Anti-anti-imperialisme

Anti-anti-imperialisme

maandag 12 oktober 2015 04:56


Door Sam Charles Hamad

Vertaald uit het Engels door Oriana P.

Degenen onder ons die zich bekommeren om de Syrische revolutionaire oorlog zijn meer dan vertrouwd met de oude lijn, bijna uitsluitend herhaald door linksen en glitter anti-imperialisten, dat men de Syrische rebellen simpelweg niet kan steunen omdat die ‘gesteund worden door imperialisme’. In een ruwere en meer directe antagonistische versie van dit narratief zijn de rebellen ‘proxies van het imperialisme’ of handlangers van staten die geacht worden in het verkeerde ‘kamp’ te zitten, zoals Saoedi-Arabië, Turkije en Qatar. De logica hiervan is inherent irrationeel en / of ronduit perfide.

Ten eerste, wordt het meestal niet gehanteerd als een waarachtig analytisch punt maar eerder als een middel om feitelijke steun te weigeren aan of zelfs maar interesse te tonen voor de Syrische rebellen of voor de revolutie in het algemeen. Dit is een positie die door contrarevolutie, Eurocentrisme en isolationisme gevormd wordt eerder dan door progressivisme. In andere omstandigheden kruist zich dit ook met sektarisme en met verschillende vormen van chauvinisme en Islamofobie, dingen die blijkbaar aanvaardbaar worden wanneer deze onder de bevoegdheid vallen van dit soort van “anti-imperialisme” en in de context van Syrië.

Ten tweede, is het kwalitatief en kwantitatief misleidend en, in bepaalde omstandigheden, zinloos als een beschrijving van het soort steun die de rebellen in de loop van de Syrische revolutionaire oorlog kregen van landen die als ‘imperialistisch’ worden gezien. Niettegenstaande het feit dat bepaalde rebel brigades wapens hebben ontvangen van landen zoals de VS is de feitelijke functie van de VS meer die van scheidsrechter van wat de rebellen wel of niet mogen ontvangen van andere landen, met name Saoedi-Arabië, Qatar en Libië.

Bijvoorbeeld, en iets wat reeds bevestigd is, op dit moment dwingt de VS een embargo af om te verhinderen dat de rebellen luchtafweergeschut, de MANPADS, ontvangen. Deze wapens zouden gebruikt kunnen worden tegen de luchtmacht van Assad (zoals ze dat ook deden met Gaddafi in Libië), dat niet alleen zijn belangrijkste middel is om de burgerbevolking te terroriseren waardoor hij het massale vluchtelingenprobleem creëert maar dat hem ook continu de overhand geeft op het slagveld. Het probleem, althans volgens de VS, is dat ze ook zouden kunnen gebruikt worden tegen hun regionale bondgenoten, met name Israël.

Maar dit alles verhult het feit dat de overgrote meerderheid van de Syrische rebellen op geen enkele wijze door ‘imperialisme’ bewapend werden. Op het moment dat Barack Obama de aandacht van de VS volledig op de opkomst van Daesh toespitste werd hij door enkelen ervan beschuldigd hun opkomst indirect te faciliteren doordat hij had verzuimd de ‘gematigde’ rebellen te bewapenen. Die beschuldigingen waren correct – de VS keek toe hoe Daesh de slechtbewapende rebelposities veroverden en deed letterlijk niets toen de rebellen een succesvol offensief tegen hen lanceerden dat hen overwinningen opleverden totdat de overbelaste rebellen door het Assad regime werden vastgezet, gesteund door Hezbollah and Iraans gefinancierde ultra-sektarische sjiitische milities zoals Badr en Asayib Ahl al-Haq Took Yabrud. Obama, zoals steeds perfect glibberig bij het ontwijken van vragen over principiële kwesties en verantwoording, weerlegde de beschuldiging dat hij de rebellen niet genoeg had gesteund door met het idee te spotten dat de rebellen ooit een legitieme strijdmacht zouden kunnen zijn die Daesh kon verslaan en deed hen af, met zijn ondertussen beroemd geworden woordkeuze, als ‘boeren en apothekers”.

In zekere zin was de president niet verkeerd. De rebellen zijn voornamelijk samengesteld uit civiele vrijwilligers die de wapens opnamen na de gemilitariseerde pogingen van het regime om de opstand te verpletteren, terwijl de kern tienduizenden overgelopen soldaten van het Syrische Arabische Leger (SAA) bevat. De overgrote meerderheid van de wapens die gebruikt worden zijn die die de overlopers konden meebrengen van de SAA, wat bemachtigd kon worden op een slagveld of als gevolg van aanvallen op militaire basissen.

Ik herinner me een gesprek met een vriend die met een brigade van het Vrije Syrische Leger in en rond Damascus heeft gevochten . We geraakten aan het onderwerp over hoe de revolutie in het Westen door ‘mijn vrienden’ wordt waargenomen, waarbij hij met ‘vrienden’ andere linksgezinden bedoelde. Ik vertelde hem ronduit dat velen van hen overtuigd waren dat mensen zoals hij aanzien worden als proxies van imperialisme en bewapend zouden zijn door imperialistische grootmachten – Inshallah, kwam het gedeeltelijk sarcastische antwoord.

En dit brengt me naar het volgende punt. Wat is nu eigenlijk het probleem met rebellen die wapens ontvangen van ‘imperialisme’? De enigen die dit problematisch vinden zijn zij die nooit moeten nadenken over zoiets als wapenaankoop. Dit lijkt misschien een goedkoop argument maar het is een goedkoop argument dat toch de moeite waard is om te vermelden. Voor velen is ‘imperialisme’ een woord dat ze vaak gebruiken maar waarvan ze zelden in de praktijk de betekenis begrijpen in contexten die verder gaan dan hysterische en al te gemakkelijke verzuchtingen en sloganeske uitroepen of de evenzeer al te gemakkelijke academische afstandelijkheid.

Waartegen geprotesteerd wordt is niet het ‘imperialisme’ zelf maar eerder een hyper-simplistisch wereldbeeld waarin alles in permanente abstractie staat met betrekking tot dogma en de soelaas dat dit soort dogma brengt door verwarring te ontbinden. Tegelijkertijd zijn er ook de kleine industrieën, de kansen en de lucratieve groepen van gelijkdenkenden die geassocieerd worden met ‘linkse’ subcultuur en die een zeer klein spectrum van onenigheid toelaten over een aantal onderwerpen met betrekking tot ‘imperialisme’, waarvan Syrië er één is en dan nog met een relatief klein belang voor hen (onwetendheid heerst) maar waarin alles, gaande van de succesvolle NAVO No-Fly Zone in Libië tot de minder dan 500 rebellen die Colt.45 pistolen en verrekijkers kregen, wordt samengerold met de Amerikaans-Britse invasie en bezetting van Irak. 

In deze omstandigheden, gezien decomplexe aard van de mondiale concurrentie en de interactie tussen nationale staten en verschillende hegemonische actoren, is de tendens niet voor een nieuw tijdperk van theorievorming over het onderwerp van imperialisme dat gebaseerd is op feitelijke strijd die binnen deze context plaatsvindt, maar eerder een terugtrekking in ofwel het eerder genoemde dogmatische conservatisme en / of absurde, reactionaire samenzweringstheorieën. PressTV en RT worden geproduceerd met de bedoeling redelijk te lijken. Propaganda wordt geserveerd als een tegengif voor de waargenomen propaganda (daar kunnen we de heren Bush en Blair voor danken en hun onbestaande Iraakse massavernietigingswapens).

Binnen deze context kan de Syrische vrijheidsstrijd alleen ondergeschikt gemaakt worden aan deze lafhartige daden. Daarnaast worden nep historische analogieën, meestal de overname van Afghanistan door de Taliban (een gebeurtenis dat links zo doordrenkt heeft met zoveel verwarde mythologie dat het één van die gebieden van geschiedenis is dat door fictie gekoloniseerd werd), uit donkere spelonkachtige plaatsen getrokken om het idee verder te benadrukken dat de relaties tussen de Syrische oppositie en ‘imperialisten’ deel uitmaken van één of ander verfoeilijk complot.

Het verandert noodzaak in een politieke relatie die simpelweg niet bestaat of niet logisch is in materialistische termen. Mijn argument, sinds het begin van de revolutonaire oorlog, is altijd geweest dat de rebellen actief naar wapens zouden gaan zoeken waar ze maar konden. Gezien het feit dat er geen anti-imperialistische blok is en ook nooit geweest, maar eerder concurrerende imperialistische en hegemonistische regionale blokken, betekende dit dat de Syrische oppositie gedwongen werd om in de richting van de Westerse staten te kijken, naar hen die, als ze dat wensten, de beste wapens en in de grootste hoeveelheden konden leveren.

Wat betekent ‘noodzakelijkheid’ dan in deze context? Er bestaat een zeer goed voorbeeld als we even snel een vergelijking kunnen maken tussen de verschillen in de kwaliteit en kwantiteit van de door de rebellen en het door het regime ontvangen steun. De Syrische rebellen, die vanaf nul moesten beginnen – ze hadden een zeer beperkte hoeveelheid zware wapens, geen zware voertuigen, geen coherente commando structuren, een zeer beperkte hoeveelheid communicatie-apparatuur – hebben tussen 2012-2013 ongeveer $3 miljard aan steun van Qatar ontvangen, terwijl Saoedi-Arabië een reeks van inconsistente zendingen van meestal lichte wapens leverde sinds eind 2012.

Vergelijk dit met de troepen van het Assad regime, die al deel uitmaakten van een functionele staat – met enorme wapenvoorraden (inclusief chemische en biologische), duizenden tanks en gepantserde voertuigen, een zeer efficiënte luchtmacht, duidelijke en goed geleide commandostructuren en state-of-the-art communicatieapparatuur en die $15 miljard aan financiële en militaire hulp van Iran ontvingen. Dit cijfer is enkel voor 2013-2014 en het houdt ook niet eens rekening met de fysieke interventie van de Iraanse strijdkrachten, of dit nu de Revoluntionaire Garde en de Basij-militie zijn of de verschillende proxy milities uit Irak en huurlingen uit Afghanistan en Zuid-Azië, niet met inbegrip van Hezbollah, een outfit gefinanceerd door Iran dat Syrië is binnengevallen. Het is belangrijk om hier op te merken dat de Iraanse interventie in Syrië in de eerste paar maanden van de revolutie is begonnen, nog voor één enkele arm was opgeheven tegen de regimekrachten, en dat deze interventie enkel maar verder geëscaleerd is. 

Dit is het niveau van de ontkoppeling hier – relatief gezien was er maar een heel kleine hoeveelheid steun van “Friends of Syria” aan de Syrische rebellen. We weten allemaal waartoe de Golfstaten in staat zijn als ze iets in hun hoofd hebben. We mochten dit reeds aanschouwen in de context van de Arabische Lente zoals de korte contrarevolutionaire interventie van de Peninsula Shield Force (de gezamenlijke troepenmacht van de GCC) namens het Bahreinse regime, evenals de huidige grootschalige interventie van Al-Saud tegen Ansar Allah in Jemen. Bovendien vallen op dit moment bommen en raketten van Saudi, Qatari en Emirati vliegtuigen op Daesh posities in Irak en Syrië, waarbij ze hetzelfde luchtruim delen als de luchtmacht van Assad, terwijl diens grondtroepen rustig verder gaan met hun moordlustige zaken in de wetenschap dat er nooit luchtaanvallen tegen hen zullen zijn.

Om de ironie tot op haar breekpunt te duwen is de betrokkenheid van de GCC van de door de VS geleide coalitie interventie in Syrië en Irak eigenlijk namens één van Assad’s belangrijkste bondgenoten, het sektarische Iraakse regime. Niet alleen leiden de Iraans beheerde en gefinanceerde milities de contra-opstand op de grond, profiterend van de Golf luchtaanvallen, maar zonder de continue heerschappij van de Islamitische Dawa Partij in Irak zou Iran nooit haar interventie namens het Assad regime hebben kunnen lanceren. Vrienden van Syrië? Dan tonen ze hun vriendschap wel op een heel merkwaardige manier.

Van het moment dat GCC en Amerikaanse vliegtuigen op Baathist doelwitten gericht worden kunnen we misschien beginnen praten over Golf of ‘westerse’ steun aan de rebellen op dezelfde manier als Iraanse steun aan het Assad regime en ditmaal zonder te liegen. Ik denk dat we mogen veronderstellen dat dit moment nooit zal komen.

De enige echte overhand die rebellen hebben in de oorlog is mankracht, wat weer een andere mythe ontkracht die door sommigen van anti-imperialistisch links geadopteerd werd, namelijk dat het probleem in Syrië is dat het Assad regime een enorme populaire basis heeft terwijl de revolutie op stervens na dood is. Dit is eigenlijk nooit het geval geweest maar zelfs al was dat nog zo, terwijl dit een belangrijk analytisch argument is kan het nooit de drijfveer ongeldig maken van hen die de criminele Baath tirannie willen omverwerpen.

Maar, nogmaals, het tegendeel is waar. De revolutionairen hebben nooit een tekort gehad aan vrijwilligers van de lokale bevolking die bereid zijn te vechten voor de vrijheid van hun gemeenschappen en hun land. Daartegenover vinden we Assad wiens probleem van mankracht zulk een crisispunt heeft bereikt dat hij zelfs de ongeëvenaarde stap nam om dit recent te vermelden in een publieke toespraak waarin hij, met verwijzing naar de verhoging van Iraanse strijdkrachten en buitenlandse jihadistische milities, verklaarde dat “Syrië niet is voor hen met een Syrisch paspoort of identiteitsbewijs, maar voor hen die haar verdedigen’”. Zoals het lot heeft beslist hebben de rebellen een overvloed aan mankracht maar zeer schaarse middelen terwijl het regime een overvloed aan middelen heeft maar een enorme schaarste aan mankracht.

Het is helemaal waar dat de opkomst van Daesh diende om de basis van het regime te verstevigen (niet op een eenvoudige manier, vandaar de verdeeldheid onder de Alawieten), maar gezien de sektarische structuur van de Baathist veiligheidsstaat is het altijd een feit geweest dat de afbrokkeling van deze dingen zou afhangen in hoeverre de revolutie de Alawietische minderheid kon binnendringen. Het is duidelijk dat dit niet is gebeurd – en dat is net waarom er een burgeroorlog uitbrak. Maar diegenen die belachelijk beweren dat de meerderheid van de troepen en supporters van Assad soennitische Syriërs zijn zoeven volledig voorbij aan de sektarische en communitaire basis van de NDF, die het grootste gedeelte van de gevechten voor haar rekening neemt, waarbij de uitgedunde SAA, bestaande uit ultra-trouwe brigades onder leiding van Alawieten (vaak letterlijk onder het bevel van leden van de Assad dynastie), eerder een bijkomende kracht is.

De ware omvang van deze kloof in mankracht kan best onderscheiden worden op twee manieren:

1. Het feit dat Assad zich genoodzaakt zag om 2/3 van zijn SAA te demobiliseren die, hoewel onder leiding van de Alawieten voornamelijk soennitisch is, en zich in plaats daarvan moest verlaten op ultra-trouwe divisies die vaak onder het bevel staan van neven en vrienden. Dit terwijl hij ook een tactiek gebruikte die eerst door zijn vader Hafez al-Assad geperfectioneerd werd gedurende de laatste langdurige periode van afslachting door het Assad regime, namelijk het neerslaan van de Ikhwan geleide opstand in de jaren 1970 en vroege jaren 1980, waarbij ultra-trouwe bevelhebbers en brigades aan het reguliere leger werden verbonden, dat voornamelijk uit soennieten bestaat, en daarna aangevuld door Shabiha doodseskaders. Daardoor kon afvalligheid tot een minimum herleid worden.

Echter, tijdens een volksrevolutie waarbij er zich een ‘contra-revolutie’ strategie voordoet, die een etnische zuivering van de soennieten en de massamoord op burgers vereist, kan het rottingsproces maar tot op een bepaald punt een halt toegeroepen worden – tijdens de eerste dagen van de oorlog, toen Assad nog een groter gedeelte van zijn SAA gebruikte, was er een golf van afvalligheid (die in 2012 tot de oprichting van het Vrije Syrische Leger leidde), waardoor hij zich genoodzaakt zag deze grotendeels te demobiliseren. In plaats van enkel zijn Shabiha troepen te gebruiken werd Assad gedwongen om de nooit eerder voorgekomen stap te ondernemen Iran toe te laten een super-Shabiha, bekend als de National Defence Forces (NDF), te creëren en op te leiden, die dus in feite was opgericht als een alternatief voor de ernstig uitgedunde SAA troepen maar die op geheel sektarische en communitaire basis functioneerde. Maar zelfs nu worden die paar soennitische brigades die gebruikt werden gekweld door afvalligheid en desertie terwijl de reserves van de dienstplichtigen zijn opgedroogd tot een nietig druppeltje en met wijdverspreidedienstplichtontwijking. Nog het meest verontrustende voor Assad is dat deze verdeeldheid ook meer en meer gemeengoed wordt onder de Alawieten, zijn enige echt solide basis.

2. In 2014, na de opkomst van Daesh en het uiteenvallen van het Vrije Leger als gevolg van interne verdeeldheid, die veroorzaakt werd door een gebrek aan middelen en interne machtsstrijd, waren de rebellen in een toestand van volledige wanorde. Het Assad regime was nu in het offensief – zowel het Baathist regime, als het Iranese regime als de Hezbollah mondstukken verklaarden de oorlog gewonnen, terwijl een paar pro-Assad ‘linksen’ feestvierden omdat het regime schijnbaar had gezegevierd over ‘die terroristen’ (laat dit volkje nooit meer de neocons bekritiseren) en vanwege de ‘verkiezings’ triomf van Assad. Terwijl iedereen gefocused was op overwinningen van het regime zoals in Homs vergaten ze naar de aard van de overwinningen te kijken en deze waren verre van totaal. De beperkte mankracht van het regime en haar afhankelijkheid van buitenlandse strijders betekende dat deze overwinningen enkel konden beperkt blijven tot de belangrijkste gebieden – er was helemaal geen overwinning. Geen doorbraken. Slechts tijdelijke verschuivingen van impasses op de verschillende scenes van de oorlog.

Deze periode van vermeend overwicht voor het Assad-regime is opmerkelijk als men bedenkt dat toen de rebels op hun laagste moment zaten, toen ze niet alleen te kampen hadden met een minder maar nog steeds dodelijk fascisme in de vorm van Daesh maar ook nog steeds met het regime, het regime geen enkele grote vooruitgang boekte. De reden hiervoor is simpel – het regime beschikte niet over voldoende mankracht of steun van de bevolking. Wil het Assad regime Syrië helemaal terug heroveren dan heeft het een massale landinvasie nodig door Iraanse strijdkrachten en hun proxy milities. Dit zal natuurlijk nooit gebeuren.

Nergens is dit duidelijker dan in het Vrije Aleppo waar het regime, nochtans ondersteund door de buitenlandse invasie troepen van de Iraanse Revolutionaire Garde, Hezbollah, de sektarische hoofd-boorders van Asayib Ahl al-Haq en diverse huurlingen, niet alleen faalde de parel in de kroon van de revolutie te veroveren maar in plaats daarvan aanleiding gaf tot een succesvol rebellentegenoffensief.

Inderdaad, onmiddellijk na de zelfbenoemde ‘overwinning’ van het regime begonnen de rebellen aan een nieuwe tactiek van gezamelijke operaties, vaak samen met ideologisch contrasterende groeperingen, met als enige doel de omverwerping van het regime en het buitengooien van de invasietroepen zoals de islamitische Staat of de Islamitische Republiek, het zelfbenoemde Khilafat of de zelfbenoemde partij van God. Deze tactiek liet hen toe het Vrije Aleppo te verdedigen en regime posities te veroveren wat uiteindelijk leidde tot het huidige offensief onder leiding van de gezamenlijke operatie ‘Fatah Halab’(Verovering van Aleppo) dat bestaat uit een veelvoud van revolutionaire krachten zoals de voorstanders van islamitische democratie ‘Liwa al-Tawhid’ (EenheidsBrigade) en diverse seculiere nationalistische brigades van het Vrije Syrische Leger.

Deze groepen worden verre van ‘gesteund door het imperialisme’ maar zijn er integendeel in geslaagd om zich te hergroeperen op basis van zelfvoorziening, met een bundeling van hun middelen en door hun gezamelijke doeleinden voorop te stellen in plaats van ideologisch gekwebbel, met name de bevrijding van Aleppo van zowel Daesh als van het Assad-regime.

In maart 2015 in Idlib zagen we een vergelijkbaar fenomeen toen de nieuwe gezamenlijke operatie van ‘Jaish al-Fatah’ (Leger van Verovering), onder leiding van de islamitische harde lijn Ahrar ash-Sham (Vrije Mensen van de Levant) maar ook samen met democratische krachten zoals Faylaq ash-Sham (Sham Legioen), de stad Idlib bevrijdde van de NDF, van SAA en van Hezbollah.

Terwijl de meeste Syriërs dit nieuws vierden negeerden de ‘anti-imperialisten’ dit teken dat de revolutie springlevend was ofwel volledig of, volgend in de voetstappen van de islamofobe westerse media, betreurden het feit dat ‘al-Qaeda’ nog maar eens een klap aan het regime had toegebracht. Ik herinner me de video’s van de burgers in Idlib die de intrede van de Jaish al-Fatah-strijders in de stad vierden, die de standbeelden van Hafez al-Assad neerhaalden net zoals de vlaggen van het regime en van Hezbollah en die de gevangenen die opgesloten zaten in de kerkers van het regime bevrijdden, en de daarmee gepaard gaande contrasterende ernstige toon van de westerse media en de eerder hysterische toon van pro-Assad “links”.

De oorzaak van deze plechtige toon ten aanzien van de bevrijding van Idlib was het feit dat Jaish al-Fatah ook brigades had die aangesloten zijn bij Jabhat al-Nusra (JaN), de officiële franchise van al-Qaeda in Syrië. Zijn mensen terecht bezorgd over deze groep die betrokken was bij de bevrijding van Idlib? Absoluut, maar als je de westerse media mag geloven dan zou je denken dat dit iets was zoals de val van Mosoel door Daesh in 2014 (ik zou kunnen zeggen, de val van Raqqa door Daesh maar dat werd grotendeels genegeerd). Bijna elk artikel of rapport in de westerse media verwees naar Jaish al-Fatah als “al-Qaeda geleide rebellen” of “rebellen gelieerd aan al-Qaeda”.

Terwijl de troepen van Assad en hun bondgenoten het grondgebied van Idlib ontvluchtten werden de gevechtsvliegtuigen naar het gebied gestuurd voor een herhaling van die brute algemene tactiek van het terroriseren van burgers, die in de gebieden wonen die onder de controle staan van rebellen, door middel van het droppen van vaatbommen en raketten. De ontmenselijking werd dan ook nog eens versterkt door de ‘al-Qaeda’ roddel campagne. Terwijl de focus op het terrorisme van het Assad regime tegen de bevrijde gebieden had moeten liggen (de belangrijkste oorzaak van het vluchtelingenprobleem) lag deze op de constante herleiding van de revolutie tot ‘al-Qaeda’, islam en islamisme en wat dit betekende voor, wie dacht je? Jawel, het westen.

In alle eerlijkheid, het feit dat JaN een rol speelde in de bevrijding van Idlib is niet iets dat lekker zit bij veel Syriërs en bij degenen die de revolutionaire oorlog steunen, maar het was een noodzaak. Om een contrast te leggen met de realiteit van de inclusie van JaN in Jaish al-Fatah met de al-Qaeda obsessie van de westerse media en de propaganda van het Assad regime dat dit een eenvoudige strijd is tussen zijn seculiere regime en westers-gefinancierde al-Qaeda islamisten, kunnen we een kijkje nemen bij andere gezamenlijke operaties die tegen het Assad regime strijden: Fatah Halab werd opgericht door revolutionaire groepen die niet wilden deelnemen aan gezamenlijke operaties met JaN, terwijl in het zuiden, het zuidelijke front van het Vrije Syrische Leger, de belangrijkste rebellen troepenmacht die momenteel bezig is met het ‘Zuidelijke Storm’ offensief om de stad Daraa te bevrijden van het Assad regime, categorisch het idee verwierp om samen met JaN te vechten, zelfs als dat in hun eigen nadeel is, zoals we dat konden zien toen hun poging tot een offensief op de Daraa-Damascus weg geblokkeerd werd door haar weigering om met JaN samen te werken en te coördineren.

Er zijn goede redenen voor deze afwijzing en achterdocht voor JaN door andere rebellen. Terwijl, in termen van doelstellingen en methoden, JaN niet hetzelfde als Daesh, en hoewel, in tegenstelling tot Daesh, de meesten Syriërs zijn die gewoon geradicaliseerd waren door het geweld van Assad en geen buitenlandse jihadisten zoals bij Daesh (hoewel JaN daar toch nog een groot deel van heeft), is hun ideologie uiteindelijk contrarevolutionair. Dit is geen strijd voor een pluralistisch en niet-sektarisch Syrië dat door de wil van het Syrische volk gevormd wordt, maar eerder een strijd voor een Syrië dat gedomineerd moet worden door hun eigen merk van ultra-sektarisch, autoritair salafisme. Zoals met alle andere al-Qaeda gelieerde ondernemingen ter wereld valt er aan deze principes niet te tornen maar JaN heeft wel bewezen een veel pragmatischer exploitant dan Daesh te zijn voornamelijk omdat ze de zelfzuchtige vroomheid van de top dienen te balanceren met het feit dat de meesten van hun voetsoldaten lokale Syriërs zijn die Assad willen omverwerpen en die dat als het voornaamste doel van de groep zien. 

Even een korte kanttekening: deze kloof tussen JaN en Daesh, als we het over methodes hebben, heeft zijn wortels in de verschillen tussen het al-Qaeda leiderschap en Abu Musab al-Zarqawi, de leider van ‘al-Qaeda in Irak ‘, dat de voorloper van Daesh was. Osama Bin Laden en Ayman al-Zawahiri waren tegen Zarqawi’s aandringen op ‘een zuivering’ van Irak van hen die als ‘kuffar’ of ‘Rafidah’ (dwz Shia, Yezidi’s etc.) beschouwd werden en wilden zich in plaats daarvan uitsluitend focussen op het aanvallen van de Amerikaans-Britse invasiekrachten en van de bezettingsregering. Ze hadden geen morele scrupules over de sektarische massamoord van Zarqawi, maar ze waren bang dat het de lokale bevolking en de verzetsgroepen tegen hen zou keren, iets waar ze uiteindelijk gelijk over kregen toen de lokale verzetsgroepen Harakat al-Sahwa(Ontwaakbeweging) vormden die achter de opstandige jihadisten gingen.

Dus, terwijl het pragmatisme van het al-Qaeda leiderschap binnen JaN heerst, is deze nog steeds volledig doordrenkt van de theocratische superioriteit, wat een fundamenteel onderdeel van het wahhabisme is. Inderdaad, een zeer ernstig incident in Idlib bewijst deze diepere problemen in verband met JaN. In juni 2015 in het dorp Qalb Lawzah in de Idlib gouvernement dat onder de controle staat van Jaish al-Fatah probeerde een brigade, die aangesloten is bij JaN en onder leiding staat van een Tunesische commandant, het huis van een Druze in beslag te nemen op beschuldiging van collaboratie met het Assad regime. Nadat de bewoner terecht weigerde zijn eigendom op te geven beschuldigde de JaN commandant hem van godslastering en probeerde met geweld het huis in te nemen waarna er een vuurgevecht ontstond dat aan 20 Druzen het leven koste. Ahrar ash-Sham, de dominante factie binnen Jaish al-Fatah, greep onmiddellijk in om verdere escalatie te voorkomen. 

Terwijl de aanhangers van Assad dit voorval aangrepen was het antwoord van de overgrote meerderheid van de rebellengroepen unaniem tegen de acties van JaN. Het zuidelijke front van het Vrije Syrische Leger veroordeelde onmiddellijk wat zij een “misdaad tegen ons volk … en Syrische diversiteit” noemden en kondigden hun “bereidheid aan om Druzen dorpen in Idlib te beschermen als een stap om de Syrische diversiteit te verdedigen”.  

Nog kritischer, Ahrar ash-Sham en enkele andere islamitische groeperingen brachten een verklaring uit waarin ze de slachting scherp veroordeelden. In de verklaring prezen ze ook de Druzen voor hun “steun aan de revolutie”, riepen op tot het individueel berechten van de JaN daders en maakten duidelijk dat de moordpartij “in strijd met Islam” was en dat “bloedverspilling van leden van elke sekte” “onrechtvaardig” is. Verder beloofden ze samen te werken met alle sekten in de ‘bevrijde gebieden “om dit soort incidenten te voorkomen en verklaarden dat de revolutie een “volksrevolutie” is en dat “wapens alleen mogen opgenomen worden tegen het regime, haar bondgenoten en Daesh”. Zelfs de leiding van JaN zelfdistantieerde zich van de acties van de brigade in kwestie en verklaarde dat “de daders verantwoordelijk zouden gehouden worden van bloed waarvan bewezen is dat het verspild werd”.  

Wanneer mensen aan “imperialisme” denken fixeren ze zich voortdurend op imperialisme in de hoedanigheid van een offensieve en actief destructieve kracht, zoals bij de Amerikaans-Britse invasie en bezetting van Irak, maar zelden wordt die andere hoedanigheid begrepen – als een wrede, onverschillige kracht, die haar belangen vooropstelt ten aanzien van de ergste gevallen van menselijk lijden, zelfs wanneer het deze kent en erkent dat het een positief effect zou kunnen hebben. Dit is niet één of andere smeekbede voor “humanitaire interventie”, wat een term is die inhoudt dat “humaniteit” als dekmantel gebruikt wordt voor de meedogenloze uitvoering van imperialistische belangen, maar eerder het ultieme bewijs, als dit nog nodig was, dat het niet bestaat.  

Nogmaals, als we naar Libië kijken bestaat er geen twijfel over dat de No Fly Zone heel concreet het Kadhafi-regime heeft gestopt dat haar luchtmacht gebruikte om de burgers van Benghazi en elders te bombarderen. Als we ons inbeelden dat Kadhafi zijn luchtmacht had kunnen gebruiken om de overhand te krijgen of toch op zijn minst een impasse te bereiken in een burgeroorlog, zoals dat gebeurd is in Syrië, dan kunnen we gerust aannemen dat zonder die No Fly Zone er een humanitaire crisis op dezelfde schaal als Syrië zou plaatsgevonden hebben. Betekent dit dan dat imperialisme goed is en dat we allemaal moeten buigen voor de wereldorde van blanke mannen met hun grote wapens? Helemaal niet, maar wat het wel betekent is dat in bepaalde omstandigheden, wanneer de belangen van de imperialistische krachten convergeren met de wil van de progressieve krachten, dit positieve politieke en humanitaire gevolgen kan hebben. Voor de huidige generatie van ‘anti-imperialisten’, die zich geconfronteerd zien met deze verwarrende omstandigheden, resulteert dit vaker wel dan niet in een terugtrekken tot openlijke of stilzwijgende steun voor reactionaire posities en contrarevolutie. 

Dus wat is het verschil tussen Libië en Syrië? Waarom kwam imperialisme tussenbeide namens de Libische rebellen maar deed niet hetzelfde voor de Syrische? Er is een heel simpel antwoord: de imperialistische krachten hadden gewoon geen directe belangen die actie noodzakelijk maakte. Ze hadden actie kunnen ondernemen toen het Assad-regime, met behulp van haar luchtmacht, de burgers begon te bombarderen. Acties die vrijwel zeker levens, huizen, ledematen en hoofden van miljoenen mensen zouden gered hebben. Acties die vrijwel zeker de buitengewone groei van Daesh zouden gestopt hebben. Maar ze kozen ervoor om dit niet te doen. Er waren geen materiële belangen in Syrië die een respons in Libische stijl konden uitlokken, geen enorme oliereserves noch grote zakelijke relaties die moesten verzekerd worden. Kijk in tegenstelling dan naar de onmiddellijke en massale respons van het imperialisme toen Daesh de territoriale legitimiteit van het regime in Irak bedreigde, de Mosul dam veroverde en gevaarlijk dicht in de richting van de olierijke gebieden van Iraaks Koerdistan begon te duwen… 

Het punt is dat deze onverschilligheid, dit passieve aspect van het imperialisme met haar gebrek aan actie, net zo destructief is geweest als in haar ‘actieve’ hoedanigheid. De verwarring is tussen internationalisme en isolationisme – er is absoluut niets progressief of radicaals aan het accepteren van narratieven die alleen dienen om dogmatische toepassingen en uitingen van ‘imperialisme’ of ‘anti-imperialisme’ te rechtvaardigen en dan voornamelijk wanneer dergelijke narratieven bestaande revolutionaire krachten delegitimeren en zich resoluut tegen de revolutionaire krachten kanten.  

Als de VS toch hadden besloten om een No Fly Zone in te stellen en het Vrije Syrische Leger tot de tanden hadden bewapend zodat die het Assad-regime konden omverwerpen, in welke zin zou dat dat een negatieve ontwikkeling geweest zijn? Daar zou niets tegenin te brengen zijn. Maar dat is niet hoe imperialisme werkt. Imperialisme doet wat het beste is voor zichzelf – het geeft niets gratis weg of doet aan barmhartigheid. Het heeft geen hart, zoals Syriërs, die durfden te geloven in wapenzendingen die nooit kwamen en ‘rode lijnen’ die rode haringen bleken te zijn, in alle bitterheid kunnen vertellen. 

Als ‘anti-imperialisten’ de echte strijd in Syrië ondergeschikt maken aan hun abstracte oppositie tegen imperialisme convergeren ze uiteindelijk, in een bizarre mindtwist, met imperialisme zelf terwijl ze, actief of stilzwijgend, andere imperialistische en regionale hegemonische acteurs aanvaarden. 

De reden dat Jaish al-Fatah een kracht zoals JaN kan bevatten zit verankerd in deze imperialistische onverschilligheid. Het is net niet vanwege een te grote ‘imperialistische inmenging’ dat JaN een kracht is waar rekening mee moet gehouden worden, maar eerder vanwege het grote falen om de rebellen te helpen toen zij het meest hulp nodig hadden. Een kracht zoals JaN, geworteld, zoals Daesh, in al-Qaeda in Irak, had reeds vrij grote voorraden wapens alsmede voorafbestaande vormen van financiering. Terwijl hun leiding, in tegenstelling tot het Vrije Syrische Leger, niet hoefde te rekenen op materiële steun die nooit zou manifesteren of hulp van krachten die vaak verwoestend factionalisme aanspoorden. JaN kon profiteren van de situatie toen het Vrije Syrische leger, dat een een grote hoeveelheid aan mankracht absorbeerde, simpelweg overrompeld was en zich gedwongen zag om op twee fronten tegelijk te vechten, zowel tegen Assad als tegen Daesh. Hetzelfde geldt voor het Islamitische Front, dat zich samenvoegde met het Vrije Syrische Leger in hun noodzakelijke offensief tegen Daesh in januari 2014 en zich genoodzaakt zag om op twee fronten te vechten. 

Dus, in de omstandigheden van Idlib, waarbij de coalitie van Jaish al-Fatah al diende af te rekenen met niet alleen het Assad-regime, Hezbollah en Iraanse krachten maar ook met Daesh, zou het zelfmoord betekend hebben moest er ook nog eens een front tegen JaN geopend worden. Dat zou een belangrijke overwinning voor Assad geweest zijn. Bovendien wordt JaN, qua aantal, massaal overtroffen door andere rebellengroepen in heel Syrië en omdat het eerder een junior partner is in Idlib werd verondersteld dat ze konden beperkt worden en toch ingelijfd in een coalitie die bestaat uit rebellengroepen die diametraal tegenover de fundamentele ideologie van JaN staan. In alle eerlijkheid bleek dit meestal juist te zijn. Niettegenstaande het incident in Qalb Lawzah vochten lokale Druzen strijders uit omliggende dorpensamen met Jaish al-Fatah, en in het bijzonder het Sham Legioen, bij de bevrijding van Idlib City.  

Daarenboven, terwijl er geen twijfel over bestaat dat JaN hun eigen ultra-conservatieve en brutale vorm van de sharia op heel Syrië wil opleggen, met inbegrip van Idlib, betekende hun status van maar één enkel onderdeel van Jaish al-Fatah simpelweg dat ze nooit de capaciteit zouden hebben om dit door te voeren. Jaish al-Fatah heeft van in het begin gezegd dat ze zich nooit zouden opdringen met het bestuur van de stad en dat ze civiele krachten zouden toestaan om zonder inmenging of dwang te werken. Tot zover lijkt deze regeling zich te handhaven, weliswaar met een aantal complicaties, maar in plaats van ‘sharia rechtbanken’ die controle over Idlib uitoefenen zijn er in ieder geval burgerlijke gemeenteraden opgericht die de stad organiseren. 

De hysterici en propagandisten die, zonder zelfs maar een poging te ondernemen de balans van krachten te begrijpen, voorspelden dat Idlib het centrum van een soort van JaN ’emiraat’ zou worden, vergelijkbaar met Raqqa als de vermeende hoofdstad van het Daesh ‘kalifaat’. Ze bleken uiteraard totaal en lachwekkend verkeerd. Maar het is natuurlijk nooit een kwestie van feiten. Waar het propaganda en dogma betreft hebben feiten geen plaats. 

Er bestaat echter geen twijfel dat JaN nog steeds een constante bedreiging vormt voor de rebellen en voor de revolutie. Hoewel op dit moment pragmatisme heerst in plaatsen zoals Idlib zal het slechts een kwestie van tijd zijn voordat JaN zich zal willen doen gelden en zal nemen wat het kan. Dit is een realiteit van de strijd in Syrië en één van de tegenstellingen – dat is geen reden om de strijd te verwerpen of om toe te geven aan de pro-fascistische Assad narratieven die ons willen doen geloven dat iedereen die de wapens tegen het regime opneemt bij al-Qaeda is. Sterker nog, zelfs sommige van links, die schijnbaar voorstander van de Syrische revolutie zijn, hebben vaak uitzonderlijk tweedimensionale en luchtledige opvattingen over de rol van islamisme in de revolutie. Dit is niet alleen van toepassing op Syrië – het waren juist deze afgezaagde standpunten, die weer meer te maken hebben met dogmatisch navelstaren en zelfrechtvaardiging dan elke poging om zich in te laten met de realiteit, die ertoe leidden dat een groot deel van links de contrarevolutie in Egypte steunde. 

Islamisme heeft een sociale basis in Syrië en wat ook op het Assad-regime volgt, islamisme zal een rol spelen, maar het is wel een feit dat de overgrote meerderheid van de islamitische krachten, zeker de grootsten, allemaal toegeven dat een post-Assad Syrië er één is die door de wil van het volk van Syrië moet gevormd worden en niet door één enkele factie. Tot nog toe was dit de trend van islamisme in de regio en dan vooral met het islamisme dat onderschreven wordt door vele ichwaan (Moslim Broederschap) gelieerde groepen. Terwijl het nog steeds conservatief is en geworteld in een politiek waar ik fundamenteel tegen ben is de loop van islamisme in de afgelopen decennia één van relatieve matiging. Met de AKP in Turkije, een partij die geworteld is in islamisme, maar zelf niet islamistisch, heb je de blauwdruk voor het traject van islamisme dat binnen en als onderdeel van een democratie werkt.  

Het resultaat is een vorm van conservatieve islamitische democratie vergelijkbaar met de Europese christen-democratie. De Vrijheid en Rechtvaardigheidspartij, de politieke vleugel van de ichwaan in Egypte, probeerde dit model van islamitische democratie te volgen en dat is precies de reden waarom het werd omvergeworpen door anti-democratische, contrarevolutionaire krachten. We zien hetzelfde met Ennahda in Tunesië. 

Het fundamentele punt is dat we niet de zogenaamde islamistische of islamitisch gewortelde krachten waar we het niet eens mee zijn naast ons neerleggen, maar erkennen dat in de bevrijdingsstrijd tegen seculiere tirannie of onderdrukkers islamisme een belangrijke uiting van de oppositie is, of we dit nu leuk vinden of niet. En ook dat dit islamisme een populaire basis heeft dat geworteld is in dezelfde eisen voor vrijheid die deze revoluties vorm geven. Dit geldt zowel voor Syrië als voor Egypte als voor Palestina.  

In feite, één van de grote ironies van de reactie van links op de Syrische revolutie is het contrast met hoe links op de Palestijnse strijd reageert. Terwijl het een feit is dat de enige actieve verzetsgroepen tegen Israël allemaal islamistisch zijn, met de grootste, Hamas, de Ikhwani islamisten, die zich eerst inzette voor islamitische democratie maar bijna onmiddellijk gedwongen werd democratie op te schorten nadat het werd aangevallen door Fatah, dat door Israël, de VS en UK wordt gesteund. Dan heb je ook nog de Palestijnse Islamitische Jihad, die oorspronkelijk werd opgericht als de Palestijnse tak van de salafistische Egyptische Islamitische Jihad, maar nu veel meer verwant is aan Hamas in termen van ideologie – islamisme verweven met het Palestijnse nationalisme.

Met dit in het achterhoofd is het bij tijden hilarisch om hen te aanschouwen die steeds luid de slogan “Wij zijn allen Hamas” roepen, maar meer als Benjamin Netanyahu klinken als het om Syrië gaat. Zo slecht als de Baath tirannie is, zeggen zij, ze is in ieder geval ‘seculier’. Een argument dat ook gebruikt kan worden om Israëls voortdurende onderdrukking van Palestina te rechtvaardigen. Een argument dat is geworteld in dezelfde logica van de pogingen van Israël om de misdaden tegen de Palestijnen te “pinkwashen” of wanneer het reclame maakt van het feit dat de IDF duizenden vrouwelijke soldaten heeft, dit in tegenstelling tot de regressieve, paternalistische islamitische wreedheid van Hamas.

In zekere zin is dit argument, wanneer toegepast op Syrië, nog een stuk absurder. Hoewel men nooit echt kan ontsnappen aan de wrede handen van het regime vanwege haar voortdurende macht vanuit de lucht is het een feit dat in elk gebied van Vrij Syrië vrijheid van meningsuiting en algemene vrijheid wordt gehandhaafd en dit op een manier die ondenkbaar zou geweest zijn in het Baathist Syrië, waar zelfs degeringste kritiek op brutale wijze onderdrukt werd.

De venijnige islamofobe, racistische en imperialistische gevolgtrekkingen zijn precies hetzelfde: ze mogen geen vrijheid hebben, want ze zijn moslim en we weten allemaal wat het betekent als we hen vrijheid geven. Ik heb zelfs van linksen van de pro-Assad variëteit gehoord, degenen die zich in de Palestijnse vlag draperen, die met het argument komen dat de rebellen gebruik maken van menselijke schilden en zich in civiele gebieden schuilhouden; dus kan je de vaatbommen van Assad niet kwalijk nemen voor de honderden burgers die hij doodt per maand, voor de grote etnische zuiveringen en voor de vluchtelingencrisis. Steek de schuld op de rebellen. Steek de schuld op de slachtoffers. Netanyahu zal waarschijnlijk hartelijk moeten lachen als hij hoort dat de tegenstanders van de Israëlische bezetting zijn eigen argumenten reproduceren in een context met veel meer intens menselijk lijden – kijk hoe ze Israël bekritiseren maar Assad steunen zal hij zeggen, terwijl hij vrolijk in zijn handen wrijft. Het is de trieste waarheid dat hij een punt heeft. 

Niet verrassend, sinds de opkomst van Daesh zijn er twee figuren die probeerden Daesh en Hamas over één kam te scheren: Benjamin Netanyahu en Bashar al-Assad – iedereen weet waarom de eerste dat doet, maar de laatste doet het omdat Hamas weigerde te bezwijken onder de druk van haar vroegere sponsor, Iran, om Assad te steunen en steunde in plaats daarvan de Syrische revolutie. Dit is iets dat die linksen die Assad steunen op één of andere manier nooit zullen begrijpen – ze delegitimeren alles waarvan ze beweren dat het hen dierbaar is.

Neem bijvoorbeeld Jacobin magazine, een hip nominaal links tijdschrift gevestigd in de VS, dat geen verslag doet over Syrië door het benaderen van linksleunende schrijvers, die in redelijke overvloed aanwezig zijn en die de revolutie vanaf de eerste dag hebben gevolgd en in staat zijn deze te beoordelen op een evenwichtige en realistische manier, maar eerder door de Israël-geobsedeerde, Assad-supporter Asa Winstanley aan te trekken, die een artikel schrijft met een echt gestoorde en gevaarlijke samenzweringstheorie over hoe Israël, de oude Wijzen van Zion, in het geheim al-Qaeda in Syrië steunt waarbij deze auteur niet alleen JaN bedoeld maar, zoals Assad, alle rebellen in het land (deze complottheorie werd hier uitstekend weerlegd). Dit soort mensen doen niet aan ironie.

Dit had een Weekly StandardFrontpage of Tablet artikel geweest kunnen zijn dat Hamas ervan beschuldigde banden te hebben met Daesh of al-Qaeda. Verwissel gewoon de spelers en je hebt dezelfde essentiële contrarevolutionaire, ultra-reactionaire logica – de rechtvaardiging van collectieve bestraffing en massamoord door tirannen en onderdrukkers. Dit is steun voor de onderdrukker in plaats van voor de onderdrukten maar op een noodzakelijkerwijze byzantijnse en vieze viscerale manier. Net zoals alle pro-Assad stemmen dit al deden sinds het begin van de revolutie worden de onwetendheid en geïnternaliseerde vooroordelen van de lezers uitgebuit om absurditeiten te rationaliseren met als enige doel het simpelweg steunen van Bashar al-Assad, wat er ook gebeurt, dwars doorheen de vreselijke vernietigingskracht van de vaatbommen en de dodelijke waas van het sarin gas.  

Het feit dat een groot deel van links, met inbegrip van hen die in ieder geval geen expliciete aanhangers van het Assad-regime zijn, daar zelfs deze dynamiek niet van begrijpen spreekt boekdelen over de aard van dit links. In deze hoedanigheid is links geen vehikel voor radicale verandering van de samenleving of als een uitdaging van dominante ideologieën maar gewoon een verderdragen van een zelfde reactionaire logica en ideologieën maar dan binnen formeel ongelijke omstandigheden. De kern van de logica blijft onbetwist en vaak een stuk meer ijverig gereproduceerd dan bij de rechtse tegenhangers. Dit blijft niet beperkt tot de randgevallen bij links maar zelfs de waarschijnlijk volgende leider van de Labour-partij, Jeremy Corbyn, die de afgelopen jaren een vaste vriend van de Palestijnse zaak is geweest, heeft consequent deze sombere logica over Syrië voortgezet. 

In een artikel voor de Stop the War Coalition, een organisatie die echt voorbij alle hoop is en de belichaming van het anti-imperialisme van zowel dwazen als schurken en waarvan Corbyn de ‘nationale voorzitter’ is (NB: Jeremy Corbyn is sinds deze vertaling van de orginele Engelstalige tekst geen voorzitter meer van Stop The War Coalition), gaat Corbyn bij de bespreking van de humanitaire ramp in Syrië vrij onbevattelijk voorbij aan het feit dat deze ramp wordt veroorzaakt door de specifieke kenmerken van de oorlogsmachine van Assad en geeft in plaats daarvan de voorkeur, net zoals de Britse regering, aan het centraal stellen van Daesh bij zowat elke verklaring.  

In termen van toerekening van schuld, wat net zo goed een indicatie van partijdigheid is en hoe men in het algemeen over de situatie in Syrië denkt, beschuldigt Corbyn van wat hij het “westers gesteunde” Vrije Syrische Leger noemt om te “proberen Assad aan te vallen”. Sta daar even een moment bij stil. Stel dat we de humanitaire crisis in de Gazastrook aan het bespreken waren na het meest recente bloedbad van Israël. Stel je voor dat we deze omstandigheden zouden beschrijven als het Iranees gesteunde (wat ze niet meer zijn trouwens) Hamas dat Israël aanvalt. Hij zou met recht en reden hysterisch worden afgeschreven en waarschijnlijk verstoten door links zoals velen deden met Bernie Sanders, de Amerikaanse tegenhanger van Corbyn als de grote linkse hoop, die een stevige en luide supporter van de Israëlische regering is.  

We weten allemaal wat de functie van ‘Iranees gesteund’ betekent wanneer het door Israël apologeten over Hamas wordt gebruikt – een middel om het feit te herroepen dat Hamas een verzetsbeweging tegen Israëlische onderdrukking is en om het idee te verwekken dat het eigenlijk slechts een pion van het Iraanse regime is dat, volgens Israëlische propaganda, Israël van de kaart wil vegen enz..enz…des te beter de collectieve bestraffing van de Palestijnen te rechtvaardigen. In het kader van de Syrische revolutie vervult “westers gesteund” dezelfde functie, met name het rechtvaardigen of het tenminste neutraliseren van de oorlog van Assad door het idee op te roepen dat de rebellen slechts proxies van het westen zijn, dat een existentiële strijd tegen het omsingelde regime van Assad voert.  

Het is zelfs niet zo dat degenen die deze narratieven uitdragen dit doen uit een soort van snoodaardigheid of als gevolg van een onweerstaanbare neiging zich over te geven aan propaganda, maar veeleer het feit dat dit hetzelfde mechanisme is waarmee alle ‘ideologie’ opgenomen en gereproduceerd wordt. In de woorden van Gramsci, dit soort van ideologie vindt plaats op het niveau van het ‘gezond verstand’. De ideologie van het ‘gezond verstand’ is bij links, als het over Syrië gaat, net hetgeen wat Corbyn reproduceert: de rebellen zijn “westers gesteund” zonder enige nuance van wat dat betekent maar met duidelijke negatieve connotaties en zij zijn eigenlijk degenen die het Assad regime ‘aanvallen’- zij zijn de antagonisten. In het geval van aanhangers van de Israëlische regering zou de ideologie van het ‘gezond verstand’ betekenen dat Hamas de antagonisten zijn die Israël aanvallen door het afvuren van raketten op Israëlische civiele gebieden.  

Deze ‘gezond verstand’ ideologie’ verduistert uiteraard veel meer dan dat het verklaart en is vaak in essentie gewoon propaganda maar van een hogere kwaliteit. Net daarom moet het luider en op een meer genuanceerde manier uitgedaagd worden dan de meer voor de hand liggende vormen van propaganda. Dit gaat over het uitdagen van een hele manier van denken en van wereldvisies die met verschillende sociale, culturele en openlijk politieke motivaties gelaagd zijn en stevig geworteld in geschiedenis. Dit klinkt, en voelt zeker aan, als een onmogelijke taak maar zoals het de essentiële taak is van elke radicale kracht draait het uiteindelijk rond het uitdagen van conservatisme. 

Het meest ironische aan dit alles is het feit dat, gezien de mate waarin de Assad propagandamachine gebruik maakt van het hele ‘oorlog aan de terreur’- narratief en de mate waarin dit narratief volledig door het westen wordt gestimuleerd door de opkomst van Daesh, de ideologie van het ‘gezond verstand’ van links als het over Syrië gaat bijna identiek is aan de ideologie van het ‘gezond verstand’ van rechts. We zagen dit toen sommigen binnen rechts geleidelijk aan het idee aannamen van een westen dat Assad en Iran steunt – wat ook de oppervlakkige verschillen mogen zijn, deze logica is uitwisselbaar met sommige logica van links (inclusief Jeremy Corbyn die in een interview met LBC onthulde dat zijn grootste probleem met de coalitie van het Verenigd Koninkrijk en de VS was dat het Iran niet formeel bevatte).

Er is geen enkel protest tegen het feit dat Amerikaanse gevechtsvliegtuigen letterlijk hetzelfde luchtruim delen als de Assad luchtmacht als dit vaatbommen dropt en burgers bombardeert. Er zijn geen protesten tegen het feit dat de VS begonnen is met een opleidingsbeleid van, umm.., 60 Syrische rebellen maar hen vervolgens dwong om in te stemmen om alleen tegen Daesh te vechten en om het veel destructievere geweld van het Assad regime tegen hun gemeenschappen en hun land te negeren. Een geweld dat uiteindelijk aan de oorzaak ligt van Daesh. Uiteraard was dit een onrechtvaardige en gevaarlijke strategie waardoor vele strijders zich terugtrokken uit het trainingsprogramma. Er zijn geen protesten van deze ‘anti-imperialisten’ tegen werkelijke imperialistische machinaties. Als het om Syrië gaat doet de linkerzijde, met haar web van deze synthetische waanvoorstellingen van zelfrechtvaardigend pseudo-anti-imperialisme, uiteindelijk niets meer dan een negeren en een verexcuseren van de zeer reële machinaties van het imperialisme. De VS begon vanuit een positie van retorische steun voor de verwijdering van Assad enverschoof naar een beleid van toenadering tot de grootste steunpilaar van het Assad regime, met name het criminele Iran, de hoofdsponsor van de terreur van Assad, die volgens hen “deel moet nemen aan de conversatie”.  

Dit is altijd perfect in overeenstemming geweest met het Amerikaanse beleid ten aanzien van Syrië. Terwijl velen geloven dat de ‘één voet binnen, één voet buiten’ houding ten opzichte van de Syrische oppositie onderdeel van een strategie was, die om de onderhandelingen van het nucleaire programma met Iran draaide, is het ook waar dat de VS nooit de omverwerping van het regime heeft gezocht. In plaats daarvan kozen ze, om het met de woorden van de toenmalige Amerikaanse minister van Defensie Leon Panetta in 2012 te zeggen, voor een beleid dat zoveel mogelijk het regime moest behouden wat dan voor een ‘stabiele’ overgang zou moeten zorgen. Zoals de houding van de VS ten aanzien van alle Arabische revoluties ligt ook hier de nadruk op stabiliteit, het bestuur en transities, zoals bijvoorbeeld in Egypte en Jemen, en niet op een voorkeur voor één of andere ‘regimeverandering’.  

Dit is nooit een onschuldige mythe geweest maar een actief onderdeel van de Assad propaganda – hij doet steed een beroep op dit holle, samenzweerderige ‘anti-imperialistische’ narratief dat de VS ‘regimeverandering’ wil, of dat ze ‘Iran willen aanvallen’, zodat hij zijn misdaden kan rechtvaardigen en witwassen. Terwijl de hele situatie steeds verder uit de controle van de VS glipte, zoals met de opkomst van Daesh en de weigering van de Syrische rebellen zich te laten verpletteren of een compromis voor vrede te sluiten, vergleed de VS steeds meer naar een positie van stilzwijgende steun voor Assad. Dit is iets dat veel van de zogenaamde ‘anti-imperialistische’ zelden erkennen, omdat het niet voldoet aan hun voorafbepaalde dogmatische modellen van wereldorde of omdat ook zij, zoals het Assad regime, het propaganda narratief moeten volhouden. 

Inderdaad, gezien het feit dat de VS en het VK op dit moment Irak en Syrië bombarderen namens het sektarische Iraakse regime en de fascistische milities, kan een onschuldige anti-imperialist zich misschien afvragen waarom de Stop the War Coalition nu niet mobiliseert zoals het deed tegen mogelijke interventie nadat het Assad-regime duizenden burgers in Oost Ghouta vergaste. Het antwoord is dat ze in de eerste plaats mobiliseerden omdat dominante krachten binnen de Stop the War Coalition simpelweg het Assad-regime steunen en dit gaat gemengd met de opportunistische droombeelden van een aantal van de andere politieke krachten binnen de organisatie. 

Het is ook het toppunt van ironie dat sommige van zogenaamd ‘anti-imperialistisch’ links de Syrische rebellen in de meest hysterische termen afschrijven omdat deze westerse hulp vragen tegen een beter bewapende, buitenlands gesteunde vijand die over een luchtmacht beschikt. Dit terwijl diezelfde mensen dan wel enthousiast de Volksbeschermingseenheden (YPG) steunen, de gewapende vleugel van de Syrische Koerdische Democratische Unie partij, ondanks het feit dat de YPG in de oorlog tegen Daesh in de afgelopen maanden meer hulp van de VS ontvingen dan de Syrische rebellen in vier jaar oorlog tegen het veel brutalere en meer efficiënte Assad-regime en haar gecoördineerde luchtaanvallen. Deze dubbelzinnigheid en incoherentie is niet toevallig. 

Ik heb vaak gezegd dat Syrië het Israël van links is en in de uiteindelijke analyse ligt het bewijs dat links gebeurtenissen zou steunen die even brutaal en regressief zijn als de onderdrukking van Palestina door Israël als het noodzakelijk werd geacht dit te doen door een denkbeeldige irrationele verwisseling. Voor velen gaat het niet om de vrijheid van de Palestijnen of Syriërs of van andere onderdrukte volkeren maar gewoon om een relatie tot politiek dat principe uitwisselt voor fetish, fractievorming en prikkelbaarheid. De relatie van links met de heersende klassen en hun activiteiten verhoudt zich zoals de relatie van een rebelse tiener met de ouders – afzetting en tegenkanting tot en met maar uiteindelijk een onvermijdelijke voortzetting. 

Syrië bewijst dat in de ‘ziel’ van links de sombere doch dominante contrarevolutionaire dynamiek van het stalinisme binnen het linkse milieu regeert, zelfs binnen zelfverklaarde anti-stalinistische krachten. Internationalisme wordt hier herleid tot een obsessie met echte en ingebeelde geopolitieke intriges waarbij solidariteit met onderdrukten afhankelijk is van partijlijnen, groepsdruk en de dichotomie van waardige en onwaardige slachtoffers waarbij de uitspraak van Marx, dat de ideologie van de heersende klassen ten allen tijde de heersende ideologie zal zijn, haar meest ironische, ontmoedigende en uiteindelijke validatie vindt.

Eerder verschenen bij The RAWR Report

dagelijkse newsletter

take down
the paywall
steun ons nu!