De buitenstaander

De buitenstaander

zondag 23 juni 2019 15:11

Zonder dat ze dat zelf wist is het meest radicale en onomkeerbare dat mijn moeder ooit tegen me heeft gezegd: “Ga naar buiten”. Ze zei het zacht, niet gebiedend, dringend of dwingend.

En ik was toen heel jong.

Ik was een echte moedersrokkenhanger met mijn tutter in mijn mond en later, en moeder stond overdag altijd recht, en op een dag toen ik vijf tot zes jaar was (ik leid de leeftijd af uit het gedrag van mijn kleinzoon Boris, die nu zes is)en ik achter de winkeltoog weer aan haar rok stond te trekken en de klanten in de immer drukke winkel vroegen wat ze nodig hadden, zei ze dus: “Ga naar buiten”. (Ze zei dus niet: “ga naar achter” wat dan betrekking zou hebben gehad op de woonkamer of de keuken. En mijn moeder gebruikte nooit het woord “tuin”, ze sprak over de “moestuin”, de moestuin en de volière erachter waren het domein van mijn vader. De tuin had voor mij geen betekenis, maakte geen deel uit van mijn jonge biotoop. “Buiten” was voor mij de straatkant.)

“Ga naar buiten”. Wat ik vervolgens ook deed en ik ben nooit weergekeerd.

Ongewild heeft ze me toen onverbiddelijk in het publieke gegooid. In het Engels klinkt het zoveel juister en mooier en Lou Reed schreef en zong het op één van zijn elpees – een zwakkere – met die naam: Growing Up in Public. Ik ben publiek opgegroeid in een wereld-in-verkaveling en het trottoir heeft vanaf die dag daarin een heel belangrijke plaats gespeeld.

Ga maar naar buiten. Ga maar naar buiten. Ga maar naar buiten.

Het trottoir werd mijn eerste plek buiten de deur, mijn eerste publieke toeëigening. Vanaf dat ogenblik en wanneer ik maar enigszins kon stond ik buiten te dromen en te kijken voor het huis aan het merkwaardige kruispunt van wegen en ontwikkelingen.  Een plek die doorgaans wellicht werd omschreven als een winkel aan de ingang van een dorp en aan een grote baan. Ik heb daar jarenlang gestaan, en toen ik zestien werd leek me de omschrijving “huis aan de grote voorstedelijke weg maar zonder stad” en “voorstad zonder stad” de meest accurate en dat vind ik vandaag nog steeds.

En ik werd in ruimtelijke zin een buitenstaander, iemand die veel buiten staat, daarvan een gewoonte maakt, iemand die zich bij wijze van spreken aftraint in het buiten staan dag na dag, en daarin laten we zeggen een deskundigheid verwerft.

dagelijkse newsletter

take down
the paywall
steun ons nu!