Column: ‘Geert weet alles (wat hij weet)’

Column: ‘Geert weet alles (wat hij weet)’

dinsdag 29 januari 2013 11:39

“Toen ik in de vijfde klas lager onderwijs zat, konden alle leerlingen de Belgische provincies en hun hoofdsteden foutloos opsommen”, schrijft Geert van Istendael vandaag (29 januari) in een opiniestuk in De Morgen. “Te veel hedendaagse toekomstige leerkrachten kunnen dat niet meer. Het kennispeil is dus alarmerend gezakt, ver onder het niveau van elfjarigen een halve eeuw geleden. Zoiets heet achteruitgang.”

Zoiets heet drogredenering lijkt me een betere conclusie. Want die dus staat er te veel. Had van Istendael geschreven dat het kennispeil over de Belgische provincies alarmerend gezakt is, dan had ik hem gelijk gegeven, op voorwaarde natuurlijk dat wat hij schrijft klopt. Want konden alle leerlingen van zijn klas de Belgische provincies en hun hoofdsteden wel foutloos opsommen? En weet Geertje wel dat er ondertussen tien provincies zijn en niet negen, zoals toen hij in de vijfde klas lager onderwijs zat?

Natuurlijk weet hij dat. Maar kan Geert van Istendael ook alle Nederlandse provincies en hun hoofdsteden opsommen? En alle Franse en Duitse, toch onze buurlanden?

“In mijn retorica waren de eerste, de derde en de vierde van de klas zonen van arbeiders”, schrijft hij ook nog in dat artikel.  Wat een geheugen! Maar essentieel om te onthouden? Ach, misschien had hij zijn energie beter gestopt in het onthouden van andere weetjes? Ondertussen wordt het woord ‘retorica’ niet meer gebruikt om de hoogste klas van het middelbaar aan te duiden en weet niemand nog wie de primus van de klas is, want dat wordt niet meegedeeld. En het zou me verwonderen mochten alle laatstejaars weten wat het beroep is van de vaders en moeders van hun medeleerlingen.

Tot mijn verbazing kan ik na al die jaren – ik ben zeven jaar jonger dan van Istendael – nog steeds alle Belgische provincies en hun hoofdsteden opsommen en op de kaart aanduiden. Ik had me geen zorgen gemaakt indien dat niet het geval zou zijn. Want, zeg nu zelf, wat ben je ermee? Toen ik twaalf was, kende ik ook de 26 (!) landen van Europa en hun hoofdsteden. Dat aantal is ondertussen verdubbeld. Ik zou het allemaal hebben kunnen bijhouden en onthouden, maar waarom zou ik mijn energie daaraan verspillen? Van Istendael schrijft: “Hoe meer je weet, hoe gemakkelijker je nieuw weten opdoet.” Als ik in mijn leven één iets geleerd heb, is het wel het volgende: hoe meer je weet, hoe minder je weet. Want hoe meer je weet, hoe meer je tot het besef komt dat er nog zoveel is wat je niet weet en nooit zult kunnen weten. Dat heeft Jean Gabin destijds goed verwoord, al had hij het toen niet over ‘parate kennis’.

Er is dezer dagen veel te doen om de kennis van aspirant-leraren n.a.v. een enquête van de universiteit van Hasselt. De kennis van deze jongeren zou alarmerend zijn. Nochtans ben ik ervan overtuigd dat deze twintigjarigen veel weten wat Geert van Istendael niét weet.  Deze laatste zal waarschijnlijk opperen dat het dan om kennis gaat die niets ter zake doet. Want alléén de kennis die van Istendael ter zake vindt doen, is ter zake.

Het is als met quizzen: de samenstellers ervan kennen alle antwoorden en zijn verbaasd als iemand de antwoorden niet kent. Laat ze antwoorden op vragen die ze niet zelf bedacht hebben en ze vallen door de mand.

Zou het een teken van domheid zijn om conclusies te trekken uit een enquête van een universiteit die samengesteld is als een multiplechoicequiz?

Misselyk

dagelijkse newsletter

take down
the paywall
steun ons nu!