De community ruimte is een vrije online ruimte (blog) waar vrijwilligers en organisaties hun opinies kunnen publiceren. De standpunten vermeld in deze community reflecteren niet noodzakelijk de redactionele lijn van DeWereldMorgen.be. De verantwoordelijkheid over de inhoud ligt bij de auteur.

De bestorming van het Capitool en de erosie van de democratie

De bestorming van het Capitool en de erosie van de democratie

donderdag 4 maart 2021 14:53
Spread the love

 

De bestorming van het Capitool begin januari leek in niets op een klassieke staatsgreep. Toch aarzelden commentaren niet om de term in de mond te nemen. Anderen relativeerden de gebeurtenissen en vonden dat de bestorming meer weg had van een volksopstand. Maar wat voor sommigen legitiem protest leek was wel degelijk een aanval op de democratie.

 

De dag na de bestorming weigerde opiniemaker en auteur Dyab Abou Jahjah op Twitter uitdrukkelijk de gebeurtenissen te kwalificeren als staatsgreep. In plaats daarvan had hij het over burgerlijke ongehoorzaamheid. Zijn verzet tegen het gebruik van de term “staatsgreep” valt makkelijk te begrijpen. Bij een staatsgreep stellen we ons tanks voor die door de straten rollen, een man in legeruniform die op de staatstelevisie de macht opeist en misschien een overgangsregering voorstelt. In Washington zagen we niets van dat alles. Doodgewone burgers die een parlementsgebouw innemen associëren we veeleer met de (weder)geboorte van de democratie, niet met het einde ervan.

 

Na de bestorming werd vrij snel duidelijk dat sommige deelnemers plannen hadden om volksvertegenwoordigers te executeren. De claim dat de bestorming spontaan of vreedzaam was verloor daarmee haar geloofwaardigheid. De bestorming mag dan wel geen klassiek georkestreerde staatsgreep zijn geweest, de deelnemers waren er misschien van overtuigd dat ze de democratie een dienst bewezen door vermeende frauduleuze verkiezingen aan te vechten, maar ze was wel degelijk een aanval op de democratie. Daarom mogen de gebeurtenissen niet lichtzinnig afgezwakt worden tot burgerlijke ongehoorzaamheid.

 

LAAGJE DEMOCRATISCH VERNIS

 

In How democracies die waarschuwen Steven Levitsky en Daniel Ziblatt voor onze klassieke voorstelling van het einde van een democratie. Het zijn niet mannen met geweren die de grootste bedreiging vormen voor een democratie, wel verkozen leiders die via legale weg de democratie ondermijnen. Onder het laagje democratisch vernis van wetten, rechtspraak en verkiezingen kunnen verkozen leiders met autoritaire trekjes ongemerkt de democratische rechtstaat uithollen. Daardoor realiseren burgers zich vaak pas te laat dat hun democratie bedreigd wordt.

 

Levitsky en Ziblatt stellen het niet zo expliciet, maar dat die erosie van de democratie zo makkelijk aan onze aandacht ontsnapt, kan waarschijnlijk mede verklaard worden doordat we ons vaak fixeren op de formele democratie. Zolang de grondwet van kracht blijft, er verkiezingen worden gehouden en rechtbanken recht blijven spreken, denken we dat er geen vuiltje aan de lucht is. Maar de erosie van de democratie begint niet op dat formele niveau. Ze begint bij hoe we democratie beleven en de manier waarop we gebruik maken van onze rechten. Willen we de democratie beschermen moeten we onze focus daarop richten. Of zoals Levitsky en Ziblatt het verwoorden: “Democratieën werken het beste – en overleven langer – als grondwetten versterkt worden door ongeschreven democratische normen.”

 

ONGESCHREVEN DEMOCRATISCHE NORMEN

 

Een van de belangrijkste democratische normen is volgens Levitsky en Ziblatt institutionele terughoudendheid. Daaronder verstaan zij dat we onze democratische rechten met enige terughoudendheid uitoefenen, dat we wetten niet tot op de letter volgen omdat anders de geest van de wet wordt ondermijnd. Levitsky en Ziblatt maken de vergelijking met stiptheidsacties op de werkvloer: een bedrijf waarin werknemers de regels tot op de letter volgen, houdt binnen de kortste keren op met functioneren.

 

Voor Levitsky en Ziblatt is het recht om te protesteren een van die rechten die met terughoudendheid zou moeten uitgeoefend worden. Dat recht zou gebruikt moeten worden om rechten en instituties te verdedigen, niet om ze te ontwrichten. Als het recht om te protesteren gebruikt wordt om te ontwrichten wordt de democratie ondermijnd.

 

In zijn reactie op Twitter vergeleek Abou Jahjah de bestorming van het Capitool met een manifestatie die hij in 2011 had georganiseerd in Libanon als protest tegen de wijdverspreide corruptie in het land. Tijdens die manifestatie werd ook gepoogd het parlement te bestormen. Dat voelde instinctief aan als een manke vergelijking: moet er geen onderscheid gemaakt worden tussen protesteren tegen corruptie en protesteren met als doel de resultaten van democratische verkiezingen te veranderen?

 

Dankzij Levitsky en Ziblatt wordt duidelijk waarom die vergelijking ongemakkelijk aanvoelt: beide protesten dienden een tegengesteld doel. Protest tegen corruptie wil de werking van een democratie vrijwaren. Protest zoals dat in Washington beoogde net het tegenovergestelde. Dat wil niet zeggen dat elk protest om verkiezingen te beïnvloeden per definitie de democratie ontwricht. Wie een parlement bestormt na verkiezingen die volgens alle onafhankelijke waarnemers frauduleus waren – zoals in Wit-Rusland – probeert net de democratie te redden. Maar het doel van de Trump-aanhangers stond daar lijnrecht tegenover. Zij gebruikten hun democratische rechten om de democratie te ondermijnen.

 

ONBEGRENSDE TOLERANTIE

 

Door de acties van de Trump-aanhangers burgerlijke ongehoorzaamheid te noemen wilde Abou Jahjah vooral burgerrechten verdedigen. Volgens hem kan je het recht om te protesteren niet verdedigen als je bereid bent het te beperken op basis van inhoud. Hij heeft zonder meer een punt. Wie de democratie genegen is moet de rechten van andersdenkenden even fanatiek verdedigen als die van gelijkgestemde zielen. Anders blijven die rechten dode letter en de democratische rechtstaat een hol begrip. Afwijkende meningen tolereren is dus niet alleen nobel, het is ook noodzakelijk.

 

Tegelijkertijd moet erkend worden dat de ene groep zijn burgerrechten kan gebruiken om die van anderen te beknotten. Als de bestormers in hun opzet waren geslaagd, hadden ze met hun recht om te protesteren de facto honderden miljoenen Amerikanen het stemrecht ontnomen. Er is dus maar weinig verbeelding nodig om in te zien dat onbegrensde tolerantie problemen kan opleveren. Zolang het bij woorden blijft is het relatief onschuldig. Maar woorden kunnen de drempel om over te gaan tot daden verlagen. Zeker als ze van (potentiële) leiders komen. Het soortelijk gewicht van hun woorden weegt zwaarder. Hun woorden kunnen aanhangers het laatste duwtje geven om het recht in eigen handen te nemen en geweld als politiek middel te gebruiken. Hun woorden kunnen het draagvlak voor het inperken van burgerrechten en het uithollen van democratie vergroten. Eens leiders met autoritaire neigingen voldoende politieke macht in handen hebben kunnen ze intolerantie in wetten gieten. Zo bijt onbegrensde tolerantie zichzelf uiteindelijk in de staart.

 

Iedereen die burgerrechten wil beschermen zal moeten erkennen dat er grenzen zijn aan tolerantie. Alleen: hoe ver reikt die tolerantie? Waar trekken we de grens? Bij de meest subtiele suggestie of pas als tot daden wordt overgegaan? Zijn we strenger voor politici dan voor gewone burgers? Als die vragen beantwoordt zijn, rest nog de vraag: welke maatregelen nemen we als die rode lijn overschreden wordt? Wie te vroeg en te streng optreedt wordt datgene wat men wil bestrijden. Terecht wees Lennaert Hofman van De Correspondent er op dat een harde aanpak van de bestormers de grondrechten van alle burgers zou kunnen bedreigen. Een poging om democratie en bijhorende rechten te beschermen zou net het tegenovergestelde effect kunnen hebben. Maar wie te lang aarzelt geeft de belagers van democratie en burgerrechten de vrije baan.

 

TRAPSGEWIJZE VERDEDIGING

 

Het goede nieuws is dat er niet bij de minste dreiging naar zware restrictieve maatregelen moet worden gegrepen. Het is niet omdat protest gericht is tegen de democratie dat dat protest ook moet verboden worden. Het betekent evenmin dat als een partij autoritaire neigingen heeft, die onmiddellijk verboden moet worden. Net zoals het ondermijnen van democratie en burgerrechten in fases gebeurt, kan ook de verdediging ervan trapsgewijs worden opgebouwd.

 

In eerste instantie moeten we ons er bewuster van zijn dat bepaalde uitspraken en daden ondermijnend kunnen werken, ook al ogen die op het eerste gezicht misschien onschuldig. Dat is zeker zo als ze van verkozen politici komen of door hen getolereerd worden. In How democracies die ontwikkelden Levitsky en Ziblatt vier indicatoren van autoritaire gedrag om de erosie van de democratie tijdig te kunnen detecteren. Het gaat daarbij niet alleen over een zwak engagement voor de democratische spelregels (wat zich bijvoorbeeld uit door legitieme verkiezingen in twijfel te trekken), maar ook over het ontkennen van de legitimiteit van politieke tegenstanders, het tolereren of aanmoedigen van geweld en de bereidheid om de vrijheden van tegenstanders (inclusief de media) in te perken.

 

VERLEIDELIJKE MISVATTING

 

Het is een verleidelijke misvatting te denken dat alleen populistische of extremistische partijen dergelijke autoritaire neigingen etaleren. Ook centrumpartijen laten zich er wel eens op betrappen. Als zij om een crisis het hoofd te bieden disproportionele maatregelen nemen die op gespannen voet staan met de grondwet, tonen ook zij weinig respect voor de democratische spelregels. Traditionele partijen moeten beseffen dat als ze dergelijke wetgeving introduceren of extremistische partijen naar de mond praten, ze anti-democratische tendensen de vrije baan geven. Op die manier creëren ze een hellend vlak waar politici die doelbewust de democratie willen ontmantelen dankbaar gebruik van kunnen maken.

 

Het minimaliseren van politiek geweld kan evenzeer bijdragen aan het afglijden van de democratie. Politiek geweld ongeacht de context gelijkschakelen met burgerlijke ongehoorzaamheid normaliseert geweld als middel om aan politiek te doen. Dergelijke ongebreidelde tolerantie vrijwaart het recht om te protesteren niet, het zet de deur wagenwijd open om dat recht drastisch in te perken. Hetzij door autoritaire figuren die zich op legitieme wijze een weg naar de macht weten te banen, hetzij door democraten die in een oprechte poging geweld te dammen in een anti-democratische kramp schieten.

 

Willen we vermijden dat een van beide scenario’s waarheid wordt, moeten we ons resoluut uitspreken tegen protest dat gepaard gaat met geweld en er op gericht is democratische rechten van andersdenkenden in te perken en instituties te ontwrichten. Dat betekent niet automatisch dat het recht om te protesteren a priori moet ingeperkt worden op basis van inhoud. Wel dat we op z’n minst na de feiten de inhoudelijke agenda beoordelen en daarbij nagaan of het recht om te protesteren niet gericht was op het ontwrichten van de democratie. In het geval van de bestorming van het Capitool kan daar alvast geen twijfel over bestaan.

Creative Commons

dagelijkse newsletter

take down
the paywall
steun ons nu!