Burgerschapsvorming en levensbeschouwing in het secundair onderwijs
Onderwijs, Levensbeschouwing, Burgerschapsvorming -

Burgerschapsvorming en levensbeschouwing in het secundair onderwijs

dinsdag 14 juni 2011 00:59

Godsdienstige vakken deden onlangs weer heel wat stof opwaaien in de media : oninteressant voor de blanke autochtoon maar  gevaarlijk voor de allochtoon.  Is het wel zo’n goed idee om jongeren te segregeren op basis van hun religieuze overtuiging? Moraalfilosoof Patrick Loobuyck stelt een nieuw levensbeschouwelijk en burgerschapsvormend vak voor, Open VLD een vak ‘vergelijkende godsdienstwetenschappen voor de derde graad secundair.

De verzuiling voorbij en burgerschapsvorming

Op 19 mei 2011 was er een debat tussen de vrijzinnige moraalfilosoof Patrick Loobuyck en Sonja Eggerickx, voorzitster van de Unie der Vrijzinnige Verenigingen en inspectrice voor het vak niet-confessionele zedenleer ( https://www.dewereldmorgen.be/artikels/2011/05/19/confrontatie-over-een-levensbeschouwelijk-eenheidsvak ) . Loobuyck pleit voor de invoering van een nieuw levensbeschouwelijk vak in alle onderwijsnetten : twee uur per week vanaf 6 tot 18 jaar. De inhoud van het vak zou levensbeschouwing, ethiek, filosofie en burgerschapsvorming zijn. Loobuyck vindt een vak ‘levensbeschouwing’ belangrijk voor de algemene Bildung van jongeren : een algemene persoonsontwikkeling geschoeid op humanistische leest.
“Dat we de verzuiling voorbij zijn enerzijds en de problemen met islamonderwijs anderzijds maakt zo’n vak noodzakelijk”, aldus Loobuyck.

Het probleem met het islamonderwijs is dat de leerkracht moslim moet zijn terwijl daar helemaal geen masteropleidingen voor bestaan. De twee opleidingen regentaat islam bieden nu een te kleine uitstroom aan islamleraars. Daardoor krijgen leerlingen die islam kiezen vaak slecht les omdat de leerkrachten theologisch onvoldoende geschoold zijn.
Ook binnen de partij Groen! is er interesse voor zijn ideeën. Tijdens haar onderwijscongres half mei van dit jaar kwam het idee ter sprake om een vak ‘burgerschap, filosfie en levensbeschouwing’ te introduceren. De bestaande vakken godsdienst en zedenleer blijven apart bestaan. Maar leerlingen moeten dan wel  zelf voor dat vak kiezen. De school zou die keuze niet meer automatisch maken.

De verzuiling nog niet voorbij

Volgens de tegenpartij, Eggerickx pleit zijn we de verzuiling zowel qua structuur als invulling nog niet voorbij zijn. De huidige onderwijsnetten willen hun pedagogisch project op eigen levensbeschouwelijke wijze invullen en er is een duidelijke vraag naar islamonderricht.
Eggerickx’s betoog gaat uit van de nu bestaande diversiteit waar iedereen leert over de eigen levensbeschouwing en vreest dat Loobuyck’s idee zou leiden tot een eenheidsworst van grijze mensen en meningen. Eggerickx: “Een collega in Engeland prees ons systeem: ‘In België zijn jullie tenminste actieve pluralisten.’ Ik geloof niet in objectiviteit. De rechten van mens zijn voor mij een belangrijk ijkpunt, maar ik ga toch nooit zeggen ‘jij denkt verkeerd, en ik denk juist’.
Je kan wel stellen dat het belang van respect en begrip centraal staan in het betoog van beiden. Loobyck vindt echter : ” Een verzuild systeem, waarin leerlingen apart worden gezet volgens levensbeschouwing, is niet meer van deze tijd. Ik denk dat het beter is ze samen te zetten. Het is van kapitaal belang dat je jonge mensen met diversiteit leert omgaan, dat je ze waarden als respect en tolerantie  bijbrengt. We hebben nu dat heftige debat over de hoofddoek gehad, maar ik denk dat   wat er soms in lessen islamitische godsdienst verteld wordt een veel groter probleem is. ” ( Knack , De tijd heeft het schoolpact ingehaald , door P. Piryns en H. Van Humbeeck op 25/11/2009).”
Voor Eggerickx getuigt de huidige onderwijsstructuur en invulling van curriculi  van een gezonde externe diversiteit. Loobuyck wil een interne diversiteit en een (voorlopig ?) voortbestaan van de huidige externe diversiteit op basis van een autonome keuze door de leerling. Hij plaatst  twijfels bij de invulling van de huidige lessen godsdienst, zowel katholieke godsdienst als islamonderwijs, in  het Vlaams onderwijs.

‘Vlaams onderwijs achteraan de klas.’

Het voorstel van Loobuyck is breder dan alleen godsdienst : het is een vak dat alle maatschappelijke kwesties bespreekbaar wil maken. De internationale vergelijkende PISA-studies tonen aan dat Vlaamse kinderen dan wel uitstekend scoren wat betreft kennis, van politieke burgerschapsvorming blijven ze totaal verstoken. Walter Pauli (22.11.2010 : http://www.demorgen.be/dm/nl/1344/Onderwijs/article/detail/1185701/2010/11/22/Vlaams-onderwijs-achteraan-de-klas.dhtml) vond dat Vlaamse jongeren nog  wel kennis van de instellingen hebben, maar niet het nut van geschiedenis meer inzien, noch van het volgen van het politieke debat. Huidig onderwijsminister Pascal Smet (SP.A) heeft geen idee hoe dit probleem moet worden aangepakt. Hij hoopt dit te verhelpen door meer masters in te schakelen in de 1ste en 2de graad. Los van het feit dat bijvoorbeeld mening aantal studenten wijsbegeerte of sociale wetenschappen daarmee aan een baan kunnen geraken – want het aantal tewerkgestelden na een jaar uit die richtingen is bedroevend laag  – , getuigt dit natuurlijk niet echt van een doordachte, omvattende visie. Los van het feit dat Vlaamse jongeren geen zier om politiek geven (er wordt ook niet over gepraat op school of thuis), lijkt het ook dat begrip voor andere levenswijzen van geen tel is.
Een onderzoek van de UA en de VUB uit 2010 bij 2.968 Vlaamse leerlingen, 1.630 leraars en 151 schooldirecteurs bracht aan het licht dat : “Hoewel 97 procent van de ondervraagde veertienjarigen in principe vindt dat men “mensen met een andere levenshouding moet respecteren”, staat de Vlaamse scholier, samen met de Nederlandse, van alle West-Europese leerlingen het terughoudendst tegen de multiculturele samenleving en immigranten. Vlamingen bengelen ook aan de internationale staart inzake het geloof in democratische waarden tout court.”  ( uit De Morgen van 22/11/2010 : http://www.demorgen.be/dm/nl/1344/Onderwijs/article/detail/1185701/2010/11/22/Vlaams-onderwijs-achteraan-de-klas.dhtml). Behoeft het belang van  zowel politiek als sociaal engagement met de nodige kennis van zaken nog een betoog ? Of gaan we het debat over de maatschappelijke problemen uit te weg omdat het heikele kwesties zijn of zogenaamd  aanleiding kunnen geven tot ‘politieke propaganda’? Hoeveel scholieren – of  hoeveel volwassenen – weten dat onze wetten voor de helft worden gedicteerd door Europa? Wat de werkelijke impact is van een mondiale wereld? Dat de complexiteit van onze plurale maatschappij geen boodschap heeft aan een geromantiseerd en zuiver Vlaemsch verleden dat er nooit is geweest? Dat ons land uitblinkt in het aantal zelfdodingen? Dat tijdens de wereldwijde economische crisis ook een paar mensen steenrijk zijn geworden? Politieke en maatschappelijke thema’s ( dus ook migratie en diversiteit) verdienen meer dan een terloopse bespreking in het vak aardrijkskunde of geschiedenis. Daarmee wil ik deze leraren niet afvallen, integendeel, maar wat zij moeten zien op twee uur per week is eigenlijk niet haalbaar. Zulke onderwerpen en thema’s verdienen een eigen plaats in het onderwijs.

Maar Loobyck had het over meer dan alleen burgerschapsvorming. Hij spreekt ook over ethiek, levensbeschouwing en filosofie. Die zaken kunnen perfect samenvallen in een vak dat werkelijk vakoverschrijdend is. Maatschappelijke overtuigingen zoals ecologisme, marxisme, socialisme, (neo)liberalisme, nationalisme en hoe deze in botsing komen met levensbeschouwelijke overtuigingen, krijgen dan eindelijk een plaats in het curriculum dat hun waardig is. Filosofie is dan weer een uiterst nuttig instrument om al deze overtuigingen te relativeren. Enerzijds biedt het voor de leraar economie mogelijkheden, anderzijds voor een leraar humane wetenschappen.

En ethiek en religie dan? Ik neem aan dat iedere lezer begrijpt dat over de zaken hierboven beschreven, eindeloze ethische discussies kunnen gevoerd worden. Ten slotte is het voor het vormen van identiteit ook belangrijk dat religie een aandeel krijgt in het curriculum. Ook religie vergt de nodige initiatie. Niet alleen omdat religie kan bijdragen tot het eigen geluk of zoeken van de eigen lotsbestemming maar ook omdat er verschillende geloofsovertuigingen in dit land zijn (en de wereld) – met daarbinnen ook gradaties en verschillen – , die overtuigingen een deel van die mensen hun identiteit uitmaken en correcte kennis daarover dus nodig is om het nodige respect en begrip op te brengen.

Is er een draagvlak?

Bij de onderwijsnetten is er uiteraard geen draagvlak voor een idee zoals bijvoorbeeld dat van Loobuyck : ze ontlenen hun hele bestaansreden aan de levensbeschouwelijke invulling van hun pedagogisch project. Maar Loobuyck verwacht dat er wel een draagvlak is onder ouders en veronderstelt dat de directeurs van het GO! hem ook zouden volgen in de oprichting van zo’n vak.
Op 23 mei verscheen in De Morgen een artikel ( http://www.demorgen.be/dm/nl/1344/Onderwijs/article/detail/1268238/2011/05/23/Liberalen-willen-alle-religies-in-godsdienstles.dhtml ) waarin de Raad van State zich positief uitsprak over de mogelijke komst van een decreet om in de 3 de graad van het secundair onderwijs één uur ‘ vergelijkende godsdienstwetenschap’ te organiseren in alle netten en onderwijsvormen. Jean-Jacques De Gucht (Open Vld) had daarmee een voorstel ingediend dat zowel door ex-minister van onderwijs Marleen Vanderpoorten, Herman Schuermans, Sven Gatz als Luckas Vander Taelen werd gesmaakt. De scholieren krijgen dan erkende godsdiensten zoals katholicisme, protestantisme, anglicanisme, orthodoxe christendom, jodendom, islam, niet-confessionele vrijzinnigheid en boeddhisme als deze laatste erkend wordt.

Dat is een voorzichtige aanpassing, een implementatie van het vak dat een uur zal afsnoepen van de twee uur die levensbeschouwelijke vakken nu krijgen. Dit vak wordt ook pas onderwezen vanaf de derde graad opdat de scholieren eerst de kans krijgen om zich te ontplooien binnen het confessionele of niet-confessionele schoolvak van hun keuze. Dit voorstel is natuurlijk erg eng en gaat enkel nog over godsdienst. Daarbij is het klinkklare nonsens dat leerlingen – als ze nog niet in de derde graag zitten – geïndoctrineerd zouden worden door een leraar die ze één of twee uur in de week zien. Vergelijkende godsdienstwetenschap is net interessant om te bespreken in de tweede graad. Wanneer leerlingen dan de achtergrond hebben van de wereldgodsdiensten, kunnen ze ook beter begrijpen waarom er zich al dan niet conflicten voordoen tussen die godsdiensten en wat de achterliggende redenen daarvan zijn in de derde graad. Dit lijkt me een meer logische lijn die jongeren in staat zou kunnen stellen om een onderscheid te kunnen maken tussen levensbeschouwelijke overtuiging, cultuur en machtsrelaties.
Het is niet de bedoeling dat we allemaal grijze muizen worden maar wel dat we over een aantal zaken grijze standpunten kunnen en mogen innemen. Het is de perfecte mogelijkheid om te debatteren met leerlingen en hen de mogelijkheid te bieden van veel persoonlijke inbreng in de lessen.

De auteur volgt momenteel een Specifieke Lerarenopleiding ‘Maatschappijwetenschappen en filosofie’ aan de K.U.Leuven.
 

dagelijkse newsletter

take down
the paywall
steun ons nu!