Yves Leterme en Bart De Wever

Bart De Wever: “Niet de GGO-aardappelen vormen het probleem.”

dinsdag 31 mei 2011 19:53
Spread the love

Volgens Bart De Wever zit het probleem in het feit dat Diego de Amalya de aardappel pas in 1536 geïmporteerd heeft. Waarschijnlijk uit Peru of Chili. De Wever vindt het dan ook spijtig dat er geen Latijnse benaming bestaat voor zijn favoriete aardappelgerecht, frieten. En dat is de schuld van Wallonië.

Bastaardbenaming voor eerlijk aardappelgerecht

Hij verwijt de Walen dan ook met klem dat ze indertijd niet genoeg moeite hebben gedaan om bij de Spanjaarden te lobbyen om de aardappel eeuwen eerder te ontdekken en in te voeren.

“Hierdoor werd niet enkel een van de grootste culturen uit de oudheid een gastronomisch hoogtepunt ontzegd, maar moet de wereld het nu stellen met een benaming voor een van de eerlijkste gerechten die er bestaan met als bron de Franse bastaardtaal – die haar Latijnse oorsprong toch grote oneer aandoet,” dixit De Wever tijdens een lezing voor de Vereniging van Vlaamse Horeca-uitbaters.

Oorzaak van budgettaire malaise en transfers

Volgens De Wever getuigt dit alles ook van het beperkt economisch inzicht van de inwoners van Wallonië. In het bijzonder deze van Namen, Dinant en Andenne waarvan, volgens de historicus Jo Gérard, omstreeks 1680 de eerste optekening werd gemaakt van de bereiding van frieten.

“Als zij enige moeite zouden hebben gedaan, hadden zij veel vroeger de friet kunnen ontwikkelen,” verklaarde De Wever voor het aanwezige publiek.

“Dan hadden zij pas blijk gegeven van verantwoordelijkheidszin en hadden zij – mochten zij voor één keer hun verstand hebben willen gebruiken – dit economisch succesverhaal ten gelde kunnen maken.”

“Integendeel,” zo vervolgde hij, “hebben zij met hun typisch Waalse arrogantie hiermee gedaan waar zij goed in zijn. Niets.”

Volgens De Wever zou Wallonië Vlaanderen minder een blok aan het been geweest zijn dan nu het geval is indien ze indertijd wat meer hadden aangedrongen bij de Spanjaarden.

“Wij hadden niet zo in de patatten gezeten als zij wat meer ondernemerschap aan de dag hadden gelegd,” merkte hij op.

Perverse recuperatie van volks gerecht

Volgens De Wever hadden we dan ook niet in de huidige politieke impasse gezeten, noch te maken gehad met fenomenen als frietrevoluties en frietpleinen die, volgens De Wever, “een perverse recuperatie zijn van een eerlijk, volks gerecht.”

Dat is het verleden dat zich wreekt. Maar een verleden dat veel verder teruggaat dan het ontstaan van het onzalige België. En als historicus meen ik hierover toch met kennis van zaken te kunnen spreken,” argumenteerde hij.

Volgens De Wever is dit het essentiële probleem met de aardappel. In tegenstelling tot wat sommigen ons willen doen geloven omtrent het proefveld met ggo-aardappelen te Wetteren.

De Wever is dan ook niet ontevreden met het feit dat de Vlaamse overheid publieke middelen investeert in zulke projecten die enkele wereldspelers uit de agro- en bio-industrie ten goede zullen komen en hiermee, welsiwaar wat werkgelegenheid, maar vooral veel omzet zullen creëren.

Heropleving frietkotcultuur ter versterking van Vlaamse identiteit

Hiermee kan ook de Vlaamse horeca zijn voordeel doen, volgens De Wever. Hij ziet hierin zelfs een opportuniteit om de frietkotcultuur in Vlaanderen in ere te herstellen door het groter aanbod van aardappelen dat afzet zou moeten vinden en om langs die weg meteen ook de Vlaamse identiteit te versterken.

“Frietkoten zijn nu eenmaal populair en laagdrempelig dus een perfecte plaats om aan volksopvoeding te doen. Men zou er daarnaast bijvoorbeeld kaarten voor het Vlaams Nationaal Zangfeest kunnen verspreiden en verzamelplaatsen van kunnen maken om in groep naar de Ijzerwake te gaan.”

De Wever merkte wel op dat men waarschijnlijk het frietkot als een Belgisch of zelfs Waals cultuurelement zal willen claimen. “Maar dat is een symptoom van Waalse koppigheid of een gedoemd, naïef unionistisch denken,” verklaarde hij.

Het belang van de vermeende plaats van origine van de friet zou volgens De Wever in dergelijke discussie te verwaarlozen zijn. Het familiedocument waarin de eerste frieten zouden vermeld zijn, werd nooit gepubliceerd. Hierdoor werd dit ook nooit door anderen gecontroleerd of bevestigd.

“Maar wat wel een feit is,” stelde De Wever, “is dat Antwerpen een frietkotmuseum heeft. Brugge heeft zelfs een frietmuseum. Vlaanderen ging op dit vlak dus reeds duidelijke en verregaande engagementen aan, in tegenstelling tot Wallonië. Hier moet de staatshervorming dus ook over gaan.”

“Friet zal Vlaams zijn of zal niet zijn,” poneerde hij. “Wij zijn lang genoeg gekoeioneerd. Wij eisen nu boter bij de vis!”

Vlaanderen tegen 2020 een landbouweconomische topregio

Voor De Wever is de negatieve impact van het inzetten op agro- en bio-industrie op de kleine landbouwbedrijven in Vlaanderen en Europa eerder van ondergeschikt belang. “Vooruitgang vergt offers,” stelde hij.

“En vooruitgang is omzet, dat weet elke boer met gezond verstand  Trouwens, hoe meer er te verdelen is onder minder volk, hoe voordeliger. Dat is simpele wiskunde.”

“We moeten nu eenmaal investeerders lokken uit die industrieën. Hoe zouden we anders de doelstelling uit het Vlaanderen In Actie Pact 2020 kunnen realiseren om in Vlaanderen een performante landbouw te creëren die de vergelijking kan doorstaan met de Europese landbouweconomische topregio’s?”

Volgens De Wever hoeft men niet gestudeerd te hebben om in te zien dat je zoiets niet bereikt met kleinschalige, duurzame landbouwbedrijven en wordt het tijd dat men hierin realistisch wordt.

Duitsland boert goed met ggo-aardappelen

Volhardende bioboeren met angst voor contaminatie moeten er volgens De Wever gewoon voor zorgen dat hun bioproduct de grens van 0,9% aanwezigheid van ggo’s niet overschrijdt. “Dan hoeft het toch niet geëtiketteerd te worden? Hoe moeilijk kan dat nu zijn?“

“Kijk naar Duitsland, daar teelt BASF al jaren ggo-aardappelen. En zie maar eens hoe goed dat land boert. Overigens, daar is een aanzienlijk deel van de bevolking ten minste niet te trots om te werken aan een nettoloon van 5 à 8 euro per uur.”

Een vraag die we onszelf volgens De Wever moeten durven stellen is of de Vlaamse horeca met zo’n blijk van zelfopoffering ook niet gebaat zou zijn? Volgens hem zou Vlaanderen met meer zuivere, Duitse genen in ieder geval zijn voordeel doen.

“Kijk vervolgens naar Wallonië, dat sind 2008 formeel een ggo-vrije zone is en trek uw conclusies,” besloot hij.

Linken:

(Vanwege de verwarring: dit is een parodie gebaseerd op recente berichten in de media.)

dagelijkse newsletter

take down
the paywall
steun ons nu!