Anselme Bellegarrigue – Het individualistische dogma is het enige broederlijke dogma
Anarchisme, Egoïsme, Staat, Individualisme, Vrijwillige knechtschap -

Anselme Bellegarrigue – Het individualistische dogma is het enige broederlijke dogma

donderdag 16 mei 2013 12:14
Spread the love

 

paris

Anselme Bellegarrigue (1813-omstreeks 1869) was een tijdgenoot van Pierre-Joseph Proudhon.  Al op jonge leeftijd schreef hij voor allerlei bladen.  Na een reis naar Noord-Amerika en de Cariben kwam Bellegarrigue terug in Frankrijk midden in de Parijse revolutionaire gebeurtenissen van februari 1848.  Er volgde een korte periode van intense activiteit.  Hij verdedigde zijn persoonlijke opvattingen over individu en maatschappij in La Civilization, een krant die vanaf 1849 verscheen in Toulouse en in het pamflet Au Fait! Au Fait! Interpretation de l’idée démocratique.  De individualist weigerde over revolutie te praten toen de monarchie viel om plaats te maken voor de (kortstondige) Tweede Republiek en de staat als dusdanig en het principe van regering overeind bleven in een andere vorm met een andere ideologie: “Het woord Republiek is een kadens van drie lettergrepen, maar een woord is per slot van rekening maar een woord, zoals een klank slechts een klank is, terwijl een ding een feit is.  Het volk, dat is mijn mening althans, leeft meer van feiten dan van woorden.”  Dit in een tijd dat het magische aura van dit woord voldoende leek om de maatschappelijke ‘vrijheid’ te kunnen grondvesten.  De hoop op een ‘sociale, democratische republiek’  werd overigens al tijdens de bloederige junidagen van 1848 de grond ingeboord en bleek bij de eerste verkiezing met algemeen enkelvoudig stemrecht voor mannen van Louis-Napoléon helemaal misplaatst.

Bellegarrigue legt vaak de klemtoon op de vrijwillige slavernij die de keerzijde van de politieke macht vormt en op (anti-)politieke non-coöperatie.  Zoals Stirner trekt Bellegarrigue fel van leer tegen spoken als de collectiviteit ‘die in het algemeen belang handelt’ en het bijhorende moralisme/offers.  Hij verwerpt de ideologische en altruïstische ficties (dus ook die van het revolutionaire kamp) die de felste belangenstrijden van partijen en klieken verhullen en de mens steeds willen mobiliseren en inschakelen in onmenselijke want onvrije projecten. 

In 1849 vormde hij met gelijkgezinden een vrijdenkerskring te Meulan die verschillende pamfletten uitgaf.  In 1850 bracht Bellegarrigue als enige uitgever en journalist twee nummers uit van het blad l’Anarchie, journal de l’ordre. Verder is hij ook de auteur van een essay Les femmes d’Amérique.  Na de staatsgreep van Louis-Napoléon (1851) emigreerde Bellegarrigue naar Midden-Amerika waarna nog weinig over hem bekend is behalve dat hij minister geweest zou zijn in San Salvador.

Hier volgt een vertaald stukje uit het eerste nummer van L’Anarchie, journal de l’ordre dat soms Manifest van de anarchie wordt genoemd.

Blog: http://vrolijkevijandelijkheden.wordpress.com/

Het individualistische dogma is het enige broederlijke dogma

Zwijg mij van openbaring of traditie, van de Chinese, Fenicische, Egyptische, Hebreeuwse, Griekse, Romeinse, Duitse of Franse filosofie.  Buiten mijn overtuiging of religie waarvoor ik niemand iets verschuldigd ben, heb ik geen boodschap aan de dwaalwegen van weleer.  Ik heb geen voorouders!  Voor mij is de wereld geschapen op mijn geboortedag.  Voor mij eindigt de wereld wanneer mijn gestel en mijn levensadem die mijn individualiteit uitmaken tot de aardmassa terugkeren.  Ik ben de eerste mens, ik zal de laatste zijn.  Mijn persoonlijke geschiedenis vat de geschiedenis van de mensheid volledig samen.  Ik ken er geen andere en ik wil geen andere kennen.  Wat baten mij andermans genietingen wanneer ik lijd?  Wat doen zij die lijden van mijn plezier af wanneer ik geniet?  Wat doet mij er toe wat voor mij geschied is?  Wat raakt mij wat er na mij zal gebeuren?  Ik moet niet dienen als brandoffer uit respect voor voorbije generaties, noch als voorbeeld voor het nageslacht.  Ik trek me terug in mijn eigen bestaan en het enige probleem dat ik moet oplossen, is dat van mijn eigen welzijn.  Ik heb slechts één doctrine en deze doctrine kent slechts één woord: GENIETEN!

Wie dit toegeeft, heeft gelijk.  Wie dit ontkent, doet alsof.

Wat een onbehouwen individualisme, wat een inherent egoïsme hoor ik al zeggen.  Akkoord, ik beken, ik stel vast, ik ben er zelfs trots op!  Vind mij iemand die zich over mijn egoïsme zou kunnen beklagen en mij blameren.  Ik zal hem een paar vragen stellen.  Brengt mijn egoïsme u enig nadeel toe?  Als u nee zegt, kan u er weinig tegen inbrengen, want ik ben vrij te doen wat u niet kan schaden.  Als u ja zegt, bent u een dief.  Mijn egoïsme betekent namelijk enkel de eenvoudige toeëigening van mijzelf door mijzelf, een appel aan mijn identiteit, een affirmatie van mijn individu, een protest tegen alle suprematie.  Als u zich geschaad weet door mijn daad van zelftoeëigening, omdat ik mijn eigen persoon, dwz. het minst betwistbare van mijn eigendom voor mijzelf houd, geeft u toe dat ik aan u toebehoor of dat u dat tenminste beoogt.  Dan bent u een gevestigde eigenaar van mensen of bent u op weg er één te worden, een verwerver van bezittingen, iemand die andermans goederen begeert, een dief.

Er is geen middenweg.  Ofwel is het egoïsme van kracht, ofwel de diefstal.  Ofwel  hoor ik aan mezelf toe, ofwel val ik onder de bezittingen van iemand anders.  Het is onmogelijk aan mezelf te verzaken ten voordele van allen.  Als iedereen aan zichzelf zouden verzaken zoals ik, zou niemand iets bij dit dwaze spel terugwinnen behalve wat hij/zij al verloren had. Dan zou hij/zij quitte blijven, dwz. zonder voordeel.  Dat zou deze zelfverzaking natuurlijk absurd maken.  Indien de zelfverzaking van allen geen voordeel kan brengen voor allen, moet deze noodzakelijkerwijs voordeel brengen aan enkelingen.  Deze enkelingen worden dan de eigenaars van allen, en het zijn waarschijnlijk dezen die zich zullen beklagen over mijn egoïsme.

Dat ze de waarden die ik net onderschreven heb ter hunner ere incasseren.

Elk mens is een egoïst, wie ophoudt egoïst te zijn, wordt een ding.  Wie ontkent een egoïst te zijn, is een dief.  Ah ja, ik begrijp het al.  Het woord heeft een nare klank.  Tot op vandaag heeft u het toegepast op diegenen die zich niet tevreden stellen met hun eigen goed, op hen die het goed van een ander tot zich nemen.  Deze mensen blijven echter binnen de menselijke orde, u niet.  Weet u wat u doet door u te beklagen over hun roofzucht?  U stelt uw eigen imbeciliteit vast.  U dacht tot vandaag dat er tirannen waren!  U heeft zich danig vergist, er zijn slechts slaven: waar niemand gehoorzaamt, voert niemand het commando.  Luister goed: het dogma van gelatenheid, zelfontkenning en zelfverzaking werd aan de bevolking gepredikt.

Wat is daar uit voortgekomen?  Het papendom en de monarchie bij gratie gods, de bisschoppelijke, monastieke, prinselijke en adellijke kasten.  Oh het volk is gelaten, heeft zichzelf vernietigd, heeft zichzelf lang ontkend.

Was dat goed?  Wat denkt u ervan?

Het is zeker het grootste plezier dat u kunt doen aan de niet langer onwankelbare bisschoppen, aan de parlementen die de koning vervangen hebben, aan de ministers die de prinsen vervangen hebben, aan de prefecten die de hertogen vervangen hebben en aan de ganse resem lagere functionarissen die heersen als de ridders, feodale vidamen (nvdv. adellijke titel) en aristocraten van weleer.  Het grootste plezier dat u aan deze budgettaire adel kunt doen, is zoals ik zei, zo snel mogelijk terug te keren naar het traditionele dogma van gelatenheid, offer en zelfverzaking.  U zult er niet weinig beschermheren aantreffen die u misprijzen voor de rijkdom zullen aanraden op risico die u afhandig te maken; u zult er ook niet weinig devoten aantreffen die u de matigheid prediken om uw ziel te redden, behalve als het gaat om uw vrouwen, dochters of zusters uit de nood te helpen.  Godzijdank hebben we toegewijde vrienden die zich voor ons in de verdoemenis zouden storten als wij zouden beslissen om de hemel te winnen door de oude weg van de gelukzaligheid te volgen.  Een weg waarbij zij beleefd aan de kant gaan staan, ongetwijfeld om ons niet voor de voeten te lopen.

Waarom voelen al deze verderzetters van de aloude hypocrisie zich niet stabieler op het stellingwerk van hun voorgangers?  Waarom?  Omdat de zelfopoffering verdwijnt en het individualisme groeit.  Omdat de mens zich mooi genoeg voelt om het masker te durven afgooien en zich eindelijk te tonen zoals hij/zij is.

Het zelfoffer is de slavernij, de laagheid, de abjectheid; het is de koning, de regering, de tyrannie, de strijd, de burgeroorlog.

Het individualisme is daarentegen bevrijding, grootsheid, adel; het is de mens, het volk, de vrijheid, de broederlijkheid, de orde.

dagelijkse newsletter

take down
the paywall
steun ons nu!