Cuba en het aantal “politieke gevangenen”

Cuba en het aantal “politieke gevangenen”

vrijdag 20 augustus 2010 15:45

Er wordt nogal met cijfers gegoocheld als het over Cubaanse gewetensgevangenen gaat.  Frans prof en onderzoeker Salim Lamrani zet het voor ons op een rij.

De kwestie van het aantal “politieke gevangenen” in Cuba is het onderwerp van een heuse polemiek. Voor de Cubaanse regering is er geen sprake van politieke gevangenen maar van personen die veroordeeld zijn voor misdaden die in de wetgeving zijn opgenomen, meer bepaald het feit dat ze gefinancierd worden door een buitenlandse mogendheid.

Amnesty International heeft het in haar rapport van 2010 over “55 gewetensgevangenen” waarvan er in juli 2010 twintig en op 15 augustus 2010 zes werden in vrijheid gesteld na bemiddeling door de katholieke kerk en Spanje.(1) Twee andere gevangenen werden eerder al vrijgelaten.(2) Dus, zegt Amnesty International, blijven er nog 27 “politieke gevangenen” over in Cuba. De Cubaanse oppositie en Elizardo Sánchez van de Commissie voor de Rechten van de Mens en de Nationale Verzoening (CDHRN) in het bijzonder hebben het over 147 politieke gevangenen min de zes die onlangs in vrijheid werden gesteld. (3) De Westerse media geven uiteraard de voorkeur aan de laatste lijst.

Voor we het hebben over het exacte aantal “politieke gevangenen” op het eiland, moeten we eerst een bepaald aspect van die kwestie ophelderen: financieren de VS de Cubaanse oppositie, ja of nee?

Het Amerikaanse financieringsbeleid, dat tussen 1959 en 1991 volledig clandestien was, is nu bekend en wordt door heel wat bronnen onderbouwd. Inderdaad, Washington geeft het zelf toe in talrijke documenten en officiële verklaringen. In de Wet Torricelli van 1992, meer bepaald Afdeling 1705, staat dat “de VS hulp bieden aan niet-gouvernementele organisaties om individuen en organisaties te ondersteunen die een niet-gewelddadige democratische verandering in Cuba bevorderen”.(4) De wet Helms-Burton van 1996 voorziet in Afdeling 109 dat “de president [van de Verenigde Staten] hulp en elke vorm van steun mag bieden aan individuen en onafhankelijke niet-gouvernementele organisaties ter ondersteuning van de inspanningen voor de opbouw van de democratie in Cuba”. (5) Het eerste rapport van de Commissie voor Steun aan een Vrij Cuba, goedgekeurd op 6 mei 2004, voorziet in een “omvangrijk steunprogramma ten voordele van de Cubaanse civiele maatschappij”. Onder de vermelde maatregelen vinden we een financiering van 36 miljoen dollar, bestemd voor “steun aan de democratische oppositie en aan de versterking van de opkomende civiele maatschappij”.(6) Het tweede rapport van dezelfde Commissie, dat werd openbaar gemaakt op 10 juli 2006, voorziet een budget van 31 miljoen dollar voor de financiering van de binnenlandse oppositie.(7) Het rapport voorziet tevens in “de training en de uitrusting van onafhankelijke journalisten van de geschreven pers en van radio en TV in Cuba”. (8)

De Amerikaanse diplomatieke vertegenwoordiging in Havana, het Bureau voor Noord-Amerikaanse Belangen, bevestigt in een communiqué het volgende: “Sinds lang voorziet het beleid van de Verenigde Staten in humanitaire hulp voor het Cubaanse volk, in het bijzonder voor de families van de politieke gevangenen. Wij laten ook toe dat privéorganisaties dat doen.” (9)

Laura Pollán van de dissidente groep “Vrouwen in het wit”, “Damas de Blanco” geeft toe dat ze geld hebben gekregen van de VS(10) : “Wij aanvaarden onvoorwaardelijk geld en steun, zowel van links als van rechts”. (11)

Opposant Vladimiro Roca geeft toe dat de Cubaanse dissidenten door Washington zijn omgekocht en voegt er vinnig aan toe dat de ontvangen financiële hulp “geheel en al legaal” is. Voor dissident René Gómez is de financiële steun van de VS niet “iets dat je moet wegmoffelen of waarvoor je je moet schamen”.(12) Ook Elizardo Sánchez bevestigt de financiering door de VS: “De kwestie is niet wie hulp biedt maar wat ermee gedaan wordt”. (13)

De Westerse pers ontkent deze realiteit niet. Agence France-Presse schrijft dat “de dissidenten zelf die financiële steun hebben geëist en aangenomen”.(14) Het Spaanse agentschap EFE maakt allusie op “opposanten, betaald door de VS”.(15) Het Britse Reuters heeft het over “de Amerikaanse regering” die “federale financiële steun verleent voor dissidente activiteiten, wat door Cuba beschouwd wordt als een illegale daad”.(16) En Associated Press uit de VS erkent dat het beleid om een binnenlandse oppositie op poten te zetten en financieel te steunen niet nieuw is: “Jarenlang al spendeert de Amerikaanse regering miljoenen dollars aan de ondersteuning van de Cubaanse oppositie”.(17) AP preciseert: “Een deel van de financiering is rechtstreeks afkomstig van de regering van de Verenigde Staten, wiens wetten een omverwerping van de Cubaanse regering voorstaan. Het Internationale Agentschap voor de Ontwikkeling van de Verenigde Staten (USAID), dat de financiële regeringssteun aan een ‘democratische overgang’ in Cuba superviseert, heeft voor het lopende belastingjaar meer dan 33 miljoen dollar toegekend aan de Cubaanse civiele maatschappij.” (18)

Wayne S. Smith is een vroegere Amerikaanse diplomaat die van 1979 tot 1982 aan het hoofd stond van het Bureau voor Noord-Amerikaanse Belangen in Havana. Volgens hem is het “illegaal en onvoorzichtig geld te sturen naar Cubaanse dissidenten”.(19) Hij voegt eraan toe dat “niemand geld zou moeten geven aan dissidenten en nog minder met de bedoeling de Cubaanse regering omver te werpen” want “wanneer de VS verklaren dat het hun doel is de Cubaanse regering omver te werpen en vervolgens bevestigen dat één manier om dat doel te bereiken erin bestaat de Cubaanse dissidenten te financieren, deze laatsten de facto in de positie komen te staan van agenten die betaald zijn door een buitenlandse mogendheid om hun eigen regering omver te werpen”. (20)

Laten we eens het standpunt van Amnesty International naderbij bekijken. De organisatie spreekt over 27 politieke gevangen in Cuba op 15 augustus 2010. Terzelfder tijd erkent ze dat deze personen werden veroordeeld “voor het ontvangen van fondsen of materiaal van de Amerikaanse regering, wat door de autoriteiten beschouwd wordt als subversief of nadelig voor Cuba”.(21) Hier spreekt de organisatie zichzelf tegen. Het internationaal recht beschouwt immers de financiering van een binnenlandse oppositie in een andere soevereine staat als illegaal. Alle landen ter wereld beschikken over een juridisch arsenaal om dergelijk gedrag als wetsovertreding te kenmerken. Zowel de Amerikaanse als de Europese wetgeving voorzien zware straffen voor personen die gesteund worden door een buitenlandse mogendheid.

De lijst van Elizardo Sánchez is langer en omvat verschillende soorten individuen. Onder de 141 namen bevinden zich tien personen die reeds in vrijheid zijn gesteld om gezondheidsredenen. Blijven dus nog 131 personen. Waarom die tien personen toch op zijn lijst blijven staan? Omdat ze in de toekomst opnieuw kunnen opgesloten worden, is zijn uitleg. Vier anderen hebben hun straf uitgezeten en de gevangenis verlaten. Blijven dus nog 127 individuen. 27 daarvan moeten in navolging van het akkoord dat werd afgesloten tussen Havana, de katholieke kerk en Spanje tussen nu en oktober vrijkomen.

Van de overige honderd werd bijna de helft veroordeeld voor misdaden met geweld. Sommigen hebben een gewapende inval gepleegd in Cuba en minstens twee van hen, Humberto Eladio Real Suárez en Ernesto Cruz León, zijn verantwoordelijk voor de dood van meerdere burgers, respectievelijk tussen 1994 en 1997. (22)

Ricardo Alarcón, voorzitter van het Cubaans parlement, onderstreept de flagrante tegenstellingen: “Eigenaardig genoeg hebben onze kritikasters het over een lijst [en niet over namen]. Waarom zeggen ze niet dat ze de vrijheid vragen van de moordenaar van Fabio di Celmo?” (23)

Ook Associated Press heeft het twijfelachtige karakter van de lijst van Sánchez onderstreept: “Meerdere van hen zouden normaal niet als politieke gevangenen moeten beschouwd worden”. En “een meer aandachtige studie laat toe de aanwezigheid vast te stellen van terroristen, gijzelaars en buitenlandse agenten”. Associated Press zegt dat van de honderd overblijvende personen “meer dan de helft werd veroordeeld voor terrorisme, gijzeling en andere misdaden met geweld en dat vier van hen oud-militairen zijn of agenten van de inlichtingendiensten die veroordeeld werden voor spionage of voor het onthullen van staatsgeheimen”. (24)

Amnesty International bevestigt dat ze de personen op de lijst van Sánchez niet als “politieke gevangenen” kan beschouwen omdat het ook gaat om “lieden die veroordeeld zijn voor terrorisme, spionage alsook diegenen die geprobeerd hebben hotels op te blazen en daar zelfs in geslaagd zijn”. “Wij vragen zeker niet hun vrijlating en beschouwen hen niet als gewetensgevangenen”. (25)

Miguel Moratinos, de Spaanse minister van Buitenlandse Zaken, die een sleutelrol heeft gespeeld in het akkoord over de vrijlating van 52 gevangenen, heeft ook zijn twijfels over de lijst van Sánchez en onderstreept het arbitraire karakter ervan: “Zeg niet dat er driehonderd gevangenen moeten vrijgelaten worden, want er zijn er geen driehonderd. De lijst van de Commissie voor de Rechten van de Mens in Cuba zei een week voor mijn aankomst dat er tweehonderd en twee zijn. Op de vooravond van mijn aankomst waren het er al maar 167 meer.” (26)

Na de vrijlating van de 27 andere personen die deel uitmaakten van het akkoord van juni 2010 bleef er volgens Amnesty International maar één “politieke gevangene” meer over in Cuba, namelijk Rolando Jimenez Pozada. Associated Press zegt van hem dat hij in werkelijkheid werd “opgesloten voor insubordinatie en voor het onthullen van staatsgeheimen”. (27)

Eigenaardig genoeg geeft de Westerse pers de voorkeur aan de lijst van Sánchez, ook al is ze de minst betrouwbare en wordt ze van alle kanten ontmaskerd vanwege het feit dat er personen op staan die veroordeeld zijn voor zware daden van terrorisme.

De Cubaanse regering heeft een merkwaardige geste gedaan met de invrijheidsstelling van gevangenen die door de VS en door bepaalde organisaties zoals Amnesty International als “politieke gevangenen” worden beschouwd. Het belangrijkste obstakel voor de normalisering van de betrekkingen tussen Washington en Havana – vanuit het standpunt van de regering van Obama – is daarmee uit de wereld geholpen. Het is nu dus aan het Witte Huis om een wedergeste te doen en een einde te maken aan de achterhaalde en weinig efficiënte economische sancties tegen het Cubaanse volk.

noten

(1) Amnesty International, Rapport 2010. La situation des droits humains dans le monde, mei 2010. http://thereport.amnesty.org/sites/default/files/AIR2010_AZ_FR.pdf (geconsulteerd op 7 juni 2010), pp. 87-88.
(2) EFE, Damas piden a España acoger a más presos políticos, 25 juli 2010; Carlos Batista, Disidencia deplora ‘destierro’ de ex presos, El Nuevo Herald, 15 augustus 2010.
(3) EFE, Damas piden a España acoger a más presos políticos », 25 juli 2010.
(4) Cuban Democracy Act, Titel XVII, Afdeling 1705, 1992.
(5) Helms-Burton Act, Titel I, Afdeling 109, 1996.
(6) Colin L. Powell, Commission for Assistance to a Free Cuba, (Washington: United States Department of State, mei 2004). www.state.gov/documents/organization/32334.pdf (geconsulteerd op 7 mei 2004), pp. 16, 22.
(7) Condoleezza Rice & Carlos Gutierrez, Commission for Assistance to a Free Cuba, (Washington: ministerie van Buitenlandse Zaken van de VS, juillet 2006). www.cafc.gov/documents/organization/68166.pdf (geconsulteerd op 12 juli 2006), p. 20.
(8)Condoleezza Rice & Carlos Gutierrez, Commission for Assistance to a Free Cuba, (Washington: ministerie van Buitenlandse Zaken van de VS, juli 2006). www.cafc.gov/documents/organization/68166.pdf (geconsulteerd op 12 juli 2006), p. 22.
(9) The Associated Press/El Nuevo Herald, Cuba : EEUU debe tomar ‘medidas’ contra diplomáticos, 19 mei 2008.
(10) The Associated Press, Cuban Dissident Confirms She Received Cash From Private US Anti-Castro Group, 20 mei 2008.
(11) El Nuevo Herald, Disidente cubana teme que pueda ser encarcelada, 21 mei 2008.
(12) Patrick Bèle, Cuba accuse Washington de payer les dissidents, Le Figaro, 21 mei 2008.
(13) Agence France-Presse, Prensa estatal cubana hace inusual entrevista callejera a disidentes, 22 mei 2008.
(14) Agence France-Presse, Financement de la dissidence: Cuba ‘somme’ Washington de s’expliquer, 22 mei 2008.
(15) EFE, Un diputado cubano propone nuevos castigos a opositores pagados por EE UU, 28 mei 2008.
(16) Jeff Franks, Top U.S. Diplomat Ferried Cash to Dissident: Cuba, Reuters, 19 mei 2008.
(17) Ben Feller, Bush Touts Cuban Life After Castro, Associated Press, 24 oktober 2007
(18) Will Weissert, Activistas cubanos dependen del financiamiento extranjero, Associated Press, 15 augustus 2008.
(19)Radio Habana Cuba, Former Chief of US Interests Section in Havana Wayne Smith Says Sending Money to Mercenaries in Cuba is Illegal, 21 mei 2008.
(20) Wayne S. Smith, New Cuba Commission Report : Formula for Continued Failure, Center for International Policy, 10 juli 2006.
(21) Amnesty International, Cuba. Cinq années de trop, le nouveau gouvernement doit libérer les dissidents emprisonnés, 18 maart 2008. http://www.amnesty.org/fr/for-media/press-releases/cuba-five-years-too-m… (geconsulteerd op 23 april 2008).
(22) Juan O. Tamayo, ¿Cuántos presos políticos hay en la isla?, El Nuevo Herald, 22 juli 2010
(23) José Luis Fraga, Alarcón : presos liberados pueden quedarse en Cuba y podrían ser más de 52, Agence France-Presse, 20 juli 2010. Fabian di Celmo, een Italiaanse jongeman van 32, werd op 4 september 1997 vermoord bij de aanslag op Hotel Copacabana in Cuba.
(24) Paul Haven, Number of Political Prisoners in Cuba Still Murky, Associated Press, 23 juli 2010.
(25) Ibid.
(26)EFE, España pide a UE renovar relación con Cuba, 27 juli 2010.
(27) Paul Haven, Number of Political Prisoners in Cuba Still Murky, op. cit.

vert.: Marina Mommerency

dagelijkse newsletter

take down
the paywall
steun ons nu!