De bagageafhandalaars bij Swissport en de schoonmakers NMBS: eenzelfde situatie?
NMBS -

De bagageafhandalaars bij Swissport en de schoonmakers NMBS: eenzelfde situatie?

woensdag 12 juni 2013 21:14

Begin mei staakten de bagageafhandelaars van Swissport. Hierbij keken de media in de eerste plaats naar de ongemakken die dat voor de reizigers meebracht: medicatie in de valies die niet tijdig aankwam enzovoort. Zo probeerden ze de publieke opinie te bespelen en de druk te verhogen om de staking stop te zetten. Pas nadat de staking enkele dagen duurde, belichtte de media ook de ongemakken bij het personeel die aan de basis lagen van hun sociale actie: een extreem hoge werkdruk, de verplichting om een vliegtuig met slechts 2 personen te laden waarbij tot meer dan 300 koffers per persoon moeten versleurd worden enzovoort. Het einde van de staking werd toegeschreven aan het charismatische optreden van de grote baas Per Utnegaard, die “hoogstpersoonlijk vanuit Kopenhagen naar Brussel kwam om naar de grieven van de werknemers te luisteren”. In realiteit zal de firma te veel imagoschade geleden hebben door de staking, en moest de directie noodgedwongen inzien dat er grenzen zijn aan de uitbuiting van het personeel om de winstcijfers op te drijven.

De gebeurtenissen bij Swissport en de manier waarop erover bericht wordt, zijn geen uitzondering. De schoonmakers die in onderaanneming voor de NMBS werken, bevinden zich in een heel vergelijkbare situatie. Het gaat hier eveneens om “onzichtbare” jobs waar pas over gesproken wordt na sociale actie, en de manier waarop dit dan in de media komt is soms frappant gelijkend. Eind 2011 brachten de schoonmakers van de Brusselse stations met behulp van de arbeidsinspectie en de “Algemene Centrale” sector schoonmaak (afdeling van het ABVV) aan het licht dat ze 30 of 31 nachten per maand moesten werken om aan een netto minimumloon te geraken; zonder enige sociale bescherming of pensioenrechten. Deze situatie werd al jaren verzwegen door de spoordirectie, nochtans mocht de CEO van de “Holding”, Jannie Haek, in maart 2012 verklaren dat hij nooit op de hoogte was gebracht, maar dat hij er alles aan zou doen om de werkomstandigheden van het schoonmaakpersoneel (opnieuw) te verbeteren. Een jaar later zijn de ergste wantoestanden – onderaanneming van onderaanneming en werknemers verplichten om in een schijnzelfstandigenstatuut te werken- er inderdaad uit. Dit is echter alleen de verdienste van de syndicale organisaties (meer bepaald ACOD-CGSP), die er in het paritair overleg op zijn blijven aandringen. In district Charleroi gebeurde dat met een stakingsaanzegging waarbij sneller resultaten werden afgedwongen dan in andere regio’s.

De NMBS-directie komt haar engagement om de schoonmaakactiviteiten opnieuw in huis te halen, niet na: in praktijk werkt men nog steeds via openbare aanbesteding met privé-schoonmaakfirma’s, die weliswaar iets beter gecontroleerd worden op wantoestanden dan daarvoor. De belofte om de schoonmaak opnieuw onder NMBS-statuut te brengen, wordt op de lange baan geschoven door de uitvoering van het herstructureringsplan van Magnette/Labille, onder dwang van de Europese Commissie om het spoorvervoer overal te liberaliseren. Om de voorwaarden voor de liberalisering te creëren, moet voor de Belgische spoorwegen de “NMBS-Holding” afslanken tot een minimale “HR-Rail”, die enkel nog een sociaal-secretariaat-functie zou mogen uitoefenen. Vandaag is er een politiek akkoord om bij de Holding geen enkele bijkomende aanwerving meer te doen. Aangezien het statutaire schoonmaakpersoneel tot hiertoe altijd onder de Holding terechtkwam, werkt de directie verder met privé-firma’s, tegen de gemaakte afspraken in het paritair overleg. Volgens het officiële standpunt van de directie “in afwachting dat de herstructurering afgerond is, en de beslissing of de schoonmaak onder Infrabel of onder de NMBS-vervoersmaatschappij terecht komt.” NMBS-personeel vreest voor een voldongen feit en in de toekomst te moeten blijven werken via onderaanneming. Het zou de directie de gelegenheid geven om de loonkosten te drukken en zo de door de politiek opgelegde besparingen door te voeren: de jaarlijkse overheidstoelage voor de NMBS werd immers aanvankelijk op 90 miljoen (januari) en nadien (maart) op 140 miljoen euro minder beslist dan vorig jaar. Besparingen in andere afdelingen van de NMBS gaan trouwens onverminderd door, zonder dat de directie daarvoor moet wachten op de concrete afwikkeling van de herstructurering. Dat doet vermoeden dat de engagementen over de herwaardering van de schoonmaakstatuten zonder syndicale tegenactie dode letter zullen blijven.

Er zijn natuurlijk ook serieuze verschillen tussen de bagageafhandelaars bij Swissport en de schoonmakers bij de NMBS. Bij de NMBS zijn er verschillende schoonmaakfirma’s actief, verspreid over het ganse net. Sommigen hebben een contract voor gans België, maar kuisen enkel de stations, anderen zijn slechts actief in bepaalde regio’s. Verschillende contracten bij verschillende firma’s bemoeilijken een gezamenlijke mobilisatie van de beroepsgroep om te ijveren voor betere collectieve werkomstandigheden. De directie kan hierdoor een verdeel- en heerspositie handhaven tegenover de schoonmakers, en heeft door de regelmatige hernieuwing van de procedures van openbare aanbesteding ook een stok om de beroepsgroep koest te houden. Bij de beëindiging van het contract kan er altijd een nieuwe lichting nog goedkopere schoonmakers klaarstaan om hen te vervangen.

Het initiatief van een staking of andere sociale actie om de NMBS-directie tot statutaire aanwervingen te dwingen, zal daarom waarschijnlijk moeten uitgaan van, of toch minstens moeten ondersteund worden door de vakbonden bij de NMBS. Dat is niet onoverkomelijk, aangezien de morele verontwaardiging onder het NMBS-personeel over de wantoestanden bij de onderaanneming zich nu al begint om te zetten in actieve solidariteit voor de schoonmakers, door petitie-acties of concrete steun om de schoonmakers hun dossier voor heraanwerving in orde te brengen. Ook in de Comités voor Preventie en Bescherming op het Werk, de zogenaamde “veiligheidscomités” die als paritaire overlegorganen in elke onderafdeling van de NMBS bestaan, kunnen de vakbondsafgevaardigden de problemen van de onderaanneming aankaarten. Dat gebeurde onlangs na een arbeidsongeval van een NMBS-medewerker in Antwerpen, veroorzaakt doordat de schoonmaakfirma de veiligheidsvoorschriften die normaal binnen de NMBS van toepassing zijn, niet gevolgd had. Na interventie van het bevoegde CPBW worden de veiligheidsvoorschriften van de bevoegde firma (in casu Jette Clean) nu strenger gecontroleerd. Om de veiligheidsrisico’s “te voorkomen in plaats van te genezen”, zouden de syndicale organisaties ervoor moeten ijveren om ook vertegenwoordigers van de onderaannemers in de CPBW’s te laten zetelen, eventueel “in afwachting dat de directie haar engagement nakomt om de schoonmaakactiviteiten opnieuw onder contract te nemen”.

In elk geval is er op vrijdag 14 juni nationaal paritair overleg bij de NMBS waar dit op de agenda staat.

dagelijkse newsletter

take down
the paywall
steun ons nu!