Colombiaanse paramilitairen pleegden de meeste bloedbaden

Colombiaanse paramilitairen pleegden de meeste bloedbaden

In Cuba onderhandelden de Colombiaanse regering en de leiding van de FARC-guerrilla om een einde te maken aan een decennialange oorlogssituatie. Een van de belangrijke afspraken was de oprichting van een Speciale Jurisdictie voor de Vrede. Die instelling kreeg als opdracht verschillende organen in het leven te roepen die moeten instaan voor het totstandkomen van de waarheid, gerechtigheid en schadeloosstelling van de slachtoffers en het niet herhalen van het gewapend conflict.

zaterdag 29 juli 2017 17:30

Begin dit jaar keurde het Congres de oprichting van de instelling goed. De guerrilla bezweek onder de druk van de regering en moest aanvaarden dat militairen eenzijdig door de staat zouden aangepakt worden. De oppositie van haar kant met onder meer de aanhangers van ex-president en huidig Congreslid Alvaro Uribe, bekend voor zijn banden met paramilitairen, verzette  zich tegen  de oprichting van de instelling, omdat die zou leiden tot een klimaat van straffeloosheid. 

Juridische oorlog

 Het was te verwachten dat de taken van de Speciale Jurisdictie voor de Vrede niet van een leien dakje zouden lopen. Onder meer op 6 juni jongstleden greep een debat plaats voor de magistraten van het Grondwettelijk Hof. De gepensioneerde generaal Jaime Ruiz Barrera vond dat de Speciale Jurisdictie voor de Vrede militairen en guerrilleros niet in dezelfde zak mocht zetten, daar hun optreden in het conflict verschillend was. Hij wees met de vinger naar de guerrilla. Hij vond dat de Speciale Jurisdictie voor de Vrede een product van hen was. ‘Jullie zijn de volkomen overwinnaars samen met het radicale extreem links in de acties die jullie in deze juridische oorlog voeren,’ zei hij. En hij voegde er aan toe: ‘Jullie hebben ons verslagen.’

Bij het horen van de term juridische oorlog, vroeg Soraya Gutiérrez recht op antwoord. Zij is woordvoerster van de Beweging van Slachtoffers van Misdaden door de Staat.

‘Wij leveren geen juridische oorlog. Die notie is juist de voortzetting van wat in Colombia gebeurd is, de Doctrine van de Nationale Veiligheid, de doctrine van de interne vijand,’ repliceerde ze.

Interne vijanden

Die doctrine kreeg ingang in Latijns-Amerika in de jaren ’60 en ’70 in volle Koude oorlog. Ze werd vanuit de VS aangeleverd. Die zagen in de gewapende volksopstanden in verschillende Latijns-Amerikaanse landen de hand van Moskou. Opstandelingen moesten daarom beschouwd worden als ‘interne vijanden’ en uitgeschakeld. In de praktijk gingen in die militaire dictaturen meteen vele duizenden opposanten voor de bijl, leden van politieke oppositiepartijen, vakbondsleden, journalisten, advocaten en iedereen die de dictatuur van dat  land niet genegen was. 

Soraya Gutiérrez verklaarde voor het Grondwettelijk Hof dat in Colombia meer dan 2000 bloedbaden gepleegd werden en dat meer dan de helft ervan op conto van paramilitairen te schrijven is. 

Meer dan 2.000 bloedbaden konden niet gebeurd zijn omdat de autoriteiten niet handelden. Integendeel, er was samenhorigheid. Meer dan 1.100 bloedbaden werden aangericht door paramilitaire groepen. En die konden maar plaatsgrijpen door de samenhorigheid en de medeplichtigheid van de militaire strijdkrachten. Ze haalde haar cijfers uit het rapport van ‘Basta Ya!’ van het Nationaal Centrum van de Historische Herinnering. Haar gegevens liepen tot maart 2013. Daarnaast lopen de gegevens van het Observatorium van Herinnering en Conflict tot 15 september 2016. En die telling loopt op tot 2252 masacres. Daarbij kwamen 13.268 mensen om het leven. Haast 60 procent van de bloedbaden wordt toegeschreven aan de paramilitairen. 

dagelijkse newsletter

take down
the paywall
steun ons nu!