Dag tegen Racisme:  racisme op ellebooghoogte.

Dag tegen Racisme: racisme op ellebooghoogte.

maandag 21 maart 2016 20:47

Enkele weken geleden was ik op een debatavond “Zelfredzaamheid – project of utopie?” aan de Kulak.
Een Indiase priester-professor die in Tanzania werkt, gaf er een uiteenzetting. Ik was benieuwd of ze in Oost-Afrika met gelijkaardige problemen kampen als in Ghana. ‘Ja’ kon ik algauw besluiten!  
 
Toen Father Mathew, want zo werd de prof-priester genoemd, de problemen schetste die de zelfredzaamheid van onze Afrikaanse medemens in de weg stonden, sloot hij het rijtje af met te melden dat ze lui zijn.
Bevond ik me in de aula van een universiteit dan wel aan de toog van café ‘Onze Kring’, ‘De Afspanning’ of gewoon ‘Bij Lisette’?
Aan de toog zou ik mijn antagonist stapje per stapje bewerkt hebben tot op het punt dat hij mild, mak en meegaand zou toegeven dat in onze cultuur luiheid zodanig taboe is dat een mens die eens een dag geen goesting heeft om te werken – wat iedereen wel eens overkomt- een briefje van de dokter nodig heeft.  Waarna mijn antagonist algauw iemand zou kennen op zijn werk die ‘zogezegd’ al maanden thuis zit met een burn-out, maar gaat fietsen en winkelen met zijn vrouw en waarvan iedereen weet dat het een vette profiteur is. Waarna ik prompt maar omslachtig het gladde ijs zou verlaten, zeggende dat de meeste mensen wel écht ziek zijn of overspannen, maar dat ik eigenlijk wilde zeggen dat er in Afrika geen ziekenbond bestaat!  En ook geen werkloosheidsuitkeringen. En terloops zou ik er nog aan toevoegen: bovendien, stel dat er al werk zou zìjn in Afrika, ge moet goesting hebben om het te doen hé in die hitte?  Weet je nog die hittegolf van vorige zomer?  Wel dat is daar àltijd zo warm hé…   
 
Maar ik bevond me in academische sferen. De interviewende professor van dienst pareerde het statement niet.  Het woord lui bleef elke gezonde context missen.  In tijden van klimaatsverandering, doorgeschoten kapitalisme en totale vervreemding van het begrip ‘genoeg’ met armoede, ongelijkheid en vluchtelingenstromen tot gevolg, vind ik dat het begrip ‘luiheid’ misschien wel eens aan herziening toe is. Of zou ik proberen een discussietje op te starten over de zijnde mens versus de doende mens? Of misschien het werkwoord ‘werken’ dat in veel Afrikaanse talen niet eens bestaat, eens ontleden naar inhoud, betekenis, zin, gebruik en etymologie?   
 
Maar het hier ging over internationale samenwerking, dus nadat ik de micro gevraagd had, opperde ik dat Father Mathew onze zwarte medemens niet zo maar zonder enige nuance noch duiding lui kon noemen. Misschien was een ras dat eeuwenlang als minderwaardig beschouwd was geworden en dat de slavernij, de christianisatie en de kolonisatie had moeten ondergaan, wel te diep geraakt in zijn identiteit en zijn waardigheid om zich alsnog kwiek, monter en vol overgave te schikken naar westerse systemen, denkwijzen en samenlevingsvormen?De micro werd van bij me weggehaald en de Father knikte begrijpend.“Ik weet het” zei hij, “hun verleden van slavernij, evangelisatie en kolonisatie heeft ongetwijfeld een rol gespeeld… . De vraag is hoelang ze hun verleden nog gaan gebruiken als reden om niet zelfredzaam te hoeven worden?”Ik kneep in mijn wang – check, ik ben wakker- en vroeg de micro opnieuw.
Maar ik kreeg hem niet meer. Het debat werd als beëindigd beschouwd.
Dan maar zonder micro. “Hoe kunnen en durven wij bepalen dat ze na slechts 50, 60 jaar onafhankelijkheid nu maar eens op eigen benen moeten kunnen staan, terwijl wij enkele eeuwen lang de tijd genomen hebben om het wezen en de ziel van dit hele continent mensen te vernielen en te beroven?”
 

Er werden nog twee cheques uitgereikt aan Father Mathew om zijn werk daarginds verder te zetten en daarna was er een receptie met ellebooghoge partytafeltjes met witte kleden erover heen, wijn en sap, en hapjes uit lepeltjes en kleine glaasjes. 
Er kwam een dame naast mij staan en ook de professor die Father Mathew geïnterviewd had, kwam even polshoogte nemen waar ik uitgekropen kwam, maar dan met meer verfijnde bewoordingen. Hij vond mijn controversiële invalshoek wel interessant zei hij, “zo een beetje vuur in de pan…!”
Controversieel??
Het gesprek kabbelde aftastend informerend verder, we waren immers alle drie beslagen in internationale samenwerking.
Toen zei de dame: “Dat is de contradictie waar wij mee kampen in de ontwikkelingssamenwerking:  enerzijds zijn ze ginder al met veel te veel en dan brengen wij hen nog eens medische zorg en hygiëne bij waardoor ze zoveel langer leven en dus met nog veel meer zullen zijn.”Aan de stand van haar mond waaruit deze woorden zowel eigengereid als met een zweem van onmacht waren gerold, zag ik dat zij onophoudelijk haar bekkenbodemspier opgespannen hield.Maar dat hield ik voor mezelf.
Ellebooghoogte lijkt wel een vruchtbaar niveau voor racisme, maakt niet uit of het een partytafeltje aan de unief is of een cafétoog.

 

dagelijkse newsletter

take down
the paywall
steun ons nu!