De community ruimte is een vrije online ruimte (blog) waar vrijwilligers en organisaties hun opinies kunnen publiceren. De standpunten vermeld in deze community reflecteren niet noodzakelijk de redactionele lijn van DeWereldMorgen.be. De verantwoordelijkheid over de inhoud ligt bij de auteur.

Bert De Munck, professor geschiedenis: “De vraag is niet of we solidair willen zijn, de vraag is waartoe”

Bert De Munck, professor geschiedenis: “De vraag is niet of we solidair willen zijn, de vraag is waartoe”

woensdag 24 februari 2021 18:17
Spread the love

 

U schreef reeds verschillende opiniestukken over corona en de coronamaatregelen. Hoe komt het dat een historicus in de coronapandemie tussenkomt? 

Van opleiding ben ik sociaaleconomisch historicus en momenteel werk ik vooral als stadshistoricus. Maar de laatste jaren ben ik me meer voor wetenschapsgeschiedenis gaan interesseren. Zo doceer ik samen met collega Tim Soens sinds enkele jaren het vak History of science and society aan de Universiteit van Antwerpen. De relatie tussen wetenschappelijke evoluties en maatschappelijke evoluties vormt de kern van dit vak. De corona-uitbraak en de berichtgeving hier omtrent toont duidelijk de nood aan om het verband tussen wetenschap, politiek en maatschappij beter te begrijpen. Door de berichtgeving krijg je nu al gauw de indruk dat wetenschap volstrekt neutrale inzichten aanlevert op basis waarvan de politiek dan beslissingen neemt. Een historische blik leert dat dat een verkeerde of alleszins eenzijdige voorstelling van zaken is.

Hoe bedoelt u?

Ook wetenschappers maken keuzes, die in zekere zin al politiek zijn, aangezien ze enerzijds in het verlengde liggen van maatschappelijke gevoeligheden en anderzijds rechtstreeks consequenties hebben voor wat politici ermee doen.

Zo zijn de curves die de media vandaag gebruiken om de coronapandemie in kaart te brengen gebaseerd op de SIRE modellen die biostatistici gebruiken. Deze modellen maken een onderscheid tussen mensen die vatbaar zijn, mensen die besmettelijk zijn en mensen die genezen en dus niet langer besmettelijk zijn (susceptible, infectious en recovered). Deze modellen leiden rechtstreeks tot een politiek van afstand houden en het sluiten van scholen en horeca, maar intussen is gebleken dat het afbakenen van die categorieën niet zo evident is als wordt voorgesteld. In de loop van het jaar zijn vragen opgedoken als: Waarom zijn sommige mensen vatbaarder dan andere? Kan je ook zonder symptomen het virus doorgeven en in welke mate? In hoeverre ben je immuun nadat je met het virus in contact bent geweest? Kunnen mensen die gevaccineerd zijn nog anderen besmetten? Enzovoort. Bovendien is intussen gebleken dat je superverspreiders hebt. Zij besmetten veel meer mensen, terwijl andere  besmette personen nauwelijks voor nieuwe besmettingen zorgen. Dit staat op gespannen voet met het SIRE-model, dat van gemiddelden vertrekt. En belangrijker nog, het leidt in principe naar een andere politieke aanpak, eerder gericht op het identificeren van die superverspreiders.

Wetenschap en wetenschappers zijn dus niet volledig objectief?

Wetenschappers hebben uiteraard zelf ook een bepaalde visie op de werkelijkheid en die bepaalt mede wat ze precies onderzoeken. Op zich is daar niks mis mee. Maar het is niet neutraal en hangt samen met het wereldbeeld van de onderzoeker. Binnen de natuurwetenschappen claimt men vaak dat dit bij hen niet het geval is, maar ook daar hangt het onderzoek samen met de maatschappelijke context. Aan de keuze om de efficiëntie van een vaccin te onderzoeken ligt een ander mensbeeld ten grondslag dan aan de keuze om de invloed van stress op immuniteit te onderzoeken. Het eerste is in zekere zin gebaseerd op de politiek-maatschappelijke idee dat wetenschap ons moet redden, het tweede vertrekt van een meer holistisch mensbeeld en impliceert andere politieke keuzes en een andere levensstijl.

Zorgt dit voor problemen? 

Het lijkt me belangrijk om daar bewustzijn rond te creëren en de blik en het debat zoveel als mogelijk open te houden. Bij de coronapandemie krijgen we de meningen te horen van doorgedreven specialisten (virologen, epidemiologen, biostatistici,…) en verdwijnt de meer holistische benadering helemaal op de achtergrond. De verslaggeving van de coronapandemie fixeert zich op het virus als geïsoleerd pathogeen. De mens als geheel, en onder meer de samenhang tussen fysieke, mentale en sociale factoren wordt uit het oog verloren. Dat verklaart mee waarom de collaterale schade van de genomen maatregelen wordt genegeerd of geminimaliseerd. Men hoort ook nauwelijks iets over hoe andere factoren zoals luchtverontreiniging, astma, obesitas, ongezonde levensstijl, roken, demografische gegevens en dergelijke meer, mee de verspreiding en de uitwerking van het virus in een bepaalde populatie stuurt.

Specialisering is natuurlijk nodig om een bepaald fenomeen in de diepte te begrijpen, maar het zorgt ook voor blikvernauwing. Ik hoop dat in de nasleep van de coronapandemie het besef groeit dat meer interdisciplinair onderzoek nodig.

Wat is het vertrekpunt van de wetenschappen? 

De moderne wetenschap vertrekt van de idee dat aan de natuur wetmatigheden ten grondslag liggen die door de mens begrepen en beheerst kunnen worden. Het ontstaan en de ontwikkeling van de moderne op experimenten gebaseerde wetenschap ging gepaard met een proces dat ook de onttovering van de natuur wordt genoemd, waarbij de natuur van zijn magische en religieuze krachten wordt ontdaan. Vanuit de wetenschappelijke logica klopt dat natuurlijk ook. Er is uiteraard geen reden om de wetten van de thermodynamica en van elektromagnetische golven in vraag te gaan stellen. Maar anderzijds zijn wetenschappelijke inzichten ook nooit absoluut en kunnen er altijd nieuwe manieren van kijken en begrijpen ontstaan. Begin 20ste eeuw heeft de relativiteitstheorie van Einstein het toen al eeuwenlang onaantastbaar geacht mechanische wereldbeeld van Newton op fundamentele manier bijgesteld.

Het punt is niet dat Newton’s theorieën fout waren, maar eerder dat men heeft geleerd om er voorbij te kijken. Daarom is het jammer dat wetenschappers vaak zo defensief reageren op mensen en groepen die van buitenaf kritiek leveren op hun werk. Wetenschap kan enkel maar vooruitgaan als iemand wijst op blinde vlekken en op de vragen die niet meer worden gesteld. Als wetenschappers eerlijk zijn moeten ze toegeven dat ze vooral heel veel niet weten, en dat paradoxaal genoeg steeds meer duidelijk wordt wat de grenzen aan de kennis zijn naarmate we meer weten. De kwantummechanica heeft meer nieuwe vragen opgeroepen dan beantwoord. Hoe kan iets tegelijk een deeltje en een golf zijn bijvoorbeeld? In zekere zin is de fysieke wereld er enkel maar mysterieuzer op geworden in die periode.

Vandaag blijkt uit alles dat de wetenschap zijn hand op dramatische wijze overspeelt. Wetenschappelijke inzichten hebben op geen enkel ogenblik voor controle gezorgd. We vallen nog altijd terug op wat we al wisten ten tijde van de Spaanse griep, namelijk dat handen wassen een goed idee is, en dat we thuis moeten blijven en uit elkaars buurt als we ziek zijn. Voor de rest is het als het ware schieten met hagel in de hoop dat er toch iets raak is.

Is het een bewuste keuze om bepaalde zaken niet te onderzoeken?   

Ik denk niet dat je het zo kan stellen, maar het is wel belangrijk om te blijven beseffen dat veel buiten beeld blijft en dat wetenschap juist eigenlijk gebaseerd is op het tussen haakjes plaatsen van bepaalde vragen en elementen. Wetenschappers kunnen niet anders dan de werkelijkheid reduceren. Ze moeten bepaalde deeltjes of factoren isoleren en laboratorium-situaties creëren om te onderzoeken hoe die zich gedragen en met elkaar interageren. Dat kan niet anders dan door andere factoren uit te sluiten of te neutraliseren en dus de realiteit eenvoudiger voor te stellen dan ze is.  

Het is daarom des te belangrijker om te blijven in dialoog gaan met mensen die van buitenaf naar de wetenschap kijken en er een alternatieve visie op nahouden. Zij stellen immers de aannames en keuzes in vraag die wetenschappers bewust of onbewust maken, wat nodig is om weer stappen verder te zetten. De geschiedenis van de wetenschap zit vol met voorbeelden van cruciale doorbraken die door amateurs in gang zijn gezet. De fundamentele wetmatigheden van de genetica werden ontwikkeld door een monnik (Gregor Mendel, 1822-1884) die in de tuin van zijn Augustijnenklooster experimenten deed met erwten.

Het voorbije jaar hebben we gezien hoe zoiets kan werken. Sommige mensen, uit de hoek van de zogenaamde alternatieve geneeskunde, brachten bijvoorbeeld naar voren dat men bij de bestrijding van corona aandacht moest hebben voor de inname van vitamine D en dat te weinig vitamine D de vatbaarheid voor corona zou vergroten. De dominante wetenschappers hoonden dit weg. Maar ondertussen is er wel opnieuw naar deze claim gekeken en is het niet meer zo zeker dat het gehalte aan vitamine D geen effect zou hebben op de evolutie van de ziekte bij een patiënt. Een ander voorbeeld komt uit Nederland waar opiniemaker Maurice De Hond stelde dat het virus overgedragen werd door aerosolen. Deze claim betekende dat de anderhalve meter regel geen zin heeft omdat de aerosolen zich veel verder verplaatsen. Dit werd aanvankelijk evenmin au sérieux genomen maar uiteindelijk heeft de man wel gelijk gekregen.

Gaat de wetenschap dan te snel te werk?

In ideale omstandigheden niet. Wetenschap vordert door een streng intern kritisch proces waarbij onderzoeksresultaten door andere onderzoekers op hun geldigheid worden afgetoetst. Het peer review proces is hierbij een sleutelinstrument. Anonieme referees, met een affiniteit voor de te onderzoeken studies, controleren de ingezonden wetenschappelijke artikels nauwkeurig op hun juistheid, voor ze gepubliceerd worden. Na publicatie kunnen andere onderzoekers commentaren op de gepubliceerde artikelen hebben. Of ze opnieuw uitvoeren om te zien of de bekomen resultaten dezelfde zijn. Gepubliceerd onderzoek kan ook het vertrekpunt vormen voor nieuw onderzoek enzovoorts.

Tijdens de huidige coronacrisis zijn er echter veel zaken te snel gegaan. Cruciale maatregelen steunden op rapporten en studies die niet of nauwelijks aan het peer review proces onderworpen werden. Voorts werden de resultaten van deze rapporten en studies te snel naar voren gebracht als de onomstootbare waarheid. Dit werd mede in de hand gewerkt door de massamedia, die een naïef beeld hanteert van wat wetenschap is en te weinig lijken te beseffen dat de wetenschappelijke wereld voortdurend in beweging is, dat verschillende visies er met elkaar botsen en in discussie gaan, en dat er over zeer veel onderzoeksonderwerpen geen consensus bestaat. Ook de wetenschappers zelf hebben hier overigens boter op het hoofd. Door een gezamenlijke inhoudelijke communicatielijn af te spreken versterken ze de indruk dat alle wetenschappers het gepresenteerde verhaal onderschrijven en dat er consensus bestaat.

Versta me niet verkeerd, er is uiteraard wel consensus over het bestaan van het virus en de ernstige gevolgen die het in bepaalde groepen van mensen kan aanrichten. Maar over heel veel andere elementen bestaat helemaal geen consensus, denk maar aan de effectiviteit van mondmaskers, van anderhalve meter afstand, van lockdowns, de rol van groepsimmuniteit en hoe dat het beste te bereiken, en ga zo maar door. Eigenlijk kan dit ook moeilijk anders. Als je over pakweg het nut van mondmaskers in scholen zekerheid wil krijgen heb je een experiment nodig waarbij niet alleen op de ene school wel en de andere geen maskers worden gedragen, maar waarbij die twee scholen voor het overige ook volledig identiek zijn qua infrastructuur, gebruiken, de samenstelling van het leerlingen- en lerarenkorps en dergelijke, en waarbij ook de virologische en klimatologische omgevingsfactoren identiek zijn. Zoiets is bijna onmogelijk in de praktijk te brengen, zelfs eenmalig, terwijl je het experiment in principe ook zou moeten kunnen herhalen.

In zekere zin zou je kunnen zeggen dat zelfs het zoeken naar consensus in de huidige context een probleem is geworden. De laatste decennia is er binnen het wetenschapsbedrijf een nefaste evolutie aan de gang, waarbij de druk om snel met resultaten te komen steeds groter wordt. Wetenschap wordt steeds meer beoordeeld op basis van kwantitatieve parameters, waarbij impactbovendien een centraal element is. Op basis van het aantal publicaties en citaties (verwijzingen naar je werk door andere wetenschappers) moet je kunnen aantonen dat je werk wordt opgemerkt en door anderen wordt gebruikt. Het probleem daarbij is dat dit werkt volgens een competitielogica, waarbij je moet scoren, en, wellicht nog problematischer, dat je ook impact kan hebben met extreme stellingnamen, omdat die veel aandacht krijgen van collega’s die zich daarvan distantiëren in hun eigen werk. Zo krijg je een dynamiek waarin polarisering ontstaat, eerder dan consensus.

Hoe kan het dan dat het grootste deel van de wereld  voor eenzelfde aanpak koos?

De competitielogica en de race om impact belet niet dat bepaalde ideeën en benaderingen dominant kunnen worden. Bij aanvang van de pandemie is er bovendien een paniekreactie bij de politieke leiders ontstaan, mede op basis van een aantal zeer alarmerende en onheilspellende rapporten. In een befaamd rapport van de hand van professor Neil Fergusson van het Imperial College in Londen werden catastrofaal veel doden voorspeld.[1] Uit voorzorg keurden beleidsmakers maatregelen goed die voorheen nooit geprobeerd waren of zelfs maar voorzien, denk aan de avondklok of maskers in open lucht, zodat we eigenlijk in een soort wereldwijd wetenschappelijk experiment zijn beland. Vandaag zitten we vast in het in 2020 ontwikkelde beleidsverhaal. Daarin spelen de media een bepalende rol. Want voor een politicus met beleidsverantwoordelijkheid is het bijna onmogelijk geworden om de vandaag bepalende logica, waarin enkel nog vaccins redding kunnen brengen, in vraag te stellen. De man of vrouw in kwestie zal onmiddellijk reacties van onverantwoord gedrag of met mensenlevens spelen in de media uitlokken. Het gevolg is dat de nevenschade van de maatregelen per definitie van ondergeschikt belang blijft.

Nochtans blijft het van belang ook de wetenschap kritisch te blijven benaderen. Hoe erg de pandemie ook geworden is, de voorspellingen in de oorspronkelijke rapporten zijn niet uitgekomen, ook niet in Zweden, waar minder stringente maatregelen werden genomen. In een onderzoek aan de universiteit van Uppsala gebaseerd op het model van Ferguson werd in maart 2020 voorspeld dat Zweden tegen eind mei 40.000 doden zou tellen als het land volledig in lockdown zou gaan en 90.000 zonder. Het zijn er met inbegrip van de tweede golf ruim 12000 geworden, zonder lockdown. Er is uiteraard geen reden om dit te minimaliseren, maar het plaatst niettemin vraagtekens bij het vermogen van wetenschappers om te voorspellen en het vermogen van politici om op basis van wetenschappelijke adviezen een rationeel beleid uit te stippelen. Volgens mij overschatten we dat vermogen op dramatische wijze. Hoe kan je in je voorspellingen en beslissingen bijvoorbeeld rekenschap geven van de mate waarin mensen hun gedrag spontaan of vrijwillig aanpassen zonder stringente maatregelen en welke effecten dat heeft op de verspreiding van het virus?

De tweede golf heeft in mijn ogen niet alleen duidelijk gemaakt dat het virus erger is dan velen hebben verwacht, maar ook dat we er minder controle over hebben dan velen denken. Hoe langer het duurt, hoe moeilijker het lijkt te worden om een verband te vinden tussen de maatregelen en de totale mortaliteit die een land te verduren krijgt.

Hoe kan het dat men al van bij aanvang van de pandemie de rangen sloot en de tegenstemmen excommuniceerde?

Veel heeft met angst te maken. Corona kan bepaalde mensen zwaar treffen. Ieder van ons kent in zijn naaste omgeving mensen die bij de risicogroepen horen, of behoort er misschien zelf toe. Niemand wil natuurlijk dat deze mensen ziek worden of sterven. De angst is reëel en tastbaar, hierdoor wordt ze zeer persoonlijk. Dat is een heel andere gewaarwording dan bij de gevaren die bijvoorbeeld de klimaatcrisis met zich meebrengt. Hoewel deze op lage termijn veel erger zijn, blijven ze veel abstracter, verder verwijderd in tijd en ruimte. Vandaar dat deze vrees veel minder een urgente politieke vertaling in de praktijk krijgt.

En zonder de angst voor het virus irrationeel te willen noemen, het zorgt er wel voor dat weinig rekening wordt gehouden met de gevolgen van de maatregelen die gebruikt worden om de pandemie te bestrijden, terwijl ze verre van onschuldig zijn. Die maatregelen raken sommige mensen eveneens hard en kunnen zelfs dodelijk zijn. Bij jongeren worden de problemen met angst en depressieve klachten ronduit dramatisch. Uitstel van artsenbezoek en ziekenhuisbehandeling, omwille van angst om met corona besmet te geraken, zal voor veel patiënten eveneens een vroeger overlijden betekenen. Ook de economische gevolgen van de maatregelen, onder andere de aanhoudende stress ten gevolge van inkomstenverlies en bestaansonzekerheid, zullen bij sommige mensen negatieve consequenties voor hun gezondheid hebben, en uitgestelde educatie zal de ongelijkheid doen toenemen, met eveneens alle gezondheidsgevolgen van dien. En dan hebben we het nog niet over de effecten op de gezondheid en de gezondheidszorg in ontwikkelingslanden, waar de negatieve gevolgen nu al dramatisch zijn. Gezondheidseconoom Lieven Annemans was in België de eerste en tot op vandaag een van de enige die van in maart 2020 op deze collaterale schade wees. Hij eindigde bijna onmiddellijk aan de schandpaal.

Zijn er in het verleden vergelijkbare pandemieën geweest?

Nog in de jaren 50 en 60, en wellicht ook later, kenden we qua ernst en mortaliteit vergelijkbare pandemieën. Naar mijn inschatting is Covid19 vergelijkbaar met de Aziatische griep van 1957-8 (ruim 1,000.000 doden wereldwijd op 3 miljard) en de Hongkonggriep of Maogriep van 1968-9 (naar schatting 700.000 tot 1,000.000). Vergelijken in de tijd is uiteraard moeilijk, enerzijds omwille van de verbeterde gezondheidszorg, anderzijds omdat er toen minder 70- en 80-jarigen waren. In de jaren 1950werden mannen gemiddeld net geen 65 jaar en de vrouwen ongeveer 70 jaar. Vandaag wordt een man gemiddeld 79,6 jaar en een vrouw haalt 84 jaar. Als je dan weet dat de meeste Covid-19 slachtoffers valt bij 75-plussers, dan verklaart dit natuurlijk veel van de hoge impact vandaag. Voor mij blijven er daarom redenen om de vraag te stellen waarom er nog maar enkele decennia geleden bij vergelijkbare bruto-sterfte-cijfers (aantal overlijdens per 100 000 inwoners) geen draconische maatregelen nodig waren en nu wel.

Veel daarvan wordt verklaard door de verdere uitbouw van structuren, instellingen en instrumenten die uitbraken van virussen moeten helpen bestrijden. Tussen de jaren 1950 en de uitbraak van de Mexicaanse griep in 2009 is het aantal wetenschappelijke instellingen, monitoringsinstrumenten, experts enzovoorts om een virus-uitbraak te monitoren, in te dammen en te bestrijden heel erg toegenomen. Dat betekent dat de respons op een virus bijna automatisch heviger en strenger wordt. Je kan van een griepcommissaris niet verwachten dat hij adviseert om het virus maar gewoon z’n gang te laten gaan. Zodra die functie bestaat, krijg je automatisch een bepaalde dynamiek. Maar die vaststelling belet dan weer niet dat de toename van monitoring- en bestrijdingsmechanismen wijst op een toegenomen hang naar controle op het leven in het algemeen en gezondheid in het bijzonder. Ze verhevigen in zekere zin de natuurlijke angst voor ziekten, virussen en de dood.

Is men op die manier op weg om een surveillance staat op te bouwen waarin iedereen voortdurend gemonitord, en in de gaten gehouden wordt?

Ik denk niet dat virologen of eender welke andere actor de bedoeling heeft om een surveillance staat op te richten. Het gaat eerder om de onbedoelde gevolgen van een aantal ontwikkelingen die je kan terugvoeren in de tijd, en die steunen op eerdere wetenschappelijke successen. In de 19de eeuw ontstond de epidemiologie, de virologie en het besef dat hygiëne belangrijk was om de gezondheid te verbeteren. Dat ging gepaard met de introductie van stromend water en riolering in steden, en leidde tot de ontwikkeling van voedselinspectie, vaccins, verplicht medisch onderzoek, te veel om op te noemen. Het resultaat daarvan is spectaculair. Omstreeks 1850 was de levensverwachting nog slechts ongeveer 40 jaar, onder meer omwille van de hoge kindersterfte. Het is dus in zekere zin logisch dat velen op dit pad willen verder gaan. Maar volgens mij toonde onze reactie op de pandemie van 2020 aan dat onze verwachtingen nu doorgeslagen zijn en dat we ons dringend moeten gaan afvragen wat nu eigenlijk het doel is. We zijn in de greep van een soort teleologisch denken waarbij de geschiedenis automatisch evolueert in de richting van een denkbeeldig eindpunt waar alles beter zal zijn dank zij de wetenschap. Daardoor lijkt het alsof critici zich in zekere zin verzetten tegen het natuurlijke verloop van de geschiedenis. Maar wordt het wel beter met de huidige aanpak? En wat is het doel eigenlijk? Steeds langer leven ten koste van het leven zelf?

Maar nogmaals, daarmee suggereer ik niet dat virologen, journalisten of beleidsmakers het slecht bedoelen. Vanuit hun logica, achtergrond en opleiding is wat ze doen heel logisch en wellicht zijn ze ervan overtuigd dat dit de enige manier is om met de pandemie om te gaan. Belangrijk om te begrijpen is echter dat zij vandaag in die machtspositie verkeren omdat we hen als maatschappij die positie hebben toegekend. En in mijn ogen moeten we vandaag eens goed nadenken over de vraag in hoeverre we dat wel willen.

Toch lijkt de sfeer die de coronapandemie omringt niet uit te nodigen om een kritiek geluid te laten horen. Mensen die kritische bedenkingen hebben bij de coronamaatregelen worden onmiddellijk in de categorie egoïstisch monsterondergebracht. 

Dit is inderdaad een spijtige en verontrustende evolutie. Bovendien is er zo goed als geen politieke vertaling van de kritische tegengeluiden. Vooral aan links-progressieve zijde van het politieke spectrum lijkt het moeilijk om de kritiek op het huidige beleid een plaats te geven, of zelf nog maar te begrijpen. Dat is jammer, te meer omdat ik zelf links progressief georiënteerd ben en het onbegrip dus heel direct heb mogen ervaren.

Hoe waren die reacties dan?

Mensen schrokken, of waren in het slechtste geval kwaad. Sommigen begrepen het punt niet, en anderen vonden het niet het juiste moment voor een tegengeluid. Mijn eerste stuk dateert uit maart 2020, toen het alle hens aan dek was in de zorgsector. Ik vond het belangrijk om juist dan kritisch te zijn, maar anderen vonden dat je de kritische reflecties beter even on hold zette – in mijn ogen een beetje vanuit de bedenkelijke idee dat je als het ware beter geen kritiek geeft op het vaderland in tijden van oorlog. De rangen dienden gesloten te worden.

Maar belangrijker dan mijn persoonlijke wedervaren is de vraag waarom het zo moeilijk is om kritiek te formuleren op een manier die ook aankomt. Behalve met de zonet genoemde structuren en de dominantie van de medisch-biologische logica, heeft dit wellicht ook te maken met de beperkingen van ons politieke denken. Wat bijvoorbeeld opvalt is dat mensen zoals ik bijna systematisch als individualistisch of egoïstisch worden bestempeld, wat in mijn ogen vooral iets zegt over hoe moeilijk het vandaag is om te denken voorbij de tegenstelling collectief versus individu of solidariteit versus individualisme. Vaak ook werd kritiek geframed als opkomen voor economische belangen ten koste van de zorg. Dat is bijvoorbeeld Lieven Annemans overkomen, terwijl dat helemaal zijn punt niet was.

Ik denk dat heel veel critici wel degelijk zelf ook echt solidair willen zijn (en ook zijn). De vraag is echter hoe je dat het beste invult, en dat begint bij de vraag hoe je welzijn definieert. De vraag is niet of we solidair willen zijn, de vraag is waartoe? Wat is het uiteindelijke doel? Kunnen we mentaal en sociaal welzijn een jaar opzij schuiven voor een focus op biologisch overleven? Daar gaat de onenigheid over, en daar moet in mijn ogen snel een open debat over gevoerd worden.

Wat zou er volgens u anders kunnen?

Persoonlijk heb ik moeite met het feit dat de overheid de verschillende maatregelen vanuit een fundamenteel wantrouwen in de burger oplegt. Volgens mij is de Zweedse aanpak die veel meer op het verantwoordelijkheidsbesef van de burger vertrouwt een beter alternatief. Maar daar wordt meestal tegen ingebracht dat je dan vrijbuiters krijgt die zich niet aan de regels houden en toch profiteren van de positieve gevolgen ervan (en dus van degenen die er zich wel aan houden). Ik heb het daar moeilijk mee omdat deze redenering veronderstelt dat er een consensus is over het collectieve goed dat we nastreven, terwijl die consensus er niet is. Bovendien geloof ik dat mensen juist geneigd gaan zijn zich te verzetten als ze te veel onnodige dwang ervaren.

Is er dan geen plaats voor verschillende visies binnen de links progressieve hoek?

Links-progressief is sowieso een brede noemer uiteraard. Wat me vooral is opgevallen, is dat links automatisch teruggrijpt op het geloof in een sterke centraliserende staat. Dat komt natuurlijk voor een groot deel door de grote verworvenheden van de zogenaamde verzorgings- of welvaartsstaat, maar het zorgt toch ook voor blinde vlekken, bijvoorbeeld voor het vermogen om op lokaal niveau en in onderling overleg afspraken te maken. Wat bovendien over het hoofd wordt gezien is dat in de dominante op zorg gerichte instellingen en mechanismen ook macht besloten ligt. Daar wordt immers gedefinieerd wat goed en slecht is, wat zorg en welzijn is, en op welke manier we dat moeten waarborgen. En kritiek daarop wordt vanop de linkerzijde, met inbegrip van progressief-liberalen, dus bijna per definitie als een gebrek aan burgerschap weggezet.

Het grootste probleem bij radicaal links is het onvermogen om voorbij klassentegenstellingen te denken. In een recent stuk in De Wereld Morgen stelt Thomas Decreus dat de kritiek voornamelijk komt van burgerlijke en in essentie behoudsgezinde middengroepen die kritiek uiten in naam van een vrijheidsideaal en die indirect pleiten voor een doorgeschoten sociaal-Darwinisme en een biopolitieke vorm van klassenoorlog. Het klopt uiteraard dat het virus z’n gang laten gaan vooral voor de sociaal kwetsbare groepen een ramp zou zijn, maar het punt is natuurlijk dat diezelfde groepen ook het gelag betalen van de maatregelen zelf – deels doen ze dat nu al, deels zullen ze dat doen op de langere termijn. Ongelijkheid is in elk scenario een probleem, en een probleem dat ook volgens mij dringend moet aangepakt worden, maar het klassenschema is gewoon te simplistisch om de tegenstellingen die vandaag aan de oppervlakte komen afdoende te begrijpen.

Au fond zijn dergelijke antwoorden op de kritiek moreel van aard. Wie vanuit een alternatief perspectief kijkt naar de cijfers en wijst op de enorme nevenschade voor het bredere maatschappelijke welzijn en voor het welzijn op de langere termijn wordt niet bestreden met argumenten maar met een oordeel. Iemand die zich afvraagt of we de wetenschap wel zo kritiekloos moeten volgen wordt dan onwetenschappelijk of een complotdenker, iemand die twijfelt aan de onvermijdelijkheid van vaccins, wordt irrationeel, of een free rider. En een echt maatschappelijk debat over het levenseinde, de verhouding tussen de kwantiteit en de kwaliteit van het leven en de rol die we aan wetenschap en technologie wensen te geven, wordt ermee afgeblokt.

Hoe ziet de toekomst virusgewijs er volgens u uit?

Zonder publieke bezinning, verwacht ik een verdere toename van de  mechanismen, protocollen, actoren en wetenschappelijke instellingen om virussen te ontdekken en te bestrijden. Een groeiend aantal mensen zal in deze instellingen te werk gesteld worden en zal als taak en missie hebben om het publiek in te lichten over en te beschermen tegen virussen. Dat zal er voor zorgen dat men sneller virusuitbraken zal vaststellen en signaleren, en dat we dus vaker dan tevoren alarmbellen zullen horen. Bij de eerstvolgende dreiging zullen de in 2020 en 2021 geschreven draaiboeken onmiddellijk in werking treden, wellicht ondersteund door een pandemiewet. Naar het pre-corona tijdperk van 2019 keren we niet meer terug. Ik vrees eerder voor een normalisering van maatregelen die men voor 2020 niet voor mogelijk hield.

 

Bron:

[1] Neil M. Ferguson et al., “Impact of Non-Pharmaceutical Interventions (NPIs) to Reduce COVID-19 Mortality and Healthcare Demand,” Imperial College London, March 16, 2020; Patrick G.T. Walker et al., “The Global Impact of COVID-19 and Strategies for Mitigation and Suppression,” Imperial College London, March 26, 2020; MRC Centre for Global Infectious Disease Analysis, “COVID-19,” Imperial College London, 2020; Landler, M., and Castle, S. (2020) ‘Behind the virus report that jarred the U.S. and the U.K. to action’, The New York Times, 17 March 2020, https://www.nytimes.com/2020/03/17/world/europe/coronavirus-imperial-college-johnson.html; Nuki, P. (2020) ‘The terrifying data behind the government’s sudden coronavirus lockdown’, The Telegraph, 17 March 2020, https://www.telegraph.co.uk/global-health/science-and-disease/terrifying-data-behind-government-coronavirus-lockdown/.

Creative Commons

dagelijkse newsletter

take down
the paywall
steun ons nu!