Brief aan mijn vader

dinsdag 4 juni 2019 11:43

Lieve papa,

Vandaag zou ik je feliciteren met je vijftigste levensjaar. Ik zou wat grapjes maken over de weinig haren die je had en grijs begonnen te worden, ik zou menen dat ik je soms krom zie lopen en ik zou je aanraden om wat meer aan je fysiek te werken om die beginnende hangbuik te stoppen.

We zouden hiermee lachen en naar gewoonte zou je beweren dat je nog maar achtentwintig jaar bent. Want jij werd niet ouder. Het zou een mooie dag worden en we zouden zonder twijfel taart eten en kaarsjes uitblazen en praten over vroeger. Hoe je op je twintigste moest stoppen met je universitaire studies omwille van de aankomende oorlog en hoe je auto’s verkocht om te sparen voor je toekomst. Van zodra je genoeg geld had, ging je het voor bekeken houden. Jouw kinderen zouden de oorlog niet meemaken en dat ze zouden opgroeien in een labiel, corrupt land zonder toekomstperspectief, zou al helemaal niet waar zijn. Over jouw lijk.

Je zou op je achtentwintigste de oversteek naar Europa wagen, omdat je een man van je woord was en je gezin je absolute prioriteit. Omwille van je activistisch verleden, geloofde je niet dat je het Beloofde Land, België, ooit zou zien. Maar je gezin zou veilig zijn en dat was het enige wat ertoe deed. België. Het veiligste land ooit. Het enige land waaraan je je kinderen toevertrouwde. Want ‘Belgen zijn goede mensen’, zou je gezegd hebben. Belgen zijn goede mensen.

Ik zou aan je lippen hangen terwijl je me dit zou vertellen, en mijn hart zou overlopen van dankbaarheid en geluk. Misschien zou ik zelfs een traantje durven laten. Uit medelijden voor de jongeman die je toen was en de onvoorstelbare keuzes die je moest maken. Niemand zou je tips geven of succesformules delen met je. Niemand zou je in je keuze steunen omdat het te gevaarlijk was en de kans op falen te groot.

‘Denk aan je kinderen’, zou opa je nog naroepen.

En toch deed je het. Omdat je dacht aan je kinderen.

Je zou nog eens benadrukken waarom je het belangrijk vindt om ons te steunen in de keuzes die we maken. Omdat jij niet altijd kon rekenen op de steun van jouw vader, iets waar je begrip voor toonde. Je zou me zeggen dat ik dankbaar moet zijn om op te groeien in een warm gezin die in mij gelooft en mij de juiste waarden en normen meegeeft. Die me leert een goed mens te zijn, want ‘een goede moslim ben je in je hart’, zou je zeggen. Je zou me verbieden slecht te praten over iemand die ik niet ken. Je zou me aanraden op te letten wie ik blindelings vertrouwen geef en mij niet laten raken door onwaarheden. Je zou diep in mijn ogen kijken en zeggen dat ik nooit mag vergeten wie ik ben en waar ik vandaan kom, zelfs wanneer iemand zou beweren dat ik niet genoeg ben of er niet bij hoor.

Vooral dat laatste zou je belangrijk vinden. ‘Jij bent een Belg’, zou je gezegd hebben. ‘Het staat op je paspoort’. Ondertussen zou je nog eens benadrukken dat ik niet mag vergeten waar ik vandaan kom en mijn roots met trots moet uitdragen en ik zou gefronst hebben omdat ik het niet meer zou begrijpen.

Ik zou je gevraagd hebben wat wij nu moeten doen, met een opkomend extreem-rechtse visie op onze maatschappij en jij zou simpelweg antwoorden met: ‘Niets, doe gewoon verder zoals je nu bezig bent. Ik fluit je wel terug wanneer ik je de verkeerde kant op zie gaan.’

Ik zou gezegd hebben dat dat gemakkelijker gezegd is dan gedaan en ik graag zou verhuizen en jij zou geantwoord hebben dat makkelijke dingen niet de moeite waard zijn om je huis voor uit te komen. Ik zou je vragen hoe jij volgende week naar je werk zal gaan en jij zou me gezegd hebben dat je vroeg zou opstaan, je tanden zou poetsen, ontbijt zou halen en zou vertrekken met de fiets. Je zou knikken naar de mensen op straat en je zou gewoon gaan werken. Zoals je dat altijd deed. Al sinds de eerste dag dat je mocht werken. Je zou me vertellen over de eerste drie jaar dat je bij de boeren hielp op het land om toch iets te kunnen sparen. Je zou een schilderscursus volgen en aan de slag gaan bij de stad. In de weekenden zou je bijklussen bij mensen thuis en slechts één dag per maand zou je uitslapen en een wandeling maken in het Sterrebos. Je zou je daar zetten met een boek op je schoot en muziek in je oortjes. Phil Collins of Toto ofzo.

Je zou me geruststellen dat alles wel goed zou komen en mensen soms niet rationeel nadenken en teveel afgaan op hun emotie. Je zou zeggen dat luie mensen, gemakzuchtige mensen met weinig veerkracht en mensen met psychische problemen overal voorkomen en ze vaak gezien worden als criminelen omdat ze niet bijdragen aan de samenleving, terwijl echte criminelen vrij rondlopen en je zou daarbij je schouders optrekken alsof het de normaalste zaak van de wereld is.

‘Rotte appels heb je overal.’

Je zou me vooral aanraden om niet te stoppen, omdat dat net is wat de onwetende mensen willen, omdat ze dat zouden begrijpen en het binnen hun gedachtengang past, maar daar zouden de juiste mensen niets aan hebben. Ze zouden naar mij kijken en verwachten dat ik hoopvol blijf, zodat ze zouden weten dat er iemand in hen gelooft. Hoopvol blijven. Maar dat is niet iets dat de verkeerde mensen willen. Zij willen niet dat ik bijdraag aan de maatschappij, een diploma behaal of hard werk. Ze willen dat ik lui ben en opgeef. Zodat ze kunnen zeggen: ‘Zie je wel!’

Je zou me hiermee overtuigd hebben en ik zou je er lichtjes voor haten. Dat je me zo goed kent en weet hoe je mij moet wijzen op mijn verantwoordelijkheden. Dat het niet meer alleen om mij gaat maar om alle jongeren in mijn omgeving. Het gaat om ons. Wij die ons niet meer welkom voelen in eigen land, omdat iemand het in het verleden voor ons verpestte. Omdat we te luid praten op de trein of ons altijd in groep verplaatsen. Omdat sommigen niet meer aangesproken willen worden als slaven en daarvoor op straat komen, of omdat we niet meer willen nagefloten worden op straat wanneer we kortgerokt zijn en het recht opeisen het leven te beëindigen die zich ongewild in ons lichaam heeft genesteld omdat een crimineel zijn lust niet onder controle kon houden. Wij hebben het recht op rechten in ons eigen land. Want, ja. Dit is ook ons land. Wij zijn ook jullie mensen. Onze mensen eerst.

Ik zou wellicht opnieuw een traan laten omdat ik zou beseffen dat ik je goede raad nodig heb en niet zou weten wat ik zonder zou doen en je zou me een knuffel geven en ik zou zo opgelucht en dankbaar zijn. Opgelucht omdat je wel gelijk zou hebben en dankbaar omdat jij vijftig jaar mocht worden en ik jou als papa mocht hebben. Gratis en voor niets.

Gelukkige vijftigste verjaardag aan de beste papa van de wereld.

Je goede raad blijft eeuwig bestaan en ik, ik zal je eeuwig missen.

dagelijkse newsletter

take down
the paywall
steun ons nu!