Bahram besloot om door de hoge begroeiing tot vlakbij de ruïne te wandelen, maar viel vlak daarna in een diepe put. (Foto: Bahram Maaruf)

Bahram in Koerdistan Dag 10: De val in de put

vrijdag 11 april 2014 10:52

Ik ben Bahram, 22 jaar oud en studeer sociaal-cultureel werk aan
de Katholieke Hogeschool Leuven. Mijn vader is een oud guerillastrijder
uit Iraaks Koerdistan. Ik heb dit jaar besloten om terug te keren naar
Koerdistan en te observeren hoe het sinds de bevrijding door de
Amerikanen veranderd is. Ik spreek de taal zelf nog maar een klein
beetje maar heb mijn vader om mij bij te staan en voor mij te vertalen.
In functie van mijn studies schrijf ik dit verslag over mijn bevindingen
als ontdekker en avonturier.

De val in de put

Een gerust geweten:
We zijn op weg naar het kasteel van Kirkuk met mijn achterneef en
mijn vader. Hij is sergeant in het leger. Als hij niet moet werken is
hij onze chauffeur, bodyguard en engelbewaarder. Hij is als een broer
voor mijn vader en ik ben ook erg op hem gesteld geraakt. Zijn naam is
Mohammed en tijdens het regime van Saddam Hoessein werd hij opgeroepen
om te gaan vechten in het leger. Hij weigerde en vluchtte naar het
bevrijde deel van Koerdistan. Nu zit hij in het vrije leger en heeft hij
een vrouw en drie kinderen.

“Wat is voor jouw geluk?”, vraag ik hem. Hij zei me dat voor hem
geluk de gerustheid van zijn geweten is. Hij leeft in bijna constante
ongerustheid en angst. Hij laat me zijn geweer zien en gooit het naast
zich neer: “Ik leef in angst voor mijn familie. Mijn hart springt op als
er iemand iets te hard op de deur klopt. Ik heb schrik om mijn wagen in
een garage in de stad te plaatsen omdat ze er een bom onder kunnen
plaatsen. Als ik in de kazerne ben, slaap ik met mijn kalasjnikov in
mijn armen.”

Als hij een gerust geweten zou hebben, zou hij dit geweer niet
dragen. Dit is alles behalve een normale manier van leven. Ik ben diep
onder de indruk van zijn antwoord en wens hem ons gevoel van veiligheid
toe die wij zo vanzelfsprekend vinden in België. Ik kan me amper
voorstellen om op deze manier te leven en de hele tijd over mijn
schouder te moeten kijken.

Het kasteel:
In het centrum van Kirkuk staat een berg waarop vroeger een kasteel
stond. Dit kasteel werd 2800 jaar geleden gebouwd. Wat er nu staat is
een schaduw van wat er ooit stond. Nu staan er alleen nog enkele ruïnes
en grote open plekken waar ooit prachtige huizen stonden. Saddam heeft
met buldozers alles plat gegooid. Ik verwens hem voor deze misdaad en de
vele anderen die hij ooit beging. Voor mij was de doodstraf te licht en
hadden ze hem over elk stukje land en historisch erfgoed mogen laten
kruipen dat hij kapot gemaakt heeft. Koerdistan stond voor zijn regime
vol met bossen en wouden die hij bijna allemaal heeft platgebrand met
brandbommen.

De prins en zijn geliefde:
We wandelen samen de berg op en kwamen op een plek die zo groot is
als het centrum van Leuven. Dit stond ooit vol huisjes vertelde mijn
vader me. Voor ons lag één van de best bewaarde gebouwen van het
kasteel. We liepen een ommuurde binnenplaats op en hier stond een
prachtig gebouw dat de vorm had van een cilinder met een koepel op. De
stenen waarmee het versierd was hadden de mooiste kleuren en glansden in
het zonlicht.

Je kan binnenwandelen in het gebouw, binnenin staat het graf van een
vrouw. Dit gebouw werd opgetrokken met de hand door een prins voor zijn
geliefde. Er is niet geweten welke prins het was dat dit wonder er gezet
heeft. Het enige dat zeker is dat het dateert uit de Abasiedense tijd.
Zelfs de vorm van het graf is nog duidelijk te zien binnenin en terwijl
ik binnen stond ben ik uit respect niet op de aarde gaan staan waar ze
ligt. Er is niet echt een grafsteen te zien. Enkel een rechthoekkige
streep aarde die opengelaten is tussen de tegels.

We lopen langs de zijkant een trap af en daar stond één van de oudste
hamams ter wereld. Hier mochten vrouwen en mannen nog samen in. Wie had
ooit gedacht dat dat hier ooit nog toegestaan werd. Jammer dat hij op
slot was en we geen kijkje binnen konden nemen.

We lopen naar de rand van de berg waar voordien het vuur van Nawruz
werd ontstoken. Hier heb je een heel mooi zicht over de hoofdstraat en
de rest van de stad. In de verte kan je zelfs de berg zien waar de
grootste begraafplaats van de stad ligt.

De put:
Terwijl we onze toer rond het domein afrondden begint de zon stilaan
onder te gaan. Ik zag een mooie ruïne waar er één enkele muur met een
raam stond waar de zon perfect doorschijnt. Ik besluit om door de hoge
begroeiing tot vlakbij de ruïne te wandelen om de zon perfect in het
raam te kunnen fotograferen.

Terwijl ik door de hoge planten wandel viel ik plots in een diepe put
en kom ik terecht tot aan mijn borst onder de grond. De put was zo diep
dat ik met mijn hoofd niet meer boven de planten uitkwam. Ik voelde een
stekende pijn in mijn been, net onder mijn knie. Ik vreesde voor een
moment dat ik mijn been gebroken had door de val want ik kwam terecht
met mijn been tegen de stenen rand van de put. Ik heb echter enorm veel
geluk gehad en heb er enkel een pijnlijke knie aan overgehouden. De put
was door de dichte planten volledig aan het oog onttrokken. Dit is
levensgevaarlijk: ik heb gevloekt dat niemand hier de put met iets
bedekt heeft.

© 2014 – C.H.I.P.S. StampMedia – Bahram Maaruf

dagelijkse newsletter

take down
the paywall
steun ons nu!