'Rites 1', Joëlle Evita, tekening, ca 2017 (Courtesy Wouter De Bruycker Fine Arts & gallery
Opinie -

Coronalimbo

maandag 27 april 2020 16:50
Spread the love

 

We bevinden ons in een vreemd soort van tussentoestand. ‘We are in limbo’, zei iemand om de vakantieles te openen. We hadden besloten om de vele internationale studenten die hier gestrand waren, te steunen in hun isolement tijdens de lockdown door de lessen verder te zetten tijdens de paasvakantie, weliswaar zonder programma en zonder verplichting, gewoon om bij te praten. De uitzonderlijkheid van die lessen toont al meteen hoe vreemd deze periode wel is: ‘vakantielessen’, een soort van contradictio in terminis. Toen ik na afloop mijn lesnotities nakeek bleef ik meteen al hangen aan het eerste woord: LIMBO.

We are in limbo. Ik krijg het niet zomaar vertaald. ‘We zijn in een vagevuur’. Tja. Limbo is nog iets anders dan het vagevuur, zo staat mij voor. Ja. Het voorgeborchte is  de eeuwige plek van natuurlijke gelukzaligheid voor ongedoopte kinderen. Of beter was, want het is door het Vaticaan in 2007 afgeschaft. Ook goed op tijd. Het vagevuur was de wachtkamer voor de hemel, bedoelt voor al die mensen die niet goed genoeg waren voor de hemel en niet slecht genoeg voor de hel. Nog niet afgeschaft, maar in de steigers om na eeuwig aanslepende verbouwingswerken in alle stilte te worden afgebroken. De hel en de hemel zijn op de keper beschouwd ook niet zo heel populair meer als bestemming, behalve onder fundamentalisten.

Hoewel al die theologische plekken nu wereldvreemd lijken, toch zijn dit helse tijden. Sommigen onder ons bevinden zich wel degelijk in de hel, of maken helse toestanden mee: in de covid 19- eenheden van onze ziekenhuizen en nu vooral in zwaar geteisterde rusthuizen. Vreemd hoe rusthuizen en cruiseschepen op dit soort momenten kunnen omslaan  in een heus inferno.

En anderen, zoals mijn vriendin en ik, maken een bijna schuldig, klein paradijs, met veel lezen en schrijven, wandeltochten door de stad en fietstochten naar de Brusselse bossen, interessante of steengoede films, lekker eten met lekkere wijnen, en last but not least, lekker … slapen.

Maar vagevuur, limbo, hel of schuldig paradijs, de antropologie is een betere discipline om de coronacrisis te lijf te gaan dan de theologie. Antropologie van de coronacrisis! Dat is eigenlijk waar vele van onze gesprekken tijdens de vakantielessen rond cirkelden … Er is nood aan een etnografische studie, met (diepte)psychologie en (oppervlakte)sociologie als hulpwetenschappen. Om uiteindelijk door te stoten naar de filosofische antropologie: wat leert ons dit allemaal over de mens?

De eerste les is al meteen zonneklaar: het mensbeeld van het neoliberalisme ligt aan diggelen. De ambitieuze, individualistische, concurrerende, zelfverzekerde en vanzelfsprekend egoïstische mens, kortom ‘de ondernemer’ is a) geen ideaalbeeld b) geen goede beschrijving van de mens en vooral c) niet degene die de wereld zal redden – zoals Ayn Rand geloofde en al haar openlijke en onbewuste volgelingen.

Maar een etnografie, of zeg maar ouderwets een fenomenologie, een min of meer filosofische beschrijving van dit ons Limbo is voorwaar … geen gemakkelijke zaak. Nochtans wil iedereen zich eraan zetten, dat merkt men aan de stroom aan publicaties over Corona. Er zijn ook heel goeie stukken bij, daar niet van. Maar toch krijgen we er moeilijk vat op. Ook ik wil er zowat elke dag een nieuw stuk over schrijven. Dat bewijst dat het een breinbreker is. Ik kom er niet mee in het reine, om zo te zeggen. Klinkt alweer gevaarlijk theologisch. Goed, dan maar recht voor de raap: It bugs me. It bugs us. De uitdrukking slaat bij nader toezien de nagel op de kop: virussen zijn bugs, en veel bugs zijn virussen. Als iets niet werkt zeggen de franstaligen: ‘C’est buggé’ (geloof het of niet). Dat is deze suspensie: ‘Notre monde est buggé, quoi!’ Deze suspensie, dit tussen, dit limbo denken en beschrijven, en wat het met ons doet, is dus de opgave …

We moeten het beest bij de naam noemen: de pandemie, een medische ramp, brengt een objectieve noodtoestand teweeg, een noodzaak tot urgentiemaatregelen, zoals bij elke natuurramp. Dit leidt naar een juridische noodtoestand, of uitzonderingstoestand, of state of emergency: de suspensie van grondrechten, zoals nu eerst en vooral het recht om zich vrij te bewegen. Tamelijk fundamenteel. Deze suspensie, dit tijdelijk opheffen van grondrechten, destabiliseert het normale leven en leidt naar andere suspensies van grondrechten zoals het recht op arbeid en het recht op samenkomsten.

Het is een tijdelijke opheffing van onze vrijheid, en die vrijheidsbeperking leidt naar de opschorting, een suspensie van ons bestaansgevoel. We worden gedestabiliseerd in ons zijn, in het eigenste van het eigene: onze dagelijkse routine, onze alledaagsheid. Dat is de existentiële essentie, om zo te zeggen, van deze lockdown, deze quarantaine, dit ‘confinement’. Niets is nog wat het was en de terugkeer naar normaal blijft  hoogst ongewis: wat, wanneer en hoe, alles hangt in het ijle. De terugkeer naar de normaliteit is onzeker en zelfs riskant. En zal sowieso geen echte normaliteit zijn, zeker niet in het eerste jaar.

De lockdown is naast een opschorting van de politieke normaliteit vooral ook een stilleggen van normale economische activiteit. Met een gigantische krimping van de economie tot gevolg, een economische crisis zonder voorgaande, die als een grote donderwolk boven de wereld hangt. Dit wordt misschien de ‘perfecte storm’, met oorlogen, sprinkhanenplagen en hongersnoden in het Zuiden …

Dus we zijn niet alleen gestabiliseerd in het heden, maar ook de toekomst is troebel, duister en zelfs dreigend. Onze ‘protensie’ – om nu eens echt een woord uit de filosofische fenomenologie te gebruiken – is buiten werking gesteld: de mens leeft niet alleen in het heden (intensie), en ook niet alleen in het verleden (retensie) maar is ook en vooral altijd gericht op de toekomst (protensie). Zeker in onze wereld van projecten en ‘targets’, van strategische planning, van projectie, zijn we met z’n allen zowat projectielen van toekomstgerichtheid geworden. Deze toekomstgerichtheid is nu geblokkeerd. Al onze plannen hangen in het ijle of liggen gewoon aan diggelen.

We bevinden ons in een schemerzone, entre chien et loup, mossel noch vis. Dit is een slechte ‘vakantie’: de tijd is open, vacant, in de zin van leeg, zonder normaal werk, opgesloten, ingesloten, en dus allesbehalve op vakantie. Tussen hangen en wurgen, tussen hemel en hel.  Onwetend als ongedoopte kinderen, moeten we durven stotteren, we moeten durven toegeven dat we geen greep hebben op dit vreemde, onwezenlijke fenomeen. Laat ons, na de methodische twijfel à la Descartes, methodisch stotteren over Corona. Desnoods in een soort van double Dutch, een Coronalimbolingala.

Het is natuurlijk niet niks deze Grote Opsluiting: wellicht de grootste uit de wereldgeschiedenis. Nooit heerste de ‘Ophokplicht’ over zowat de hele planeet. Geen wonder dat we met z’n allen een beetje in shell shock zijn. We weten het even niet meer. We bevinden ons op onbekend terrein, in limbo.

Creative Commons

dagelijkse newsletter

take down
the paywall
steun ons nu!