en onder andere plattelandsgorrilla’s, één van de meest zeldzame gorilla soorten ter wereld.

Daarnaast namen we de trein van Libreville naar Franceville, dat is de geboorteplaats van de toenmalige dictator Omar Bongo, zoals het hoort volgens de Afrikaanse traditie was dat ook de rijkste stad van het land. We logeerden daar in een 5-sterren hotel, waar de gezagsdragers ontvangen werden als weilen President Omar Bongo in Franceville was.

We reden terug met een 4×4 naar Libreville over onverharde wegen, maar omdat we de stikker van Siat hadden werden we aan elke wegversperring doorgelaten.

Het hoogtepunt van reis was dat ik voor daar voor de eerste keer met de wagen reed en dat ik ‘Kip op zen Argentijns’ klaar maakte in het appartement onder dat van Ali Bongo, zoon van én de huidig president.

Ik kwam in opstand tegen de dictator in mij

Jaren deed ik eigenlijk weinig rond Afrika, omdat ik er precies niet in geïnteresseerd was, maar ook omdat ik zo druk met Latijns-Amerika en het Midden-Oosten bezig was.

Toen ik in 2010 meeging werken in de GROS BEERSEL, de gemeentelijke raad ontwikkelingssamenwerking van Beersel waar ik verantwoordelijke communicatie was in het bestuur. Leerde ik één van de directeurs van 11.11.11. kennen, ik toonde hem mijn portfolio en hoopte dat hij misschien geïnteresseerd was omdat mijn profiel wel bij een organisatie als 11.11.11. past.

Hij vroeg mij of ik geen vrijwilliger wilde worden om foto’s te nemen voor Pagina 11, het ledenblad van 11.11.11., ik kreeg allemaal kleine opdrachten.

Ik was echter ambitieuzer en vroeg om hem om op eigen kosten naar Congo te gaan om foto’s te nemen voor 11.11.11., ik had daar namelijk één van mijn beste maten die daar zijn stage deed voor de Brusselse balie van advocaten. Ik kreeg een postief en ze stelden mij een excursie voor van 3 dagen in Katanga, ik moest wel de meeste kosten zelf dragen. De bedoeling was om foto’s te nemen over de relaties tussen mijnbouw en landbouw. Toch zorgde dit ervoor dat ik de jaren daarna nog regelmatig betaald foto’s mocht nemen voor 11.11.11..

Toen ik toekwam in Lubumbashi, de hoofdstad van Katanga werd ik onmiddellijk voorgesteld bij het consulaat van België, het middenveld en de media. Daarna gingen we naar de politie en de provincie om toestemming te krijgen voor onze excursie. We mochten vertrekken en kregen een passe-partout, daarmee werden we overal doorgelaten. Het probleem was echter dat we een veiligheidsagent moesten meenemen die gewapend was. Daar vetrokken we dan met een wagen vol op excursie.

We gingen naar Likasi, waar we een biefstuk aten omdat je goed moet gevoed zijn om te werken volgens onze gids. Daarna interviewden we verschillende boeren over hoe zij beïnvloed worden door de mijnbouw en we reden bijna tot in Kolwezi. Daaruit destilleerden de mensen van 11.11.11. een bedelbrief, waarmee ze 50.000 euro ophaalden. Daarnaast maakte ik foto’s die voor de Campagne gebruikt werden.

Toen we terug kwamen van de excursie, deed ik nog een opdracht voor Mutoto vzw over de straatkinderen van Lubumbashi.

Ik werd verplicht tot menselijkheid als dictator

Toen ik terugkwam uit Congo in juli 2013, moest ik snel terug vertrekken naar Oeganda omdat ik daar een opdracht had voor een vierde pijler initiatief, Okwagaanana.

De verantwoordelijke van deze vierde pijler, Frieda, zocht een fotograaf om foto’s te nemen van haar projecten in Oeganda. Ze had daar een school, vrouwengroep en boerderij mee uit de grond gestampt. Een waardig werk, waar ze tijdens haar pensioen mee bezig was. Ik had deelgenomen aan dit project omdat ik deze nieuwe vormen van ontwikkelingssamenwerking wilde leren kennen.

Ter plaatse zag ik hoe alles tot in detail was uitgedokterd door Frieda en hoe nauw het project haar aan het hart lag. Ik was altijd een beetje sceptisch over 4-pijler projecten, omdat ik had binnen gelepeld gekregen via 11.11.11. dat deze zorgen voor versnipperingen van middelen. Toch kon ik niet naast de menselijkheid van dit project kijken. Ik was nog zoekende daarmee dat ik na dit project in de Matongé in Brussel ging wonen. (net buiten eigenlijk).

De fotograaf van de Matongé

Toen ik in de Matongé woonde werd ik actief bij het Vlaams-Afrikaans Huis vanaf december 2013. Ik vroeg hen of ik geen tentoonstelling kon organiseren en ik bracht het werk dat ik had gemaakt over de straatkideren of de enfants sorciers van Lubumbashi. De avond van de vernissage was er 130 man, maar ik had niemand van de wijk kunnen bereiken. Het was een geslaagde avond, maar ik had geen street credibility in de Matongé.

Dus ik praatte met de verantwoordelijk van Kuumba, dat is Jeroen, hij is bekend omdat hij van de Matongé in Brussel naar de Matongé in Kinshasa fietste. Hij stond me toe om foto’s te maken van de activiteiten van Kuumba als vrijwilliger. Daardoor werd ik stillaan bekend in de gemeenschap en de wijk. De Congolezen begonnen mij te vragen om foto’s te nemen van hun activiteite. Toch was het niet gemakkelijk om aanvaard te worden in de Afrikaanse middens omdat je altijd een Westerling zult blijven.

Ik spendeerde veel tijd in Kuumba, een hoogtepunt was zeker het WK in Brazilië, toen het kot tot in de nok gevuld was. De activiteiten werden steeds populairder en Kuumba werd steeds bekender.

Op het hoogtepunt in juli 2014 ging ik samen met Kuumba en de Nederlandse Schepen van Elsene, Maite Morren (SP.A), naar de Bas-Congo. Maite kende ik al van bij Animo, de jongeren beweging van de SP.A. We vierden de nationale feestdag op de Belgische ambassade, leerden de verschillende wijken van Kin la belle kennen en daarna trokken we door de Bas-Congo naar Moanda; de kuststad van de DRC. Ondertussen kwamen we langs Kipushi, Boma, Matadi,… We vaarden met een boot le fleuve af en sliepen in afgelegen rivierdorpjes, leerden de eerste vestigingen van de kolonialen kennen, zoals de eerste kerk in Boma en dronken een pint op het strand van de DRC. Het was een fantastische reis en ik kreeg ook de kans om heel mooie foto’s te maken.

Toen we terug keerden sloeg het noodlot toe, we moesten vertrekken uit de Vredesstraat, we waren buitengesmeten.

Daarna bouwden we een jaar aan een nieuw huis in de Waversesteenweg, dat veel groter zou zijn. Na een jaar, in September 2016 openden we feestelijk de nieuwe Kuumba, onder goedkeurend oog van Minister van Cultuur, Media en Sport, Sven Gatz (Open vld).

Ik ging achter de knoppen zitten

Ik begon mijn taak als fotograaf achterhaald te vinden, de reden waarom ik daar een gat in de markt zag was omdat de lokale fotograaf nog met een analoog fototoestel werkte en daarna met een digitale fototoestel met een kleine printer. Ik dacht als ik die foto’s op facebook kan krijgen en daarmee een geïnteresseerd publiek kan bereiken zou dat misschien interessant kunnen zijn voor Kuumba.

Toch is het zo dat niet alle fotografen eeuwig met fotografie bezig zijn, dus kreeg ik een ander vrijwilligerswerk namelijk de facebook-pagina onderhouden.

We gaan een film maken

Toen ik terugvloog uit Lubumbashi na mijn opdracht met 11.11.11. leerde ik Idriss Gabel in Juli 2013 kennen, de hoofdeditor van Thierry Michel, de bekenste filmmaker over Congo. We kwamen overeen dat we ooit eens een film zouden samen maken over onze gemeenschappelijke interesse de Kindheksen.

Daarna vertrok ik naar Congo in februari 2015, daar deed ik een tiendaags onderzoek over straatkinderen samen met Gulda, de collega van Idriss. Ik verbleef toen bij een maat Johannes die als advocaat in Lubumbashi werkte voor een Congolees bedrijf. Hij trouwde daar en is nu één van mijn beste vrienden in België. Het artikel over de straatkinderen werd op mijn blog op mo* gepubliceerd.

Ondertussen hadden Idriss en ik een basistekst voor onze film over de kindheksen. We speelden dit door naar het Fonds Pascal Decroos, maar kregen geen beurs. Wat een teleurstelling.

Ondertussen stopte ik met fotografie en bloggen bij het middenveld en concentreerde ik mij verder rond Subsahara-Afrika en de werking van Kuumba.

55 jaar Congolese onafhankelijkheid in São Paulo

Toen ik in Juni 2016 in São Paulo was voor mijn onderzoek naar de relaties tussen Syrie en Brazilië, werd ik uitgenodigd voor een feestje van de Congolese Diaspora in São Paulo om de onafhanklijkheid van Congo te vieren. Ik ging met mijn vrienden naar Braz, waar het event doorging en ontdekte een kleine Matongé. Allemaal vluchtelingen van het regime van Kabila. Zij vluchten via Zuid-Afrika naar São Paulo met het vliegtuig. Ik schreef er een artikel voor op mijn blog op mo*. En de dagen daarna ging ik naar een Afrikaans shopping centrum dicht bij Iparinga en São João, bekend van het liedje van Caetano Veloso. Ik was verwonderd om zoveel Afrikanen, en zelf Congolezen te kunnen spreken en interviewde er een paar.

 Mijn leven was compleet of toch niet?

Ik verviel in een zeker nihilisme omdat ik mij nog alleen bezig hield met de Matongé in Elsene en boeken lezen. Mijn leven werd zeer kalm, ik begon mijn eigen put te graven. Toch kon ik er uit klimmen door blogger te worden bij Brusselblogt.be. En het werd mij duidelijk dat het nu de tijd is om Russisch te leren en Azië te leren kennen.

Lees hier het levensverhaal van willemjan in Latijns-Amerika en het Midden-Oosten

Willemjan is blogger. Bekijk zijn werk op zijn blog of website

dagelijkse newsletter

take down
the paywall
steun ons nu!