De 2e dag van het soepsocialisme?

De 2e dag van het soepsocialisme?

zondag 30 oktober 2011 10:50

Een groot debat met de brede linkse gemeenschap in België. Daar moest ik toch eens even gaan kijken. Met veel verwachtingen en hoop ernaar toe maar toch wat teleurgesteld terug naar huis. Laat me u uitleggen waarom.

Het begon allemaal vrij enthousiast. De aanwezigheid van de heren Blommaert en Soete stemde me toch wel gelukkig. Vooraan stond de LSP zijn krantje te verkopen, dus ik dacht, het zal hier wel een goed gevarieerd publiek zijn. Ik wist dat Peter Mertens mee aan het ontstaan en in het beheer van deze dag zat, dus veel zorgen maakte ik me eigenlijk niet.

De eerste speechen staken van wal. Ivan van Praet (lid van de stuurgroep) begon met een toespraak die elk links hartje wel wist te verwarmen. Een sterke antikapitalistische sfeer was gezet met een spreekwoordelijke middenvinger naar de media die links buiten spel lijkt te zetten. Ik moest wel een keer slikken toen hij Daniël Termont quoteerde en ons vertelde dat het pragmatische sociaaldemocratische links had gefaald. Niet zozeer de inhoud, eerder de originele bron van die uitspraak deed me eens even met het hoofd schudden maar soit, op naar het volgende.

Erna volgde wat filmpjes. Eentje over de stadsproblematiek en eentje van twee syndicalisten die hun liefde voor links uit de doeken deden. Een koor zorgde voor een streepje muziek. Daarna werden we met onze werkgroepen weggestuurd. Ikzelf zat in de groep over Syndicalisme. Niet dat ik veel weet over de werking van vakbonden maar het concept van syndicalisme is een belangrijk element in de strijd voor de arbeidersrechten. De vakbonden hebben in de geschiedenis ook altijd belangrijke rollen gespeeld in verzetsbewgingen en revoluties.

De Werkgroep

Er worden enkele problemen naar voren geschoven. De vakbonden kampen met het beeld dat ze niet genoeg strijdkrachtig zijn, dat ze oubollig zijn. De aanvallen van rechts op de syndicale wereld bijt steeds harder door. En wij moesten dan met kleine groepjes daar eens over discussiëren. Zelf zat ik met een ex-délegé van Ford Genk, een gepensioneerde délegé van VW en een militant bij De Lijn in de groep.

Ons uiteindelijke resultaat kwam overeen met de andere groepjes en het kwam erop neer dat de vakbonden te defensief zijn. daarmee halen ze hun het beeld van ‘geen strijdkracht’ op de nek. De media belicht enkel de negatieve aspecten van de acties. Denk maar aan de misnoegde treinreizigers maar geen woord over de slechte omstandigheden waartegen men staakt. Ook zijn we in de maatschappij de verdiensten van de vakbonden vergeten. Denk maar aan betaald verlof, sociale zekerheid en de 5-dagen-werkweek. En een derde – zeker niet onbelangrijk – punt is dat er teveel misloopt tussen de syndicale top en de eigenlijke vakbondsbasis.

Op deze bemerkingen kwam er dan een persoon uit de top van ABVV-Limburg repliceren. En toen liep de dag voor mij mis. Ze startte met de vermelding dat vakbonden wel strijdkrachtig genoeg waren en dat ze dag in, dag uit vochten tegen het onrecht. Dat we niet mochten verwachten dat er voor elk klein iets een nationale staking moet voglpen. Dat we soms ook in de strijd verliezen en dat dan moeten aanvaarden. Uiteindelijk sprak ze de verticale structuur van de vakbond goed met een vergelijking met een huis. Want, zo beweerde ze, een vakbond is als een huis met vele kamers. Natuurlijk kan niet iedereen in dezelfde kamer zitten. Dus cru gezegd, we moeten maar aanvaarden dat het tussen top en basis spaak loopt.

Ik zag rondom mij mensen het hoofd schudden, hier en daar een spottend grijnsje, dus ik dacht, het komt goed. Ze zullen haar eens vertellen waar het op aankomt. Maar neen. Buiten een syndicalist van de LSP was er niemand die haar duidde op het feit dat we zonet een ganse namiddag hebben zitten debatteren om tot de conclusie te komen dat de vakbonden niet strijdkrachtig genoeg zijn en dat de leiding en basis elkaar terug wat horizontaler moet ontmoeten. De hele namiddag is voor niets geweest en alle clichés over onze Vlaamse vakbonden zijn bewezen. Ze hangen vast in hetzelfde straat van “wij doen al genoeg”. Het zal blijven stuiken zolang de vakbondstoppen zich laten pamperen door het patronaat. Er zal geen bal veranderen als men niet meer gaat inzetten op de basis. Het defensief spelen was de ondertoon van hun relaas. Strijdsyndicalisme leek een vreemd woord daar op de dag van het Socialisme.

Eindrede

Teleurgesteld dan maar naar de eindredes gaan luisteren. Rob Johnson kwam dan met een komische ondertoon twee strijdliederen spelen. Marc Goblet (voorzitter ABVV Luik) kwam aanzetten met de typische linkse spreekbeurt maar wederom bleef ik op mijn honger zitten. Didi de Paris dichtte en daarna was het de beurt aan Thomas Decreus, de man achter de SHAME-betoging. Hij kwam verklaren dat de gehele Occupy-beweging steunde op het achterlaten van manifesten en blauwdrukken. Het steunde op de linkse gedacht dat we geen ideologie hoeven te hebben en enkel ons moeten verenigen tegen het onrecht. En nogmaals wordt marxisme afgeschreven door het brede, nieuwe links.

Iemand vroeg me ooit of socialisme nu eigenlijk niet meer was dan ‘zo braaf en lief tegen zoveel mogelijk doen’ was. Natuurlijk niet. Het is een strijdideologie en met de nodige boekreferenties kreeg socialisme voor hem een gedaante. Die gedaante werd op de dag van het Socialisme afgebroken. Dat halfgare gedoe waarin men de SP.a beticht van teveel naar rechts op te schuiven om daarna ook maar meteen de uiterst linksen af te schieten is nu net waarom links niet au serieux wordt genomen.

Mijn teleurstelling was groot maar Peter Mertens wist duidelijke strijdtaal te spreken. Voor het eerst die dag pompte mijn hart en ging mijn gebalde vuist omhoog. “Ja!” Ik zal proberen mijn eigen partijvoorzitter niet te veel te bejubelen en meteen ook zeggen dat hij zijn speeches niet zo moet herbruiken want de anekdote over misdaad en mismanagement ken ik ondertussen al wel.

Mohamed Waked, activist uit Egypte die erbij was op het Tarhir-plein, vertelde ons over zijn ervaringen. Over hoe zo’n revolutie als bij verassing kan uitbarsten maar ook hoe andere groeperingen, extreem-rechts zelf, eigenlijk evenzeer onrecht is aangedaan. Dat ook zij die revolutie nodig hebben. Maar vooral dat na die revolutie er heel wat sterke linkse krachten waren bijgewonnen uit een groep waarvan we het nooit hadden verwacht. 

Dat is nu eens iets waarover we weinig nadenken maar eigenlijk zijn er veel extreem-rechtse jongeren gewoon misnoegd over de gang van zaken en ook zij zoeken een zondebok. Misschien de verkeerde maar als het aankomt op rebelleren kunnen we misschien wel langs elkaar marcheren.

Anke Hintjens sloot dan af met een sterke oproep tot linkse kracht. Voor mij eindigde de tweede dag van het socialisme met De Internationale.

Conclusie

Het hele gebeuren had zo’n ondertoon van ‘we moeten alle ideologie buitenzwieren en zelf iets bedenken’. Zolang we maar niet de term ‘communist’ zouden moeten dragen. Wee oh wee. De gehele anti-linkse werkingen in dit land worden beantwoord met angst. Ze spreken wel over daadkracht en antikapitalisme maar ook werkelijk een linkse vuist omhoogsteken is veel gevraagd. Het was een veel te waterige soep. Moest Caroline fucking Gennez nog komen spreken, ze had niet veel anders verteld dan de anderen. Het brede, nieuwe links is soepsocialisme.

Bij deze hebben we dan meteen een nieuw woord. Soepsocialisme, een socialisme waarin zoveel brokken zitten dat de soep te waterig is. De boodschap die ik heb meegenomen van die dag is dat ik als communist ongelijk heb en dat ik moet meestappen in een breed, links front zonder ideologisch plan. Wel, als ik daar niet aan wil beantwoorden, ben ik misschien niet langer links en aangezien ik zeker geen rechtse rakker ben, ben ik vanaf nu louter een communist.

dagelijkse newsletter

take down
the paywall
steun ons nu!