Bij de N-VA maatregel om werkloosheidsuitkering na 2 jaar te stoppen

Bij de N-VA maatregel om werkloosheidsuitkering na 2 jaar te stoppen

donderdag 6 februari 2014 16:48

Bekamp de werkloosheid, niet de werklozen

Ik heb als OCMW-raadslid een bezoek gebracht aan het sociaal centrum De Balans in Antwerpen en dat van Hoboken. Ik heb er met de maatschappelijke werkers kunnen vergaderen. Wanneer ik hen vroeg: “wat is voor jullie de laatste vijf à tien jaar het meest veranderd in jullie werkpakket?”, dan antwoorden ze eenstemmig: “veel meer administratie, veel meer controle, opvolgen, veel te weinig tijd en ruimte voor echte bijstand en begeleiding”. Nochtans is het die bijstand die dient om de klanten in menswaardige omstandigheden te kunnen laten leven, de kerntaak van het OCMW.

Ik wil eerst ingaan op het luik “activering richting arbeidsmarkt”. Omdat het ocmw alles zet op een disciplinerende activeringspolitiek i.p.v. een emancipatorische. Dat betekent een jacht op de werklozen in plaats van op de werkloosheid, een jacht op de armen in plaats van op de armoede.

Dat is ook de hoofdreden waarom het Antwerps OCMW zoveel mensen uitsluit, terwijl de kerntaak van de instelling inclusie zou moeten zijn.

Op p. 23 van het meerjarenplan van het Antwerps OCMW en p. 27 van de omgevingsanalyse staat: “De eerste vraag die moet worden gesteld is of Antwerpen genoeg aanbod heeft aan jobs”. Daar ben ik helemaal mee akkoord. Maar dan komt het cijferbedrog, ik citeer nogmaals: “Voor 100 inwoners op beroepsactieve leeftijd zijn er 90 jobs. De jobsratio in Antwerpen is 90, in Vlaanderen is dat 67 op 100 inwoners. Dus kunnen we stellen dat voor iedere Antwerpenaar tussen 18 en 64 jaar een job beschikbaar is”.

Dan heeft men het over de arbeidsparadox. En de conclusie is vlug gemaakt: veel mensen willen niet werken en moeten geactiveerd worden. Dat is natuurlijk bedrog, want uiteraard trekken grootsteden als Antwerpen of ook Brussel pendelaars aan in grote getale en blijft de werkloosheid, ondanks die zogenaamde hoge jobsratio, vooral voor de kansarmen in die steden torenhoog.

Ik neem de laatst beschikbare cijfers, de arbeidsmarktfiche van de stad Antwerpen van augustus 2013. Antwerpen telt dan 35.722 werkzoekenden, plus een paar duizend te activeren leefloontrekkers. Een stijging met 8,4% op jaarbasis. De werkloosheidsgraad in Antwerpen is nu 16,3%. Dubbel zo hoog als Vlaanderen, maar ook dubbel zo hoog als in de tweede stad Gent. 78 % van die werkzoekenden behoort tot minstens één van de kansengroepen (laaggeschoolden, allochtonen, langdurige werklozen, ouderen …).  Tegenover die 40.000 werkzoekenden staan er 5.220 vacatures. Een daling met 24% tegenover een jaar geleden. Meer dan de helft daarvan zijn dan nog interim jobs.  Dat is geen paradox, dat is een schrijnende tegenstelling. En op die schreeuwende tegenstelling biedt het meerjarenplan geen antwoord. Integendeel, in die situatie disciplinerend activeren, de mensen tegen mekaar op, naar de interimarbeidsmarkt jagen onder de bedreiging van het afnemen of niet toekennen van het leefloon, het allerlaatste bestaansminimum, leidt tot schrijnende toestanden. Je ziet die mensen interimkantoren afschuimen en ze krijgen op hun bord: ‘kom maar eens terug’, of ‘je moet niet terugkomen, wij zullen je wel opbellen als er een vacature vrijkomt’ of ‘je moet via internet de jobaanbiedingen volgen’, of gewoon ‘het is crisis, het is overal stil’. De eersten die aan de deur vliegen zijn de losse contracters. De eersten die nog moeilijker aan de bak komen dat zijn de interimmers. Ik was verbaasd te horen op de bijzondere comités deze zomer hoe leefloontrekkers werden weggestuurd met de boodschap: ‘jamaar nu werven ze jobstudenten aan, dat is goedkoper, kom na de vakantieperiode maar eens terug horen’. Leefloontrekkers worden dus zelfs in concurrentie geplaatst met jobstudenten. Zelfs al worden al die 5200 openstaande vacatures standepede opgevuld dan blijven er nog 30 à 35.000 Antwerpenaren op de keien staan.

Over wat er in deze situatie moet gebeuren vind ik geen adequaat woord terug in dit meerjarenplan. Vijf  punten die kunnen en moeten gebeuren en die ontbreken in dit meerjarenplan:

  1. Creëer jobs groepsbreed. De stad plant daarentegen het schrappen van 1420 jobs groepsbreed. Dat maakt die tegenstelling tussen de reuzegrote vraag naar jobs en het krimpende schrale aanbod nog schrijnender. Veel van die jobs aan de stad die men wil schrappen zijn dan nog op het lijf geschreven op de doelgroep van het OCMW, zoals laaggeschoolden.  Ook het OCMW zelf plant de schrapping van 5% van haar eigen personeelsbestand lees ik op p. 155 van dit meerjarenplan. Terwijl we goed weten, alleen al omwille van de crisis dat de werkbelasting voor het OCMW enorm gaat toenemen. De stad en haar groepsbrede instellingen zoals het Zorgbedrijf of ZNA activeren tot meer jobcreatie is een eerste serieuse stap.
  2. Activeer de patroons om hun verbintenis tot opleiding op de werkvloer na te komen. In de sector CAO van de Antwerpse scheikundige bedrijven bijvoorbeeld staat ingeschreven dat 2% van de loonmassa moet gaan naar opleiding van werknemers op de werkvloer. In de praktijk wordt daarvan maar de helft gerealiseerd. Nochtans voor onze klanten uit de kansengroepen zou dat een ideale activeringsvorm zijn. Waarom activeren we niet die patroons om die verbintenis waar te maken? Het rapport heeft het altijd maar over de plichten van de onderstroom, maar over de plichten van de happy few bovenaan de maatschappelijke ladder geen woord.
  3. Geef meer steun aan de middenveldorganisaties. Uit de omgevingsanalyse zien we dat de gemiddelde leefloner iemand is die afwijkt van gewone werkzoekenden omdat hij/zij met problemen geconfronteerd is die hem juist niet toelaten werk te doen of te vinden. Hij is minder geschoold, woont slechter dan normaal, hij is minder gezond dan normaal, hij is ook psychisch minder gezond dan de doorsnee mens, hij rookt meer, hij doet minder aan sport, hij heeft minder dan de anderen een auto, hij is meer een mens van vreemde origine die het lastiger heeft op de arbeidsmarkt door discriminatie of gebrekkige kennis van het Nederlands. Voor sommige leefloners is een intensieve begeleiding nodig die helaas niet door het OCMW alleen kan geleverd worden. Daarvoor zijn de middenveldorganisaties zo ontzettend belangrijk. En wat doet de schepen van sociale zaken, in plaats van die organisaties extra te steunen schrapt ze zwaar in de subsidies:
    1. CAW metropool -430.472€
    2. de8 -187.800€
    3. Federatie Marokaanse verenigingen -50.000€
    4. Unie van Turkse Verenigingen -50.000€
    5. JES -84.044€
    6. KRAS -198.200€
    7. Minderheden forum -50.000€
    8. Samenlevingsopbouw Antwerpen stad -337.100€
    9. APGA en verenigingen waar armen het woord nemen -147.000€
  4. Haal begeleiden en sanctioneren uit mekaar. Maatschappelijk werkers en arbeidstraject begeleiders zijn zo belangrijk om voor de leefloner met al zijn specifieke problemen een begeleiding op maat aan te bieden. Wederzijds vertrouwen is daarbij zo belangrijk. Dat wordt ondermijnd als dezelfde hulpverlener moet gaan controleren en sanctioneren. Niet voor niets spreekt men in een democratische rechtstaat over de scheiding der machten.
  5. Strijd tegen racistische discriminatie op de arbeidsmarkt. 58% van de ocmw klanten zijn niet EU-burgers lees ik in het meerjarenplan. Wij hebben destijds de ‘Blanc Bleu Belge’- lijst van Adecco uitgebracht.  Tientallen bedrijven vragen aan uitzendkantoor Adecco om geen allochtone werknemers aan te nemen. De afkorting BBB verwijst naar een zuiver Belgisch koeien ras. Dat is analoog aan het ‘Slegs vir Blankes’ uit het Zuid-Afrikaanse apartheidsregime. Deze racistische discriminatie op de arbeidsmarkt is niet anekdotisch maar systematisch. Een VRT reportage met verborgen camera liet zien dat zes op de acht interimkantoren ingaan op de discriminerende vraag van hun klanten om voor hen geen personen van vreemde afkomst te rekruteren. Federgon, de patroonsorganisatie van de interimsector, deed daarop zelf onderzoek door het inzetten van een mystery shopper die bij 130 uitzendkantoren ging aankooppen. 28% van die interimkantoren reageerde positief op discriminerende vragen. Deze grootste groep van de OCMW klanten  word dus tweemaal gediscrimeerd. Naast het schrijnend gebrek aan jobs,  ook nog eens omwille van hun afkomst, huidskleur, geloofsovertuiging of niet perfecte kennis van de Nederlandse taal. In Brussel gebeuren nu praktijktesten. Geen woord hierover in dit meerjarenplan, geen controlerende initiatieven naar patroons die discrimineren.

Wat wel uitvoerige aandacht krijgt in het meerjarenplan is controle op mogelijke sociale fraude van de klanten. Op p. 72 lezen we een hele rubriek ‘Controle en sancties’. ‘Accenten nieuwe legislatuur. Inzet controle arts’. Dat vind ik het toppunt. Juist nu in ieder comité voor bijstand een arts raadslid zetelt, voert het Antwerps OCMW voor het eerst een controle arts in. De zorgcentra en daklozenwerking smeken voor een behandelende arts die mensen in die zeer precaire situaties zonder drempel kan helpen, maar daar is geen geld voor, wel voor een controle arts!

dagelijkse newsletter

take down
the paywall
steun ons nu!