De community ruimte is een vrije online ruimte (blog) waar vrijwilligers en organisaties hun opinies kunnen publiceren. De standpunten vermeld in deze community reflecteren niet noodzakelijk de redactionele lijn van DeWereldMorgen.be. De verantwoordelijkheid over de inhoud ligt bij de auteur.

De avondklok en de muur.

De avondklok en de muur.

maandag 2 november 2020 13:23
Spread the love

Via het oude indymedia leerde ik ooit een gedicht van Charles Ducal kennen. Als goede poëzie kan het klaarte in de vaagheid scheppen. Zo ook bij corona, de avondklok en een opgelopen bekeuring als gevolg van een avondwandeling.

 

“Dit is de muur. Tot hier reikt het denken.
Verklaringen liggen uitgeput op de grond.
Het land is ziek. Het is niet te verhelpen.
Het ligt aan de regen, het ligt aan de zon.
Misschien als we de goden opnieuw vereerden.
Misschien als een nieuw en sterk leiderschap.
Misschien als we arbeidden tot we crepeerden.
Misschien als er snel en hard werd gestraft.

Dit is de muur. Erachter wonen de heren.

Misschien dient alleen maar een gat gekapt.”

 

Een relaas

Zondagavond. Een herfstige dag. Alweer te lang binnengebleven. Na uren schermtijd over corona, klimaatanalyses en Amerikaanse verkiezingen zijn de benen stroef en de ogen droog. ‘Komt in beweging!’ is de imperatief die door me raast. Niets doen is geen optie. Dan stapelt de rusteloosheid zich op tot een frustrerende nacht vol slaapgebrek. We gaan voor de frisse neus. Wandelschoenen en regenfrak aan. Ik woon, slaap en telewerk in de Brugse poort, drukste wijk van Gent. Twintigduizend mensen opeengepakt op een dikke vierkante kilometer zorgen meestal voor een levendige bedoening. Maar nu ligt de stad er verlaten bij zo even na tien. Met achterwind en een streep muziek gaat het vlot met de benen. Voor ik het weet sta ik kilometers verder  aan natuurgebied Bourgoyen. Ademruimte in de oase. De oranje stadsgloed belicht de zachte miezerhemel terwijl in andere windstreken het uitzicht over de donkere weilanden kop en schouders doet ontspannen. Ik reflecteer over het leven, de liefde, hoe de afgelopen jaren voor me gingen. Bewegen en denken hangen samen. Naar het schijnt gaf Aristoteles wandelend les. Het is alsof gedachten anders niet echt loskomen. Stilzitten is vastroesten.

Ik keer terug, krinkelend door Rooigem en de Brugse poort. De ringweg zag ik nog nooit zo desolaat. Zou de stilte van maart even terugkeren als stil lichtpunt voor de nakende herfst-isolatie? Hier en daar draalt een verdwaalde auto in de smalle straatjes. Op 5 minuten van thuis schijnen koplampen, naderend vanuit de verte. Wat als het de flikken zijn? M’n intuïtie worstelt even met zichzelf: inslaan, andere weg nemen of gewoon doorwandelen? Ik doe niets fout, bedenk ik me, en in de herwonnen kalmte ga ik rechtdoor.

Dertig seconden later stopt een kleine wagen enkele meters voor me. De bestuurder stapt uit en heeft de kenmerkende fluoband met logo aan. ‘Dag meneer, wat doet u zo laat nog op straat’. Lap. Verdomde intuïtie. ‘Ik zat te lang binnen en had nood aan bewegen om te kunnen slapen’. Ik ben altijd een slechte leugenaar geweest en heb er ook geen zin in. In dit tafereel komen m’n eerste waarheidsgetrouwe woorden stotterend naar buiten. Adem in en uit. Rug rechten. ‘Je weet toch dat er avondklok is’ zegt de agent zacht maar met die typische berispende ondertoon. Ik heb een ‘redelijk’ type te pakken, dat z’n job uitvoert in het geloof dat een zekere beleefdheid hem waarschijnlijk verder brengt dan z’n bottere collega’s. Onder de oppervlakte voel ik me echter niet respectvol behandeld, want dan zaten we om te beginnen niet in deze situatie. ‘Waar woon je?’ ‘Op 5 à 10 minuten van hier, ik kom van een avondwandeling langs de Bourgoyen, had de tijd niet in de gaten’. Ik kijk op de telefoon, 10 na 12 is het. Een uur voor regelneuters en muggenzifters. Die oude gsm mag verder uit. Een vorige ontmoeting met ‘team blauw’ resulteerde erin dat ze m’n berichten doorlazen. Daar mogen ze deze keer iets meer moeite voor doen.

Ik denk in mezelf, wil me niet laten doen zodanig dat ik tenminste met opgeheven hoofd hieruit kom. Me niet excuserend opstellen, recht in de schoenen staan. In m’n omgeving stikt het van de goeie verhalen over gevatte opmerkingen tegenover autoriteitsfiguren maar in zo’n situatie komen die toch niet op bij me. Mijn aangeleerde gewoonte is om beleefd te blijven maar impliciet resulteert dat vaak in meegaandheid omdat zij en niet jij de situatie in handen hebben. Omdat ik ongehoorzaamheid nog altijd niet reflexmatig belichaam probeer ik maar kalm te wezen. Redelijk en redelijk kritisch proberen zijn. ‘Is het de eerste keer dat je de coronamaatregelen overtreedt’ vragen ze me? Ik doe een tevergeefse gooi naar de redelijkheid: ‘het is niet dat ik hier volop mensen aan het besmetten ben, ik doe een wandeling alleen en zie het probleem eigenlijk niet’. ‘Ja maar wat als iedereen dat doet?’ Zucht. Niet iedereen doet dat. De dooddoener lijkt meer een zelfrechtvaardiging om de absurde avondklok en bijhorende boete goed te keuren dan om mij van de proportionaliteit ervan te overtuigen. ‘Dit is de muur, tot hier reikt het denken’ schreef Charles Ducal ooit. Tussen ons in staat een muur van subtiel wederzijds onbegrip, van assymetrische posities en bedoelingen.

‘Heb je een mondmasker bij?’ Ja. ‘Dan bent u met de provinciale maatregel wel in orde, anders kon u er nog een extra boete bovenop krijgen’. Ik ben verbouwereerd. Ik behoor tot de beroepscategorie van kenniswerkers maar duizel van de ondoorzichtige en gelaagde Belgische maatregelen. Terwijl de overheidscommunicatie erbarmelijk is worden we wel verwacht regels na te leven waarvan we het bestaan niet eens wisten. Inherent aan geregeerd worden wist Proudhon helaas al. ‘Er is nultolerantie meneer, was u daarvan op de hoogte?’ ‘Nee’. ‘De minister en burgemeester hebben het nog op het nieuws gezegd vandaag’. Nultolerantie dus, voor nachtwandelaars, niet voor de bedrijven die volgens onderzoek van Geneeskunde voor het Volk de eerste oorzaak van de besmettingen zijn, geen nultolerantie tegen samen lunchende ministers. Dit is dus die muur. Erachter wonen de heren.

Ik ‘mag’ mijn pas afgeven, laten inscannen. Hun tablet licht op en even kijken ze er beiden naar. Wat zouden ze daar eigenlijk op zien vraag ik me af? ‘Wat gaan we doen’ fluisteren ze half tegen elkaar. ‘Tja. We hebben geen andere optie meneer’. Ik kijk bedenkelijk – Sartre zou zeggen dat je altijd een optie hebt. Alsof hij m’n gedachten leest corrigeert hij zichzelf: ‘enfin, geen optie, ze hebben ons gevraagd streng te zijn. U krijgt een boete van 250 euro. Wilt u dit nu betalen of weigert u de minnelijke schikking’.

Ik weiger dit nu te betalen. Naast het geld gaat het me vooral om het principe. Niet in deze onzin meegaan. Dan maar mogelijks naar de rechtbank, maar nu plooien doe ik niet. ‘Je weet dat die avondklok ongrondwettelijk is en dat een aantal rechtenproffen daarom een procedure aanspanden?’ Het is al te laat en ik verwacht weinig van een mogelijke discussie, maar om de waardigheid te herwinnen kan het nooit kwaad de ‘hoeder van de wet’ op fundamentele contradicties te wijzen. ‘Wel ze zijn er nog niet’ klinkt het laconieke en geuniformeerde antwoord. Voor deze uitvoerende macht is de grondwet wél gewoon een vodje papier. ‘We gaan hem moeten verhoren’ mompelen ze onder elkaar. Enkele minuten later, klinkt het ‘laat maar, het is een Salduz-3 en dan duurt het nog langer’. Ik begrijp hier niets van maar uitleggen over wat er bezig is doen ze niet. Mijn houding heeft zich ondertussen omgebuigd. Niets bekennen, niets verklaren. Een oude les en het is hard proberen ze deze keer goed toe te passen. Je moet niet liegen, gewoon zwijgen.

De iets zuurdere collega vult intussen een blad in en leest vragen af. ‘Erkent u het ten laste gelegde misdrijf?’ ‘Nee’. ‘Pleiten er bepaalde factoren in uw voordeel’?’ Ik wens geen verklaring af te leggen’. Ik moet doorvragen om te weten wat de voorgelezen zaken eigenlijk impliceren terwijl zij blijven sturen richting nu betalen. ‘Betwist u de feiten en wil je op een later moment door de politie verhoord worden’. ‘Wat zijn mijn opties daarbij’? ‘Er zijn geen opties’ klinkt het bits uit de wagen. ‘Maar je praat alsof je iets voorleest dat je moet aanvinken?’. Bon, ik wil hen niet meer zien dan strikt noodzakelijk. Nee dus zeker?

Pas ter ondertekening krijg ik het blad zelf te zien. ‘Inbreuk op avondklok’ staat erbij als reden. Zonder tijdstip van de luttele 10 minuten erbij zie ik achteraf pas. Op het papier staat standaard dat ik kennis neem van het recht te zwijgen, maar dat geven ze kennelijk pas op het allerlaatste mee. De agent heeft het papier naar eigen goeddunken ingevuld en mijn antwoorden licht vervormd neergeschreven ‘dat is toch wat je gezegd hebt hé’. In hun typische stijl van micro-dominantie laten ze je nooit écht opties, altijd dat subtiele pushen, alsof het compleet onredelijk zou zijn niet akkoord te gaan. Achteraf bedenk ik me dat ik mijn exacte woorden had moeten eisen, dat ze desnoods hun papier opnieuw invulden, dan konden ze ten minste ondertussen geen andere mensen beboeten. Het is al te laat. Ik teken. ‘Prettige avond nog meneer.’ De voorgenomen oprechtheid gebied me de beleefdheidsreflex te onderdrukken die hen hetzelfde toewenst. Ik zwijg en wandel verder.

Ooit liep ik mee in betogingen tegen de GASboetes omdat die zo absurd zijn en teveel opties voor misbruik toelaten. Enkele anarchisten liepen er met een spandoek:  ‘Kom op straat tegen de controlestaat’. Het klonk toen bijna grotesk, maar nu besef ik dat ze gelijk hadden. Als je huis ‘s nachts een gevangenis wordt, als je beboet wordt ook als je nul risico voor anderen vormt, dan schort er iets. Als de politie de enigen zijn die zich nog vrij kunnen bewegen en verenigen, is dat dan geen politiestaat?

Hoe langer ik erover nadenk, hoe zekerder ik het weet: die van de pot gerukte avondklok druist keihard in tegen fundamentele vrijheden. De enige juist voelende optie is me niet inschikken, weigeren hierin mee te gaan. Dit is de muur, misschien dient alleen maar een gat gekapt.

ps: Elke overeenkomst met ware personen en gebeurtenissen berust uiteraard op toeval.

 

Creative Commons

dagelijkse newsletter

Unite Talks: Mohamed Barrie

This interview is one to to take your time for! 🙏 🔆 45 minutes of Mohamed Barrie!🔆 💥 Mohamed is a dedicated social worker, organizer and advocate for veganism. He shares his view on structural racism, power, exclusion and veganism. 🌏 Based on his own experiences he shines a new light on the vegan movement and on the role of racism within these movements. 〄 PS: We just started doing these interviews, so feedback is much appreciated!

Geplaatst door u:nite op Dinsdag 20 oktober 2020

take down
the paywall
steun ons nu!