Balopera, Open brief aan de intendanten van de Vlaamse culturele instellingen

Balopera, Open brief aan de intendanten van de Vlaamse culturele instellingen

donderdag 30 december 2010 11:47

Open brief aan de intendanten van de Vlaamse culturele instellingen Filharmonie, Brussels Philharmonic/Vlaams Radio Koor, Ballet, Vlaamse Opera

Geachte Dames en Heren,

Ten eerste feliciteer ik u omdat u samen met uw collega’s en vakbonden op de parlementaire Hoorzitting van 16 december jl. hebt duidelijk gemaakt dat er een aantal bij te sturen zaken staan in de synergie/fusienota over de culturele instellingen van Minister Schauvlieghe (ondertussen onderschreven door de Vlaamse Regering).
Zo stelden ook de vakbonden dat naast de waardevolle zaken uit de nota er ook te nuanceren punten zijn, en krijtlijnen waarmee men best rekening houdt om tot een gedragen verhaal te kunnen komen.

Bij het ongenuanceerde punt in de synergienota over ‘de onderbenutting van musici en koorleden’ vertelden we: “Niets is zo ergerlijk dan ongefundeerde statements, die niet gebaseerd zijn op facts en figures. Net zoals bij de vorige fusieplannen, lanceert men de mythe van een generalistische onderbenutting. Toentertijd was die gebaseerd op cijfers van een besparingsjaar in de opera én gewoonweg een verkeerde overschatting van het aantal orkestmusici. Nu is ze gebaseerd op geen enkel onderbouwd cijfer… En ja, ook een sportploeg heeft misschien twee keepers. Zich echter focussen op de ‘groep’ van keepers om dan een volledige ploeg te beschuldigen van onderbenutting is voor ons alleszins enkele bruggen te ver.”

Het is wat jammer en onjuist dat we lezen in De Morgen van 17 december dat de vakbonden zouden hebben gepleit voor het “uitwisselen van musici. Het betreft hier een verkeerd geciteerde uitspraak van mijn socialistisch collega. Zij vertelde in tegenstelling met het citaat echter dat het denkbaar zou moeten zijn dat orkesten bijvoorbeeld diensten uitlenen aan het Ballet. In onze gezamenlijke voor de Commissie Cultuur gebrachte tekst staat letterlijk: “Het zou een ernstige fout zijn te denken dat alles inwisselbaar is. Dit geldt niet alleen voor de orkesten. Want ook menen dat een atelier van een reizend dansgezelschap net hetzelfde is als een honkvaster operagezelschap zou getuigen van nét niet genoeg inzicht in de materie.” Met andere woorden is het verkeerd om te denken dat er zomaar een inwisselbaarheid zou mogelijk zijn van gespecialiseerde musici of koorleden, gespecialiseerde atelierpersoneel, podiumtechnici enz.
Dat schreven we trouwens reeds in 2006, toen de politiek ook al eens het fusie-idee lanceerde.

Is het echter ondenkbaar zijn dat er een vorm van collegialiteit zou bestaan tussen de orkesten, de opera en het ballet? Samenwerking lijkt me binnen bepaalde krijtlijnen wel mogelijk. Bijvoorbeeld afspraken over gebruik van zalen, programmering, begeleiding van ballet. Indien net die solidariteit oprecht had bestaan, hadden we niet gestaan waar we nu staan. Want laten we toch nog maar eens aan iedereen vertellen WAAROM we vorige week allemaal gesommeerd werden om in het Vlaams Parlement te verschijnen: Ik stel samen met het personeel van de betrokken instellingen vast dat wij als vakbonden reeds vele maanden de instellingen waarschuwden voor het feit dat er in de beleidsnota’s (reeds in 2009) van Minister Schauvlieghe gevraagd werd aan de instellingen van meer samen te werken. Men heeft een kans gemist en ànderen hebben een synergienota ingevuld. Dat is net de reden waarom we allemaal present dienden te zijn in het parlement. In een poging aan bijsturing te doen. Tot wat gemiste kansen, kortzichtigheid en een gebrek aan collegialiteit leiden kan.

Het nummertje dat sommigen opvoerden over de grote collegialiteit was m.i. niet altijd even geloofwaardig. Nu men gesommeerd werd voor een Hoorzitting leek men soms op kinderen die aan het bord bij de schoolmeester geroepen waren: plots waren ze allemaal zogezegd goede leerlingen… Gelukkig blijkt er nu een begin van wil te zijn om met elkaar te overleggen. Maar die wil om wat meer met elkaar te praten is er misschien eerder gekomen na de synergienota van de Minister. En het overleg kan zeker beter gestructureerd te worden.

Niet alleen hebben de verantwoordelijken van de instellingen kansen laten liggen, men heeft ook tot op de Hoorzitting van een gebrek aan collegialiteit tussen instellingen blijk gegeven. Tijdens de Hoorzitting werd door Dhr. Verbugt (Filharmonie) verschillende malen gesteld dat er “een overaanbod van de orkesten was”. Is dat gebaseerd op facts en figures? Ik meen van niet. Was dit collegiaal ten opzichte van andere orkesten? Was dat strategisch verstandig? Of heeft dit eerder te maken, zoals anderen verstandiger uitlegden met bv. een moeilijke Brusselse markt? We hadden net allemaal, werkgevers én vakbonden samen, een hele dag – gefundeerd en met vele voorbeelden – gesteld dat de schitterend presterende Vlaamse culturele instellingen ondergefinancierd waren. Dhr. Broucke maakte op een moment de vergelijking tussen een echtgenote en minnares als antwoord op de vraag of hij in Flagey of de Bijloke wilde zitten (“laat de Bijloke dan onze minnares zijn”). Wij stellen dat het jammer is dat de instellingen te lang concurrenten en ‘vechtgenoten’ zijn geweest voor elkaar. En ik deed en doe een warme oproep om elkaar eerder te zien als minnaars.

Versta me niet verkeerd, er werden vele interessante zaken verteld door de intendanten. Zo deed Dhr. Broucke (intendant Brussels Philharmonic) een goede suggestie om het probleem van de tewerkstelling voor freelancers en het soms moeilijk vinden van vervangers op te lossen. Reeds eerder hebben we onze grote bekommernis geuit voor de kwetsbare groep van vervangers, freelancers, extra’s en jonge afgestudeerde kunstenaars. Met welke middelen echter gaat men de “voldoende aandacht voor talentontwikkeling” waarvan de synergienota spreekt, garanderen? Of gaat men hier een bijkomende verplichting op de schouders van de instellingen laden die nu reeds geconfronteerd worden met slinkende middelen?

Tot slot kan men mij niet wijsmaken dat men meer dan 2 jaar nodig heeft om een voorstel te doen dat nog steeds geen rekening houdt met de concrete vraag van het Ballet i.v.m. het beschikbaar stellen van de zaal van de Opera te Gent en Antwerpen. Men kan mij niet beschuldigen geen liefde voor de opera te voelen. Ik heb er 18 jaar met hart en ziel gespeeld. Maar volwassen mensen/intendanten die oprecht met elkaar een akkoord willen sluiten, slagen er volgens mij binnen enkele uren in een oplossing te vinden over een speelperiode van enkele weken. Twee jaar en meer lijkt mij inderdaad te wijzen op een gebrek aan goede wil, geen goede communicatie en een gebrek aan collegialiteit.

Laten we hopen dat we nog een en ander kunnen bijsturen, dat de politiek beseft dat men rekening dient te houden met een aantal krijtlijnen die we presenteerden (fusie nee – samenwerking ja, behoud artistieke eigenheid, werkbare financiële enveloppes, evenwaardige artistieke eindverantwoordelijken, behoud personeel, harmonisatie en herwaardering van de lonen, behoud personeel). En dat de instellingen vanaf nu op een betere manier met elkaar zullen omgaan.
In bijlage de door het Gemeenschappelijk Front gebrachte tekst.

Servaas Le Compte, Algemeen Sectorverantwoordelijke, ACV Transcom Cultuur, gsm : 0470 130 600
 

dagelijkse newsletter

take down
the paywall
steun ons nu!