Congoroute – Berichten uit Katanga

Congoroute – Berichten uit Katanga

dinsdag 15 maart 2011 18:50

Van 22 februari tot 2 maart bezocht een delegatie van ACV KEMPEN de partnervakbond CSC Katanga in RD CONGO – in Lubumbashi, Likasi, Kolwezi en Kipuchi bezochten wij industriële mijnsites,  informele projecten op de  markten , landbouwprojecten en creuseurs ; de gesprekken met syndicalisten van Katanga  waren inspirerend in de strijd voor “waardig werk” en een schrijnende aanklacht aan de eenzijdige economische en financiële globalisering, de schreeuw voor een “sociale globalisering” klinkt door in ons verhaal. Vijftien jaar partnerband met CSC in Katanga leert ons ook het belang van internationale contacten tussen basismilitanten …

CSC is goed uitgebouwd in de Provincie Katanga – 20.000 bijdragebetalende leden zijn aangesloten – ze betalen een ledenbijdrage van ½ tot 1 $ per maand (afhankelijk loon = gemiddeld loon is 100 $ per maand).  Naast het Provinciaal secretariaat in Lubumbashi, zijn er 11 lokale afdelingen, waarvan er drie een permanent secretariaat hebben ( Likasi, Kolwezi en Kipuchi). Men plant ook nieuwe secretariaten in  drie streken waar recent  nieuwe grote mijnexploitaties (oa.coltan) zijn  opgestart (Muba – Muchacha – Malebakulu).

24.02.2011 – Lubumbashi – stad van 3,5 miljoen inwoners – met als kloppend hart de volksmarkten in Kenya en centrale markt Mzee LD Kabilla – 80% van de bevolking overleeft dankzij een handeltje in de informele economie – overal zie je de kleine verkoopstalletjes vlees, pharmacie, garage, olie, enz.. op de marktplaatsen heerst de levendige Afrikaanse sfeer…

Mireille Numbi, propagandiste CSC voor de informele economie, neemt ons mee naar de centrale marktplaats Mzee LD KABILLA.   Mireille kent de sector, ze is zelf werkzaam geweest  als haarcoiffure, een verzorgde  haartooi is essentieel voor de congolese vrouw – het behoort tot hun identiteit.   Het belang van de informele economie : 80% van de mensen zijn werkloos . Sinds het instorten van de economie in 2004 doen de mensen  alles om toch te kunnen overleven. Deze mensen zijn slachtoffer van pesterijen en misbruik. Wij hebben een structuur opgezet om deze mensen te ondersteunen. CSC tracht deze mensen samen te brengen  in beroepsgroepen.

Mireille vertelt haar methode om vertrouwen van de werknemers in de informele economie te winnen.  Alles begint met bezoek aan de marktplaatsen en het aanspreken van de mensen, opdat zij de CSC Propagandiste zou kennen, en zou vertrouwen.  Hier wordt veel tijd in gestoken, want deze verkoopsters (het zijn meestal vrouwen) zijn reeds dikwijls bedrogen en worden geplaagd door allerlei instanties om geld af te troggelen (“tracasseries”).

Wanneer er een voldoende basis van vertrouwen is tussen Mireille en de werksters, stelt ze voor om zich te verenigen in een associatie..  Diegenen die willen meedoen worden uitgenodigd op een algemene vergadering – daar wordt overeengekomen welke naam de vereniging aanneemt.  Dat is een belangrijke stap in het proces, want met een eigen verenigingsnaam krijgt de groep een eigen identiteit die hen onderscheid van anderen – dit verhoogt hun zelfwaarde.  Vervolgens kiest men een bestuur, voorzitter, ondervoorzitter, secretaris, schatbewaarder. 

Deze vormen het gezicht van de vereniging. Momenteel zijn groepen visverkoopsters, vleesverkoopsters,  geldwisselaars, groenteverkoopsters,  confectiearbeidsters,  verkoopsters van tweedehandskledij, verkopers van specerijen, verkopers van kleinvee, verkoopsters van schoenen aangesloten bij de CSC. De   CSC is de enige vakbond die de werknemers in de informele economie organiseert.  De doelstelling is “zich verenigen om weerbaar te zijn”.  CSC organiseert zelf niet de coöperatieve werking, dat is niet de doelstelling. Daarvoor zijn andere organisaties deskundig. Door hen bij de CSC aan te sluiten overstijgen ze hun indiviudeel werk – ze worden een groep, met eigen naam en identiteit. Dit verhoogt hun eigenwaarde. Op die manier kunnen ze zich organiseren en verhogen ze hun weerbaarheid. Voor ons is verdedigen van  hun belangen prioriteit.  Als er problemen zijn treden wij op als woordvoerder voor deze mensen. Op die manier trachten wij de precaire levensomstandigheden van deze mensen te verbeteren.

In groep verdedigen zij hun belangen tegen de plagerijen van lokale ambtenaren, politieagenten die hen voortdurend lastig vallen en ook enkele dollars willen aftroggelen.  Bedoeling is om de groep te laten evolueren tot een echte “cooperatieve”.  Dat is niet vanzelfsprekend, want al deze verkoopsters zijn concurrenten van mekaar – hun waren verkopen betekent eten hebben voor hun familie… de onderlinge rivaliteit is dan ook zeer groot.  Door  het begeleidingsproces probeert men die concurrentie om te zetten tot solidariteit. Een volgende stap is dat er een financiele bijdrage wordt betaald die in een solidariteitskas gaat.  Die kas wordt aangesproken om een vergoeding bij ziekte uit te betalen en een overlijdenspremie.   De vergoeding bij ziekte is essentieel, want de werkers in de informele economie vallen niet onder sociale zekerheidssysteem.  Indien ze niet kunnen werken wegens ziekte , verdienen ze die dag niets; in vele gevallen betekent dat ook geen eten op tafel in het gezin !  Daarom betalen ze één $ als dagvergoeding bij arbeidsongeschiktheid.  Deze stap is belangrijk om uit te groeien tot een echte cooperatieve !   Het bestuur van de vereniging komt regelmatig samen met de CSC voor vormings – en begeleidingssessies ! Het regelmatig contact op de markt blijft essentieel !

25.02.2011 -Onderweg naar Kolwezi – Stop in LIKASI – modelstad in de koloniale periode !
Van Lubumbashi naar Likasi ligt een nieuwe weg –  deze is oorspronkelijk aangelegd door  één van de Forrest-bedrijven, nadien is de weg  voleindigd door Chinezen.  Op deze weg is een “Péage” .  Alhoewel de weg van redelijke kwaliteit is , wordt er een maximumsnelheid opgelegd van 50 Km/uur.  Langs de weg is het een drukte van overladen fietsers die hun koopwaar vanuit de dorpen naar de steden brengen – vooral  korven gevuld met “makala” (=Swahili voor houtskool)  worden via de fiets vervoerd.  In de dorpen maakt men grote korven met houtskool (meestal vrouwenwerk) om de kookvuurtjes van de stadsbewoners te voorzien.  Het transport gebeurt met de fiets , meestal door jongeren.  Op de weg autobusjes volgeladen met mensen, zware trucks met mineralen en terreinwagens (waarbij Aziatische aanwezigheid opvalt).

We bezoeken het lokaal secretariaat van CSC LIKASI.  Deze afdeling heeft een zeer moeilijke periode achter de rug, ze hebben een terugval van 1000 leden naar 500 ( syndicale bijdrage bedraagt 1 tot 1.5 $ per maand). Het secretariaat wordt gerund met een budget van $600 per maand –  de maandelijkse huur voor het kleinde lokaal  bedraagt$100 – voor vervoer binnen hun regio besteden ze $ 100 – met $ 400 betalen ze hun werking en het loon van twee vrijgestelden… In  zes bedrijven zijn ze aanwezig : drie mijnexploitaties ( Gécamines* – Boss Mining – Tenge Fungurume Mining )  twee overheidsdiensten ( OCC en Instituut Sociale Zekerheid ) en een transformatorenbedrijf van Astom (voorheen ACEC). Vele, vooral Chinese bedrijven, zijn voorbije jaren gesloten.

(*)Gécamines is de erfgenaam van de “Sociéte Generale de Union Minière de Haute Katanga”  – de Congolese dochter van Metallurgie Hoboken, nu Umicore.  Mobutu heef bedrijf genationaliseerd – het bedrijf  beheert alle grote mijnexploitaties in Katanga.  De steden Lubumbashi, Kolwezi, Likasi, Kipuchi zijn ontstaan als mijnsteden, arbeiders werden gerecruteerd in de omliggende provincies – zo ontstonden er afgesloten werkkampen. Deze werkkampen zijn uitgegroeid tot de huidige steden, met  een woonwijk voor de arbeidskrachten van het bedrijf.  Door de exploitatie van koper en kobalt heeft Gécamines jarenlang de Congolese politiek- en adminstratieve elite voorzien van de nodige rijkdommen…. Er werd echter niet geïnvesteerd in de bedrijven, waardoor deze bedrijven met verouderde installaties  van de jaren vijftig-zestig moeten werken. 

De voorbij jaren is een zware herstructurering van het bedrijf doorgegaan .  Toen werden ook de citéhuizen verkocht aan de werknemers (agenten).  Momenteel worden onderdelen en exploitatiezetels  geprivatiseerd of worden samenwerkingsakkoorden gemaakt met privé-investeerders (vooral uit Azië). Op die manier hoopt men middelen te krijgen om te investeren in infrastructuur in bedrijf en omgeving (wegen).  De paternalistische werkwijze (overgeërfd van Metallurgie Hoboken-Overpelt) om rond fabrieksterrein én wooncités,én onderwijs, én polykliniek te voorzien wordt  afgebouwd bij  nieuwe investeringen.  In de Congolese realiteit zorgt dit nu voor een verarming van de bevolking.

We bezoeken  de exploitatiezetel van Gécamines – “de fonderie electrique Panda”waar de koper-kobaltlegeringen worden gegoten.  Aan de rand van het exploitatiedomein wijzen ze op de opgehoopte afvalbergen van mineralen waartussen zich ook hangars bevinden.  Dat waren tot voor enkele jaren allemaal Chinese bedrijven.  Zij hebben die concessies van Gécamines overgenomen. Toen de koperprijs daalde tijdens de economische crisis van 2008-2009 hebben ze echter hun bedrijven verlaten.  Gedreven door armoede en ellende heeft de lokale bevolking deze installaties geplunderd…. De werkers zijn aan hun lot overgelaten – zonder werk, zonder inkomen, zonder perspectief… Dat is de onaangename herinnering die ze hebben aan de Chinese exploitanten.

De discussie over de rol van de Chinezen laait steeds weer op.  Er zijn teveel malafide ondernemers onder hen.  Dikwijls werken ze ook met Chinese arbeidskrachten (volgens huidige wetgeving zijn volgende tewerkstellingskwota vastgelegd : per 4 tewerkgestelden, minimum  3 Congolezen en maximum 1 Chinese werknemer).  Het opleggen van deze kwota was nodig omdat de Chinese invasie niet te stuiten was.  Bij de lokale bevolking is er een negatieve houding tegenover Chinese aanwezigheid.  Zij willen hun arbeidscultuur opleggen : zevendagenweek van minimum 12 werkuren per dag, ze respecteren de Congolese wetgeving niet (zeker niet de Congolese cultuur), ze wensen geen pottenkijkers en proberen vakbonden buiten het bedrijf te houden.  Maar vooral, ze doen het werk dat wij Congolezen ook kunnen, zo ontnemen ze ons werk en inkomen, en drijven de jongeren in de gevaarlijke artisanale ontginning van ertsen.  Ook hun malafide praktijken als tussenpersonen en handelaars van de artisanale gedolven mineralen ( zie problematiek creuseurs) zet kwaad bloed.  Ze betalen geen correcte prijs aan de labeurwerkers ! Maar de “creuseurs” verkopen aan hen want ze betalen “cash” – wanneer men bij Congolese bedrijven ertsen aanbiedt, laat de betaling soms enkele weken (of maanden) op zich wachten…. In een overlevingseconomie moet je iedere dag de dollars verdienen die je vandaag nodig hebt… daar profiteren de Aziatische opkopers van ! Meermaals vragen wij “of de investeringen van China ten goede komen aan de bevolking ?” .  Het antwoord luidt steeds “de contracten zijn in Kinshasa afgesloten op hoogste niveau.  Hier zien we Chinezen werk doen dat vroeger door Congolezen werd gedaan.  En in hun bedrijven is het moeilijk om syndicaal actief te zijn.  Hun deuren blijven dicht…. . Zij hebben geen syndicale cultuur en de werkomstandigheden zijn niet goed en gaan in tegen de afgesloten nationale verdragen en wetten van Congo”.  Er volgt dan een lijstje klachten , die typerend zijn voor de Chinese bedrijven:
1. Er gebeuren veel arbeidsongevallen , arbeiders beschikken niet over persoonlijke beschermingsmiddelen
2. Zij hebben geen veiligheidsbeleid – er is geen aandacht voor  vorming voor de arbeiders hoe ze veilig kunnen werken.
3. Contracten worden in het Cinees opgesteld,  zonder vertaling .
4. Zij  maken veelvuldig  gebruik van tijdelijke contracten.
5. Er is geen bescherming tegen willekeurig ontslag.
6. Ze introduceren arbeidsstelsels  met een Arbeidsduur langer dan 8 uur.
7. Ze betalen geen loon bij ziekte , ook de medische kosten worden niet vergoed .
Kortom zij behandelen de mensen zonder waardigheid als een wegwerpproduct. Deze toestand kan enkel omdat er geen controle is, inspectiediensten en  rechtbanken die niet correct  werken en de afwezigheid van echte vakbonden  in deze bedrijven.
De CSC  tracht hier tegen op te treden – volgende evolutie is merkbaar in bedrijven waar de vakbond aanwezig is :
1. Door elke dag syndicale strijd te leveren voor deze mensen.
2. Dank zij onze aanklachten bij de overheid gaan deze over tot  onaangekondigde inspecties met boetes tot gevolg.  Een constante dialoog met inspectiediensten en overheid is noodzakelijk.
3. Sommige ondernemingen zien noodzaak in van goede afspraken, dit kan tot echte CAO’s leiden… In een volgende fase proberen we overkoepelende CAO’s per sector af te sluiten.
4. De informatie en sensibilisatie van de arbeiders om zich aan te sluiten bij CSC is een blijvende opdracht .
Toch blijft het moeilijk werken , vooral in de bedrijven die niet open staan voor een syndicale werking. Tevens wordt onze werking bemoeilijkt door de moeilijke wegeninfrastructuur, moeilijke verplaatsingen en gebrek aan eigentijdse  communicatie apparatuur.  Doelstelling blijft dat onze rijkdom ten goede komt van de arbeiders en de lokale bevolking… en niet uitsluitend van  een elite of buitenlandse investeerders.
En inderdaad, het sterke contrast zien we wanneer we de weg naar Bumaki (Novicenhuis Aalmoezenier Arbeid in Kimbembe) nemen – verschillende nieuwe bedrijven liggen langs de linkerkant van de weg – goed afgesloten; maar, wel hel verlicht bij avond en nacht…. Het contrast met het dorp is schrijnend : geen elektriciteit aan de overkant van de weg.  Hier bevindt zich het dorp   Kimbembe   – er is een polykliniek en school; maar, geen elektriciteit…. In het lokaaltje waar men operaties en bevallingen uitvoert  staan kaarsen…. ’s Avond komen baby’s ter wereld bij kaarslicht….

Bij Gécamines Likasi bezoeken wij het geologisch museum – alle mineralen en bodemrijkdommen staan hier uitgestald in kijkkasten.  Met fierheid toont de geoloog van Gécamines deze rijkdom. Even blijven we stilstaan bij een uranimhoudende mineraal uit de mijn van Shinkolobwe (*)
(*) Tijdens de oorlog werd een ware productieslag ontketend ten dienste van de geallieerde oorlogsindustrie in Katanga . Het uranium gebruikt in de Amerikaanse atoombommen die in augustus 1945 werden afgegooid boven Hiroshima en Nagasaki was afkomstig uit de uraniummijn van Shinkolobwe in Katanga. Dankzij deze levering kreeg België het eerste studiecentrum voor vreedzaam gebruik van nucleaire kennis in Europa – dit centrum is gevestigd in MOL – op de gronden van het koninklijk domein …De oorlogsinspanning eiste een hoge prijs, in het bijzonder van de Congolese bevolking. In december 1941 kwam het in Elisabethstad (Lubumbashi) tot bloedige rellen. De arbeiders van Gécamines gingen in staking voor loonsverhoging van 1ct – deze staking werd bloedig onderdrukt (we bezochten de plaats van het gebeuren in Lubumbashi- zie later).

25.02.2011 – Onderweg naar Kolwezi – stop bij Tenge Fungurume Mining
Iedereen wil graag een goedkope GSM? Maar mag dat ten kosten gaan van menselijke werkomstandigheden?” lezen wij in het pesoneelsblad van UMICORE OLEN . 
Umicore heeft  een “sustainable Procurement Charter” hierbij worden de relaties tussen bevoorraders en klanten vastgelegd volgens principe van “duurzaam ondernemen” met respect van Internationale Standaarden van de IAO  (Internationale Arbeidsorganisatie) – de leverancies van grondstoffen dienen volgende principes in praktijk te brengen  : geen kinderarbeid – geen gedwongen arbeid – vrijheid van organisatie en recht op collectieve onderhandelingen – geen discriminatie op de werkvloer – rechtvaardige behandeling van werknemers met respect voor wetgeving ivm beloning en werkuren…  En ja , één van die leveranciers , bevoorraders van Umicore met noodzakelijk grondstoffen zoals kobalt, nikkel, mangaan en lithium is TENKE FUNGURUME MINING.  Hun reusachtig bedrijfsterrein ligt naast de weg van Likasi naar Kolwezi. Volgende maand zal er een audit  in Katanga gebeuren door experten vanUmicore ivm naleving van het Charter door de bedrijven  TFM en Katanga Mining.  Redenen genoeg om afspraak te maken met de Syndicale Delegatie van TFM.
Bij TFM  hebben wij een onderhoud met de Syndicale Delegatie en twee verantwoordelijken voor het Sociaal Beleid. Het bedrijfsterrein is volledig omheind met stevig muren en prikkeldraad.  In het terrein is er een polykliniek voor de arbeiders en bevindt zich ook een woonkamp.  Alleen met een pasje van het bedrijf kom je op het terrein.   Familieleden mogen geen bezoek brengen aan de werknemers.  Er wordt in ploegen van 12uur per dag gewerkt.  De afgevaardiden van CSC in de syndicale delegatie stelt zijn werking voor.  In een memorandum stelt hij dat er een moezame samenwerking is in het bedrijf :  de arbeidswetgeving (van 9uren ploegsysteem naar 12 urensysteem), cao’s worden niet altijd gerespecteerd – ook de ruimte om aan  syndicaal werk te doen is beperkt…! De woordvoerder van de directie onderlijnt het belang van dialoog en  concertatie.   Deze zaken dienen verder op bedrijfsniveau overlegd. 
TFM heeft een enorme concessie , goed bewaakt en afgesloten opdat er geen activiteiten van  “creuseurs” (artisanale delvers) zouden plaats vinden. Want gedreven door armoede zou een legertje jongeren kunnen afzakken om  het terrein in te palmen. Onze woordvoerders verkiezen dergelijke bedrijven, boven de Aziaten, ze betalen regelmatig, hebben aandacht voor interne opleidingen en de veiligheid- en gezondheidsvoorzieningen zijn goed.  Ook wordt er met eigentijdse installaties en machines gewerkt.  Ook al heeft het Amerikaans management het  soms moeilijk om zich aan te passen aan elementen van de Afrikaanse cultuur… toch zijn deze bedrijven te verkiezen boven de “geheimzinnige” Aziaten die de taal en de cultuur helemaal niet verstaan… en slechts ook hebben voor maximalisering productie en export.
Aan overkant van de weg liggen nog ha waardevolle terreinen met gegeerde mineralen.  Deze steek kan nog verder tot ontwikkeling komen wanneer deze terreinen ook op een industriële manier ontgonnen worden door een  exploitatiebedrijf dat respect voor werknemers en omgeving in praktijk brengt.

Benieuwd of de controleurs van Umicore ook de lokale syndicale delegatie zullen ontmoeten ??? (wordt vervolgd)

25.02.2011 – Onderweg naar Kolwezi – stop in kamp – creuseurs  KATCHONGO
Op vrijdag 25 februari 2011 reden wij van Lubumbashi naar Kolwezi. Over de bruin-rode weg,  stuk gereden  door overladen vrachtwagens, worden de ertsen vanuit Kolwezi naar Likasi en Lubumbashi vervoerd. Vervolgens vinden ze hun weg naar Zambia en Zuid-Afrika… om via de havens in alle continenten terecht te komen – langs Azië passeren ze om het “informatica-electronica-industrieel-fabriekscomplex”  te voorzien van noodzakelijke grondstoffen, om uiteindelijke op de wereldmarkt van technologische producten bij de verbruiker terecht te komen – in batterijen, GSM, computers, enz…   Het is regenseizoen, en een namiddagonweer zorgt ervoor dat de piste een rivier wordt !De terreinwagen van Jean de Dieu,   secretaris van CSC – Conféderation Syndicale de Congo – wroet zich rustig zigzag op de betere rijstroken.  Bij het naderen van Kolwezi houden wij halt in KATCHONGO. Duizenden  creuseurs – artsinale delvers, die met schop en handen overal sleuven, tunnels graven om waardevolle mineralen te vinden , vooral kobalthoudende ertsen zijn gegeerd – hebben hier een tentenkamp opgeslagen.   Met stokken worden honderden oranje-bruine dekzeilen recht gehouden. In   waterplassen en –poelen worden de ertsen gewassen  om zandresten te verwijderen. Kinderen en meisjes kloppen met een beitel op de rotsstukken om de kern van het waardevolle mineraal te vinden.  Vervolgens  worden deze in zakken op fietsen geladen en aan de opkopers verkocht – voor enkele dollars !  Die dollars zijn nodig om te kunnen leven.  In het kamp zijn eet- en dranktentjes…. Er is zelf een verwijzing naar een sanitaire tent en gezondheidscentrum.  De creuseurs hebben zich georganiseerd, de CSC heeft contacten met hen.. Er is een medische post, de creusers dienen wel hun medicamenten te betalen.  Voor jongeren die geen werk vinden is dit het enige alternatief om te overleven. Tienduizenden jongeren in Katanga zwerven zo rond op de terrils van verlaten mijnen , palmen  nieuwe ontginningsplaatsen in , zoeken en graven  in ondergelopen mijnen… en maken nieuwe tentenkampen op deze ontginningsplaatsen.  Zo ontstaan nieuwe woongebieden… om te overleven, maar met vele risico’s en miserie…

De mineralen van Katanga, bevatten ook radio-actieve stoffen…. De militanten van CSC vertellen ons dat het aantal babys dat geboren wordt met afwijkingen toeneemt…  Want in dit kamp wordt gewerkt en geleefd.   Enkele opgetutte meisjes staan langs de weg… aan hun  verzorgde gelakte nagels te zien werken zij niet als “creuseur” .  Hun kleurige panja’s en verzorgde haartooi, zorgt voor een schitterend contrast in deze woestenij…. Jean de Dieu spreekt hen aan – Eline vertelt : “ik kom van Lubumbashi, ben 23 jaar en heb twee kinderen – ik heb geen werk – daarom ben ik naar hier gekomen om geld te verdienen – de jongens betalen me enkele dollars voor één uurtje sex en  plezier…. Wanneer ik genoeg geld heb ga ik terug naar Lubumbashi.”  We vragen of ze de risico’s van HIV/SIDA en andere overdraagbare geslachtszieketen toch kent , … en de gezondheidsrisico’s van contact met radio-actieve stoffen zonder beschermingsmiddelen…. ? Ze lacht ons toe en zegt “mijn kinderen en ik  moeten eten hebben, ik heb die dollars nodig, ik heb geen andere keuze – wat kan ik anders doen om het nodige geld te verdienen?  !”.  Intussen komt een vriendin erbij staan, ze lacht, en vindt ons symphatiek, “you stay here ? where are you from… ?” vraagt ze – alsof ze in ons goede klanten ziet voor haar diensten !  Muurbloempjes in grauwe ellende … Je moet even slikken. 

Als we het gëimproviseerde kampement oveschouwen denk ik spontaan aan de film van Charlie Chaplin “De goudkoorts”  – de beelden van de duizenden wanhopigen die  in de 19DE eeuw  Europa ontvluchtten – de bittere kou van Canada en  Alaska trotseerden, in dehoop wat korrels goud te vinden… de meerderheid werd niet rijk, hun ‘american dream’ werd een nachtmerrie.  Ze  stierven er  in mensonwaardige omstandigheden  ! Maar, dit is de 21STE eeuw – de eeuw van de globalisering – van internet, facebook, gsm, skype…  al die zaken zijn hier  ook  aanwezig… Hier wordt het waardevolle kobalt verhandeld om te belanden in de industriële sites in Azië, Europa en Amerika om onze “informatica-electronica industrie” te voorzien van nodige grondstoffen.  De circuits vanuit dit kamp naar de industriële sites zijn moeilijk te traceren.  De opkopers doen zeer geheimzinnig, … ze leveren aan verzamelplaatsen in de stad, achter omheinde terreinen liggen de hangars .Meestal Aziatische eigenaars hebben hier nieuwe bedrijfjes neergeplant.  Aangezien de creuseurs niet de juiste waarde van de mineralen kennen, worden ze bedrogen. Bij de Congolezen zijn deze Aziaten niet geliefd. “Ze verdienen grote winsten op ons labeurwerk, ze betalen onder de prijs, maar, tja… je moet je mineraal toch verkopen….”. Inderdaad de grote winsten worden gemaakt door de opkopers en de tussenpersonen .   Vele nieuwe, goed afgeschermde  en bewaakte bedrijfjes doen de eerste verwerking van de ruwe grondstoffen : concentratie van de ertsen , eerste smelting…  Sinds de Provinciegoeverneur  enkele Aziatische bedrijfjes gesloten heeft en een verbod heeft uitgevaardigd om ruwe mineralen uit te voeren (hoewel de grens naar Zambia nog vele smokkelroutes kent… ); zijn er vele concentratie- en smeltbedrijven bijgekomen in Likasi en Lubumbashi.  Maar, de Chinezen laten zich niet zien.  Je ziet ze ten overvloede op de luchthavens in Afrika; maar, in de mijngebieden blijven ze  beschermd achter hun omheinde fabriekjes zitten. Enkele nieuwe camions en autobusjes  met Chinese letters en enkele Chinese restaurants in de steden zijn getuigen van hun aanwezigheid.  Door de overheid is er duidelijk gesteld dat kinderarbeid en vrouwenarbeid in de mijnontginning moet verdwijnen.  Ook het probleem van de creuseurs moet worden opgelost.  Jean de Dieu stelt dat  inderdaad de werkomstandigheden voor deze mensen niet aanvaardbaar zijn. Toch hebben zij geen ander keuze zolang er geen volwaardig alternatief is . Hij ziet als alternatief landbouw o.a. maïsteelt.  indien ze toch worden verjaagd zonder alternatief gaat dit grote problemen geven.De Provinciale overheid heeft getracht om de kampementen te ontruimen en de creuseur-activiteiten aan banden te leggen.  Er volgde een opstand van de creuseurs. Ze trokken op naar de stad en dreigden alles te plunderen…. Hier  tikt een tijdbom…  Deze kampementen ontruimen, deze activiteiten stopzetten, betekent duizenden jongeren zonder inkomen zetten… Hier smeult opstand.

In de laten namiddag komen we aan in Kolwezi.  Daar worden we hartelijk begroet op een algemene vergadering van de CSC – zeventig militanten CSC hebben zich verzameld in een lokaal bij de zusters Immaculata. 
Naaiateliers het alternatief van de mamans CSC Kolwezi.
Bij de mamans van CSC KOLWEZI – Jacky, Sylvie, Antoinette, Genevieve en Jacky M  vertellen we onze ervaringen en vragen of zij contact hebben met dit kampement.  Vier mamans, onder leiding van Jacky Makonga hebben een programma van reïntegratie van de meisjes.  Vele meisjes  breken hun studies af op jonge leeftijd – 15à16 jaar  – verlaten de school omdat de familie het schoolgeld niet kan betalen. Deze meisjes dromen ervan dollars te verdienen.  Zonder gezonheids risico’s en gevaren te kennen gaan ze naar de kampementen.  Ze helpen bij het wassen van het materiaal of de mineralen. Ze kloppen de mineraalhoudende stenen in kleine stukken om het concentraat te bekomen. Ze vesleuren de zakken naar de opkopers….  Of ze gaan  zicht prostitueren om voor enkele dollars sex te hebben met jonge mijnwerkers. Gevolg : HIV/SIDA , geslachtsziektes en toxicatie met zware metalen en radio-actieve stoffen neemt toe…   De CSC mamans hebben een programma om deze meisjes terug in onderwijs op te nemen (“reprendre les filles”) . Ze sporen dergelijke meisjes terug op, spreken hen aan om terug naar de stad te komen, dat vraagt veel overtuigingskracht, want de meisjes hebben de banden met hun familie en omgeving verbroken…  De CSC-mamans bieden hen een scholing aan om een eerbaar beroep te kiezen.   Met hun project recuperen zij enkele tientallen meisjes die ze  een confectie-opleiding geven gedurende drie jaar.  Met enkele naaimachines proberen ze wonderen te doen.  Want wanneer je zelf je panja kan maken, of panja’s op bestelling kan maken verdien je een eer eerlijk, waardig loon.   Wanneer ze die opleiding voleindigen krijgen ze een startpremie van $100 om zich te vestigen als naaister.    Ook de jongens moeten heropgevoed worden.  In discussies met jongeren proberen ze te overtuigen om te stoppen met dergelijke activiteiten  met als argument : “door verblijf in deze kampen wordt SIDA/HIVA verspreid, meisjes zullen vroeg sterven in ellendige omstandigheden, kinderen zullen drager zijn van  het virus , wens je als man verantwoordelijkheid te nemen voor je kinderen, die vroeg wees zullen zijn….? Anderen zullen door contact met toxische en radio-actieve materialen misvormde babys ter wereld brengen! Gaan jullie instaan voor de opvoeding van deze kinderen… ?!”.
Alternatieven voor het werk van de creuseurs ? De rol van vakbonden in de ontwikkeling van het land.
Jean de Dieu ziet de evolutie als volgt : aan dit onmenelijke labeurwerk zal vroeg of laat een einde komen: men zal steeds dieper en in moeilijkere omstandigheden moeten graven op die terreinen, dit zal vele  technische problemen meebrengen : water in de gangen, instortingen, … waardoor vele exploitatiesites in onbruik zullen komen.  Ook wanneer de nieuwe grootschalige industriële ontginningen op volle toeren draaien, zal dit werk niet meer lonend zijn… Maar intussen moet er opgetreden worden : diegenen die profiteren , de opkopers, tussenpersonen moeten aangepakt worden.  En voor de creuseurs dienen er andere projecten worden opgestart.  Programma’s van intensieve landbouw en veeteelt kunnen velen een waardiger werk en inkomen verschaffen.
Door een beslissing van de Provinciale overheid dient iedere mijnconcessie ook een terrein van 500ha voor landbouw  te gebruiken.  Dat is nodig om voedselzekerheid te voorzien, maar, is meteen ook bron van werk en inkomen .  De jongeren creuseurs hebben nu geen alternatief.  Indien er landbouwgronden en aankoop van zaden worden ter beschikking gesteld kunnen ze een eerbaar beroep in de landbouw uitoefenen.  De mijnontginning dient te gebeuren door industriele bedrijven, met nodige installaties en materiaal, gezondheidsvoorzieningen en met arbeidskrachten die een contract hebben en in waardige omstandigheden werken.  Dat is meteen een basis om ook een correcte prijs te krijgen voor de grondstoffen opdat de economische ontwikkeling en de sociale ontwikkeling van het land hand-in-hand kan gaan.   Deze boodschap hebben we dan ook in alle contacten vertaald : “er is geen economsiche ontwikkeling zonder sociale ontwikkeling; er is ook geen sociale ontwikkeling , zonder economische ontwikkeling – sociale en economische moeten samen ontwikkelen – dit is meteen de rol van de vakbonden om door sociale dialoog in bedrijf, in regio en provincie en op landelijk en internationaal niveau dit te bekomen… alleen goed georganiseerde vakbonden die in de  nationale en internationale context werken kunnen dat bekomen…”

Mamans CSC KOLWEZI STRIJDEN VOOR GELIJKE RECHTEN VROUWEN
Op zaterdag 26 25 februari  tijdens bezoek aan  KOLWEZI hadden we een gespek met  CSC afgevaardigde  Jacky Makonga  over de  akties van CSC-vrouwen. 
Jacky is geboren in 1965 – na haar studies in internaat in Kambove en Likasi behaalde ze het diploma “‘Handel en administratie” – vervolgens ging ze naar Universiteit in Lubumbashi, maar wegens ziekte van haar vader,  was ze genoodzaakt deze studies de onderbreken. Om het gezin financieel te ondersteunen ging ze werken als secretariaatsmedewerkster van een cooperatieve .  In  1984 ging ze aan de slag bij Gécamines in de afdeling Boekhouden te Kolwezi.  Zij stelde zich kandidaat als vakbondsafgevaardigde en werd verkozen met 89% stemmen (periode Mobutu  eenheidsvakbond).  Bij de eerste vrije verkiezingen stelde ze zich kandidaat op de lijst van CSC.  Ze koos voor een  goed gestructureerde vakbond die opkomt voor het belang van “alle” werknemers, en niet voor een kleine lokale vakbond die alleen particuliere belangen dient.  De CSC heeft ook  een degelijk vormings- en begeleidingsproject  voor de syndicale afgevaardigden  en aandacht voor de syndicale werking met vrouwen. Bij Gécamines  verdienen vrouwen een loon van $180 tot $200  per maand, gratis medische zorgen, gratis onderwijs voor kinderen tot middelbaar niveau en krijgen 45Kg maisbloem per maand (voordien was dat 45Kg per gezin, wij hebben gevraagd om dat per tewerkgestelde te geven, opdat ook vrouwen dit voordeel in natura zouden ontvangen).
Vrouw en vakbond, niet vanzelfsprekend in de Congolese samenleving, waar de mannen de dienst uitmaken … Vrouwen die syndicaal actief zijn  moeten eerst hun man overtuigen over de noodzaak van syndicaal engagement – “ze moet haar syndicale vrijheid kunnen verwerven, de ruimte krijgen om naar vergaderingen te gaan – een vrouw die buitenhuis werkt, en huismoeder is,  en kinderen heeft,  en een man heeft,   en syndicaal actief is… is een duizendpoot “nous sommes des femmes à milles mains”  zegt Jacky.
( Intussen gaat GSM… een afspraak met een school wordt bevestigd – deze namiddag langs komen om informatie te  geven aan meisjes van 15 jaar  over het belang van “bloed geven”…. Jacky is ook promotor van de lokale bloedgeversvereniging – voor haar is dat een vorm van volksopvoeding.  Vroeger moest je betalen voor bloedtransfusie, nu is het gratis, maar, er moeten voldoende “gezonde” bloedgevers zijn – wanneer je bloed geeft, wordt je ook medisch gevolgd, er gebeurt telkens een controle op vijf veel voorkomende besmettelije ziektes, waarond HIV/SIDA ,  geslachtsziektes, malaria,…  op die manier geven ze de jongeren een opvoeding en begeleiding om “gezond” te leven en geen risicovolle sexuele contacten te hebben…)
Terug naar syndicaal engagement van vrouwen. Ook binnen vakbond moet vrouw excellent zijn wil ze gehoord worden : goede opleiding en vorming is daarom noodzakelijk.  Vrouwen uitnodigen voor een vergadering is niet vanzelfsprekend – gelet op armoede, moet iedereen na het werk alle beschikbare tijd besteden om bijkomend geld te verdienen voor eten en schoolgeld kinderen…. Naar vergaderingen gaan is dan tijdverlies… zeker voor een vrouw is de zorg voor de familie de absolute prioriteit.  Er is ook veel naijver onder vrouwen, onze eerste opdracht is de onderlinge concurrentie en jaloezie wegwerken door de liefde voor de vereniging  en de groep te laten primeren.  Daarom treden we steeds samen op als ‘csc-mamans’ – het is belangrijk dat we onze eigenwaarde, onze identiteit als syndicalisten in groep kunnen tot uiting brengen…In aanwezigheid van mannen zijn vrouwen dikwijls kwetsbaar – we leren hen opkomen voor zichzelf als vrouw-moeder-syndicaliste .

Enkele voorbeelden van hun aktie bij Gecamines.
Bij de verkoop van de cité-huizen van Gécamines konden alleen de mannen deze huizen verwerven.  Een vrouw kon alleen een huis kopen indien ze alleenstaande was.  Wij hebben van de directie geëist dat iedereen, ook gehuwde vrouwen die bij Gécamines werkten hun eigen huis konden kopen.  Ook een getrouwde vrouw heeft eigen rechten, om deze gelijke rechten te bekomen hebben we twee jaar moeten discuteren met directie.  Uiteindelijk hebben we gelijk gekregen.
Wanneer een vrouw in blijde verwachting is ontvang ze 2/3 van het loon (bevallingsverlof is 7 maanden waarvan 8 weken voor de vermoedelijke bevallingsdatum).  Wij stellen”in verwachting zijn is zorgen voor de toekomst, dat is geen ziekte” we vroegen dat ons loon werd doorbetaald in die periode.  Na drie jaar discussie hebben we bekomen dat netto-loon werd doorbetaald in periode zwangerschapsrust.
Bij overlijden van de echtgenoot kan de vrouwen zeven dagen afwezig zijn voor de rouwperiode (in Congo is het zeer belangrijk dat je op waardige wijze het rouwceremonieel viert – de familie van de overleden man komt dan naar de woonplaats) .  Voor een weduwe zijn die eerste weken zeer zwaar omdat ze de volledige zorg voor de familie van de overleden man moet opnemen – we vroegen hiervoor een rouwverlofperiode van 15 dagen ipv de zeven voorziene dagen – we bekwamen 10 dagen rouwverlof bij overlijden van de echtgenoot.  Er wordt ook een overlijdenspremie uitbetaald wanneer man overlijdt – deze bedraagt $ 1.000 – in de Afrikaanse traditie gaat een belangrijk deel van deze premie naar de familie van de overleden echtgenoot. We bekwamen dat deze premie naar de kinderen / wezen en overlevende echtgenote ging.
De belangrijkste opdracht van een vrouwelijke  syndicaliste is andere vrouwen overtuigen van het belang van de syndicale organisatie – vrouwen zijn syndicalist op het werk, maar ook in de leefomgeving, thuis, in de buurt, in de streek… want hun syndicaal engagement is een engagement in het echte leven en in het samen-leven. 

27.02.2011 – In Kolwezi bezoeken wij de nieuwe mijn van Gécamines – het Project KILAMUSEMBU – is een nieuwe ontginning die volledig in handen van Gécamines is.  
Vanuit een uitkijkpunt kijken wij op de mijnkrater… 200 meter ons onder ons zien we een terrasvormige sleuf in het landschap,  zware (nieuwe) machines woelen de aarde om, een kraan vult de vrachtwagens die  af en aanrijden… naar de stockageplaats  bij de spoorlijn.  De machines zijn in “leasing “– nieuw en degelijk materiaal.  De arbeiders van Gécamines krijgen een opleiding om deze machines te bedienen.  De spoorlijn die naar de “concentrateur” leidt is ook terug in orde gemaakt. Van het rollende materiaal – dat enkele jaren stond te rusten/roesten zijn er twee locomotieven terug bedrijfsklaar gemaakt door de arbeiders.  Op enkele maanden tijd heeft men deze ontginning opgestart.  Met fierheid geeft de Projectleider Ir.Jean Kasongo toelichting.  Hij heeft bij Forrest gewerkt , maar, is terug bij Gécamines komen werken om dit project te leiden. Hij geeft een gedreven toelichting.  Hij is sterk gemotiveerd om dit project te doen lukken. Met fierheid vertelt hij dat zijn ploeg deze nieuwe ontginning zelf runt.  Bestaande materiaal hebben ze terug bedrijfsklaar gemaakt, uitgezonderd de moderne graafmachines (in leasing). 

Momenteel hebben ze nog geen kantine op de werf – maar, hij verzekert ons, wanneer jullie na zes maanden terug komen zullen jullie hier een modern bedrijf vinden, met sociale voorzieningen.  Momenteel wordt er hard gewerkt . Deze rijke exploitatie wilden we absoluut zelf ontginnen als Gécamines.  De voorbije jaren zijn er vele concessies doorgegeven aan buitenlandse investeerders, vooral Chinezen en Indiërs .  De buitenlandse bedrijven doen dan beste zaken.  Zij gaan met de meerwaarde van de grondstoffen lopen en maken zodoende grote winsten.  Voor ons is het belangrijk dat we terug voor 100% Gécamines exploitatiezetels krijgen.  Dan krijgen we de meerwaarde in het bedrijf en hebben wij de mogelijkheden om de noodzakelijke investeringen te doen.   Dit is een principiële keuze !  Een groepje arbeiders bedient de boormachine waar grondstalen worden genomen.  Deze bevestigen de uitzonderlijke rijkdom van de ertslagen.  Verderop is een groep bezig om pompen te installeren, want men nadert nu de waterlijn (200 meter diepte) op de eerste sleuven…  We zien overal fiere en lachende mijnwerkers.   Binnen Gécamines waren er twijfels over het succes van dit project.  Maar de resultaten zijn nu veelbelovend.  Deze eerste resultaten geven terug vertrouwen om de industriële ontginning in eigen handen te nemen, met meerwaarde voor de lokale bevolking.  Zodoende kan KOLWEZI terug zijn historische rol opnemen.  De fierheid en het enthousiasme van deze ploeg werkt aanstekelijk op ons gezelschap. Wij ondertekenen de vierde pagina van het gastenboek – onze gevleugelde uitspraak “Geen economische ontwikkeling , zonder sociale ontwikkeling – geen sociale ontwikkeling zonder economische ontwikkeling – sociale en economische ontwikkeling dienen hand in hand te gaan met waardig werk en respect voor de werknemers…! ” staat voor altijd vermeld in de geschiedenis van deze nieuwe exploitatie als model voor de toekomstige ontwikkeling van het land.
Vervolgens bezoeken wij de installaties waar de ertsen een eerste industriële bewerking ondergaan : de rotsstenen worden vermalen – gezeefd opdat zand en erts gescheiden wordt, vervolgend gaat de ertsen in trommels om de vermalen, met transportband gaan ze naar chemische baden met “sulfidraat”, terwijl mixers het chemisch proces van ontbinden en concentratie versnellen, komt er een donkere massa – dit slib wordt gefilterd en gedroogd en zo bekom je een  kobalt- en koperhoudend poeder dat verder dient verwerkt tot  zuivere kobalt en koper.  De installatie heeft momenteel een capaciteit van 1 miljoen ton productie op jaarbasis (voorheen maximale capaciteit 4 miljoen ton op jaarbasis).  Maar de installatie werkt  !

Op de route van de mijn naar de fabriek (ongeveer 10 km)  zien we overal ‘creusseurs’ : jongeren, kinderen, meisjes, … – graven tunnels, zoeken waardevolle klompen op de verlaten mijnen, versleuren zakken, transport met de fiets, kapot kloppen en  wassen van mineralen, …

Wanneer we de stoffige weg langs de spoorlijn , richting “concentrateur” nemen, passeren we langs ondergelopen mijnen.  Op de flanken van de donkerblauwe meren zien we een massa creusers.   We stoppen, onmiddellijk worden we omgeven door tientallen jonge mensen.  In een dialoog met hen bevestigen ze de verhalen van de voorbije dagen :
‘we hebben geen werk, we moeten eten hebben,…ik ben automekanierker van beroep, maar vindt geen werk… het enige dat me rest is dat labeurwerk om de restanten van vroegere mijnen…”   Tientallen kinderen sleuren zakken aan op zwaarbeladen fietsen .  Jonge meisjes lopen  blootvoets tussen de puinhopen, ze wassen de ertsen in de waterpoel langs de spoorlijn…. “neen, meisjes en kinderen werken hier niet, ze komen eten brengen….en de kinderen zijn nu hier omdat het zaterdag is….normaal gaan ze naar school”  verzekert één van de jongeren ons….. Terwijl een kind van amper 10 jaar een zware zak met mineralen naar de waterplas brengt en het meisje de zak in de waterpoel dompelt , zeeft en schudt… Voor mij zijn dit ervaringen van “Surrealisme” – wanneer we de realiteit niet meer kunnen vatten, omdat de tegenstellingen tussen werkelijkheid en verbeelding volledig in mekaar opgaan geraak je in verwondering en in de war….   Een verkoper van “smoutebollen” komt met de fiets langs, hij zet zich tussen de groep.  We geven  enkel biljetten van 500 Congolese Franks en tracteren voor alle kinderen met een smoutebol…

Hoe kan je die lachende gezichten, met doffe ogen en verweerde handen en voeten vergeten ?  De nieuwe mijn van Kilamusembu is hopelijk toch een bron van inkomen voor deze mensen….

 

  ZONDAG 27 februari 2011 – KISANGA in LUBUMBASHI –  we bezoeken de site waar de in 1941 de eerste vakbondsaktie van de Congolese arbeiders van Gécamines bloedig werd neergeslagen…
We bezoeken Gécamines Lubumbashi – de zwarte terril en de hoge schouw domineren het stadszicht.  Hier staat de industriële archeologie… Een transportband bevoorraadt de nieuwe fabriek – wat oorspronkelijk als afval op een terril werd opgestapeld bevat nog vele hoogwaarde mineralen.  Met nieuwe technologiën wordt de terril dan ook verwerkt.  De blauwe nieuwe installatie aan de andere kant van de weg steekt fel af tegen de roestbruine vervallen installaties en de hoge oude fabrieksschouw. Op de terrilhopen zoeken tientallen creuseurs naar waardevolle mineralen…. Af en toe worden ze weggejaagd door de wachters in hun felgroene uniform.  Maar, we komen langs hier voor een historische plaats , genaamd KISANGA.

In de nabijheid  bezoeken we de wijk KISANGA – tussen twee woonstraten is er een enorme betonnen constructie gebouwd.  Het is de sokkel voor het monument “martyres de Gécamines”.  Tijdens de oorlogsjaren werd de productie opgedreven om de oorlogsindustrie van de geallieerden te bevoorraden met noodzakelijk ertsen ! (oa.uranium zie verhaal  Shinkolobwe).  Dit leidde tot een stakingsbeweging in verschillende mijnen in Katanga (vooral Likasi, toen Jadotville en Lubumbashi, toen Elisbathstad) waren het tafereel van arbeidersprotest.  De blanke arbeiders waren georganiseerd in vakbonden, voor zwarten was dat verboden in die periode.   Ook de Congolese arbeiders eisten een loonsverhoging van  1ct.  Op 9 december 1941 na een manifestatie  in het voetbalstadion , marcheerden de stakende mijnwerkers naar  de hoofdzetel van Gécamines Lubumbashi.  De koloniale overheid, de Gouverneur van Katanga, gaf het bevel aan de Force Publique om de massa uiteen te drijven en te schieten.   Dit is de eerste Aktie van Congolese arbeiders, meteen werd ze bloedig onderdrukt. Niemand weet hoeveel doden er vielen…men spreekt van  60 tot 100 doden en vele gewonden…. Tijdens ons bezoek aan deze plaats vertelde GéGé -een jongen uit de buurt – dat zijn grootvader onder de stakers was.  Hij vertelde dan ook het verhaal en de symboliek van deze historiche plaats.    De slachtoffers werden begraven op een braakliggend terrein in de wijk KISANGA.  Op deze plaats diende een monument ter gedachtenis van de martelaren opgericht.   De betonnen sokkel ligt er… maar de architect is overleden, bij gebrek aan financiële middelen is het monument er nooit gekomen.  Er staat alleen een grote betonnen rotonde – als sokkel voor het monument.

Ook deze betonnen plaat is een “surrealistisch” relikwie…. Een lokale begrafenisondernemer gebruikt de betonnen funderingsplaat als werkvlak om  betonnen grafzerken te maken…  De basis van het monument voor de “martelaren van syndicale Aktie 1941 ” vormt in 2011 – wanneer de handel in ertsen van Congo weer gouden zaken beleeft –   een ideale basis om grafzerken te construeren…om zo de doden te eren…  Spontaan denk ik aan de tekst die ik in een vergaderzaaltje van Gécamnies in Kolwezi op het bord zag staan…
HIJ DIE ANDEREN OVERWINT IS STERK – STERKER IS HIJ DIE TERUG OPSTAAT !

In december 2011 is het 70 jaar geleden dat deze feiten zich afspeelden…. Mogelijk een datum om alle Congolese mijnwerkers, syndicalisten de eer te bewijzen die ze niet kregen tijdens hun labeurwerk ! Dat zou een echte herdenking zijn en een waardering voor de mijnwerkers op de  “Journée des mangeurs de cuivre” !

Zondag  27 februari rijden we van Lubum naar Kipuchi – aan de grens met Zambia…Na een uur slalommen over een hobbelige piste bereiken we KIPUCHI  – we worden met gezang opgevangen door de “mamans van CSC” – samen met hen bezoeken wij hun velden.
Maisteelt  het alternatief van de mamans CSC Kipuchi.
De CSC geeft zelf het voorbeeld van organisatie en familiale landbouw. De mamans hebben zich georganiseerd in een associatie.     De mamans van CSC Kipuchi hebben een terrein gehuurd van 25 ha. Op dit terrein cultiveren 40 families van CSC een stuk grond .Hoofdteelt is  Mais (basisvoedsel), aangevuld met bonen en arachidenoten.  Ieder lid van de vereniging “Mamans de CSC KIPUCHI” heeft een perceel van 50 m bij 50 m – dergelijk perceel levert een opbrengst op aan mais dat hen in staat stelt om hun eigen basisvoedsel te voorzien.  De perceleelsgrenzen worden gemarkeerd met de aanplant van bonen en arachide.   Bij goede oogst kan met een deel verkopen op de markt.   Deze landbouwactiviteit levert een aanvullend inkomen –  de basis om een inkomen te hebben dat hen in staat stelt om te overleven en de toekomst van hun kinderen mee vorm te geven.  De  CSC  huurt het terrein en prefinanciert de aankoop van de zaaigoed . Na de oogst wordt 10% van de opbrengst betaald aan CSC.

CSC hoopt op korte termijn het terrein uit te breiden tot 85ha opdat meerdere families kunnen toetreden tot het project.
Samen met de militanten van Kipuchi en de verantwoordelijken van het Provinciaal secretariaat sluiten we onze week af met  een Afrikaans feest – op de grens tussen Congo en Zambia. Het geplande bezoek aan de “Mine Prince Leopold” kan niet doorgaan, omdat er teveel water in de mijngangen staat. 
Tijdens namiddag hebben we leerrijke gesprekken met de Congolese syndicalisten.  Er is GREGOIRE , die ontslagen werd bij CIMIKAT  omwille van zijn syndicaal engagement in een staking.  Vandaag is hij secretaris verantwoordelijk voor het onderwijs. 
Er is CHRISTIAAN, de secretaris van de afdeling Kipuchi – hij startte studies in de sociale school – maar omwille van de moeilijk overbrugbare afstand tussen Kipuchi en Lubumbashi (30 km, maar over een geaccidenteerde piste duurt dat telkens meer dan 1 uur) diende hij de studies af te breken.
Er is MPUYO  – syndicalist en ingenieur bij  SOMIKA – de directie wou hem ontslaan omwille van zijn syndicale activiteiten, ofwel kon hij blijven en diende hij zijn syndicaal werk stop te zetten ofwel stopte men enkel $ toe en kon hij vertrekken… Maar, dat was buiten CSC gerekend – “wij laten ons niet omkopen, om onze afgevaardigden aan de deur te zetten, na harde discussies is MPUYO in functie gebleven als syndicaal afgevaardigde !
In het restaurant  PLAZA in Kipuchi staat de TELEVISIE aan, Chinese muziek, Chinese films, Chinese toeristische informatie…. Alles netjes ondertiteld in het Frans.   Ik vraag aan Morgan, de manager van het restaurant of ze een Congolese nieuwszender kunnen opzetten, want er is juist een bericht binnengelopen over een aanslag op de familie van President Kabilla in Kinshasa….  Het  antwoord “ Er is een probleem met de “decoder” we kunnen slechts 1 kanaal ontvangen, ja juist China Tv– kanaal CCTV “ !  Op die manier worden taal en cultuur met mondjesmaat ingelepeld…. Ja de 21ste eeuw zal de “eeuw van China zijn” op de grens van Zambia en Congo besef je dat ten volle…

Maandag 28 februari 2011 vertrekken Luc en Freddy terug richting Addis Abeba – Brussel.  We hebben nog een contact met Belgische  Consul Dhr.Loncke – ervaringen en ideeën worden uitgewisseld.   De ontwikkeling van Congo voor en door Congolezen is het onderwerp. Volgens de consul gelooft men terug in de mogelijkheden om deze te benutten en vooruit te geraken. Het is de werkende klasse die zorgt voor verandering  (“wat zoudt ge zonder het werkvolk zijn… ?” is hier bijzonder actueel ) . De mensen geloven opnieuw in de toekomst en investeren ook in de toekomst , o.a. door hun kinderen meer en meer naar school te sturen.  De heropleving van  de formele economie  is  van enorm belang.  Met de 100 tot 200  $ die men verdient kan men een begin van waardig leven opbouwen.    Waardig werk en respect voor arbeid zijn de basis voor de nieuwe ontwikkelingen van het land. 

Ik blijf nog enkele dagen in Lubumbahsi om diepgaandere contacten te hebben met twee projecten : de sociale school – “Sciences Scoiale de Travail” die in 2009 is gestart en het Fietsenatelier in de wijk Katuba.
Om 16.30 uur vergadert het Comité de Pilotage van de Sociale School – vooraf  heb ik een gesprek met verantwoordelijken Sociale School – Simon Muyaya en Richard Kayabala en Valentin Juma. In die gesprekken wordt het belang van deze opleiding benadrukt :
“Koppeling theorie en praktijk – vertrekkende vanuit hun beleving in de werksituatie”  en de basisfilosofie van SST “ de waardigheid van elke arbeider en de humanisering van de arbeid”.
Om 20.00 vertrekken wij naar Opleidingscentrum  van de Aumoniers in Kafwankunba voor een gesprek met  15 “aumoniers-in-opleiding”.   Er is juist een baby gedoopt : Christiaan… even proficiat en toasten met ouders en grootouders…. En dan een open gesprek met de  kandidaat – aalmoezeniers.  We brengen verslag uit van de bezoeken in Likasi en Kolwezi. En peilen naar de herkenbaarheid en betrokkenheid van de aumoniers bij het  dagelijks leven van de arbeiders, de werkers in de informele sector, de creuseurs.
Er ontstaat een gesprek over de rol van “aalmoezenier van de arbeid” en de arbeiderspastoraal in het arbeidsmidden, woonmidden en parochie.   Jan Vanroy besluit die avond met kernboodschap voor de aalmoezeniers van de arbeid : “Tussen de mensen leven, het ondersteunen en hen aanmoedigen… “ !

Dinsdag 1 maart hebben we een gesprek met de  met studenten Sociale School – SST Lubumbashi : “la vraie richesse d’un pays ne sont pas les sources naturelles; mas, la vraie richesse d’un pays sont les sources humaines…”
We starten met een “Conseil élargi des classes” – werkvergadering georganiseerd door studenten , samen met docenten en leden staf SST – 45 aanwezigen. Verschillende studenten brengen een persoonlijke evaluatie van de opleiding.  De vergelijking met andere opleidingen die ze volgden  wordt als volgt uitgedrukt :  “op de unief was het theoretisch/academisch… hier worden we gerespecteerd en is er open dialoog tussen profs en studenten (en studenten onderling)” – de  emotionele getuigenis van Marie Yvette MITONGA , werkzaam bij Regie der Luchtvaart – is sprekend   “ ici, on nous respecte ! nous sommes libre – et il y a d’amour… – je manque des mots…. – Il n’y a pas des papas et mamans, nous sommes toutes collègues”…
Dit geeft mij de kans om af te ronden  met  eigenheid “sociaal werk” uit te leggen : werk met Handen – Hoofd en Hart of integreer praktijk/basiswerk – kennis/inzichten – engagement/bezieling… In  de Franse taal klopt de oneliner “triple H” niet;  maar, een pientere studente merkt op dat in het Engels  “triple H wel opgaat : Hand – Head – Hart”… met nog meer overtuiging zeggen we : ““la vraie richesse d’un pays ne sont pas les sources naturelles; mas, la vraie richesse d’un pays sont les sources humaines…””

We vragen aan enkele CSC – verantwoordelijken om hun persoonlijke evaluatie te maken van de cursussen aan de sociale school … Na hun dagtaak bij de CSC (van 7.30 tot 15.30u) volgen ze vier avonden per week les van 16.30 tot 19.00 uur aan de sociale school “Sciences Sociale de Travail”.  In hun werk- en leefomstandigheden is dat een zware investering…
Charles Mwamba Madika is geboren in 1972 – hij studeerde Rechten, na één jaar onderwijs werd het vrijgestelde van de CSC in 2005 , verantwoordelijk voor de vorming – ik heb aan de universiteit een theoretische opleiding genoten – binnen de CSC  leg ik me toe op de toepassing van het arbeidsrecht – dankzij de methodische aanpak van de cursussen in de sociale school kan ik deze opdracht beter in praktijk brengen – de uitwisseling en dialoog met de docent en de studenten zijn hierbij zeer verrijkend .  Mijn persoonlijke capaciteiten als vormingswerker in de CSC zijn daardoor versterkt : spreken in het openbaar – organisatie en animatie van groepen – communicatiestrategie –  argumenteren en  overtuigen, …
Mireille NUMBI is geboren in 1984 – zij studeerde sociaal-technische en werkt als animatrice met weeskinderen, alleenstaande meisjes met kinderen en gehandicapten, zij leert hen het beroep van coiffeure aan en ze maken muziek – binnen CSC is ze propagandiste voor de informele economie – volgens haar  zijn culturele activiteiten (zang en dans) ook belangrijke hefbomen in ontwikkeling – via de cursussen in de sociale school wil ze haar kennis opdoen die ze kan benutten in haar praktijk als verantwoordelijke voor de CSC-groepen in de informele economie.
Jacques Mande Banza is geboren in 1961  , hij onderbrak zijn studies in pedagogie omwille van financiële redenen – vervolgens ging hij les geven in een landbouwproject, vanaf  1993 is hij syndicaal afgevaardigde, momenteel is hij  adjunct-provinciaal secretaris van de CSC.  Zijn motivatie om de sociale school te volgen : versterken van zijn capaciteit als  begeleider van groepen en verenigingen , verslagen maken,  inzichten in economie  verwerven en verbeteren van  administratieve- en organisatiecapaciteit !
Arlette Bilongo Kitenge is geboren in 1980 – zij behaalde graduaat informaticabeheer – zij werkte op het secretariaat van de csc en is momenteel verantwoordelijk secretaris voor de beroepsactie in voeding en diensten.  Via de sociale school hoopt ze  een praktische visie te  ontwikkelen op de arbeidsrealiteit met een evenwichtig sociaal leven voor de arbeiders; zij wenst een specialiste te worden in het oplossen van de problemen van de arbeiders, want sociale rechten zijn niet vanzelfsprekend, de syndicale werking dient de rechten van de arbeiders te beschermen.
Grégoire Mutombo Mwili is geboren in 1963 en provinciaal secretaris voor de beroepsaktie in het onderwijs – hij heeft 5 jaar les gegeven in Wetenschappen, vervolgens 9 jaar gewerkt bij CMKAT – na staking is hij daar ontslagen – vervolgens werd hij secretaris bij de CSC. Via de opleiding SST heeft hij een aanvullende praktische opleiding gekregen,  met basiskennis van verschillende wetenschappelijke vakken – deze geïntegreerde aanpak van theorie en praktijk, in verschillende basiswetenschappen is enorm belangrijk om de opdracht  als vakbondssecretaris aan te pakken : de rechten van de arbeiders verdedigen en zodoende de wereld van de arbeid te vermenselijken.

Op Dinsdag 1 maart 2011 – werkvergadering bij CSC  en bezoek aan Fietsenatelier Katuba.
Bij vorige bezoeken aan Lubumbashi maakten wij kennis met fietsenatelier in de wijk Katuba.   Langs de grote ingangsweg van de stad werken 70 herstellers/monteurs van fietsen.  Zij werkten als kleine zelfstandigen en deelden alleen die lokatie…   De voorbije jaren voerden wij een Aktie om deze  mensen te ondersteunen.   De fiets is het transportmiddel van de gewone man in Afrika.  Voor allerlei vervoersopdrachten wordt hij gebruikt… Door de contacten met deze groep hebben de fietsenmakers zich verenigd. ARVK – Association des Réparaterus des Vélos de la Katuba” – zij zijn aangesloten bij de CSC.  Vanuit ACV is een financïele aktie gevoerd om hen te steunen. Via Wereldsolidariteit zijn de gelden ter beschikking gesteld.  Met deze  steun wordt de begeleiding van de groep voorzien en wenst men een overdekte hangaar te financieren.   Hierover werden nieuwe afspraken gemaakt.  Momenteel verblijft Guy Capals (UCOS) voor langere periode in Lubumbashi, hij zal namens ACV het project mee opvolgen.

Op woendag  2 maart zijn twee arbeiders ijverig bezig om de werkposten Informatica in de sociale school te installeren (dank aan KHK GEEL) …. We rijden langs CSC Secretariaat en daar is hun nieuwe materiaal reeds actief…. (dank aan LBC/ACV)….
En nu …. ?
Terug thuis flitst voortdurend door je hoofd : hoe kunnen we de  vakbondsvrienden, de  werkers en de bevolking helpen  in Congo :
– Zij moeten zelf initiatief nemen – vorming en opleiding om  samen de toekomst in handen te nemen is daarbij essentieel – daarom is de kadervorming van verantwoordelijken essentieel en de  opleiding “Sciences Social de Travail” zo belangrijk.
– Sterke vakbonden die in bedrijf, lokaal, regionaal , nationaal en internationaal zijn verankerd is daarbij essentieel.  Want kleine lokale vakbondjes kunnen slechts zeer beperkte groepjes en doelen dienen… Daarom is steun aan CSC zo belangrijk.
– En dan zijn er die vele initiatieven die we moeten bekend maken, en die we met een kleine financiële bijdrage de nodige zuurstof kunnen geven : het fietsenatelier in Katuba ,  het landbouwproject van de CSCmamans in  Kipuchi – de onderwijsprojecten “reprendre les filles dans l’école” van de CSCmamans in Kolwezi – de syndicale delegatie van de bedrijven die toeleveranciers zijn van de grote industriële concerns  die ook in Europa actief zijn ( zoals UMICORE) – de  organisaties van de marktverkoopsters uit de informele sector – de jongerengroep van Mireille die via Muziek en dans hun eigenwaarde en zelfrespect uitdragen….

KRIS VAN ELSEN  – 14.03.2011

dagelijkse newsletter

take down
the paywall
steun ons nu!