Café de Vriendschap
Lampedusa -

Café de Vriendschap

zondag 4 september 2011 00:45

Don Pino is de oudste dichter van Lampedusa en staat bekend als een uniek fenomeen bij iedereen die ooit de kans kreeg hem te ontmoeten. De aanspreekvorm ‘Don’ is een oeroud alternatief voor ‘Signore’ of mijnheer. Denk maar aan de Spaanse Don Diego della Vega, ook wel Zorro. Pino is dan weer een afkorting van de populaire naam ‘Giuseppe’, Jozef zoals we zeggen.

Mijnheer Jozef Brignone zit elke voormiddag achter zijn schrijftafel recht tegenover de kassa van Café De Vriendschap (Bar dell’Amicizia) waarvan hij met zijn 73 jaren nog steeds de eigenaar is. Zo kijkt hij toe hoe zijn kleizoons elke dag huisgemaakt roomijs, panini, lokale specialiteiten en patisserie aan het talrijk cliënteel serveren.

Talrijke foto’s van tevreden klanten die hun hart verloren aan de oude man, sieren de muren. Elke prent toont dezelfde serieuze uitdrukking op zijn gezicht, zijn arm rond die van een lachende bezoeker geklemd.

Don Pino dicht over zijn Lampedusa en hij verkondigt zijn verhaal aan iedereen die het horen wil. Hier is hij geboren, hier zal hij sterven. Aan wie kan ik beter vragen wanneer deze plaats precies een strandplaats voor vluchtelingen werd?

Aan één van de prikborden in het café hangt een gedicht door hem geschreven, opgedragen aan de anonieme clandestien die stierf op zee, op zoek naar een beter leven, gedreven door niets dan hoop. Daarnaast is een kopie bevestigd van een artikel uit de Herald Tribune, gedateerd uit 1997. Trots toont hij me de onderlijnde passages waarin de journalist zijn bar en Don Pino zelf vermeldt. ‘For many, Europe starts at Lampedusa. Illegal migrants find Italian island a user-friendly place to land’, is de titel van het stuk. Er wordt beschreven hoe reeds in 1992 de migratiestroom op Lampedusa op gang kwam. Niets nieuws dus. Het volstaat bij wijze van overdrijving een aantal details aan te passen om ditzelfde artikel vandaag te publiceren.

Wanneer iemand hem aanspreekt over de vluchtelingen op zijn eiland, antwoord Don Pino bijna steeds met dezelfde anekdote: wanneer de eerste migranten op het eiland arriveerden, hield er zo nu en dan één van hen hem tegen om de weg naar het station te vragen, ervan overtuigd dat er een trein hen rechtstreeks naar Rome zou brengen.

Doorheen mijn gesprek met Don Pino wordt het me steeds meer duidelijk dat de aanwezigheid van immigranten op Lampedusa voor haar inwoners de normaalste zaak van de wereld is. Velen hebben nooit iets anders gekend. Reeds rond 1992 verwierf het eiland de status van toegangspoort tot Europa vanwege het verlengen van de verblijfsvergunning voor illegale asielzoekers van 2 naar 15 dagen. Van dan af aan was het niet langer noodzakelijk om helemaal tot Sicilië te varen, maar konden de bootjes na een kortere reis aanleggen op Lampedusa. Vervolgens vervolgden de clandestienen hun weg op dezelfde manier als wij dat nu doen.

Maar zelfs voor hun aankomst op de kusten van Lampedusa, bestond er frequent contact tussen Tunesiërs en in het bijzonder de vissers van Lampedusa. Ze kwamen elkaar tegen in het stuk zee dat hen van elkaar scheidt en werkten praktisch de hele dag samen.

Lampedusanen, zelf afstammelingen van geëmigreerde Italiaanse families, zijn eraan gewend hun eiland te delen met gasten uit verschillende continenten. En het gebeurde pas recentelijk dat de autonome en autochtone bevolkingsgroepen zo strikt gescheiden werden, na de noodtoestand tijdens de maanden februari, maart en april van dit jaar. Op dat moment overtrof het aantal immigranten voor het eerst het aantal residentiële inwoners. De opsluiting van migranten in centra op meer afgelegen delen van het eiland had dan weer alles te maken met de start van het toeristisch seizoen. Of beter, met de angst dat het niet meer van start zou gaan.

In het Café van de vriendschap staat nog een ander interessant personage achter de bar. Noortje is een Nederlandse studente Antropologie die besloot om haar masterproef te schrijven rond de vraag naar de relatie tussen Lampedusanen en immigranten. Daarvoor verhuisde ze voor 4 maanden naar Lampedusa, waarvan er op het moment dat wij haar ontmoetten bijna 2 weken voorbij waren. Toen ze aankwam besefte ze echter dat er van contact tussen de twee groepen geen sprake (meer) was en ging ze op zoek naar een herformulering van haar onderzoeksvraag. Ik nodig iedereen graag uit om een kijkje te nemen op haar blog, waarvan ik de link hieronder zal publiceren.

Vooraleer deze post af te sluiten, heb ik nog een belofte na te komen aan Don Pino. Toen we elkaar ’s ochtends voor de eerste keer spraken gebood hij me om tijdens de namiddag terug te komen. Er was iets dat hij me wou laten zien en wat vervolgens gepubliceerd moest worden ‘in mijn land’. Aanvankelijk ging ik ervan uit dat hij me één van zijn eigen gedichten zou presenteren, maar Giuseppe Brignone bleek een bescheiden man. Het gedicht dat hij me vroeg luidop voor te lezen was van de hand van een jonge man, een Libiër meende hij zich te herinneren, die hij zo’n 5 jaar eerder had ontmoet. De twee sloten vriendschap en toen diezelfde jonge Afrikaan een tijd later terugkeerde gaf hij dit stukje poëzie cadeau aan de Ernest Hemingway van Lampedusa.

De originele versie is geschreven in het Italiaans. Om mijn taak goed te volbrengen schreef ik voor jullie een (vrije) vertaling. Geschreven door Faten Fradi, met dank aan Don Pino.

Io sono clandestino…dunque spero
Vedo il sole…vedo il mare
e mi dico…lo uomo posso sperare
la rabbia nel cuore, le ferite nell’anima
io posso farcela…io posso avere un futuro migliore
devo scavalcare le onde
fare amicizia con la paura, col rischio
Non mi tiro indietro e viaggio fra le sponde
non m’importa degli squali, del vento e del destino
io ho scelto di vivere o di morire
rischio tutto perché voglio una nuova vita
un nuovo cammino
Ho perso la libertà, la dignità, la pienezza, la serenità
ma sono ricco…de speranza
solo la morte me la poterà via
Sono uno squallo
sono un delfino
sono un cane
sono un delinquente, un poveraccio, uno straccio
sono un clandestino
Matto…perché sogno e mi butto nel vuoto…nel mare per vivere…forse per annegare
Blu, nero, bianco…non vedo più
Il sole è forte…mi illumina…mi acceca
Ma mi fa capire che la luce
ce l’ho nel cielo, nell’anima, nel cuore
è quella del mio faro
Lì trovo la mia salvezza
Il mio sogno non finisce
La mia luce non tramonta
La mia speranza è viva
anche nel buoi…non muore
Cela farò di sicuro
Se Dio lo vuole…Inshallah
Faten Fradi

Ik ben een clandestien…dus hoop ik
Ik zie de zon…ik zie de zee
En ik zeg tegen mezelf…de mens mag ik hopen
De woede in het hart, de wonden op de ziel
Ik kan dit…ik kan een betere toekomst hebben

Ik moet de sprong over de golven nemen
vriendschap sluiten met de angst, met het gevaar
Ik trek me niet terug en reis over de oevers,
Ik deins niet terug van de haaien, de wind of het lot
Ik heb gekozen om te leren of te sterven
Ik zet alles op het spel omdat ik een nieuw leven wil, een nieuw pad
De vrijheid, de waardigheid, de volwaardigheid, de sereniteit heb ik verloren.
Maar ik ben rijk….aan hoop.
Enkel de dood kan die nog van me wegnemen.
Ik ben een haai
Ik ben een dolfijn
Ik ben een hond
Ik ben un delinquent, een armeluis, een vod
Ik ben een clandestien
Krankzinnig…omdat ik droom en me in het ijle gooi…in de zee om te leven…misschien om te verdrinken
Blauw, zwart, wit… ik zie niets meer
De zon is sterk…ze verlicht me…ze verblindt me.
Ze laat me begrijpen dat het ik het licht heb in de hemel, in mijn ziel, in mij hart
het is het licht van mijn vuurtoren.
Daar zal ik mijn redding vinden
Mijn droom houdt niet op
Mijn licht gaat niet onder
Mijn hoop is levend…ook in het donker…sterft ze niet uit
Ik zal het zeker halen.
Als god het wil…Inshallah.

Faten Fradi

Noortje’s Blog: http://noortje87.waarbenjij.nu/Reisverslag/index.php?page=message&id=3989552

dagelijkse newsletter

take down
the paywall
steun ons nu!