Bar Bohème / 24 oktober 2013

zaterdag 26 oktober 2013 02:58

Donderdagavond. Nocturne van de galerijen. Het volk twijfelt binnen te gaan in de tentoonstellingsruimtes op het Antwerpse Zuid. Naast de tafel waarop gratis drank staat uitgestald in Galerie Marion De Cannière prijken de brievenbussen van het Roemeense kunstenaarsduo Cristian Bors en Marius Ritiu aan de muur. Een Indische performancekunstenares bindt blootsvoets kapotgeslagen keramiek samen met behulp van wit garen nabij de voordeur van Geukens & De Vil. Tim Van Laere keuvelt met Fred Bervoets.

Meer noordelijk, aan die andere kant van de stad, opent Jeroen Olyslaegers omstreeks kwart na acht plechtig de eerste editie van Bar Bohème. Het gemoedelijke panelgesprek wordt georganiseerd in de Tempel op het binnenplein van de Koninklijke Academie voor Schone Kunsten. Op Facebook beloofde Olyslaegers “een informele samenkomst van artiesten uit verschillende hoeken van de kunsten die via korte toespraken, hardop denken en gesprekken met het publiek van studenten en geïnteresseerden een kleine ‘bohemien-academie’ in het leven roept binnen de 350jarige Academie”.

De soundtrack voor vanavond is ‘Transit’ van Christian Fennesz. Op de cover van het album ‘Venice’ staat een blauwe houten sloep afgebeeld, klaar voor wie de moed vindt om met roeispanen het water te trotseren.

I have listened very well

Moderator Ruth Joos overhandigt de microfoon aan Olyslaegers en de schrijver annex bezieler van geefpleinen steekt van wal. ‘Laat de bohémer in u los’ citeert hij uit een naoorlogs Libelle-magazine dat hij op een Oostendse rommelmarkt op de kop had getikt. In dat ene vergeelde tijdschrift werden oorlogsvrouwen met diezelfde woorden aangespoord hun creativiteit te botvieren middels de aanschaf van een nieuwe toile cirée. Olyslaegers vind het schrijnend hoe de ontluikende vrijheid van de vrijgevochten vrouwen gefnuikt werd en in de richting van een ordinair consumentengedrag werd gestuwd. Hij verklaart dat échte vrijheid (van tijd vooral) nog steeds met kunstenaarschap wordt verbonden en hij herinnert zich hoe hij in zijn jongere jaren ietwat hoogmoedig de garantie op zekerheden en pensioen opgaf in het licht van zijn schrijverschap.

A future’s hinting at itself

Een ware bohémer vergelijkt Olyslaegers dan liever met een “geef-spook”, een wezen dat in elk van ons vervat zit. Steunend op ervaringen uit activiteiten die hij mee op poten zette in de kring van Occupy Antwerp maakt Olyslaegers een onderscheid tussen geven aan mensen die je kent en aan mensen die je helemaal niet kent. Zonder ironie predikt hij een “bewustzijnsrevolutie”, één die het eigenbelang at the end of the day inwisselt voor een uitbreiding van het nest verder dan uw gezin alleen. Ruud Gielens treedt hem bij met verhalen uit Egypte, het land waar zijn vrouw vandaan komt en waar hij besloten heeft voorstellingen te gaan maken. Gielens meent de opkomst van een civil society te ontwaren, een burgermaatschappij, één die het niet pikt wanneer onrechtvaardigheid gedoogd wordt door the powers that be. (Alleen dat laatste anglicisme komt van mij.)

No one interrupts the harmful when they’re speaking

Het grote aandeel van België in de wapenhandel met het Midden-Oosten komt ter sprake. Wie heeft het in zich om onze politici te interpelleren over deze kwestie? Mogelijk hoort er geen heil meer te worden gezocht bij de instituten; zij het dan bij grote productiehuizen, politieke instanties of economische grootmachten. Wanneer mensen op zichzelf uitgewezen worden, ontstaan keer op keer gebruiken waarbij onderlinge solidariteit de overhand krijgt; koken voor mekaar, collectiviseren van bezittingen. Gielens vertelt over hoe hij zijn droom voor een goed uitgeruste theaterzaal in Egypte liet varen en de kracht heeft ontdekt van tijdelijke samenkomsten in de vorm van kortstondige festivals.

To wonder why of Europe

Europa moet eraan geloven in één van de twee boekfragmenten voorgelezen door Elvis Peeters. Zijn zelfverklaard antwoord op ‘America’ van Allen Ginsberg is ondertussen al 12 jaar oud maar heeft duidelijk nog niet aan kracht ingeboet: “Europa, ik zoek mensen om je te bestormen, om je te redden uit de klauwen van zakenlui, managers, ministers die ook maar arme luizen zijn in de vacht van het universum,” scandeert Peeters. Drie jaar later nadat zijn gedicht wordt uitgebracht in de bundel ‘Wat overblijft is het verlangen’ zingt David Sylvian zijn zalvende klaagzang in over het pikdonkere ‘Transit’: “Say your goodbyes to Europe.
Swallow the lie of Europe.”

Lights are dimming

Hans op de Beeck heeft het gemaakt, of zo laat Ruth Joos ons toch geloven. Maar wanneer hij door Olyslaegers een tijdje terug gevraagd werd of hij geen plek vrij had om een stagiair in dienst te nemen, had de kunstenaar in een uitvoerige mail trachten uit te leggen hoe binnen de structuur van zijn onderneming daar bijzonder weinig ruimte voor bestond. Om in zichzelf te voorzien is hij trouwens genoodzaakt les te geven her en der (iets waar hij niettemin veel waarde aan hecht) en een boekhouding erop na te houden die uitzonderlijk streng gecontroleerd wordt. De internationaal erkende kunstenaar kampt daarbij met beduidend meer “noise” dan men doorgaans vermoedt.

The best cigarette is saved for last

Chris van Camp sluit af met een direct betoog gericht aan de paar aanwezige kunststudenten. Ze ontkracht het beeld van de bohémien zoals we die ons graag voorstellen, als een romantisch ideaal. Het armtierig zolderkamertje is uiteraard helemaal niet de voedingsbodem bij uitstek om tot een hoogwaardige kunst te komen. Het is slecht een ongelukkig nevenverschijnsel van een samenleving die kunstenaars onderverdeelt bij het profitariaat, als mikpunt van een opnieuw opborrelende cultuurrancune. Aan het eind van haar overigens begeesterende motivatiespeech trakteert van Camp de nieuwe lichting creatievelingen op de retorische meerkeuzevraag:

Vindt u kunst:

1) tamelijk belangrijk
2) heel belangrijk

of

3) alles?

We drink alone

In de borrel achteraf gaat een uitgezonden interview met Russel Brand de ronde, waarin de acteur/komiek met een spervuur aan revolutionaire, geestige en gepassioneerde witsen de verslaggever Jeremy Paxman van antwoord dient. Brands opiniestuk in The New Statesman rijgt de ene dwingende oproep ter bescherming van onze planeet na de andere aaneen en veroordeelt daarbij niet altijd terecht het politieke ambt in zijn totaliteit. Die radicale afwijzing van een politieke discipline tout court schemerde in de zojuist afgeronde Bar Bohème ook nu en dan door.

Het afgelopen maand gepubliceerde pleidooi van journalist Joris Luyendijk, die gestationeerd is in het financiële hart van de Londense City, wordt mij in herinnering gebracht: “Politici moeten afstand nemen van het systeem en zeggen: we beheersen het niet meer. Je moet namen en rugnummers gaan noemen. Zodat, als de economie instort, politici nog geloofwaardig zijn.”

Laat ons gewapend met een gulle geef-cultuur een poëtische politiek voeren die de godvergeten graai-economie naar de geschiedenisboeken verwijst.

Uitkijken naar de tweede editie van Bar Bohème!


Om de gesprekken van de gasten en tussenkomsten uit het publiek terug te horen kan u zich wenden tot http://soundcloud.com/straatsalaat/bar-boheme.

dagelijkse newsletter

take down
the paywall
steun ons nu!