De community ruimte is een vrije online ruimte (blog) waar vrijwilligers en organisaties hun opinies kunnen publiceren. De standpunten vermeld in deze community reflecteren niet noodzakelijk de redactionele lijn van DeWereldMorgen.be. De verantwoordelijkheid over de inhoud ligt bij de auteur.

Babi Pangang

zondag 6 september 2020 12:51
Spread the love

Babi Pangang.

Zo eens per jaar, doorgaans op mijn verjaardag, trakteer ik mijzelf en kroost op een etentje. Gelet op de schaarse momenten waarop dit heugelijk feit zich voordoet, wordt de finale keuze nogal snel herleid tot ‘de Chinees’. De Chinees is namelijk een restaurant waar je naar mijn idee pas echt waar krijgt voor je geld. Goed, met € 17 per hoofdgerecht is het niet meteen goedkoop, maar je krijgt er wel veel eten voor in de plaats. En het is nog lekker ook. Erg lekker zelfs.

Danig lekker dat ik de Chinees ervan verdenk heimelijk verslavend makende smaakversterkers aan zijn gerechten toe te voegen. Maar ik heb het hem nog nooit zien doen. De keuken wordt immers aan het oog onttrokken middels een klein schuifraampje voorzien van een houten triplexplaat. En wat je niet kunt zien bestaat natuurlijk niet. Zie, het leven is eigenlijk niet zo moeilijk. Het is vooral de kunst om het zo te houden. En wat gebeurt in de keuken, blijft in de keuken.

De Chinees ligt in een sterk beschaduwde omgeving ietwat verdoken aan de kant van een invalsweg tussen twee deelgemeenten van een middelgrote provinciestad. Denk spoorwegberm, platanen, een abominabel fietspad en veel te weinig straatverlichting. Ik vermoed dat het restaurant vroeger een buitenstadse villa was en nog voor het trekken van de grote ringweg in een vrij landelijke omgeving lag, maar zeker ben ik daar niet van. Het heeft een oprit, een parking en een ruime tuin zonder noemenswaardig terras. Dat laatste is eigenlijk ook niet nodig. Binnen is er genoeg plaats. Misschien wel voor honderd man.

Bij het binnenkomen loop je over het dikke tapijt naar de ruim bemeten tafels en stoelen die uiterst comfortabel zitten. Linnen servetten wachten geduldig op aanraking en de lege glazen zijn vol van verwachting.

De immense glaspartijen die uitzicht bieden op de ruime tuin zijn er van een gefumeerde soort. Daardoor is het binnenvallende licht steeds aan de donkere kant. Zo donker dat zelfs op een stralende nazomerdag, waarop mijn verjaardag doorgaans valt, het altijd de indruk geeft redelijk bewolkt te zijn. Ik vind dat een geruststellend gegeven. Al doet het vermoeden dat het etablissement in een vorig leven een louche bar of een intiem massagesalon moet zijn geweest. Nadat het als buitenstadse villa haar dienst had bewezen uiteraard.

Eens aan de tafel gezeten komt de immer glimlachende oberes al snel aandraven met de menukaart. Een overbodige inspanning als je het mij vraagt, want ik weet al wat ik wil. Ik weet al wat ik wil nog voor ik binnenkom. Ik weet al wat ik wil nog voor ik naar de Chinees vertrek. Het is de enig reden ook waarom ik naar de Chinees kom. Ik kies namelijk voor ‘nummeltje dlie-en-deltig’. Ik kies voor Babi Pangang. Wat mijn tafelgenoten nemen laat mij doorgaans koud. Ik ga voor geroosterd varkensvlees met zoetzure tomaten-gembersaus. Op een bed van sojascheuten.

Met rijst. Met zeer veel rijst graag. En neen, ik heb geen probleem om steeds weer hetzelfde gerecht te kiezen. Waarom zou ik iets anders kiezen als ik weet wat ik lekker vind? Neen, iets anders proberen, daar ben ik niet snel toe geneigd. Zeker niet bij de Chinees. Trouwens, als ik iets anders wou, dan ging ik wel naar de Turk of naar de Marokkaan. Waar ik dan, afhankelijk van die keuze, uiteraard opnieuw telkens mijn vertrouwde welsmakende gerecht verkies! Want ja, zoals ik Babi Pangang eet bij de Chinees, zo eet ik Turkse pide bij de Turk of een stoofpotje bij de Marokkaan.

En net zoals in die andere restaurants heeft men ook bij de Chinees pogingen gedaan om het interieur een eigen karakter mee te geven. Of toch datgene wat de westerse wereld daaronder verstaat. Behang met Chinese lettertekens siert hier de muur, evenals een kader met een Chinees tafereeltje waarop mannen in kleurrijke jurken en paardenstaarten staan afgebeeld. Hier en daar staat wat verloren in een hoek of lichtjes verscholen achter het gordijn, een blinkend rood geverfde draak als rekwisiet te wachten op wat animo. Zoals een hondje wachtend op zijn baasje. En oh ja, er speelt steevast luide Chinese muziek. Dat laatste is overigens zowat het enige minpunt bij dat restaurant. In de inkom is er verder nog plaats gemaakt voor een reservoir met talrijke goudvissen. Of deze op het menu staan, weet ik niet. Zo goed heb ik de menukaart ook nog nooit bekeken.

Maar in de tuin staat een wel zeer merkwaardig bouwwerk waarover ik mij telkens weer het hoofd breek tijdens het wachten op het hoofdgerecht. Het is een zeshoekige duiventil dat op een staketsel rust en wel zes, zeven meter in de hoogte reikt. Het heeft iets weg van een wachthuisje bovenop een paal. Aan een zijde is een grote opening en aan alle andere zijden zijn telkens vier kleine openingen boven elkaar aangebracht waarlangs de duiven binnen en buiten kunnen. Aan het bovenste openingetje is een horizontaal plankje bevestigd. Vermoedelijk is dat bedoeld als toegang, zodat de duif even kan neerkomen alvorens daadwerkelijk de til binnen te gaan. Tel ik aldus alle uit- of toegangetjes bijeen, dan kom ik aan twintig openingen en misschien zegt dat wel iets over de wooncapaciteit van de duiventil.

Tot ik opmerk dat elk zijde middels scharnieren apart geopend kan worden en dat de ‘open’ zijde misschien eerder een verdwenen zijde is. Waarna ik mijn berekening moet herzien en uitkom op vierentwintig gaten of mogelijke wooneenheden voor de duiven.

In de metalen windwijzer bovenop het met leien beklede dakje is het jaartal 1943 uitgespaard. Dat lijkt wel authentiek. Want de duiventil ziet er oud uit en is in slechte staat. Ja, het lijkt wel of er sinds dat illustere oorlogsjaar niemand meer de duiventil heeft onderhouden. Het staketsel waarop hij rust, is weliswaar met een metershoge kloeke balk de grond in gefundeerd, maar om het mogelijks overhellen tegen te gaan zijn niettegenstaande de enormiteit van de verticale balk aan de vier zijden ervan nog eens metalen steunberen bevestigd. Al lijken die eerder van latere datum te zijn. Zij zijn allen verankerd in de betonplaat die onder het geheel ligt uitgestrekt.

Maar de duiventil is heden onbewoond. Dat maak ik op uit het ontbreken van allerlei pluimage en uitwerpselen en het uitblijven van dierlijk vliegverkeer rondom het vrij armzalig uitziende gebouwtje waarvan ook nog eens de verf afbladdert. De weinige duiven die ik wel in de omtrek zie, houden zich liever op in de weelderige kruinen van de omstaande bomen. ‘Is dat de natuur die zich herstelt?’, zo vraag ik mij stilletjes af, wanneer een helder luide bel klinkt ten teken dat de gerechten klaar zijn en door de oberes aan het schuifraampje kunnen worden afgehaald.

Zo ontspinnen zich allerlei hypothesen tijdens het wachten op mijn hoofdgerecht. En dat verloopt bij mij op nogal een roekeloze wijze. Toen ik enkele jaren geleden voor mijn debuutroman (toepasselijk genaamd Roekoe) research deed naar duiven en de duivensport, had ik niet meteen dit ‘duivenhuis’ in gedachten, maar het had wel gekund. Het kot en het nest waaruit ik ontsproot en dat ik voor mij zag, was even krakkemikkig als buitensporig. Even klungelig als robuust. Even belachelijk als verwonderlijk en even bouwvallig als pittoresk. Kortom, even merkwaardig als banaal.

Nu herinner ik mij nog weinig meer van al die research. Behalve dan dat er enorm veel geschreven is over duiven en de duivensport en dat duivenvlees zonder meer het goedkoopste vlees moet zijn dat er bestaat. En wanneer de oberes komt aanzetten met mijn dampende schotel bekruipt mij een angstaanjagend gevoel. Dat het allemaal nog veel erger is wat daar in de keuken gebeurt, behalve het toevoegen van wat smaakversterkers. Dat het bouwsel één grote duivenval is, waarin ze worden gelokt en gevangen. En dat de Chinees zich op deze manier verzekert van het vlees om zijn Bapi Pangangs mee te maken. Wie zou trouwens het verschil nog merken tussen duiven of varkens na het roosteren en het kruiden en met al die dikke, zoetstroperige saus eroverheen?

Creative Commons

dagelijkse newsletter

take down
the paywall
steun ons nu!