De community ruimte is een vrije online ruimte (blog) waar vrijwilligers en organisaties hun opinies kunnen publiceren. De standpunten vermeld in deze community reflecteren niet noodzakelijk de redactionele lijn van DeWereldMorgen.be. De verantwoordelijkheid over de inhoud ligt bij de auteur.

Beste meneer Filip.

maandag 31 januari 2022 08:46
Spread the love

Het is alweer nen hele tijd geleden dat ik U schreef, maar nu ik eraan denk, is het tegelijk ook weer nen hele tijd geleden dat ik nog iets van U gehoord heb. Hoe is het eigenlijk nog met U? Wat doet gij zoal de laatsten tijd? Zijt gij niet al te eenzaam en zo? Enfin, ge ziet, ik heb veel vragen voor U. Ik ga ze hier niet allemaal opsommen, dat zou toch maar te saai worden. Bovendien lijkt  het dan alsof ik iets van U zou verwachten. Dat is niet zo. Ik ben gewoon oprecht geïnteresseerd in U en feitelijk zelfs een beetje bezorgd. Maar dat leg ik U later wel uit.

Ik heb mijzelf wel kunnen bezighouden de afgelopen tijd. Er was hier veel te doen rond de afbraak van de sociale cohesie in de samenleving, de overname van onze nationale instituten door een bende regelnevers, de uitbraak van extreem academisme in onze universiteiten, enzoverder enzovoort. Eigenlijk te veel om op te noemen, maar om eerlijk te zijn heb ik het eigenlijk allemaal niet bijgehouden en den tijd gaat zo snel vooruit hé.

Ik moest hierbij onlangs nog denken aan ons Elvire en toen ik wou beginnen uitrekenen hoe lang het al geleden was dat zij was komen te gaan, werd ik plots toch wel bevangen door nen enorm groten schrik. Ik bleek namelijk vergeten te zijn in welk jaar dat dat gebeurd was! Kunt gij dat geloven, meneer Filip? Kunt gij U dat voorstellen? Ik die heel mijn leven maar één vrouw gekend heb en die zich niet meer zou herinneren in welk jaar zij uiteindelijk was overleden? Amaai, mijne frak.

Gelukkig bewaar ik haar doodsbriefje in mijn nachtkastje naast mijn bed en kon ik den datum en het jaar gemakkelijk terugvinden. Tja, wat kan ik zeggen? Drieëntwintig jaar, meneer Filip. Drieëntwintig jaar geleden is ze al van ons heengegaan. Dat is bijkans een gans leven, enfin een jong leven toch. En zeggen dat het soms nog voelt alsof het pas gisteren is gebeurd. Neen, erger nog! Soms geloof ik nog dat ze subiet daar door de deur zal komen, dat ze maar effkens naar de winkel was om koteletten te gaan halen voor bij de bloemkool. Ik moet U niet zeggen, meneer Filip, dat doet iets met een mens.

En ondertussen vallen mijn leeftijdsgenoten hier den een na den anderen ook al van hun stokske, als ge begrijpt wat ik bedoel. ’t Schijnt dat het iets te maken heeft met die pikuren die ze aan alleman geven. Ge weet wel, tegen dat virus. Maar dat willen ze niet gezegd hebben. Oude mensen gaan dood, zo zeggen ze ons. En zo denk ik er ook over. Ikzelf heb er trouwens gene last van. Ik heb nergens last van. Behalve dan van de geur die hier de laatsten tijd in de gang hangt. Dat heeft trouwens niets te maken met de mensen die hier sterven hoor. Maakt U maar geen zorgen. Neen, de geur die hier hangt, komt van de keuken.

Omdat ze nu allemaal de ramen moeten laten openstaan komt de geur van de keuken via de schouw van buiten gewoon terug binnengewaaid. Enfin toch aan ene kant van het gebouw. Probleem is echter dat eens hij binnen is, hij maar moeilijk weer naar buiten geraakt. Tenzij ze de ramen tot een kot in de nacht laten openstaan. Dat is wel goed in de zomer, maar nu met die kille nachten, is dat toch iets minder. En het is dan nog niet eens echt beginnen vriezen. Ik heb in elk geval al een extra dekentje gevraagd, maar de geur gaat daarmee overdag nog niet weg hé.

Soit. Om te zeggen waarom ik nu eigenlijk een beetje bezorgd ben, is ’t volgende. Ik heb namelijk op dat wereldwijde internet zo een filmpje zien passeren vanuit Canada waarop honderden camions, neen duizenden volgens sommigen, op weg zijn naar hunne hoofdstad Ottowa. Ze doen dat om te protesteren tegen al die coronamaatregelen, want ze hebben dat daar ook, en ze gaan pas weer vertrekken als ze allemaal zijn opgeheven, die maatregelen, en als hunne eerste minister ook is afgetreden. Kunt gij U dat voorstellen, meneer Filip? Niet alleen dat ze dat daar ook hebben, die maatregelen, maar dat ze dat ook hier ne keer zouden kunnen doen? Zomaar, plotseling met nen hele boel camions de straten van Brussel blokkeren.

Enfin, ’t is natuurlijk wel een beetje de schuld van hunne eerste minister zelf hé, als ge ’t mij vraagt. De mensen uitmaken van “een kleine minderheid” te zijn en “ongeoorloofde meningen” te hebben. Maar stel U voor dat dat hier gebeurt, meneer Filip, dan kunt gij niet meer uit uw huis of uit uw kasteel of hoe gij het ook moogt noemen. Dan kunt gij geen boodschappen meer doen of toch alleszins niet met den auto.

En te voet door zo een menigte stappen, dat zie kik U toch ook niet zo gauw doen. Enfin, ‘k zou het U ten stelligste afraden zomaar in het publiek te treden terwijl gij U de laatste twee jaar zo onzichtbaar hebt gemaakt als een spook, dat lijkt mij maar gevaarlijk. Stel dat ze zouden denken dat gij met uw schoon kostuum ook een van die ministers zijt die hen de afgelopen maanden hebt zitten koeioneren tot in ‘t oneindige, dat zou verkeerd aflopen vrees ik.

Een ander probleem dat ik zie is dat met al die overnames van nationale instellingen waarover ik het in ’t begin had, bijvoorbeeld door die internationale niet gouvernementele organisaties, dat er geen plaats meer zal zijn voor uw koninkrijkje, en dat zou ik toch wel wreed jammer vinden. Ten eerste vind ik U zo ne schone mens en ten tweede, wat moet er dan van ons terechtkomen? Allez, ge kunt nu toch moeilijk van ons verwachten dat we zomaar allemaal Schwabisten gaan worden, of Bill Gatesenaren of wat denkt gij?

En ja, misschien is dat wel het grootste probleem hé, dat er gene goeie naam voor is, noch dat ik mij daar iets deftigs bij kan voorstellen. Terwijl, zegt ge Belg tegen iemand, dan weet iedereen dat ge voor frieten, wafels en chocolade zijt. In het beste geval herinneren ze hun nog iets over Adolph Sax, maar wat iedereen zeker weet is dat wij nen koning hebben. En dat gij een koningin hebt, met prinsen en prinsessen en heel diene reutemeteut. Dat gij een broer hebt die niet echt spoort, gelijk velen van ons een zwart schaap in de familie hebben en, enfin, ge weet wat ik wil zeggen, dat gij voor ons zo herkenbaar en gewoon zijt, dat wij U gaan missen wanneer gij der niet meer zijt. Dat wij voor de rest van ons leven gaan denken dat gij alleen maar wat koteletten zijt gaan halen en dat gij hier subiet weer door de deur gaat komen alsof er niets gebeurd is. Maar niets is minder waar natuurlijk. En ik heb daar wel wat schik voor. Voor dat toekomstig verdriet. Dat wou ik U even laten weten.

Vriendelijke groet en tot de volgende.
Frank

 

 

Creative Commons

take down
the paywall
steun ons nu!