Oogklepdenken

Boek ‘Oogklepdenken: Waarom we allemaal idioten zijn’

donderdag 27 juni 2013 12:06

Naar zondagse gewoonte keek ik onlangs naar het uitmuntende VPRO-programma ‘Boeken’. Presentator Wim Brands, die het wel eens moeilijk heeft om uit zijn woorden te komen, had een babbel met Ruben Mersch. Je moet als Vlaming al van zeer goeden huize zijn om in ‘Boeken’ te worden uitgenodigd, want Nederlanders vinden Belgen maar dom. Oogklepdenken dat is aangedreven door idiote polderarrogantie.

‘Oogklepdenken. Waarom we allemaal idioten zijn’: een veelbelovende titel en een boeiend gesprek. Na afloop van de VPRO-uitzending stond het voor mij vast: dit boek moét ik lezen! Ik erger me immers dagelijks aan deze stompzinnige wijze van denken. Zo gezegd, zo gedaan. En jawel hoor: een beregoed en vlot leesbaar boek. Zelfs voor iemand zoals ik die het niet zo begrepen heeft op (pseudo)-freudiaanse toestanden – een hoge-schoolvoorbeeld van oogklepdenken? Het bleek dat het om een heruitzending ging. De oorspronkelijke had ik gemist. Wellicht omdat ik toen in de aankondiging had gelezen dat het allemaal nogal psychologiserend was, weshalve.

Ideologische verdwazing

Op de rug van het boek staat niet de gebruikelijke marketing-prietpraat. “Ruben Mersch (1976) studeerde filosofie en biologie aan de universiteit van Gent. Door een speling van het lot belandde hij na zijn studies in de farma-industrie. Toen hij zijn buik vol had van turning disease into profit, besloot hij iets zinvols met zijn leven te doen: mensen opnieuw zelf leren denken.”

Mersch z’n eigen levenservaringen duiken geregeld op in het boek. Als hij ze uit het klavier van zijn laptop tovert, maakt dat zijn betoog bevattelijker. Zo blijken farma-CEO’s, zoals trouwens managers in andere bedrijfstakken, dikwijls levende exemplaren van het openklepdenken te zijn. Management by speak, helaas vaak met alle nare gevolgen van dien voor de werknemers op de werkvloer die op de keper beschouwd de producenten van de winstcijfers zijn.

Ook op andere terreinen is het oogklepdenken stevig ingeburgerd. In de politiek bijvoorbeeld. Bart De Wever, Vlaanderens slimste die trouwens ook in dit boek even aandacht krijgt, laat zich – de logica van Mersch volgend – mijns inziens leiden door ideologische verdwazing. Ook dat is een vorm van oogklepdenken. Want, zoals Mersch het formuleert: “Net als de liefde maakt ook een overtuiging je blind.”

SMZ

Sommigen, Zeer Serieuze Mensen zoals Paul Krugman ze puntig noemt, vinden zo’n frivoliteiten uit het dagelijks leven not done in een boek dat pretendeert een ernstig onderwerp aan te snijden. Er lopen bijvoorbeeld nogal wat van deze ZSM’s rond in academische kringen. Wetenschap hoort objectief te zijn, zo luidt het. Dus meten om te weten. Helaas, in veel gevallen weten die academici niet echt wat ze meten. Eigenlijk zijn zulke ZSM’s alleen maar bekommerd om hun eigen imago. Verwijzend naar het groot aantal voetnoten in hun schrijfsel stellen ze schaamteloos: ‘Kijk eens hoe slim ik ben en hoeveel boeken en artikels ik heb gelezen!’ Vakidiotie wellicht, oogklepdenken zeker.

Een recensent schreef: “Wie Taleb, Kahneman, Sutherland en Mlodinovgelezen heeft en wie bovendien de jarenlange strijd van Hans Van Maanentegen onordentelijk gebruik van de statistiek heeft gevolgd, zal hier niet veel nieuws vinden.”

Taleb heb ik gelezen. Kahneman ken ik alleen door de vermelding op de cover van een boek. Mlodinov is wellicht een Oost-Europeaan. Hans Van Maanen zegt me niks, maar lijkt interessant. En als met Sutherland de door mij zeer gewaardeerde Amerikaanse socioloog Edwin, de bedenker van het begrip ‘witteboordencriminaliteit’, wordt bedoeld… So what?

Opium

Voor mij is Mersch zijn boek een goeie oefening in het analyseren van m’n eigen oogklepdenken. En wat het boek dat toch enige omvang van de hersenkwabben veronderstelt, zo aangenaam om lezen maakt zijn die ogenschijnlijk pietluttige details uit het dagelijkse bestaan. Zo schrijft Mersch bijvoorbeeld over het gekibbel met zijn vrouw over wie van de twee nu het meeste in het huishouden doet. Een grappige aanleiding om bepaalde aspecten van het oogklepdenken op een zeer herkenbare manier te ontleden.

Mersch schrijft bijvoorbeeld ook: “Horoscopen doen me denken aan een citaat dat ik ooit tegenkwam op een atheïstische blog. (Voor diegenen die het nog niet door hadden: ik ben een overtuigd athëist. De enige godheid waar ik in geloof is het vliegend spaghettimonster.) ’Die kerel geloofde niet in god en raad eens wat er gebeurde? Hij is gestorven!’”

Dit stimuleerde ondergetekende tot een gedachte die Mersch wel zal appreciëren – hoop ik. ‘Godsdienst als opperste vorm van oogklepdenken. Godsdienst is het opium ‘van’ het volk, zoals een baardige filosoof/econoom, rustend in zijn Londense tombe, ooit eens gevat opmerkte. En niet ‘voor’, zoals ons al zolang wordt wijsgemaakt door Vaticaanse soepjurken en hun plaatselijke trawanten. Het gaat hem immers over een belangrijke nuance: ‘van’ betekent dat het oogklepdenken in jezelf zit, niet dat het dictatoriaal is ingehamerd, zoals gesuggereerd door het gebruik van ‘voor’.

Wat mij betreft is Mersch cum laude geslaagd in zijn opzet. Deel m’n enthousiasme, beste lezer. Het boek wordt tegenwoordig aangeboden aan een gunstprijsje.

Ruben Mersch: ‘Oogklepdenken. Waarom we allemaal idioten zijn’, De Bezige Bij, € 15

Dit boek kan besteld worden in de shop van DeWereldMorgen.be

dagelijkse newsletter

take down
the paywall
steun ons nu!