Brussel, of waar het paard echt gebonden ligt 1/3
Brussel, Armoede, Arbeidmigratie -

Brussel, of waar het paard echt gebonden ligt 1/3

vrijdag 26 november 2010 18:06

 De kennis van Brussel is bij de meeste Vlamingen beperkt tot de Nieuwstraat, De Grote Markt, Manneke Pies en een of ander taalconflict dat ze hoogst persoonlijk meemaakten maar in 9 op de 10 gevallen berust op horen zeggen. Ook bij de politieke analysten van De Wereld Morgen krijgt Brussel volgens mij niet de aandacht die het verdient. De wetenschappelijke kennis, kennis gebaseerd op statistieken en ernstig veldonderzoek, is in Vlaanderen praktisch onbestaande. Het zijn nochtans ook onderzoekers aan de KUL, Ugent en UA die een pak interessante gegevens over Brussel verzamelen. Door een gelukkig toeval – hoewel toeval, ik was ernaar op zoek – kreeg ik contact met enkele van die onderzoekers. Ze leverden me artikels aan die ik met krullende tenen las. Toen ik echter de referenties van die papers Googelde, kwam ik ze nergens tegen in de litteratuurlijsten van andere Vlaamse studies, wel in ‘Brussels Studies’, het elektronisch wetenschappelijk tijdschrift voor onderzoek over Brussel, in onderzoeken aan allerlei buitenlandse universiteiten, beleidsteksten van de Brusselse regering, maar niet in Vlaamse studies of beleidsteksten. Hoe blind kan men zijn? Leeft hier nog altijd het beeld van het Brussel van 50 jaar geleden? Ik vrees van wel. Tijd om daar verandering in te brengen.

Brussel is nochtans de laatste vijftig jaar fundamenteel veranderd, het oorspronkelijk Franstalig kosmopolitisme heeft een facelift gekregen. Het is een smeltkroes van culturen geworden maar ook een kruitvat, waar de tegenstellingen tussen arm en rijk de pan uit swingen, waar arbeidsmigranten uit de hele wereld elkaar ontmoeten, waar de armoede stilaan schrijnende vormen begint aan te nemen. Maar, dit Brussel kent men niet in Vlaanderen.

Internationaal heeft Brussel een andere betekenis. Daar gaat het niet over de mensen die er wonen maar over de politieke macht die er uitgeoefend wordt.  Brussel is voor veel Europeanen de plaats waar achter hun rug over van alles en nog wat beslist wordt. Het Brussel van de absurde regeltjes. Zoals we onlangs nog konden vaststellen, toen men ineens vanuit Brussel besliste dat je in plaats van 3 maand nog maar 1 maand in het rood mag staan bij je bank. De banken en de regeringen staan overal in het rood, maar de kleine burgerman, o wee. Daarentegen de wildgroei van kredietkaarten die door grootwarenhuizen e.d. gratis verstrekt worden aan banden leggen, dat zag men dan in België in toepassing van diezelfde Europese richtlijn weer niet zitten[1]. Brussel laat bij velen in Europa, gewone burgers, verarmde boeren, kleine producenten, arbeidsmigranten… een wrange nasmaak achter. De ‘stille staat’ heeft intussen ook een uit de kluiten gewassen repressieapparaat op poten gezet met FRONTEX en andere aan iedere controle ontsnappende instellingen. Big Brother Europa en natuurlijk ook het anti-sociale neoliberale Europa. Hierover wil ik het ook hebben. Welke rol speelt dit Europa in onze maatschappij, onze democratie?
 
Dus gaat dit artikel over twee dingen (1) Over Brussel als een van die unieke wereldsteden, bekend tot in de verste uithoeken van de wereld en (2) Brussel als hoofdstad van Europa. Maar er is ook nog een (3) en dat is het Brussel dat de grote struikelblok is voor zowel de nationalisten van links als van rechts, in het Noorden en Zuiden, als ze het hebben over de splitsing van België. Dit moet het sluitstuk worden, waarin ik uitleg waarom een splitsing van België alleen maar de al bestaande negatieve tendensen, gedirigeerd vanuit Europa, zal versterken. Laten we proberen deze Gordiaanse knoop te ontwarren.
 
(1) Brussel als wereld stad
 
De verarming van Brussel
Vanaf midden de jaren negentig zijn er goede analyses beschikbaar van de sociaal-economische ontwikkeling van de Brusselse regio. Het is vooral dank zij Christian Kesteloot en zijn team dat we een beter inzicht krijgen in de ontwikkeling van de armoede in Brussel. Het team gaat niet uit van het Hoofdstedelijk Gewest, wat een louter politieke en administratieve indeling is, maar van een geografische indeling, het Brussels stadgewest. De functionele en morfologische grenzen daarvan rijken verder dan de 19 gemeenten. Tezelfdertijd voeren ze volgens dezelfde criteria ook een gelijkaardig onderzoek uit in de stadsgewesten Luik, Charleroi, Antwerpen en Gent. Bovendien delen ze Brussel in verschillende deelgebieden in. De agglomeratie bevat 36 gemeenten, inclusief de 19 gemeenten van het Gewest. 28 gemeenten vormen de Brusselse rand. Binnen de agglomeratie maken ze dan nog eens een onderscheid tussen de gemeenten van de eerste kroon en de tweede kroon. De eerste kroon: Brussel-Stad, Anderlecht, Molenbeek, Elsene, Sint-Joost, Sint-Gillis, Schaarbeek was al verstedelijkt voor de Eerste Wereldoorlog (19de eeuwse gordel) en de tweede kroon, de overige gemeenten van het Brusselse Gewest, verstedelijkte later (Kesteloot et alii, 1998, p. 128).
 
Alhoewel de bevolking van het Brussels stadsgewest in 1994 nog altijd een hogere levensstandaard heeft de het Belgisch gemiddelte, is in 14 jaar tijd zijn voordeel geslonken van +20% naar +7%. In de Waalse stadsgewesten doet zich een gelijkaardige daling voor, Antwerpen blijft op hetzelfde niveau en Gent gaat er zelfs op vooruit. Maar deze globale verslechtering camoufleert enkele paradoxale en alarmerende tendensen. In de agglomeratie stellen we een sterke daling van de inkomens vast terwijl in de rand de inkomens naar omhoog gaan. Dit verschijnsel doet zich ook wel voor in de andere stadsgewesten, maar veel minder uitgesproken als in Brussel. In de 1ste en de 2de kroon daalt het inkomen respectievelijk 19% en 20% onder het nationaal gemiddelde. Daarmee zitten ze ongeveer op het niveau van Charleroi en ruim onder de cijfers van de andere grote steden. (Kestelloot et alii, 1998, p. 128-129).
 
Het Brussels stadsgewest heeft niet alleen de rijkste gemeente van België binnen zijn grenzen, Lasne, maar ook de armste, Sint-Joost-ten-Node. En die polarisatie in Brussel gaat maar door tot vandaag. In de grafiek van Figuur 1 waar het belastbaar inkomen per deciel wordt weergegeven is de verwijdende kloof tussen hoogste en laagste inkomens duidelijk zichtbaar. (Kesteloot, Loopmans, 2009, p.2)
 
En op de kaart van Figuur 2 kan je goed zien dat de armoede zich concentreert in de agglomeratie en de rijkdom in de rand. (Kesteloot, Loopmans, 2009, p.3)
 
De overall situatie van het Brussels Gewest is er nog op achteruit gegaan in 2005. Was het gemiddelde gezinsinkomen er in 1963 nog 160% van het Belgische gemiddelde, dan is het in 2005 al gedaald naar 85%. In 1993 was het gemiddelde belastbaar inkomen van Sint-Joost maar 48,4% van dat van Lasne, in 2005 is het gezakt tot 42,6%. De werkloosheidgraad van 20% is er gewoon desastreus. Ik heb geen zin om het miserabilisme hier ten top te drijven, wie wil kan de teksten van Kesteloot zelf lezen, maar toch nog een opmerking vanuit een andere studie. De verarmde bevolking van de agglomeratie wordt ook al verdrongen uit zijn arme getto’s. Jonge starters vestigen zich tijdelijk in de arme wijken en drijven zo huur- en huisprijzen verder de hoogte in. Deze proleten verhuizen echter niet naar de rand, maar gaan lotgenoten vervoegen in Gent, Ronse, Charleroi… (Van Criekingen M., 2006). De rijkdom van Brussel verspreidt zich als een olievlek rond Brussel, zoals de flaminganten zo graag beweren, de armoede is eerder een in de lucht uiteenspattende verfbom, die langs alle kanten grote vlekken achterlaat in de steden.
 
 
De oorzaken van de verarming en polarisatie in Brussel
In zijn eerste studie blijft het beeld van de verarming en polarisatie, zoals Kesteloot het schetst nog een beetje difuus, in de studie van 2009 is hij duidelijker. Toch geef ik hier een korte samenvatting van die oorzaken die Kesteloot in 1998 aanwijst. Armoede heeft vele gezichten en we mogen er ons niet te gemakkelijk van afmaken. Het blijft een complex probleem.
 
–         Suburbanisatie: In de jaren 60 hadden we de stadsvlucht van de bemiddelden naar de rand. Deze stadsvlucht vind je ook in andere steden. Wel is het zo dat plannen van de Brusselse overheden om het centrum te herbevolken in Brussel minder succes hadden. Na de sluiting van de Limburgse mijnen werdt de regio langs het kanaal van Brussel een aantrekkingspool. Er kwamen veel huizen vrij en er was op dat moment genoeg aanbod van ongeschoolde arbeid in Brussel. Er waren werken aan de metro, kantoorgebouwen allerhande rezen als paddenstoelen uit de grond.
 
–         Onvolking en ontmenselijking van de stad: In Brussel werkt de suburbanisatie accumulatief. Ganse buurten worden plat gegooid voor kantoorgebouwen. Er wordt voorzien in brede toegangswegen en garages zodat de goedbetaalde pennelikkers vanaf hun ontbijttafel tot aan hun bureau kunnen rijden. Dit brengt een enorme toename van het verkeer in Brussel zelf teweeg. Brede lanen die je op het gevaar van je leven moet oversteken, met als gevolg verdere stadsvlucht. De migranten tenslotte hebben hun eigen voorzieningen uitgebouwd in hun verarmde buurten. Zijn hebben ook overlevingsstrategiën ontwikkeld en gemeenschappelijke plantrekkerij die hen nog meer aan de buurt binden.
 
–         Verdringing als gevolg van de onroerende speculatie en gentrificatie: Onroerende speculatie ten gevolge van de Europese eenmaking en de inplanting van het Europarlement verdringen nog verder arme huishoudens. Er is ook spraken van gentrificatie. In de gesaneerd wijken schieten huur- en huizenprijzen de hoogte in. De armere bevolking wordt er verdrongen.
 
–         Economische en culturele marginalisatie: De demografische groei bij de migranten bevolking blijft hoog, de sociale migratie is er echter bijna onbestaand. De ongeschoolde arbeid in de bouw is voor een groot deel weggevallen. Om allerlei redenen blijft de scholingsgraad van de migranten kinderen laag. Ze zitten opgesloten in concentratiescholen. Gevolg: marginalisatie zowel op cultureel als economisch vlak. En daar bovenop heb je een delocalisatie werkplekken naar de rand. De groeiende congestie van de Brusselse wegen heeft voor gevolg dat ook veel werkplekken, die vroeger in de stad waren ondergebracht verhuizen naar de rand. Maar daar komen de arme arbeidsmigranten niet aan bod.
 
Uit de verschillende empirische studies blijkt dat wat zich in Brussel afspeelt, zich ook in andere steden afspeelt, zij het in veel mindere mate. Waarom het zo erg is in Brussel wordt niet meteen duidelijk. In 2009 laten Loopmans en Kesteloot er geen twijfel meer over bestaan dat ze verklaringen vinden die aansluiten bij het model van de  ‘Global Cities’ van Saskia Sassen, zonder haar weliswaar te citeren. Kon je de vorige eeuw nog de materiële inplanting van de EU als voornaamste versnellende factor zien, dit gaat niet meer op voor het nieuwe Millennium.
 
Zo ook starten Kesteloot en Loopmans hun synopsis ‘Social inequalities’ met enkele interessante vaststellingen. In Brussel zijn 2000 buitenlandse bedrijven gevestigd die instaan voor 234.000 banen en 40 % van het Brusselse BNP. De economische groei lag er tussen 1995 en 2005 2,2% hoger dan Vlaanderen en Wallonië, in Vilvoorde was dat 2,9% en in Nijvel zelfs 4%. Terwijl 1 op de 4 gezinnen in Brussel onder de armoedegrens leven is er ook een elite van 10 à 15% transnationale topverdieners.  (Kesteloot, Loopmans, 2009, p.1-3). Dit is een bizarre paradox, terwijl de economische bedrijvigheid toeneemt, stijgt ook de armoede neemt de polarisatie toe.
 
In 1998 stelde Kesteloot reeds vast dat de helft van Brusselse arbeidsplaatsen door Walen en Vlamingen werd bezet. In 2006 gaat het over 230.000 Vlamingen en 126.000 Walen. Als we het Brussels stadsgewest nemen gaat het over 700.000 jobs in totaal waarvan intussen 60% door forenzen wordt ingenomen (Kesteloot et alii, 1998, p. 130-131; Vandermotten Chr. et alii, 2009, p. 5). In de Belgische context is een herverdeling van inkomsten tussen de rand en het arme centrum echter ondenkbaar. Ook het gemeentefonds komt zo goed als niet tussen. De forenzen van buiten Brussel, gebruiken wel de diensten in Brussel. De Brusselse regering berekende het inkomensverlies toen al op 120 miljoen € voor her vervoer alleeen. Bovendien kan Brussel geen kantoorbelastingen heffen op de vele openbare gebouwen van Regionale, Federale en EU overheden .
 
Waarom vinden de Brusselse migranten geen werk meer? Omdat er tegenwoordig maar 2 soorten jobs voor handen zijn in Brusselse agglomeratie. Jobs voor hoogopgeleiden en jobs die onderbetaald worden, die te maken hebben met het onderhoud van de gebouwen, de catering en verwante diensten. Alle industriële bedrijvigheid is verdwenen in de Brusselse agglomeratie. Van de 158.000 industriële jobs in Brussel en in de strook Vilvoorde, Clabecq in 1970 zijn er nu nog 38.000 over. Wat overblijft aan industriële jobs heeft vooral te maken met onderhoudsactiviteiten maar niet langer met productie. 51% van die activiteiten heeft te maken met witteboorden-jobs waar deze nationaal slechts 35% vertegenwoordigen. Van 1991 tot 2006 verdwenen 30.000 industriële werkplekken, in de rest van wat vroeger Brabant was verdwenen er nog eens 24.000 in dezelfde periode. De overblijvende industrie heeft ook een heel hoge productiviteit, de hoogste van Europa, waardoor nog meer laag gekwalificeerde jobs verdwijnen. (Vandermotten Chr. et alii, 2009, p. 3)
 
Zo krijgen we een werkloosheidspercentage in de Brusselse regio van 17%. Bij de jongeren onder de 25 moet dit percentage meer dan verdubbeld worden, daar is het 35%. Daarentegen is de werkloosheidsgraad in Halle-Vilvoorde slechts 4% terwijl hij in Waals Brabant 9% bedraagt. Men moet de opslorpingscapaciteit van Vlaanderen niet overschatten voor dit gebrek aan jobs in Brussel. Van 36,000 Brusselaars die in Vlaanderen werken is 46% hoog gekwalificeerd en slechts 26% laag gekwalificeerd (Vandermotten Chr. et alii, 2009, p. 5). Aangezien de meeste armen van Brussel eentalig zijn komen ze niet in aanmerking voor de jobs in de rand. En het feit alleen al dat ze uit Sint-Joost, Koekelberg, Anderlecht, Molenbeek en Saint-Gilles… afkomstig zijn maakt ook dat ze niet aan hun trekken komen. Ze worden gestigmatiseerd. Een gevolg van de ‘gettovorming’ en armoede is ook dat de armen minder mobiel zijn. Ze zitten als het ware gevangen in hun wijken.
 
De jobs die de armen in Brussel wel nog vinden zijn geenszins van die aard dat ze uit de armoede zullen geraken. Olivier Pintelon, een wetenschappelijk medewerker aan het Centrum voor Sociaal Beleid aan de Universiteit Antwerpen, schrijft over de werkende armen in België, die maken zowat 3,5% uit van de Belgische bevolking. Maar de  tabel van Figuur 3 uit een studie van Centrum voor Sociaal Beleid Herman Deleeck Universiteit Antwerpen laat zien dat Brussel hier weer oververtegenwoordigd is (Ive Marx et alii, 2009, p. 16).
 
Dit gaat enkel over de reguliere jobs, er zijn ook de irreguliere jobs die weelderig uit de grond schieten in de globale steden (Saskia Sassen, 1998, p. 84-85). Er zijn een aantal sectoren waarin zwartwerk lijkt te floreren. Het betreft sectoren waarin de kwalificatievereisten van de werknemers laag zijn. Deze sectoren zijn welbekend: de bouwsector, confectie, seizoensarbeid, horeca, kleine winkeltjes (etnisch ondernemersschap), huispersoneel, … (Krzeslo, 2002). Volgens Nouria Ouali is dit de hedendaagse slavernij in het hartje van de moderniteit (Ouali, Nouria,2004).
 
Na de eerste golf van migratie in de jaren zestig, zeventig trok zich een nieuwe golf op gang begin de jaren negentig. Het is hierbij opmerkelijk dat in de jaren tachtig, toen het economisch slechter ging, er geen werk voor handen was, ook minder migratie van buiten af was. Maar met de val van de muur was het hek weer van de dam. De eerste golf werd veroorzaakt door de oorlog in Ex-Yougoslavië, maar andere golven uit zowel Afrika, Zuid-Amerika, Azië volgden snel. Het klopt niet dat deze arbeidsmigranten de al aanwezige werkloze arbeidsmigranten kwamen vervoegen. Als algemene regel kan men stellen dat arbeidsmigranten migreren naar plaatsen waar werk voor handen is Maar het is irregulier werk dat hen lokt, slecht betaalt werk: het dagelijkse onderhoud van kantoorgebouwen, afwassen in de keukens van de catering, irreguliere thuisarbeid, gezinshulp  etc. In een onderzoek in opdracht van de Vlaamse minister van Werk, Onderwijs en Vorming wordt de aanwezigheid van illegale immigranten verbonden met de aanwezigheid van irreguliere arbeid. Ook het aangehaalde internationale onderzoek in die studie wijst in die richting. (Geets, Johan et alii, 2002, p. 16-19; 93-94). Trouwens de ramingen van de schaduweconomie gaan voor België tot 21% van het BNP volgens onderzoek van Friedrich Schneider, maar hiervoor hebben we verder geen differentiaties.
 
Brussel, een van de 20 Global Cities
En toch, ondanks die om zich heen grijpende armoede, stijgt Brussel op de ranglijst van globale steden. Terwijl belangrijke steden in de VS uit de lijst verdwijnen, stijgt Brussel in de lijst van de 20 meest geconnecteerde steden van de 15de naar de 13de plaats (Ben Derudder et alii, 2010, p. 1868). Het aandeel van het Brussels Gewest in het BBP is 18,7 %, terwijl het gewest maar een 10 % uitmaakt van de Belgische bevolking. Hier is het irreguliere circuit niet inbegrepen. Doe daar maar 5% bij, een snelle raming, want hier is Brussel natuurlijk ook de kampioen. Maar als we het stadsgewest Brussel zoals hierboven omschreven nemen, dan staat dit 2006 in voor 32.7% van het BBP tegenover 31,5% in 1995 (Vandermotten Chr. Et alii, 2009, p. 1).
 
Brussel staat op de 11de plaats in de ‘global cities index’. In de survey van Knight Frank LLP i.s.m. de Citibank krijgt het zelfs de 6de plaats toegewezen. De rol van Brussel als zetel van zowel de NAVO als de EU speelt natuurlijk ook een rol, daaraan dankt het ook zijn 18de plaats in de ‘global power city index’, maar het is vooral op het vlak van de communicatie en de connectiviteit dat Brussel zo hoog scoort. Maar het zijn enkel de Vlaamse en Waalse middenklassen en transnationale topverdieners in de rand die van deze boost profiteren, de armer worden er alleen maar armer.
Kesteloot en Loopmans beschrijven de situatie als volgt:

“The fast diversification of the Brussels population altered the character of the city considerably. The foreign population in Brussels comes from all over and comprises ((grand) children of) earlier guest workers, Euro officials, multinational expats, refugees and illegal immigrants; some of whom are extremely rich and some extremely poor. This diversity leads to problems and conflicts including mutual racism and discrimination, riots and other expressions of abhorrence towards “the other”; origin and colour also seem to have a significant influence on the opportunities for climbing the social ladder.” (Kesteloot, Loopmans, 2009, p. 4)

Wat we in Brussel zien is niet langer de in ‘marxistische terminologie’ doordeweekse uitbuiting, het is super-uitbuiting, terwijl in datzelfde Brussel tientallen bedrijven actief zijn die super-winsten maken, managers rondlopen die super-bonussen binnenrijven. Vandaag stellen we vast dat allerlei overheden en ook een deel van de bevolking kiezen voor uitsluiting in plaats van inclusie. Brussel is een kruitvat. Het is een gedegenereerde vorm van kapitalistische uitbuiting die je nergens anders in België aantreft, maar wel in steden zoals Londen, Nex-York, Bombay, Parijs, Shangai… de globale steden
 

Deze globale steden zijn onmisbare schakels in het transnationale netwerk van het financieel kapitalisme. Binnen dit netwerk worden kapitalen en mensen van de ene dag op de andere verplaatst. Het communiceert voornamelijk via digitale kanalen. Maar, zoals Saskia Sassen opmerkt, dit wil niet zeggen dat het globale kapitalisme geen strategische uitvalsbasissen meer nodig heeft. De grote globale economische groepen hebben wel nog communicatiecentra nodig, ze zijn sterk afhankelijk van snel transport. Hun voortdurende nood aan research en aan hoog opgeleide kaders noopt hen om dicht bij belangrijke universiteiten te blijven. In die globale steden vinden we de beurzen, advocatenkantoren, boekhoudkantoren, de zetels van de grote monopolies zelf, de hoofdzetels van de grote globale bedrijven en banken (Saskia Sassen, 1998, p. 80).
 
De rol van de nationale staten is in de globaliseringsgolf veranderd, maar ze is niet verdwenen. De immigratie is een interessant terrein waar we die veranderende rol van de nationale staten kunnen onderzoeken. Immigratie laat als thema een hernationalisering van het debat zien en is daarnaast ook voorwerp van overheidsbeleid en praktische maatregelen. Het ligt in alle landen aan de basis van een aparte regelgeving, terwijl er voor de arbeidsmigratie ook een internationale regelgeving is. Maar, niet toevallig heeft geen enkel rijk West-Europees land de ‘Conventie van de Rechten van Migranten en hun Families’ (resolutie 45/158 van de UNO goedgekeurd op 18 December 1990) goedgekeurd (Sassen, 1999, p. 32-39;71-78).  

[1] Het spel tussen EU-commissie en nationale overheden, het feit dat richtlijnen op verschillende tijdstippen in verschillende landen worden geïmplemteerd, maakt ook van de EU die ongrijpbare moloch.
 
 

Referenties
 
CARLING, JØRGEN, (2007), The Merits and Limitations of Spain’s High-Tech Border Control, The Merits and Limitations of Spain’s High-Tech Border Control, International Peace Research Institute, Oslo (PRIO), June 2007, online http://www.migrationinformation.org/Feature/display.cfm?ID=605
COSLOVI, LORENZO, (2007), Brevi note sull’immigrazione via mare in Italia e in Spagna, Centro Studi di Politica Internationale, Roma, januari 2007, on line http://www.cespi.it/PDF/mig-mare.pdf
DERUDDER BEN, Peter Taylor, Pengfei Ni, Anneleen De Vos, Michael Hoyler, Heidi Hanssens, David Bassens, Jin Huang, Frank Witlox, Wei Shen and Xiaolan Yang, (2010), “Pathways of Change: Shifting Connectivities in the World City Network, 2000–08”, Urban Stud 2010 47: 1861, DOI: 10.1177/0042098010372682
GEETS, JOHAN,  Fernando Pauwels, Johan Wets, Miet Lamberts & Christiane Timmerman (2002) “Nieuwe migranten en de arbeidsmarkt”, Een onderzoek in opdracht van de Vlaamse minister van Werk, Onderwijs en Vorming, in het kader van het VIONA-onderzoeksprogramma
KESTELOOT C., MISTIAEN P. & DECROLY J.M. (1998) “De ruimtelijke dimensie van de armoede in Brussel: indicatoren, oorzaken en buurtgebonden bestrijdingsstrategieen”, in VRANKEN J., VANHERCKE B. & CARTON L., mmv. VAN MENXEL G. . eds., 20 jaar OCMW, naar een actualisering van het maatschappijproject, Acco Leuven, p.125-155.
KESTELOOT C., LOOPMANS M. (2009) ‘Social inequalities”, Brussels Studies, Synopsis nr 16, 3 March 2009
KRZESLO E. (2002), ‘Le travail clandestin, la régularisation, les papiers, le séjour, Aperçu de l’état du marché du travail clandestin en Belgique et à Bruxelles en particulier’, in Aux marges du marché du travail, nr. 3, TEF/ULB, Bruxelles.
LUTTERBECK, DEREK, (2006), Policing Migration in the Mediterranean, Mediterranean Politics, Vol. 11, No. 1, 59-82, March 2006
MARX IVE, Gerlinde Verbist, Pieter Vandenbroucke, Kristel Bogaerts, Josefine Vanhille; (2009), “De werkende armen in Vlaanderen, een vergeten groep?”, Centrum voor Sociaal Beleid Herman Deleeck Universiteit Antwerpen Eindrapport 12 mei 2009 Een onderzoek in opdracht van de Vlaamse minister van Werk, Onderwijs en Vorming, in het kader van het VIONA-onderzoeksprogramma
SASSEN SASKIA, (1998) “The Global City: Strategic Site/New Frontier”, American Studies, 41:2/3: 79-95, p. 84-85
SASSEN SASKIA, (1999) “Globalisering. Over de mobiliteit van geld, mensen en informatie”, Van Gennep Amsterdam 1999
SASSEN, SASKIA, (2003), A universal harm: making criminals of migrants, OpenDemocracy, online http://www.opendemocracy.net/people-migrationeurope/article_1444.jsp
VANDERMOTTEN, CHR., E. Leclercq, T. Cassiers, B. Wayens (2009) “The Brussels Economy”, Brussels Studies, Synopsis nr. 7, http://www.brusselsstudies.be/PDF/Default.aspx?lien=EN_76_CFB7.pdf&IdPdf=76
VAN CRIEKINGEN M. (2006) “What is happening to Brussels’ inner-city neighbourhoods?”, Brussels Studies n°1, http://www.brusselsstudies.be/PDF/Default.aspx?lien=EN_27_BS1_english.pdf&IdPdf=27
VERHOEVEN DANIEL, (2007), “Militarisering van de Europese Middellandse Zee grenzen en de Mythe van de Afrikaanse invasie”, thewingsofthecarp.wordpress.com, shortlink  http://wp.me/pmbj2-1pH
OUALI, NOURIA, « Mondialisation et migrations féminines internationales », Les cahiers du CEDREF [En ligne], 12 | 2004, mis en ligne le 20 juin 2010, Consulté le 26 novembre 2010. URL : http://cedref.revues.org/545

 
 
 

dagelijkse newsletter

take down
the paywall
steun ons nu!