Antwoord aan BBL: Jawel, groene waterstof in Oostende is wel de juiste keuze
Opinie - Wiebe Eekman

Antwoord aan BBL: Jawel, groene waterstof in Oostende is wel de juiste keuze

Sara Van Dijck van de Bond Beter Leefmilieu schreef vandaag “Groene waterstof uit Oostende dreigt vooral erg grijs te zijn”. Ik discussieerde al eerder met Sara. Mag ik zeggen dat dit artikel van de BBL mij ergert en voor mij getuigt van kortzichtige vooringenomenheid tegen de technologische waterstofrevolutie die momenteel bezig is. Laat mij het uitleggen.

dinsdag 4 februari 2020 19:12

Waterstofgas is een energiedrager zoals de fossiele koolwaterstoffen van allerlei aard dat ook zijn. Maar waterstof is een propere drager zowel voor het milieu als voor de gezondheid. Sara begint met een juiste uitspraak: “Scenario’s om de klimaatverandering aan te pakken, tonen aan dat waterstof broodnodig zal zijn om moeilijke sectoren zoals industrie en ook scheepvaart en ander zwaar transport klimaatneutraal te krijgen voor 2050.” Inderdaad, en liefst nog veel vroeger.

Technologisch zou het kunnen tegen 2035. Enkel marktbekommernissen houden dit tegen. Om een nieuwe technologie op grote schaal in te voeren zijn er pioniers nodig, die hun nek uitsteken. De koepel ‘WaterstofNet’ hield daar een congres over in ’s Hertogenbosch op 14 november vorig jaar. Toyota en Hyundai pionieren met waterstofauto’s, Van Hool met waterstofbussen, Colruyt en weer Toyota met waterstof vorkliften, de CMB met waterstofschepen, het eiland Goeree-Overflakkee met waterstof als huishoudelijke energiebron, …

In onze Belgische en Nederlandse petrochemie wordt al massaal waterstofgas gebruikt sinds de jaren 60. Air Liquide beheert een ondergronds leidingnet voor waterstof van 900 km. De technische kennis om met waterstof om te gaan is gemeengoed in onze industrie. Maar deze waterstof wordt gemaakt van aardgas. Voor elke kg waterstof wordt zo elf kg CO2 uitgestoten. Dat is meer dan 1% van de Belgische emissie. Een schot voor de boeg geven op het moment dat industriëlen eindelijk besluiten een fabriek voor groene waterstof te bouwen is compleet onverantwoord. In Oostende zal de fabriek pas in 2025 volop draaien. Die ervaring zal broodnodig zijn om tegen 2035 alle industriële waterstof groen te krijgen.

Sara gaat verder: “Niet genoeg groene stroom”. “Onze elektriciteitsmix is maar voor 20% groen”. “Overschotstroom hebben we nauwelijks”. Dat is zo, maar dat zijn géén argumenten. Tenzij het omgekeerd een argument is om de groene stroomproductie uit wind én zon drastisch uit te breiden, en dit op heel korte termijn. Windmolens op zee komen er volgend jaar bij. In het Belgisch deel van de Noordzee én in het veel groter Nederlandse deel. Die extra capaciteit zal er zijn nog vooraleer die waterstoffabriek in Oostende er staat.

Verder pleiten we ook al lang om de plaatsing van zonnepanelen drastisch op te voeren. Nauwelijks 3% van de beschikbare en geschikte dakoppervlakte in België is bedekt met zonnepanelen. Bovendien zijn er nog andere enorme oppervlakten die beter dubbel gebruikt zouden kunnen worden: waarom geen overkapping van parkeerterreinen? En waarom geen overkapping met zonnepanelen van autowegen en spoorlijnen? Het is slechts een kwestie van keuze waarin we willen investeren. Dat zou best op overheidsinitiatief zijn. Dat zou zonder subsidies aan de private ondernemers kunnen als de overheid een hogere norm van verplicht aandeel aan hernieuwbaar in de energiemix zou opleggen. Op een termijn van vijf jaar kunnen we een enorme overschot aan groene elektriciteit bijkrijgen als de politieke wil er zou zijn.

We mogen dan niet zwijgen over het enorme technisch probleem dat dan ontstaat in het distributienet. Pieken aan stroom productie die de kabels kunnen doen doorbranden. Onevenwicht tussen vraag en aanbod aan stroom, waardoor het net kan uitvallen. En even erg voor de energie-intensieve fabrieken: een onzuivere golfbeweging van de wisselstroom, waardoor elektrische installaties kunnen uitvallen. De technische oplossing voor deze problemen bestaat: bufferen van elektrische stroom en bijsturen. Met elektrische batterijen? Tesla zou wel willen. Batterijen kunnen veel, maar slechts voor beperkte tijd van uren tot dagen. Brandstofcellen op waterstof zijn dan de keuze voor back-up met een groot volume en over langere tijd van dagen, over weken tot maanden. Talrijke studies van de overheden en industriële koepels uit België, Nederland, Frankrijk, Duitsland, Spanje, India en anderen, duiden dit als één van de hoofdredenen om groene waterstof te produceren.

Sara spreekt over “verstandige besteding van middelen” Over “beter rechtstreeks gebruik hernieuwbare energie voor warmtepompen, elektrische wagens en verlichting” En ook: De vraag blijft of nu overheidsmiddelen moeten worden ingezet voor waterstofproductie in Vlaanderen. Dé prioriteit voor ons land ligt momenteel in een sterke groei van hernieuwbare elektriciteit en de bijhorende netinfrastructuur. Die elektriciteit moeten we maximaal rechtstreeks gebruiken voor efficiënte toepassingen zoals elektrisch transport en warmtepompen.”

Natuurlijk is het altijd beter de geproduceerde hernieuwbare stroom rechtstreeks te gebruiken. Dat kan gedeeltelijk digitaal gestuurd worden. Maar grotendeels ook niet. Vandaag al worden windmolens stilgelegd en stroom van zonnepanelen naar de aarde afgevoerd om het net te beschermen. Dat wordt nog verergerd als alle kerncentrales draaien. De oplossing is aftoppen van de pieken, vooraleer ze de distributiekasten bereiken. Dat kan voor grote installaties met waterstofproductie en voor kleine decentrale installaties met (zoutwater) batterijen.

Belangrijke opmerking: dit bespaart op verzwaring van de kabels in het distributienetwerk. Zonder buffering zullen er kilometers nieuwe koperen kabels in de bodem gestopt moeten worden om dit rechtstreeks gebruik mogelijk te maken. Stukken moeilijker te verwezenlijken en duurder.

Sara spreekt over de “efficiëntieverliezen”. Zij schrijft: “Bovendien gaat de omzetting van elektriciteit naar waterstof gepaard met grote efficiëntieverliezen. Wanneer we elektriciteit omzetten in waterstof, gaat 30 procent van de energie verloren. Wordt die waterstof vervolgens weer omgezet naar elektriciteit, verliezen we nog een keer zoveel”. Ja, en dan? Gaat het niet veelal om piekstroom, die anders verloren of verkwist is? En strategisch hebben we die waterstof voor buffering nodig.

Jawel, waterstof wordt geproduceerd met een zeker transformatieverlies. Maar fossiele brandstoffen, in een bruikbare vorm, worden evengoed geproduceerd met een aanzienlijk transformatieverlies. Kernenergie slaat alles met 66 à 75% transformatieverlies. Waarom dit argument gebruiken voor waterstof, wanneer daarover bij andere energievormen zedig gezwegen wordt? Ik noem dit vooringenomenheid. In de vergelijkingen met batterijen die circuleren op het internet worden dan nog met verouderde parameters geredeneerd en extra onnodige manipulaties ingeschoven zoals vloeibaar maken
van waterstof, wat enkel nodig is voor raketbrandstof.

Er is meer. De koepel GOGEN pleit voor het veralgemenen van warmtekrachtkoppeling. Dat is met één machine zowel elektrische stroom (=kracht) als warmte opwekken. Wij verbruiken in België  ruim driemaal zoveel warmte-kilowatturen als elektrische stroomkilowatturen. Maak een wijdvertakt warmtedistributienet, dat zowel centraal als decentraal kan gevoed worden met een veelheid aan warmtekrachtkoppelingen (WKK’s). Nu kunnen zowel elektrolyse-installaties voor de productie van waterstof als omgekeerd brandstofcellen voor elektriciteitsproductie perfect opgesteld worden als WKK’s. Dat tweemaal 30% transformatieverlies (het is in moderne technologie wel minder) is gewoon warmte, die dan weer nuttig gebruikt kan worden als nieuwe groene warmtebron, zonder enige CO2-emissie!

Dat die opstelling als WKK van elektrolyser en brandstofcel best decentraal gebeurd per wijk, groot gebouw of werkplaats, maakt dat er mogelijkheid is om het onder een democratische controle te houden van een coöperatieve of een gemeentelijke dienst.

Ten slotte schrijft Sara: “Daarnaast moeten we ook alles in stelling brengen om de nodige infrastructuur uit te bouwen voor het gebruik van waterstof in toepassingen die het écht nodig hebben, zoals voor een vergroening van de industrie. Waar die waterstof vandaan moet komen, is een andere vraag. Vandaag lijkt het in elk geval niet verstandig om dat per se hier te doen, invoer lijkt een betere optie”. Daar weer die tweeslachtigheid. “Alles in stelling brengen voor vergroening van de industrie”? Begin dan niet met een schot voor de boeg van de eerste schuchtere pogingen van die industrie!

En jawel, waar moet die waterstof vandaan komen, als er geen politieke wil is om zon- en windenergie uit te bouwen in België? De grote multinationals Esso, Total, Shell, weten het wel: zij zullen dat per schip aanvoeren van elders in de wereld. Daar studeren ze al op en in de haven van Zeebrugge gaan ze losfaciliteiten uitbouwen. Hun bedoeling  is natuurlijk hun monopoliepositie in de energievoorziening veilig te stellen. Controle over de energievoorziening geeft macht. Ondanks dat we minder zon in België hebben dan in Spanje, is er meer dan genoeg zon voor onze behoeften als we de nodige investeringen doen. En ja, de omvorming tot waterstof in decentrale installaties kan de democratische controle over de energievoorziening veilig stellen.

Mijn verontschuldiging, Sara, maar ik vond het nodig je van antwoord te dienen. Laat nu heel deze waterstofrevolutie juist een fantastisch bindmiddel zijn tussen de milieubeweging en de vakbonden van onze industrie. Ik citeer een belangrijke delegee van BASF aan het stakingspiket van Ineos Phenol vorige week: “Als de overheid in 2000 bij wet gezegd had dat heel de petrochemie CO2-neutraal moest zijn, dan was dat vandaag in 2020 werkelijkheid geweest”. En een delegee van Air Liquide op dezelfde plaats: “Van een chemie op basis van analyse van moleculen (splitsen van fossiele moleculen) moeten we gaan naar een chemie van synthese (combineren van groene waterstof met CO2 tot complexere moleculen). Om te eindigen: Proficiat aan de klimaatactivisten die hun solidariteit kwamen betuigen aan het stakingspiket van Ineos Phenol.

Creative Commons

dagelijkse newsletter

take down
the paywall
steun ons nu!