BHV draait om een leugen!
België, BHV, N-VA, Staatshervorming, Di Rupo, nota, communautaire onderhandelingen, formatie, regeringsvorming, Fdf -

BHV draait om een leugen!

woensdag 7 september 2011 22:48

Sedert meer dan een jaar wordt ons door de media wijs gemaakt dat een oplossing voor het “probleem” van het kiesarrondissement Brussel-Halle-Vilvoorde (BHV) absoluut noodzakelijk is opdat België blijft verder bestaan (zie o.a. editoriaal Guy Tegenbos in De Standaard van 10-11 april 2010; deze redenering werd herhaald door Jan Segers in Het Laatste Nieuws van 16 augustus 2011). Deze chantage is echter totale onzin en alleen maar bedoeld als een krampachtige poging om het Vlaams-nationalisme van de ondergang te redden.

BHV: EEN OUD VERHAAL

België is ingedeeld in drie gewesten en drie gemeenschappen. De kieskring (tevens het gerechtelijk arrondissement) Brussel-Halle-Vilvoorde of afgekort “BHV” ligt overlappend in twee gewesten en twee gemeenschappen: het “Vlaams” gewest (Halle-Vilvoorde) en het Brussels gewest (Brussel) alsook de “Vlaamse” en “Franse” gemeenschap. BHV is dan ook een tweetalige kieskring.

Deze kieskring bestaat sinds 1894. Het is interessant om vast te stellen dat de kieskring dus al bestond vóór de vastlegging van de taalgrens in 1963, ja zelfs vóór 1900.

Zodus is er reeds sedert minstens drie generaties een inwijking van Franstalige Belgen in de 35 gemeenten van Halle-Vilvoorde. Ze kunnen dus in geen enkel geval als “immigranten” beschouwd worden, maar vormen een nationale minderheid.

ER BESTAAT GEEN PROBLEEM BHV

Al vanaf de vastlegging van de taalgrens in 1962-63 vragen de Vlaams-nationalisten de splitsing van het tweetalige arrondissement BHV. Net zoals ze de splitsing van Brabant vroegen en verkregen (in 1995).

Het is dus niet zo dat de hele hetze plots begon sinds het BHV-arrest van het Arbitragehof, thans Grondwettelijk hof. Het arrest 73/2003 van 26 mei 2003 is slechts een alibi voor de taalracistische eisen van de Vlaams-nationalisten. Deze laatste maken misbruik van een ingewikkelde materie en een a fortiori ingewikkeld arrest om op simplistische en leugenachtige wijze hun separatisme door te duwen.

Want, inderdaad noch volgens de Grondwet, noch volgens eender welke andere Belgische wet moet BHV gesplitst worden of moeten taalgrenzen samenvallen met grenzen van kieskringen.

Het toenmalige Arbitragehof (thans Grondwettelijk Hof) oordeelde overigens al in 1994 dat de kieskring BHV perfect grondwettelijk is (Arrest 90/94).Het kiesarrondissement BHV bestaat enkel voor federale en Europese verkiezingen. Het is volkomen absurd dat op nationaal, laat staan op Europees niveau regionale grenzen een rol spelen. Indien men BHV omwille van die motieven wil splitsen – wat hoegenaamd niet de visie van het Arbitragehof was, die het had over een ongelijke behandeling tussen inwoners van éénzelfde provincie – en dus niet gewest – voor de verkiezing van de Kamer (zie lager) – moet men, omgekeerd, voor de regionale (en communautaire) verkiezingen een Brabantse en federale kieskring invoeren.

Volgens art. 42 van de Belgische Grondwet vertegenwoordigen de leden van beide Kamers bovendien de hele Natie en niet enkel diegenen die hen verkozen hebben. Daaruit volgt rechtstreeks dat kieskringen nooit de bedoeling kunnen hebben om via etnische lijnen slechts een bepaald deel van de natie te laten vertegenwoordigen.

Vlaams-nationalisten willen BHV splitsen omdat het de enige plaats in België is waar taalgrenzen nog niet congrueren met deelstaatsgrenzen. Een splitsing maakt het dus makkelijker om de grenzen van hun onafhankelijk droomrepubliekje « Vlaanderen » te kunnen vastleggen.

In een artikel van het dagblad Le Soir van 11 augustus 2011, meende Vincent Laborderie, politicoloog aan de UCL, dat de splitsing van het kiesarrondissement Brussel-Halle-Vilvoorde geen enkel gevolg zou hebben op de vastlegging van nieuwe grenzen. Volgens hem is de regel « uti possidetis » slechts van toepassing op de buitengrenzen van staten en op hun interne grenzen. In de praktijk wil dat zeggen : de administratieve grenzen tussen de taalregio’s in België. Deze stellingname wordt echter niet gedeeld door Christian Behrendt, docent internationaal recht aan de universiteit van Luik (zie zijn artikel in Le Soir van 30 april 2008).

We zien trouwens dat in andere staten, die destijds een eenheid waren, zoals Kosovo, de VN wel degelijk rekening gehouden heeft met de binnengrenzen tussen Serviërs en Kosovaren.

De kern van de zaak is dat het “probleem”-BHV niet bestaat!

Sinds de wet van 13 december 2002 bestaan er in België provinciale kieskringen (voordien waren er arrondissementele kieskringen, zoals Mechelen, stad Luik en omstreken, Hoei-Borgworm, enz.). Na de invoering van provinciale kieskringen bleef er nog één uitzondering over: de provincie Vlaams-Brabant werd geen kieskring. Leuven en BHV bleven twee kieskringen voor de Senaat, voor het Europees Parlement en voor de Kamer van Volksvertegenwoordigers.

Bepaalde Vlaams-nationalisten zagen hierin een discriminatie en stapten naar het arbitragehof om de vernietiging van deze wet te bekomen. Het arbitragehof weigerde echter deze vernietiging. Uit de tekst van het motiverend gedeelte van het arrest 73/2003 van 26 mei 2003 meenden de Vlaams-nationalisten nochtans te kunnen opmaken dat het grondwettelijk hof een splitsing van BHV voorstond. De passages waarop ze zich hiervoor verkeerdelijk beroepen, zijn de volgende:

B.8.4 : doordat het aantal kandidaten dat wordt verkozen in de kieskringen Brussel-Halle-Vilvoorde en Leuven niet afhangt van de respectieve bevolkingscijfers van die kieskringen, wordt aan de kiezers en de kandidaten van twee van de kieskringen van het Rijk op discriminerende wijze de waarborg ontzegd waarin artikel 63 van de Grondwet voorziet;

B.9.4 : Het Hof oordeelt, verwijzend naar zijn arrest nr. 90/94, dat, hoewel het handhaven van de kieskring Brussel-Halle-Vilvoorde, in 1994, bestaanbaar kon worden beoordeeld met de artikelen 10 en 11 van de Grondwet, diezelfde bepalingen die handhaving op dat ogenblik niet vereisten, noch thans vereisen;

B.9.5 : Door de kieskring Brussel-Halle-Vilvoorde te handhaven (terwijl elders provinciale kieskringen werden ingesteld) behandelt de wetgever de kandidaten van de provincie Vlaams-Brabant op een andere wijze dan de kandidaten van de andere provincies;

B.9.6 : de maatregel gaat weliswaar uit van de bekommernis, die reeds in het arrest nr. 90/94 werd vastgesteld, om te zoeken naar een onontbeerlijk evenwicht tussen de belangen van de verschillende gemeenschappen en gewesten binnen de Belgische Staat. De gegevens van dat evenwicht zijn niet onveranderlijk. Het Hof zou evenwel in de plaats van de wetgever oordelen, indien het zou beslissen dat onmiddellijk een einde zou moeten worden gemaakt aan een situatie die tot op heden de goedkeuring van de wetgever had, terwijl het Hof niet alle problemen kan beheersen waaraan de wetgever het hoofd moet bieden om de communautaire vrede te handhaven;

B.9.7. In geval van behoud van provinciale kieskringen voor de verkiezing van de Kamer van volksvertegenwoordigers, kan een nieuwe samenstelling van de kieskringen in de vroegere provincie Brabant gepaard gaan met bijzondere modaliteiten die kunnen afwijken van degene die gelden voor de andere kieskringen, teneinde de gewettigde belangen van de Nederlandstaligen en de Franstaligen in die vroegere provincie te vrijwaren.”

Met andere woorden: volgens het grondwettelijk hof beslist de wetgever soeverein over de indeling van de vroegere provincie Brabant in provinciale kieskringen.

Dit betekent dat ENKEL het Belgische Parlement (ergo de Kamer en de Senaat) terzake bevoegd is. Anders gezegd: noch de Belgische regering, noch het Grondwettelijk Hof, noch de Raad van State en nog veel minder het Vlaams parlement en de Vlaamse regering (of eender welke andere regionale of communautaire assemblée of executieve) zijn bevoegd inzake BHV!

De wetgever kan het bestaan van de kieskring verantwoorden door te wijzen op de uitzonderingssituatie die het bewaren van een communautair evenwicht vergt. De discriminatie waarvan het hof gewag maakt, is op zich niet verboden. De wetgever moet er alleen voor zorgen dat die een redelijke en voldoende uitleg krijgt. Bijgevolg kan de huidige situatie zonder meer gehandhaafd worden vermits de «bijzondere modaliteiten» (arrondissementele kieskringen in Vlaams-Brabant en Brussel) nu al bestaan.

Deze stelling werd bevestigd door grondwetspecialist Marc Verdussen van de UCL. Desnoods zou een wet het huidige standpunt van de wetgever, die het behoud van de kieskring Brussel-Halle-Vilvoorde wenste, kunnen bevestigen en verder motiveren. U ziet dat deze benadering zeer ver staat van de eis tot splitsing van de tweetalige kieskring die de Vlaams-nationalisten al ongeveer 40 jaar stellen. Die eis heeft niets met het arrest van het Arbitragehof te maken.

Het arrest van het Hof gaat enkel over de verkiezingen voor de Kamer van Volksvertegenwooordigers, niet over die van de Senaat, noch over die voor het Europees Parlement en al helemaal niet over het juridisch arrondissement BHV. Nochtans stonden zowel in de nota Di Rupo (september 2010), de nota De Wever (oktober 2010), de nota Vande Lanotte (januari 2011), de nota Beke (mei 2011) en de nota Di Rupo van juli 2011 de splitsing van het arrondissement BHV voor alle assemblées. In de nota Vande Lanotte et in de tweede nota van Di Rupo, zou de Senaat niet meer via evenredige vertegenwoordiging, maar door de parlementsleden van de deelstaten verkozen worden. Dit is een bijkomende en verregaande toegeving aan de Vlaams-nationalisten.

Het is overigens toch ontzettend ironisch dat de Vlaams-nationalisten als voorwendsel voor de splitsing van BHV de ongelijkheid tussen de (volgens Vlaams-nationalisten irrelevante en achterhaalde!) Belgische provincies inroepen, instellingen die ze in alle andere gevallen volledig voorbijgestreefd noemen, wier bevoegdheden ze willen uithollen en zelfs willen afschaffen. Nog grotesker is het zich beroepen op de gelijkheid tussen de Belgen, terwijl het federalisme – dat door nationalisten gewild is en volgens hen nog uitgediept moet worden – net datzelfde gelijkheidsbeginsel ondergraaft.

Daarbij ‘vergeten’ ze dat Brussel ook niet meer tot een provincie behoort. Is dat dan geen discriminatie? Waarom heeft Brussel trouwens recht op een eigen gewest en andere grote Belgische steden, zoals Antwerpen, Gent, Luik of Charleroi niet?

OMTRENT DE DIEPERLIGGENDE OORZAKEN VAN HET “PROBLEEM” BHV

De oorzaken van deze hele kwestie zijn het nationalisme en het daaruit voortvloeiende taalfederalisme.

Het Vlaams-nationalisme stuurt aan op territoriale eentaligheid en verzet zich dus koppig tegen elke tweetalige instelling of indeling.

Deze taalracistische ideologie kreeg een juridische grondslag in de vastlegging van de taalgrens en vooral in het daaropvolgende taalfederalisme dat door de politici sinds 1970 door geheime onderhandelingen en zonder enig referendum werd ingevoerd.

De creatie van de gewesten in 1980 en de splitsing van de provincie Brabant in 1995 hebben de problematiek alleen maar verergerd. Indien er vandaag nog één provincie Brabant was, zouden er overal provinciale kieskringen zijn, waardoor al deze nutteloze en tijdverspillende discussies hadden kunnen vermeden worden. Vooral de politici Martens, Dehaene (die  ironisch genoeg een probleem dat hij zelf mee geschapen heeft, tevergeefs heeft proberen op te lossen), Moureaux en Cools zijn de grote schuldigen. Zij hebben de Belgen met een onwerkbaar federaal systeem opgezadeld.

ALTERNATIEVE WEGEN

Hier gaan we uit van het verkeerde standpunt van de Vlaams-nationalisten dat het bestaan en het behoud van de kieskring BHV een probleem zou zijn, wat echter niet het geval is.

In dat geval zien we voor de Kamer van Volksvertegenwoordigers vier mogelijke oplossingen buiten een splitsing:

A. Het behoud van de huidige situatie waarbij de federale wetgever het bestaan van BHV specifiek gaat rechtvaardigen door te wijzen op de speciale toestand van BHV. Immers, in het gebied van BHV – Brussel en de rand rond Brussel – wonen Franstaligen en Nederlandstaligen op onsplitsbare wijze door elkaar en daar is het dan ook gerechtvaardigd dat alle Belgische partijen samen kunnen opkomen bij de verkiezingen, of ze nu Nederlandstalig of Franstalig zijn.

B. De terugkeer naar de vroegere arrondissementele kieskringen. Dit is de meest eenvoudige en evidente oplossing omdat het “probleem” BHV net door de invoering van de provinciale kieskringen is ontstaan. Als deze laatste opnieuw worden afgeschaft, kan er geen discriminatie meer zijn tussen de inwoners van het Halle en Vilvoorde enerzijds en die van het arrondissement Leuven anderzijds.

C. De creatie van één Brabantse of zelfs nationale kieskring. De vroegere provincie Brabant kan ook door de wetgever als een bijzonder tweetalig geheel worden beschouwd zodat er geen discriminatie meer is tussen Leuvenaars en inwoners van Halle-Vilvoorde. Zij zullen dan samen in eenzelfde kieskring kunnen stemmen en kandideren. Dit is ook de oplossing die de B.U.B. altijd heeft verdedigd. A fortiori geldt dit voor een nationale kieskring. Die nationale kieskring moet niet voor de verkiezing van de hele Kamer gelden, maar kan slechts voor een gedeelte ervan ingevoerd worden.

D. De uitbreiding van Brussel (en de Franse gemeenschap) tot bepaalde, overwegend Franstalige randgemeenten. Dit is een eis van de MR en het FDF voor het geval BHV gesplitst zou worden (wat ze echter niet wensen). Volgens de B.U.B. is die oplossing niet noodzakelijk als men de eenheid van de provincie Brabant herstelt.

BRUSSEL: DE GEÜSURPEERDE HOOFDSTAD VAN “VLAANDEREN”

Overigens is Brussel helemaal niet de hoofdstad van het zogenaamde “Vlaanderen”. Op 17 november 1983 sprak de Raad van State zich als volgt uit over een decreet van de Vlaamse Raad “betreffende de keuze van Brussel tot hoofdstad van de Vlaamse gemeenschap”:

1) gemeenschappen beschikken niet over het recht om een hoofdstad te kiezen op de manier waarop het decreet dat doet;

2) het decreet maakt een onderscheid tussen  de ‘hoofdstad’ – die symbolisch en politiek van aard is – en de keuze van de vestiging van de instelling van de Vlaamse gemeenschap. De RvS is echter van oordeel dat de Vlaamse gemeenschap een hoofdstad wenst waar ook zijn instellingen gevestigd zijn. Nochtans beschouwen de Vlaamse gemeenschap en het gewest Brussel als hun hoofdstad en hebben ze hun instellingen door een decreet (d.d.  6 maart 1984) op een ongrondwettige wijze in Brussel gevestigd. De Vlaams-nationalisten weten dit en verzetten zich daarom met hand en tand tegen de uitbreiding van hun eigen “hoofdstad”.

In elk geval moet men zich tegen een splitsing van BHV verzetten, zowel wat de kieskring betreft (Kamer, Senaat, Europa) als het gerechtelijk arrondissement aangezien deze maatregel het taalnationalisme zou bevorderen en België nog meer zou verzwakken om de reden eerder werd uitgelegd.

DE LEUGEN VAN DE ONMOGELIJKE VERKIEZINGEN

De Vlaams-nationalisten waarschuwen voor het einde van België als BHV niet gesplitst wordt. Dit is totale onzin om verschillende redenen:

1) Waarom zouden Vlaams-nationalisten – die per definitie het einde van België willen – plots bekommerd zijn om het voortbestaan van België? Dit alles doet denken aan de verklaringen m.b.t. de staatshervorming: “als er geen staatshervorming komt, wordt België gesplitst”. Maar die staatshervormingen zijn er net op gericht om de Belgische staat te doen verdwijnen – zo ook de splitsing van BHV. Moeten we dus België splitsen om een … splitsing van België te voorkomen?

2) Zoals verscheidene constitutionalisten beamen, kunnen er altijd verkiezingen georganiseerd worden;

3) Het Arbitragehof heeft de kieswetgeving niet vernietigd;

4) Het grondwettelijk hof kan de provinciale kieskringen en de kieswetgeving in principe niet meer vernietigen omdat de vernietigingsprocedure verjaard is. Volgens artikel 3 van de bijzondere wet van 6 januari 1989 op het arbitragehof, thans grondwettelijk hof, dient een verzoek tot vernietiging van een wet of decreet binnen de 6 maanden na de bekendmaking ervan te worden ingesteld. Dit is nu uiteraard niet meer mogelijk aangezien de wet van 2002 dateert.

Toen heeft men wel op tijd de vernietiging gevraagd, maar het hof heeft die geweigerd wat de provinciale kieskringen betreft. Het enige wat nu nog kan gebeuren is dat individuele burgers (bijv. kandidaten) voor een gewone rechtbank de ongrondwettelijkheid van BHV inroepen. De rechtbank kan dan eventueel een prejudiciële vraag aan het grondwettelijk hof stellen. Als het grondwettelijk hof dan meent dat het voortbestaan van BHV wel degelijk ongrondwettelijk is, is de rechter door deze uitspraak gebonden, maar die uitspraak geldt dan alleen voor het geschil in kwestie en schaft het kiesarrondissement niet af. Hoogstens kan de rechter dan een dwangsom ten koste van de Belgische staat en/of schadevergoeding toekennen. De rechter kan dit ook zonder een vraag aan het grondwettelijk hof te stellen als hij vindt dat het hof die vraag reeds beantwoord heeft. Het resultaat is dat de verkiezingen nog altijd rechtsgeldig kunnen doorgang vinden. Hoogstens zullen ze de staat duurder kosten wegens de dwangsommen en/of de schadevergoeding.

Dat gezegd zijnde, kan het grondwettelijk hof nog overgaan tot vernietiging van de wet van 2002 overeenkomstig artikel 4 van de wet op het grondwettelijk hof op twee voorwaarden: 1) in het kader van een gestelde prejudiciële vraag oordeelde hij dat de wet ongrondwettelijk is en 2) één van de zes regeringen vraagt daarop de vernietiging van de wet. Maar gelet op de termijnen kan dit nooit vóór een verkiezing gebeuren en zelfs als het dan gebeurt, is het probleem sowieso opgelost omdat er dan terug arrondissementele kieskringen zijn.

Anderzijds kan het grondwettelijk hof niet de regelmatigheid van de verkiezingen a posteriori nagaan. Dat is de taak van het nieuwe verkozen parlement. Het hof verklaart zich steevast onbevoegd terzake zoals op 13 oktober 2009 nog door een arrest inzake de B.U.B. (152/2009) werd bevestigd.. Momenteel is deze zaak hangende voor het hof van de rechten van de mens in Straatsburg, maar hier gaat het om de kwestie van de controle op de verkiezingsresultaten alsook het ontbreken van een onafhankelijk controleorgaan terzake en natuurlijk niet over de kwestie BHV. (zie ook arrest Grosaru t. Roemenië dd. 2 maart 2010; nr. 78039/01, dat het bestaan van een onafhankelijk controleorgaan voor de verkiezingen oplegt).

In elk geval blijft België verder bestaan, zelfs zonder een oplossing voor BHV. In werkelijkheid proberen de Vlaams-nationalisten de Belgen alleen maar angst aan te jagen om nog snel een aantal splitsingen tegen de wil van de meerderheid van de Belgische bevolking door te voeren. BHV is dus een Vlaams-nationale valstrik waarin de Belgen zeker niet mogen trappen. Een politiek van “appeasement”, van steeds meer toegevingen aan de taalnationalisten “om erger te voorkomen”, leidt immers onvermijdelijk tot de verdere afbraak van het Rijk. De Vlaams-nationalisten zullen immers nooit rusten alvorens België vernietigd is. Angst om de chaos is ongegrond. Het huidige taalfederalisme is immers de chaos en een crisis kan enkel een louterend effect hebben”.

Op 6 juli 2010  legden 150 volksvertegenwoordigers en 40 direct verkozen Senatoren de eed af voor het parlement. Zodoende hebben de Vlaams-nationalistische verkozenen op impliciete wijze de federale verkiezingen van 13 juni 2010 goedgekeurd, hoewel ze tevoren zonder ophouden stelden dat die tegenstrijdig waren met de Grondwet. Begrijpe wie kan !

Inderdaad werden zowel in de Kamer als in de Senaat de verkiezingen geldig verklaard. Op 147 aanwezigen keurden in de Kamer 107 volksvertegenwoordigers de verkiezingen goed, tegenover 13 “nee”-stemmen en 27 onthoudingen, (zie Parl. Handelingen, Kamer, CRIV 53 PLEN 001, p. 18-19) . In de Senaat verklaarde Jurgen Ceder (VB): “Sensu stricto heeft het arrest van het Grondwettelijk Hof geen betrekking op de Senaat”, (zie Handelingen Senaat, openingsvergadering, 6 juli 2011, p. 11).

Bijgevolg is de tweetalige en zo fel bekritiseerde kieskring Brussel-Halle-Vilvoorde « gebetonneerd » en voor de toekomst rechtsgeldig verklaard. Want inderdaad, hoe kan men enerzijds stellen dat een kieskring ongrondwettelijk zou zijn, terwijl men anderzijds weigert om de verkiezingen die in deze kieskring plaatsvonden nietig te verklaren ?

IS BELGIE IN GEVAAR ALS ER GEEN “OPLOSSING” KOMT VOOR BHV ?

De Franstaligen moeten nu maar een oplossing zoeken en ervoor betalen. Als er geen regeling gevonden wordt en er in 2011 geen federale verkiezingen kunnen worden gehouden, is dat het probleem van de Franstaligen. De Vlaamse staat is dan vanzelf geboren”.

(De Tijd, 29 november 2006), een uitspraak van niemand minder dan een zekere Koninklijk bemiddelaar Johan Vande Lanotte.

In D.S. (d.d. 10 april 2010) voorspelde ook journalist en Vlaams-nationalist Guy Tegenbos nochtans het einde van België als toenmalig bemiddelaar Dehaene geen oplossing vond voor het “probleem”. Dat is natuurlijk onzin. Als men al geen kieskring kan splitsen, hoe kan men dan een land splitsen? België zou alleen door een beslissing van de grondwetgever kunnen gesplitst worden, maar dan moet ook een meerderheid van de Franstalige federale parlementsleden het hiermee eens is, wat vandaag uitgesloten is. Bovendien bestaat er een bovengrondwettelijk revolutionair decreet van 1830 dat stelt dat België een onafhankelijke staat is, wat a fortiori inhoudt dat het land moet blijven verder bestaan.

Alleen een nieuwe revolutionaire daad kan hieraan een einde stellen. Het is echter zeer de vraag of 1) de politici, die al niet erg geliefd meer zijn bij de Belgische bevolking, een anti-Belgische revolutie kunnen organiseren en 2) de bevolking dit nog gaat accepteren. De creatie van een nieuw unitair en tweetalig België lijkt daarentegen 100 maal plausibeler.

Daarentegen zou een “oplossing” voor BHV België nog wel veel schade kunnen berokkenen. Dehaene, die in april 2008 niet geslaagd was in zijn opdracht, heeft inderdaad geprobeerd de splitsing aan een hele reeks nieuwe bevoegdheidsoverdrachten te koppelen – met name de zgn. Octopusakkoorden uit 2008 (splitsing sociale economie, wegcode, huur- en pachtwet, ikea-wetgeving, delen van telecommunicatie etc.) – die de Belgische federale staat nog verder gaan verzwakken en tot een leeg omhulsel gaan herleiden in het voordeel van de gewesten en de gemeenschappen en dus de anti-Belgische nationalisten.

De nota Di Rupo voorziet in een overdracht van 17 miljard euro, hetgeen 34 (!) keer meer is dan het totaal aan bevoegdheden dat Dehaene voorstelde om over te dragen

Bovendien zijn de “compensaties”, die in de nota Di Rupo staan uitermate zwak:

1) de herfinanciering van Brussel voor een bedrag van 460 milliard euro per jaar;

2) de creatie van een Brussels Metropolitan Region rondom Brussel;

3) de creatie van een electoral kanton van Sint-Genesius-Rode, hetgeen impliceert dat het recht om in Brussel te stemmen slechts behouden zou worden in in 6 van de 35 gemeenten van Halle-Vilvoorde;

4) de schrapping van de beruchte omzendbrief-Peeters; de Franstalige inwoners van de zes faciliteitengemeenten zouden dus verplicht worden om aan de overheid om de zes jaar te vragen welk taalregime ze verkiezen; (het taalracisme blijft dus bestaan, enkel wat meer gespreid in de tijd)

5) Een herziening van de benoemingsprocedure van de burgemeesters in de Rand; (door het Grondwettelijk Hof of door een tweetalige RvS, niet door de federale regering)

6) een schrapping van het verbod op tweetalige lijsten in Brussel voor de regionale verkiezingen; (het is een schande dat deze apartheid al ooit ingevoerd werd)

7) de goedkeuring van het Kaderverdrag voor de bescherming van de minderheden;

8 ) een federale kieskring voor nauwelijks tien volksvertegenwoordigers.

Maar laten we in herinnering brengen dat, onder druk van CD&V, de punten 5 t.e.m. 7 ten minste tijdelijk van de onderhandelingstafel verdwenen zijn. De uitbreiding van Brussel, eertijds door alle Franstalige partijen geëeist, zou overigens volkomen onbespreekbaar zijn voor de Vlaams-nationalisten.

Inderdaad, de onderhandelaars van de Franstalige partijen hebben hun gemeenschappelijk engagement van 29 maart 2007 volgens hetwelk

« het in vraag stellen van het arrondissement Brussel-Halle-Vilvorde slechts overwogen kan worden, op voorwaarde dat de grenzen van het Brussels hoofdstedelijk gewest uitgebreid worden en dat er gelijkwaardige garanties verkregen worden voor het belang dat het arrondissement Brussel-Halle-Vilvoorde heeft voor de andere Franstaligen in de Rand».

HOE DAN OOK EEN STAATSHERVORMING = HET ERGSTE DAT ER KAN GEBEUREN IN DEZE BHV-KWESTIE

OMTRENT DE EENZIJDIGE SPLITSING

In theorie kan BHV eenzijdig gesplitst worden door de “Vlaamse” partijen”, in de praktijk niet. Het federale stelsel dat door Vlaams-nationalisten gewild is, voorziet niet alleen in belangenconflicten, maar ook in een zogenaamde alarmbelprocedure. Dat houdt in dat ¾ van de Kamerleden van één taalgroep (i.c. de Franstalige) een wetsontwerp of -voorstel kunnen tegenhouden als dat hun belangen kan schaden; zo belandt het dossier opnieuw op de tafel van de regering en dit voor 90 dagen. Bovendien moet die splitsing van BHV door de regering, dus ook de Franstalige partijen, uitgevaardigd worden. Deze laatste gaan dat nooit willen zodat de gestemde wet niet uitgevoerd kan worden.

Hierbij dient opgemerkt te worden dat we hier stoten op één van de vele gebreken van het federale systeem. Hoe kan het dat de splitsing van een tweetalige kieskring ontsnapt aan de speciale stemmingsmodaliteiten van alinea 3 van artikel 4 van de grondwet die voorschrijft dat de grenzen van de vier taalgebieden niet kunnen gewijzigd of gecorrigeerd worden dan bij een wet die met een tweederde meerderheid alsook met een meerderheid van de stemmen in elke taalgroep wordt goedgekeurd? Deze bepaling wordt ook op andere politiek-communautaire stemmingen, zoals de wijziging van de bijzondere wetten en de daarin vervatte bevoegdheidsverdelingen tussen de federale staat en de gewesten en gemeenschappen toegepast, zodat het zeer vreemd is dat dit in dit geval niet zo is.

JURIDISCH ARRONDISSEMENT: UITHOLLEN RECHTEN MINDERHEDEN

Het “probleem” BHV heeft ook te maken met de toekomst van het tweetalig gerechtelijk arrondissement Brussel-Halle-Vilvoorde, al wordt hier minder over gesproken. Dit arrondissement laat met name aan de Franstaligen in de Rand toe om hun rechtszaken te laten behandekµlen door een Franstalige Brusselse rechtbank of zelfs in het Frans voor de vrederechter van hun kanton. De splitsing van het gerechtelijk arrondissement zal in principe deze mogelijkheid tenietdoen, hetgeen geen vooruitgang is wat de bijstand van de staat aan de burger betreft, wel integendeel. De staat (sensu lato) moet ten dienste van de bevolking moet staan en niet omgekeerd. Wat meer is, de splitsing van het gerechtelijk arrondissement BHV zal Brussel nog meer afsnijden van de rest van Brabant, wat volkomen onaanvaardbaar is. Deze administratieve ingreep heeft overigens geen enkele zin daar Brussel zich zowel sociologisch als economisch (en in feite ook juridisch) reeds ver buiten de 19 gemeenten uitstrekt.

DE SPLITSING ZAL DE « VERFRANSING» VAN DE BRUSSELSE RAND NIET TEGENGAAN!

De Vlaams-nationalisten zijn geobsedeerd door het gevaar van de “verfransing” van Noord-België. Terwijl de universiteiten meer en meer Engelstalige lessen aanbieden en het aantal immigranten verhoogt, zijn de flaminganten dus nog àltijd bezig met de beruchte Franstalige “olievlek”. Voorwaar, een nachtmerrie voor de Vlaamse Beweging – of wat er van overblijft.

Er zijn overigens geen cijfers die de bewering staven dat het merendeel van de Franstaligen die zich in Nederlandstalig België vestigen Nederlandsonkundig zouden zijn. Evenmin bestaan er cijfers die bewijzen dat deze mensen de taal niet wensen te leren of ze niet gebruiken. Het tegendeel lijkt waar te zijn: een aantal “extremistische” gevallen daargelaten (in zoverre de radicalen naar het noorden emigreren natuurlijk) beheersen steeds meer Franstaligen het Nederlands. Overigens, waar wordt bewezen dat de Nederlandstaligen die zich in het Waals gewest vestigen allemààl het Frans machtig zijn? Zeker, “men” zegt dit. Maar “men” zegt hier zoveel.

Onder het mom van het indijken van de zogenaamde “verfransing” schuilt hier echter ook een etnisch-racistisch programma achter. De Vlaams-nationalisten willen immers de zgn. “Vlaamse” bodem zuiver houden van alle (in de regel anderstalige) allochtone – lees: moslim- – invloeden. Geen wonder dat het VB dan ook de grootste pleitbezorger is van de splitsing van BHV. Eén en ander doet denken aan de beruchte “Vlaamse Wooncode” die een kennis van het Nederlands vereist alvorens men een woning kan kopen en waardoor ook allochtonen geviseerd worden. Bovendien is de stelling dat een splitsing van BHV de islamisering gaat indijken natuurlijk volksverlakkerij. Wat er wel mee bereikt wordt, is dat de Vlaams- en Waals-nationale extremisten weer een speeltuin vinden om de 11 miljoen Belgen met hun nationalistische onzin de terroriseren.

Overigens, in een reactie op het achtste manifest van de Vlaams-nationalistische Gravensteengroep, verklaarde zelfs CD&V – een partij die nochtans een vurig voorstander is van de splitsing van BHV – “dat het van enige wereldvreemdheid getuigt om te denken dat door om het even welke splitsing van Brussel-Halle-Vilvoorde aan (de) verfransing een halt zal toegeroepen worden” (Reactie op Gravensteengroep BHV, Ceder, Studiedienst CD&V, d.d. 30.08.11, hier klikken om document te laden).

Wat er ook van zij, we zien niet in hoe een splitsing van BHV ook maar iets zal veranderen aan de feiten, daar de – vaak tweetalige – Franstaligen nog steeds voor Franstalige (UF) of tweetalige (B.U.B., PVDA) partijen kunnen stemmen. Wat meer is, de splitsing zou een verzwakking inhouden van de “bescherming” van de Brusselse Nederlandstaligen en zal wellicht een Nederlandstalige zetel in het federale parlement kosten… Bijgevolg zou de splitsing van BHV een pyrrhusoverwinning zijn voor de Vlaams-nationalisten…

BESLUIT

Het taalfederalisme rijdt zich vast in zijn eigen contradicties. Het is toch ongelooflijk ironisch dat de Vlaams-nationalisten zich op de gelijkheid der Belgen (art. 10 van de grondwet) beroepen om de splitsing van BHV te vragen terwijl net het door hen gewilde taalfederalisme de grootste aanfluiting is van die gelijkheid !

Hoedanook, de discussie rond de tweetalige kieskring BHV is een door Vlaams-nationalisten opgeblazen non-probleem dat een product is van het door Vlaams- en Waals-nationalisten gewilde taalfederalisme. Deze laatste spelen met de toekomst van België om hun nationalistische honger te stillen. Ze hebben geen enkel positief en constructief project voor ons land en onze kinderen. Al wat deze minderheden “met een grote mond” wensen, is het land kapot maken en de Belgen, die geen enkel probleem met elkaar hebben, van elkaar scheiden. Deze anti-humanistische en racistische houding, die op de bloed-en-bodemtheorie is gebaseerd, leidt tot niets anders dan conflicten en zelfs burgeroorlog. Laten we niet vergeten dat we allemaal immigranten zijn, ook de Germanen die hier 2.000 jaar geleden het grondgebied van de Kelten hebben afgenomen.

Deze absurde problematiek is een goede aanleiding om het taalfederalisme als een totale mislukking te beschouwen en bijgevolg af te schaffen ten voordele van een nieuw unitair en tweetalig België.

dagelijkse newsletter

take down
the paywall
steun ons nu!