Boeren in de Egyptische revolutie
Revolutie, Egypte, Boeren, Neoliberalisme -

Boeren in de Egyptische revolutie

zondag 13 maart 2011 15:03

Tijdens de Egyptische revolutie focuste de media vooral op de stedelijke protesten van jongeren en middenklasse in Cairo en Alexandrië. In mindere mate kwamen stakingen en betogingen in industriesteden als Mahalla al-Kubra en Suez aan bod. Weinig of geen informatie bereikte ons over de toestand op het platteland en onder de boeren. Nochtans werkt één op drie van de Egyptenaren in de agrarische sector en ondanks de verstedelijking sinds de jaren ’60 leeft in de hele MENA (Midden-Oosten & Noord-Afrika) nog zo’n 40% van de bevolking op het platteland. Boeren en agrarische arbeiders vormen bijgevolg geen onbeduidende sociale groep in de Egyptische samenleving. Maar misschien hebben we weinig over deze lagen gehoord omdat ze conservatief zijn of zelfs een contrarevolutionaire kracht?

Niets is minder waar, beweert Hisham Fouad van het centrum “Zonen van de Aarde voor Mensenrechten”. Dit centrum onderzoekt en documenteert de problemen en strijd van de boeren op het platteland. Ook op het platteland werd strijd geleverd tegen het regime – een strijd die tot vandaag voortduurt. Boeren organiseerden zich, bezetten hun landen en gingen zelfs het gevecht aan met de staatsveiligheid die hun opstand wilde onderdrukken. Sinds de jaren ’90 hebben de boeren immers hevig geleden onder het neoliberale beleid van het regime. Sinds de tijd van Nasser waren de pachtgelden bij wet begrensd, maar een nieuwe wet aan het begin van de jaren ’90 schafte de renteplafonds af, waardoor grondprijzen en rentes door de markt bepaald werden. Vele boeren konden de plotse prijsstijgingen niet betalen en moesten als dagwerker hun brood verdienen, naar de informele economie van de steden vluchten en hun gronden verlaten. De wet gaf tevens aan grootgrondbezitters het recht om zich de destijds door Nasser onder kleine boeren verdeelde gronden opnieuw toe te eigenen. Deze maatregelen zorgden voor een concentratie van het grootgrondbezit en een verarming van de kleine boeren.

Tegen de neoliberale agrarische politiek kwam reeds eind jaren ’90 protest. Toen de grootgrondbezitters in samenwerking met het staatsapparaat en rechtse partijen zoals de Wafd en de Moslimbroeders de kleine boeren van hun landen wilden beroven, organiseerden de pachters zich en bezetten ze hun landen. Tientallen landbouwers werden doodgeschoten en honderden gearresteerd en gefolterd. Slechts een beperkt aantal journalisten en activisten waren geïnteresseerd in de agrarische kwestie en berichtten over deze kleine oorlog op het platteland.

De revolutie verleende de boeren opnieuw een kans om zich tegen deze politiek te verzetten met de methodes en tradities die ze al twee decennia hanteren. Daarenboven combineren ze nu hun strijd op het platteland met een interpellatie van de stedelijke structuren die verantwoordelijk zijn voor de neoliberale agrarische politiek doorheen acties aan ministeries, het parlement en de staatsveiligheid. Hierdoor vergroot de kans dat hun grieven gehoord worden en dat democratische activisten zich solidair met hun strijd verklaren. Volgens Hisham probeert het regime echter de oppositie te verdelen zodat het de burger-, boeren- en arbeidersbeweging apart kan confronteren. Een groot deel van de civiel-democratische beweging loopt met open ogen in deze ‘verdeel en heers’-politiek en is blind voor de sociale eisen van boeren en arbeiders. Dit verklaart volgens hem de desinteresse van de progressieve media voor de boerenproblematiek.

dagelijkse newsletter

take down
the paywall
steun ons nu!