Balvooroordeel

Balvooroordeel

maandag 11 oktober 2010 17:56

Ik ben na één maand in dit land nog steeds aan het wachten op de eerste pint die ik zal kunnen bestellen zonder mijn paspoort met grote grijns te moeten boven halen. De ene keer volgen er excuses dat ze mij nog zo jong hadden ingeschat, een andere keer volgen er complimenten omdat mijn ogen na 25 jaar nog twinkels van kattenkwaad blijken te bevatten.

In het Arabische gedeelte van het land verkopen ze geen alcohol maar het eten is er wel stukken goedkoper. Hier overschatten ze dan weer de verantwoordelijkheden die met mijn leeftijd gepaard gaan. Wat doe je hier alleen in dit gebied? Waar is je vrouw en hoeveel kinderen heb je al? Ze respecteren mijn keuze voor reizen wel maar ging ik dit niet meer op mijn gemak doen als ik wist dat er thuis al wat nageslacht werd opgevoed? Het is eens een andere manier om naar je leven te kijken! Ik blijf ondanks al hun adviezen blij met een bankrekening waar kindergeld noch alimentatie het eindcijfer van beïnvloeden.

Misschien nog moeilijker dan mijn levenswandel duidelijk te maken aan de Palestijnen was België duidelijk maken waarom ik uitgerekend deze plaats tijdelijk wou bewonen. Ik had toch een goede job? Ik had toch een auto? Ik had geen huis maar altijd wel ergens een dak boven het hoofd en sommige nachten had ik zelfs een lief. Allemaal dingen waar mensen jaren naar zoeken en ik ging dit even overboord gooien om naar waar te gaan? Palestina? Ja, na die overstromingen daar hadden ze wel hulp nodig maar moest uitgerekend ik dat gaan doen? Ah, dat is Pakistan, wat is dat Palestina dan? Jeruzalem? Ja, van Jezus en al, nu begrijpen we het. Maar het is daar toch oorlog? Wat wil een mens daar dan gaan zoeken? Ben je zeker van je stuk? Wees dan toch maar voorzichtig! Niet enkel opletten op die terroristische moslims die te pas en te onpas ontploffen op bussen! De rest van de bevolking zijn daar namelijk joden en als je met hen zaken doet en ze hebben je op het einde van je aankoop niet bedrogen dan is dit enkel omdat ze het vergeten zijn! Tel na het geven van een hand zeker al je vingers want de kans is groot dat ze met één of meerdere gaan lopen zijn!

Vooroordelen genoeg over beide bevolkingsgroepen en met een gerust gemoed kan ik zeggen dat de joden mij nog geen shekel teveel hebben afgeluisd en dat iedere moslim enkel in zijn eigen auto ontploft en niet met buskruit maar omdat de eindeloze files in Jeruzalem hem weer de helft van zijn avond gaan kosten.

Vorige week hadden kolonisten een moskee in een vluchtelingenkamp juist buiten Bethlehem in brand gestoken en logischerwijs was de Arabische gemeenschap hier niet mee opgezet. In de joodse reacties op internet viel er te lezen dat moslims, die van nature uit terroristen zijn, deze brand zeker zelf hadden aangestoken en nu de joden wilden raken waar het hen het meest pijn doet, in hun portefeuille. Er viel te lezen dat ze niet moesten rekenen op ook maar één cent herstelbetaling van de joodse gemeenschap.

Met deze gebeurtenis vers in het collectieve Israëlische geheugen mocht ik me verwachten aan extra controles op weg naar de Westelijke Jordaanoever. Nog versuft van de slaap en verlangend naar de eerste tas koffie op kantoor stonden mijn vrienden in het groen dan ook mijn verwachtingen in te lossen. Ze stonden de bus weer op te wachten om iedereen de ochtend wat zuur te maken. Met mijn zelfde huidskleur als de onderzoekers was ik tot op heden steeds vrijgesteld van onderzoek maar omdat ik niet spontaan mijn pas aanbood werd mij toch verzocht om rugzak te openen en visum te tonen. De rode stempel in mijn boekje bezit een goed geprinte dag en jaar van aankomst maar de maand laat wat te wensen over. Mijn schuld niet want ik had er die stempel niet ingezet maar mijn onschuld deed niet ter zaken. Na wat verwijten over mijn slechte visum werd ik van de bus gehaald en mocht op het voetpad mijn rugzak laten uitmesten door de late pubers. Gelukkig had ik nog een stukje boardingpass van mijn vlucht bij me en kon hen na een lange zoektocht naar welk wapen dan ook bewijzen dat ik minder dan drie maanden hun heilige grond aan het bevuilen was en dus nog wat krediet had om dit de volgende weken verder te doen. Ik kreeg nog wat opmerkingen te verduren over hoe gelukkig ik wel niet was dat ik verder mocht gaan maar een echt vreugdedansje kwam er niet spontaan uit. Had ik wat lef gehad dan kon ik wat spitsvondige dingen naar hun hoofd slingeren maar dit project gaat over de mensen in en rond de stad Jeruzalem, niet over de binnenkanten van de gevangenissen. Geen andere optie dan wachten op de volgende bus die me zou wegvoeren van de geldwolven en me bij de terroristen zou zetten.

Wanneer ik afstap van de bus vliegen de taxichauffeurs op de toeristen af en vragen hen waar we naartoe moeten. Ik doe nog de moeite om “het centrum” te antwoorden en één van de mannen weet me te zeggen dat dit zeker vier kilometer is, allemaal bergop, onmogelijk om te voet te doen en voor slechts dertig shekel wil hij mij er wel naartoe brengen, omdat ik zijn vriend ben. Ik zeg de man dat ik volgende olympische spelen voor het goud zal gaan in het snelwandelen want ik heb er de afgelopen mand nog geen enkele keer meer dan een kwartier over gestapt en onderweg had ik dan nog tijd over om een ontbijt te kopen ook.

Op kantoor heeft de coördinator van de NGO slecht nieuws want de eigenaar van het gebouw waar ik mijn jeugdherberg in wil oprichten zal jaarlijks 4000 dollar extra kosten als het een herberg wordt. Hij mag toch ook een graantje meepikken van het geld dat we hier binnenkort met hopen gaan binnenrijven en zo komt de oprichting weer op de helling te staan. Het gebouw wordt nu reeds voor een aanzienlijk bedrag van hem gehuurd. De Franstalige kleuterschool vangt er de kinderen op op het gelijkvloers en het bovenste verdiep staat nu enkel maar te verkommeren. De NGO wil het verdiep een facelift geven en dit ging ook in de eigenaar zijn voordeel spelen maar de man wil van geen consensus weten, betalen zullen we. We overlopen mogelijke alternatieven tot de middag en mijn buik maakt me duidelijk dat ik best mijn vaste restaurant in Bethlehem ga opzoeken.

De vriendelijke uitbater geeft me mijn vaste menu en bij het afrekenen zegt hij me “eight shekel, as always for you Youssef”. Met deze “as always” weten we beiden dat hij zich excuseert voor de vijftien shekel die hij mij de eerste keer durfde aanrekenen maar je bedrog na enkele weken toegeven staat niet zo netjes bij iemand die je al weken “very good friend” durft te noemen. Ja, al vrienden genoeg gemaakt bij de middenstand die ik met regelmaat bezoek.

Als de werkdag op zijn einde loopt bereid ik me voor om het hol van de terroristen te verlaten en via de veiligheidsmuur terug te gaan slapen aan de kant van de geldzuchtige bedriegers. Een grote groep mensen staat voor de hekkens met hun paspoort te zwaaien en ondertussen weet ik dat dit betekent dat de militairen de mensen hun geduld weer eens op de proef aan het stellen zijn. Terwijl ze praatjes staan te slaan met elkaar laten ze mensen als dieren in een kooi wachten en slechts als er genoeg toeristen zich tussen de Palestijnen hebben gemengd gaan de poorten open om iedereen aan een inspectie te onderwerpen. Dit is geen dagelijkse intimidatie maar op regelmatige basis willen de jongeren met geweren wel eens tonen wie de baas is aan de muur. Als de controles gebeurd zijn schuif ik bij een laatste check aan achter een jonge moeder met een kleutertje van ongeveer twee jaar en als de bengel onder de tourniquet loopt neemt een gewapende militair hem op de arm waarop de moeder en het kind luid beginnen te roepen. De moeder mag niet door voor haar documenten extra langzaam worden bekeken en ze haar vingerafdrukken heeft laten controleren. Ondertussen wandelt het groentje rustig weg met het krijsende kind en zet het jongetje pas terug neer als de moeder de toestemming om verder te gaan heeft gekregen. Veel valt er niet te protesteren, we weten ondertussen wie hier het geweer draagt.

Vorig jaar gaf ik nog vorming aan Belgische jongeren uit Kortrijk en we vroegen hen wat een vooroordeel was. Een kleine jongen van Turkse afkomst vond dit een gemakkelijke vraag en zei:”als je voetbalt en iemand maakt een fout maar je kan toch doorgaan om te scoren dan kan de scheidsrechter je balvooroordeel geven”. Sedert vandaag versta ik de Turkse jongen ietsje beter, er valt niets aan vooroordelen te begrijpen.

T.T.

 

Deze reportage kwam tot stand met de steun van het Fonds Pascal Decroos:
 

dagelijkse newsletter

take down
the paywall
steun ons nu!