De achtste kruistocht

De achtste kruistocht

dinsdag 2 november 2010 20:26

Bij het betreden van de conferentiezaal in het “Austrian Hospice” in Jeruzalem viel mijn mond open van verbazing. Iedere vierkante millimeter van zowel muren als plafond waren minutieus afgewerkt met prachtige schilderijen, de rode loper en het spreekgestoelte waren boven gehaald en de goud-geverfde pilaren gaven de ruimte iets megalomaans. Ik werd terug gekatapulteerd naar Versailles of andere plaatsen die ik nog nooit bezocht maar zeker van wist dat de decadentie er regeerde. Nog nooit had ik zo’n sprookjesachtige setting gezien en al waar ik aan kon denken was een zo snel mogelijke vlucht uit deze stijve bedoening.

Toen mijn ogen gewend werden aan zoveel pracht en praal begon ik rustig de andere gasten te observeren en zo’n zootje ongeregeld had ik zelfs in Jeruzalem nog nooit samen gezien. Ibrahim herkende ik als één van de weinigen in de zaal. Hij valt in iedere straat in ieder land spontaan op met zijn spierwitte djellaba en rood-witte kaffiya maar in de zaal waren er wel meerderen die in gelijk welke straat ter wereld vele rare blikken zouden ontvangen. Samen met mijn huisgenote Jamilla zette ik me op de achterste rij van de zaal en werd door haar onderwezen in de klederdracht van religieuze strekkingen waar ik vaak nog nooit van had gehoord.

De joden herken je makkelijk aan de impressionante baarden en de kipa’s op hun hoofd, de moslima’s zijn dan weer bekend door de kleurrijke hoofddoeken maar het geloof dat binnenshuis, en in dit klimaat dan nog wel, een zwarte kap over het hoofd draagt kon ik niet plaatsen. Mensen van alle leeftijden, huidskleuren, religies, nationaliteiten waren afgezakt naar deze plaats voor de vernissage van een andere huisgenote, de Oostenrijkse fotografe Claudia Henzler.

Ze begon haar openingsspeech met alle mensen te vragen om even de personen rond hen te observeren en te genieten van de vrede die er tussen al deze verschillende culturen kon gevoeld worden. Dit was het statement dat ze wou maken met haar tentoonstelling, het resultaat van vijf jaar foto’s nemen in en rond Jeruzalem, een grote diversiteit aan opvattingen sluit niet noodzakelijk vrede uit. Vele van de foto’s tonen vooraanstaande religieuze personen uit de Heilige Stad die de vrede een duwtje in de rug willen geven door samen op straat te gaan, samen aan vredesmanifestaties deel te nemen en vredevol contact met elkaar te houden.

Als introductie van de avond bedankte ze de vele aanwezigen en las een gedicht waarna ze het woord gaf aan enkele mensen uit de verschillende religieuze gemeenschappen. Een joodse en islamitische vrouw drukten samen hun gemeenschappelijke wens voor vrede uit want naast hun religieuze identiteit hebben beiden ook kinderen vreesden voor de veiligheid van hun gezin in deze agressieve tijden, god werd door beiden bedankt voor de vrede in het Heilige Land. Een joodse rabbijn omhelsde de gastvrouw bij zijn naar voren komen en vroeg iedereen mee te zingen met zijn vredeslied, wederom werd god bedankt voor het schenken van vrede. De Syrisch Orthodoxen hielden het korter en begonnen direct met god te danken voor de vrede en de ganse vertoning begon in mijn ogen meer op een gevarieerde religieuze ceremonie te lijken waarin iemand bedankt werd voor een geschenk dat mogelijks onderweg is, mogelijks nooit zal komen. Als Obama te vroeg zijn Nobelprijs heeft gekregen dan werd god hier zeker reeds beloond voor nog te bewijzen diensten.

Na de receptie en de uitleg bij de ontzettend mooie foto’s sprak ik over de avond met mijn islamitische vriendin Jamilla en joodse vriend Uri.

Jamilla woont bijna een jaar in het Peacehouse van Ibrahim en heeft het ondertussen wat gehad met de constante in- en uitstroom van hyper-religieuzen in het huis. Iedere dag wordt ze iets minder tolerant en dit bleek ook door te schijnen op haar mening over de vernissage. In haar ogen was de het hele gebeuren een aristocratische vorm van het huis waarin we wonen. Heb je geen geld en zoek je vrede in gelijk welke gedachtegang dan ook: kom dan een tijdje op de Mount Of Olives wonen, heb je wel het nodige geld dan kan je je ei kwijt op dit soort aangelegenheden maar dit wil daarom niet zeggen dat je ook maar iets minder gestoord bent dan al wie bij ons over de vloer komt.

Uri heeft, ondanks het doorbrengen van het grootste deel van zijn leven in Nederland, een sterke band met zijn geboorteland Israël en het verwonderde me dan ook sterk dat hij zichtbaar niet zo opgezet was met deze poging tot het verspreiden van vrede in de stad die hij zo graag ziet. Sedert hij uit Nederland vertrok had hij zijn dagen grotendeels tussen Israëlische joden en Arabieren doorgebracht en deze avond was zijn eerste contact met zoveel Europeanen na zijn vlucht uit Europa. Claudia riep op tot verzoening tussen de gemeenschappen, de Nederlandse kunstenaar Rob Schrama lichtte in de wandelgangen zijn uitgetekende weg naar vrede toe, … en iedereen van de lokale bevolking bedankte hen voor hun positieve boodschap die ze maar al te graag verspreiden. Uri werd voor het eerst geconfronteerd met wat zijn vrienden uit dit land “de achtste kruistocht” noemen. Een concept dat hij tot op heden steeds had tegengesproken maar vanavond moest hij tot zijn spijt niet meer ontkomen aan de grond van waarheid die dit concept omvat.

Het westen heeft bijna duizend jaar na de eerste kruistocht nog steeds een idee over hoe de Heilige Stad er hoort uit te zien. Het westerse voetvolk zoals Rob en Claudia en de westerse adel zoals Barosso, Obama, Poetin en Ban Ki Moon trachten het land te vormen naar hun ideaalbeeld terwijl volgens Uri de vrede uit de geplaagde bevolking zelf zou moeten komen. Telkens als beide groepen met de haren naar de onderhandelingstafel worden gesleurd en er figuurlijk aan worden vastgeketend, zoals het nu weer het geval is, stoot dit op een grote aversie bij beide bevolkingsgroepen.

Na lang nadenken begon ik de bedoeling van Uri’s woorden beter te begrijpen. De vredelievende mensen die op de tentoonstelling aanwezig waren hebben geen nood aan een vredesboodschap. Tijdens deze avond werden voor hen open deuren ingestampt en allen keerden naar huis terug met een goed gevoel. Ze hadden de vrede nogmaals gesteund. De mensen die wel overtuigd moeten worden zien in iedere buitenlandse inmenging steeds een pleidooi van de vijand. Voor conservatief Israël is Obama een zwakke, linkse rakker die het vel van het joodse volk maar al te graag aan de terroristen verkoopt terwijl Amerika voor de Palestijnen een eeuwige bondgenoot van Israël is die nooit een strobreed zal toegeven aan gelijke welke islamiet. Een vrede die van buitenaf wordt opgelegd zal zo nooit kunnen slagen omdat deze moet bereikt worden tussen beide strijdende partijen en dit nadat ze uit overtuiging en eigen wil hun handtekening onder een vredesakkoord hebben gezet. Niet omdat de achtste generatie kruisvaarders die vrede in het Midden-Oosten maar al te graag op hun palmares willen zien prijken.

In deze gedachtegang moet het westen zich niet afvragen hoe ze vrede kunnen installeren maar hoe ze spontaniteit kunnen forceren, moeilijke opdracht!

T.T.

 

Deze reportage kwam tot stand met de steun van het Fonds Pascal Decroos:
 

dagelijkse newsletter

take down
the paywall
steun ons nu!